Bid­prent­jes

Bid- en de­vo­tie­prent­jes ken­nen een zeer rij­ke ge­schie­de­nis.

Katholiek Nieuwsblad - - VOORPAGINA - Es­ther Raaij­ma­kers

Of je nu ka­tho­liek bent of niet, ie­der­een heeft ze wel­eens in zijn hand ge­had: bid­prent­jes, zo­als ze in de volks­mond wor­den ge­noemd. Van­daag de dag ont­vang je zo’n prent­je na een uit­vaart, met een mooie fo­to van de over­le­de­ne aan de voor­kant en een le­vens­be­schrij­ving aan de bin­nen­kant. En dan zijn er nog de de­vo­tie­prent­jes waar­op Bij­bel­se ta­fe­re­len of bij­voor­beeld hei­li­gen staan af­ge­beeld die ge­lo­vi­gen hel­pen om zich op God te rich­ten. Het Ka­tho­liek Do­cu­men­ta­tie­cen­trum in Nij­me­gen heeft zo’n 300.000 de­vo­tie- en ge­dach­te­nis­prent­jes in be­zit. Het cen­trum heeft in de af­ge­lo­pen 45 jaar de prent­jes ver­za­meld die re­pre­sen­ta­tief zijn voor het ka­tho­lie­ke volks­ge­loof en or­ga­ni­seert al­ler­lei ac­ti­vi­tei­ten om het on­der­werp meer be­kend­heid te ge­ven. Zo ook dit sym­po­si­um waar zo’n hon­derd ge­ïn­te­res­seer­den op zijn af­ge­ko­men.

Ver­za­me­laar

To­ny Vaes­sen, een fer­ven­te ver­za­me­laar, is een van hen. Hij zet zich in voor De­vo­ti­o­na­lia, een stich­ting die ver­za­me­laars van re­li­gi­eu­ze voor­wer­pen met el­kaar in con­tact brengt. Al sinds de ja­ren zes­tig spaart hij bid- en de­vo­tie­prent­jes. Voor Vaes­sen be­gon het al­le­maal met prent­jes van de hei­li­ge Mar­ti­nus van Tours. “Toen ben ik voor het eerst bij het graf van Mar- ti­nus ge­weest waar ik een prent­je en af­beel­ding van hem heb ge­kocht. Ie­de­re keer als ik dan iets van Mar­ti­nus zag, wil­de ik dat heb­ben. La­ter ben ik ge­dach­te­nis­prent­jes uit Waal­re gaan ver­za­me­len. Daar ben ik ge­bo­ren en ge­to­gen. Ik ben dan wel naar Bel­gië ver­huisd, maar ik heb al­tijd die band met Waal­re ge­hou­den. Mijn ver­za­me­ling van een paar hon­derd prent­jes loopt van 1840 tot he­den. Ik vind het mooi om de fa­mi­lies bij el­kaar te krij­gen die daar ge­woond heb­ben. Hoe ou­der die prent­jes, des te mooi­er ze zijn.”

Doods­prent­jes

De doods­prent­jes zo­als we die van­daag de dag ken­nen, zijn ont­staan in de ze­ven­tien­de eeuw bij de klop­pen en be­gij­nen, legt kunst­his­to­ri­ca Eve­ly­ne Ver­heg­gen uit. “Het wa­ren over het al­ge­meen ge­let­ter­de vrou­wen uit ge­goe­de fa­mi­lies die, in plaats van te trou­wen, een mys­tiek hu­we­lijk met Chris­tus slo­ten en de ge­lof­te van zui­ver­heid af­leg­den. Ka­tho­lie­ken moch­ten hun ge­loof niet in het open­baar be­lij­den, maar kwa­men sa­men in schuil­ker­ken. In die pe­ri­o­de wa­ren de­ze re­li­gi­eus le­ven­de vrou­wen ver in de meer­der­heid ten op­zich­te van hun man­ne­lij­ke col­le­ga’s. Zo wa­ren er 5000 gees­te­lij­ke maag­den ac­tief ten op­zich­te van 400 á 500 pries­ters. Het is me­de aan de­ze vrou­wen te dan­ken dat de ka­tho­lie­ke Kerk in Ne­der­land over­eind is ge­ble­ven”, stelt de kunst­his­to­ri­ca. “Om­dat vrou­wen in die tijd min­der in het La­tijn on­der­legd wa­ren dan pries­ters, von­den ze het fijn om bij hun pri­vé-de­vo­tie ge­bruik te ma­ken van prent­jes met af­beel­din­gen als hulp­mid­del bij het ge­bed. De klop­pen wa­ren veel­al werk­zaam in de zorg en het on­der­wijs en zij ge­bruik­ten de prent­jes ook voor de ca­te­che­se van kin­de­ren. Ze deel­den de prent­jes uit bij de eer­ste com­mu­nie, het vorm­sel, een pries­ter­wij­ding of ge­woon aan el­kaar als te­ken van vriend­schap. Op de ach­ter­zij­de van de prent­jes schre­ven ze In Me­mo­ri­am tek­sten om te bid­den voor de over­le­de­ne. Daar­naast in­tro­du­ceer­den zij de doods­prent­jes.

