Ver­trou­wen op Gods be­lof­te

Er zijn twee we­gen in het le­ven, leert de film Tree of Li­fe: die van de ge­na­de en die van de na­tuur. Met het doop­sel wor­den we op de weg van de ge­na­de ge­zet – maar daar­mee be­gint het pas.

Katholiek Nieuwsblad - - KNFILM - Jaap-Harm de Jong Twee we­gen Gods stem wordt ver­stoord Blo­te voe­ten in het gras Me­de­ver­ant­woor­de­lijk Op een spoor ge­zet

In het doop­sel dra­gen ou­ders hun kind in ge­lo­vig ver­trou­wen op aan God. The­o­loog Alain Ver­heij noem­de het doop­sel in zijn on­langs ver­sche­nen God

en ik “het ul­tie­me te­ken van (…) af­han­ke­lijk­heid”. Het doop­sel ge­beurt aan je. Daar kun je wei­nig in­vloed op uit­oe­fe­nen. Ver­heij legt uit dat je als kind wordt bloot­ge­steld aan zon­de, de ge­bro­ken­heid van het be­staan. Er is geen ont­ko­men aan. Maar te­ge­lij­ker­tijd is er ook de be­lof­te. Ge­kop­peld aan het bij­bel­ver­haal over Noach zegt hij dan prach­tig: “Met de spo­ren van on­der­gang over­al om ons heen is het on­ze gro­te op­dracht om sa­men te ver­trou­wen op de be­lof­te van vei­lig droog land en een nieuw be­gin.” In de film Tree of Li­fe – als je de­ze kon le­zen was het eer­der een ge­dicht dan een ro­man – vol­gen we Jack. Spo­ra­disch komt hij in beeld als vol­was­sen man, maar voor­al wordt hij ge­volgd van­af zijn ge­boor­te tot zijn vroe­ge tie­ner­tijd. Ook hij er­vaart het ge­plaatst zijn in dit soms wran­ge be­staan. Van kleins af aan zoekt hij in een steeds gro­ter wor­den­de we­reld naar hou­vast. In een flits zien we hoe hij kort na zijn ge­boor­te ge­doopt wordt. De woor­den klin­ken: “dat hij on­der zijn vlag mag strij­den te­gen zon­de, de we­reld en de dui­vel”. Eer­der in de film klonk al wat Jacks moe­der bij de zus­ters had ge­leerd: in de­ze we­reld kun je de weg van de na­tuur of de weg van de ge­na­de gaan. In Jacks le­ven zijn bei­de pa­den zicht­baar. In zijn bei­de ou­ders wor­den ze da­ge­lijks aan hem voor­ge­steld. Het is va­der na­tuur en moe­der ge­na­de. Met­een aan het be­gin van de film zijn de woor­den uit Job 38,4 in beeld: “Waar was je toen Ik de aar­de be­gon te bou­wen? Spreek op als je zo­veel weet.” In slechts een paar woor­den wor­den de ver­hou­din­gen hier haar­scherp ge­schetst: de klei­ne mens te­gen­over zijn on­ein­dig gro­te schep­per. Dat schep­pings­ge­weld brengt re­gis­seur Te­ren­ce Ma­lick prach­tig in beeld door al vroeg in de film een kwar­tier uit te trek­ken voor na­tuur­beel­den. Planeten en vul­ka­nen, bos­sen en di­no­sau­rus­sen, em­bryo’s en haai­en, in een over­wel­di­gen­de op­een­vol­ging schiet het al­le­maal aan je oog voor­bij. Of de mens het nu ziet of niet, ge­bo­ren te wor­den in de­ze we­reld brengt ons in een af­han­ke­lijk­heids­re­la­tie. En toch wordt er ge­vraagd een weg, een rich­ting te kie­zen. Jack er­vaart de roep van God in zijn le­ven, maar hij wor­stelt er ook mee. In zijn moe­der hoor­de hij God tot hem spre­ken, maar die stem werd te­ge­lij­ker­tijd schril ver­stoord door de dood van zijn jon­ge­re broer. Als Jack te­rug­kijkt op zijn le­ven, zie je hem de flar­den van zijn jeugd aan­een pro­be­ren te rij­gen tot een zin­vol ge­heel. Hij doolt, is op zoek naar vas­te grond on­der de wan­ke­le voe­ten van zijn be­staan. Zijn moe­der die licht en la­chend door het le­ven ging. Die dan­send in het zon­licht kon staan, ter­wijl ze nat werd door de koe­le drup­pels van een tuin­sproei­er, haar blo­te voe­ten in het gras. Haar zo­nen wek­te ze door ijs­klont­jes in hun nek te leg­gen. Aan­vaar­ding, ver­bin­ding. Va­der zocht de har­de lijn. Als zijn zo­nen uit bed moesten ko­men, wer­den de dekens ruw weg­ge­trok­ken. Zijn on­der­lip stak al­tijd naar vo­ren als te­ken van zijn niet af­la­ten­de on­te­vre­den­heid. De door Jack niet goed on­der­hou­den tuin, het ge­brek aan ta­fel­ma­nie­ren van een an­de­re zoon die maar be­ter zijn mond kon hou­den. De eis om met Yes sir! be­ant­woord te wor­den. Jack zocht voort­du­rend naar de lief­de van de­ze ei­sen­de va­der, maar kon die met geen mo­ge­lijk­heid vin­den. In een ont­roe­rend mo­ment van toe­na­de­ring om­helst hij zijn va­der die hem even daar­voor te­recht wees. Het is on­wen­nig en pijn­lijk en geeft blijk van een die­pe hun­ke­ring. Va­der laat het ge­beu­ren, maar weet zich er ei­gen­lijk geen raad mee.

