Maak los en laat gaan

Katholiek Nieuwsblad - - KNCULTUUR - LA Ti­mes Al­bert van der Woerd

Af­ge­lo­pen week had ik een uit­vaart in mijn pa­ro­chie­kerk. Het was een tries­te si­tu­a­tie. Een jon­ge­man van 23 had tij­dens het be­klim­men van een bal­kon zijn grip ver­lo­ren en viel met zijn hoofd op de straat. Zijn va­der was al jong uit zijn le­ven ver­dwe­nen en hij had al een paar jaar eer­der zijn bes­te vriend door zelf­do­ding ver­lo­ren. Het ge­voel al­leen in het le­ven te staan, heeft er wel­licht wel toe bij­ge­dra­gen dat hij met een zat­te kop te­gen de muur van een con­cert­ge­bouw be­gon te klim­men, maar zijn dood was on­no­dig, on­ge­pland en een stomp in de maag voor al­le na­be­staan­den. Da­niel, zo ver­tel­de zijn moe­der Ma­ria, leef­de al­tijd “om een hoek­je”. Hij was er nooit echt he­le­maal bij. Ma­ria, een ster­ke en ge­lo­vi­ge vrouw, kwam naar mijn kan­toor om de uit­vaart door te spre­ken. Ze had een paar in­drin­gen­de le­zin­gen uit­ge­zocht. De eer­ste le­zing uit het boek Wijs­heid: “De zie­len van de recht­vaar­di­gen zijn in Gods hand en geen fol­te­ring zal hen de­ren. In de ogen van de dwa­zen sche­nen zij dood te zijn en hun heen­gaan werd als een on­heil be­schouwd, hun ver­dwij­nen uit ons mid­den als een ver­nie­ti­ging. Zij zijn ech­ter in vre­de.” De­ze jon­ge man, her­sen­dood met co­di­cil op zak, was een ide­a­le do­nor. Bij­na al zijn or­ga­nen zijn ge­bruikt voor trans­plan­ta­tie en daar­mee heeft hij le­ven ge­ge­ven aan ze­ker zes dood­zie­ke men­sen. Toch wist Ma­ria dat dit slechts een schra­le troost is voor een ge­lo­vi­ge. Er is een die­pe­re be­ves­ti­ging van de zin van het be­staan van haar zoon: dat hij in vre­de is bij God. Als evan­ge­lie had Ma­ria ge­ko­zen voor de op­wek­king van La­za­rus, uit Jo­han­nes. Ik was heel dank­baar voor die keu­ze. Veel van de aan­we­zi­gen in de kerk zou­den de­zelf­de ver­zuch­ting kun­nen heb­ben als de Ma­ria in het Evan­ge­lie: “Heer, als Gij hier was ge­weest zou mijn broer niet ge­stor­ven zijn.” Want, in­der­daad, waar­om zou Hij, die de ogen van een blin­de kan ope­nen, ook niet in staat zijn om een be­ne­vel­de jon- ge­man vei­lig van een bal­kon te lei­den? Ik stel­de die vraag in mijn preek en zag ve­len knik­ken met tra­nen in de ogen. Maar Jo­han­nes laat die vraag niet in de ruim­te bun­ge­len. Hij laat zien dat Je­zus niet een soort il­lu­si­o­nist is, die met een sier­lij­ke zwaai het on­mo­ge­lij­ke doet. Het Evan­ge­lie ver­telt dat Je­zus “be­gon te we­nen om zijn vriend”. Hij was God, maar ook een mens. En twee keer wordt ge­zegd dat hij over­val­len werd door “een hui­ve­ring”. Nieuws­gie­rig naar wat Jo­han­nes daar ei­gen­lijk heeft ge­zegd, zocht ik het Griek­se woord em­bri­mao­me op in mijn woor­den­boek. Voor het zelf­de geld zou dat ver­taald kun­nen wor­den met: “Hij bries­te als een nij­dig paard.” Weer niet het beeld van een al­mach­ti­ge to­ve­naar. Maar Hij zei wel heel be­slist: “Rol die steen weg”, zelfs toen Mart­ha waar­schuw­de voor de stank die naar vier da­gen uit het graf zou ko­men. Maar Je­zus is niet bang voor wat Hij aan­treft als wij de steen weg­rol­len van ons hart, zelfs niet als het ver­gif­tigd is door wan­hoop en op­ge­slo­ten ver­driet. En Hij zegt te­gen ons het­zelf­de als toen Hij voor La­za­rus stond: “Maak het los en laat het gaan.”

Zijn moe­der ver­tel­de dat Da­niel al­tijd ‘om een hoek­je’ leef­de

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.