Me­di­ta­tie

De klop­pen en be­gij­nen heb­ben een sleu­tel­rol ge­speeld bij de ver­sprei­ding en po­pu­la­ri­teit van de de­vo­tie­prent­jes, die veel­al uit Ant­wer­pen af­kom­stig wa­ren. Mil­joe­nen gra­vu­res en te­ke­nin­gen zijn van­uit de Schel­de­stad over de he­le we­reld ver­spreid. De prent­jes en boek­jes hiel­pen de ge­lo­vi­gen bij de me­di­ta­tie om zich met be­hulp van tek­sten en af­beel­din­gen voor te stel­len dat ze bij een be­paal­de ge­beur­te­nis uit de Bij­bel aan­we­zig wa­ren, bij­voor­beeld bij de krui­si­ging van Je­zus. Daar­bij ge­bruik­ten ge­lo­vi­gen al hun zin­tui­gen (smaak, reuk, tast­zin, ge­hoor en ge­zicht). De­ze me­di­ta­tie­tech­niek werd de ‘ima­gi­na­tie’ ge­noemd. Ei­gen­lijk is het ver­ge­lijk­baar met het te­gen­woor­dig po­pu­lai­re ‘mind­ful­ness’, maar dan in een an­de­re tijd”, zegt Ver­heg­gen la­chend.

Sym­bo­li­sche on­ster­fe­lijk­heid

Vol­gens kerk­his­to­ri­cus Pe­ter Nis­sen heeft het bid- of doods­prent­je in de loop der tijd een gro­te ont­wik­ke­ling door­ge­maakt. “Zo zie je dat er voor 1850 he­le­maal geen bi­o­gra­fi­sche ge­ge­vens van de over­le­den per­soon op het prent­je wor­den ver­meld. Men­sen za­gen de re­a­li­teit van de dood on­der ogen. Het prent­je dien­de voor­al als een aan­spo­ring om voor het zie­len­heil van de over­le­de­ne te bid­den. In de loop der tijd zie je dat de dood steeds meer wordt ver­dron­gen en ko­men er steeds meer per­so­na­lia op de prent­jes te staan. De gods­dien­sti­ge bood­schap­pen en af­beel­din­gen ver­dwij­nen naar de ach­ter­grond en er is met na­me veel aan­dacht voor de over­le­den per­soon. Waar er voor 1850 niet eens een ge­boor­te­da­tum van de ge­stor­ve­ne werd ver­meld, staan er nu hal­ve bi­o­gra­fie­ën over de per­soon op het prent­je. Ook is er nu veel aan­dacht voor de de­ge­nen die ach­ter­blij­ven en voor wat ‘sym­bo­li­sche on­ster­fe­lijk­heid wordt ge­noemd. Dat komt bij­voor­beeld tot uit­druk­king in een tekst als ‘Opa leeft voort in de klein­kin­de­ren’.”

Ge­dach­te­nis­plek

Kerk­his­to­ri­cus Pe­ter Nis­sen ver­telt dat hij veel meer ge­ïn­te­res­seerd is in dood­prent­jes die nog daad­wer­ke­lijk ge­bruikt wor­den, om­dat ze op de­ze ma­nier nog een rol ver­vul­len voor de ge­lo­vi­ge in het le­ven van al­le­dag. “U kent al­le­maal het beeld van het mis­saal waar al­le­maal doods­prent­jes in­za­ten. Dat mis­saal werd min­stens ie­de­re week ge­bruikt en bij vro­me men­sen wel ie­de­re dag. Dan kwa­men men­sen het prent­je van hun dier­ba­re over­le­de­ne weer te­gen. Te­gen­woor­dig zien we dat bid­prent­jes een spe­ci­a­le plek in huis krij­gen, zo- ge­naam­de hui­se­lij­ke ge­dach­te­nis­plek­ken of ook wel

ho­me me­mo­ri­als. Uit on­der­zoek blijkt dat on­ge­veer 60 pro­cent van de Ne­der­land­se huis­hou­dens zo’n ge­dach­te­nis­plek heeft. Mis­schien heeft u het ook wel? In een boe­ken­rek of op een kast. Een hoek­je waar een fo­to of prent­je van een over­le­de­ne staat met een waxi­ne­licht­je of kaars­je er­bij. Dat zijn voor ons als re­li­gie­we­ten­schap­pers de in­te­res­san­te plek­ken om te kij­ken wat die prent­jes nog voor men­sen be­te­ke­nen. Ze ma­ken het ge­loof voor men­sen tast­baar en zicht­baar in het al­le­daag­se le­ven. Het moei­lijk­ste in een men­sen­le­ven is mis­schien wel: hoe je met emo­ties rond het over­lij­den van een dier­ba­re moet om­gaan. Doods­prent­jes hel­pen men­sen daar­bij.”

Een uit­vouw­baar com­mu­nie­prent­je da­te­rend uit het be­gin van de vo­ri­ge eeuw.

De prent­jes wa­ren ook be­doeld als ca­te­che­se­ma­te­ri­aal.

Een prent­je van de Ma­ter Ama­bi­lis naar ont­werp van Jac Ma­ris.

De prent­jes met de hei­li­ge Ste­fa­nus (links) en Chris­tus aan het Kruis (rechts) zijn ge­heel met de hand ge­maakt, ge­schil­derd en ge­knipt/ge­per­fo­reerd. On­der: Er wer­den ook prent­jes uit­ge­ge­ven ter be­vor­de­ring van een za­lig- of hei­lig­ver­kla­rings­pro­ces...

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.