Tree of Li­fe is een con­fron­te­ren­de film. Ie­de­re ou­der is me­de­ver­ant­woor­de­lijk voor het be­staan van zijn of haar kind. Dat klinkt nog­al hef­tig, als­of het een mis­daad is. Maar gaat het niet bui­ten ons be­reik wat we een kind aan­doen door het op de­ze we­reld te zet­ten? De ex­treem kwets­ba­re po­si­tie waar­in de bo­re­ling van­af de eer­ste adem­tocht te­recht­komt? Het frag­men­ta­ri­sche ka­rak­ter van de film draagt daar ook aan bij. Het zijn flitsen, her­in­ne­rin­gen als puz­zel­stuk­jes die niet zo­maar tot een gro­ter ge­heel ge­vormd zijn. Het roert de die­pe­re la­gen in de mens aan, roept al­ler­lei ge­voe­lens op, maar dat je er raad mee weet is niet van­zelf­spre­kend. Naast het ge­ge­ven mens in de­ze we­reld te zijn, moet je als kind ook le­ren om­gaan met wat je na­ge­la­ten wordt. Jack wor­stelt een le­ven lang met de er­fe­nis die zijn ou­ders hem heb­ben mee­ge­ge­ven. Ze heb­ben hem ge­doopt en ver­vol­gens ge­pro­beerd hem een sa­men­han­gend ver­haal te ver­tel­len over dit le­ven en de­ze we­reld. Met het doop­sel zet­ten we on­ze kin­de­ren op een spoor. Door wie we zijn en wat we pro­be­ren over te bren­gen, bren­gen we een bed­ding aan waar­bin­nen ze zich­zelf ver­der kun­nen ont­wik­ke­len en hun ei­gen weg kun­nen vin­den. Door het uit­spre­ken van de naam van Chris­tus over dat kwets­ba­re kind is er de in­ten­tie dat die bed­ding ge­lijk loopt aan de weg van ge­na­de. Een lich­te en lief­de­vol­le weg die het op­groei­en­de kind niet van zich ver­vreemdt, maar aan zich ver­bindt. Zo­dat het zich vei­lig weet in de han­den van de on­ein­dig gro­te Schep­per.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.