Hoe jon­ger de baas, hoe be­ter

Werk je als tie­ner aan een on­der­ne­men­de hou­ding, dan vind je na je af­stu­de­ren snel­ler een baan.

Metro Holland (Amsterdam) - - Voorzijde pagina - MARGOT SMOLENAARS nieuws­re­dac­tie@me­tro­nieuws.nl

Dit week­end open­den door heel Ne­der­land tal­lo­ze be­drij­ven hun deu­ren. Dat ge­beurt wel va­ker, maar dit keer was het de be­doe­ling dat kij­kers van Klok­huis, kin­de­ren van pak­weg 8 tot en met 12 jaar, een flin­ke snuif on­der­ne­mers­lust op kwa­men doen. En dat is wél bij­zon­der. „Het is niet eens on­ze jong­ste doel­groep”, zegt Da­niel­le de Jongh (what’s in a na­me) van Jong On­der­ne­men, die in sa­men­wer­king met de NTR de se­rie Klok­huis On­der­neemt maak­te. „On­ze pro­gram­ma’s be­gin­nen al in groep 5/6.”

Ac­tie als fun­da­ment

De stich­ting waar De Jongh voor werkt, stelt zich tot doel zo­veel mo­ge­lijk school­gaan­de kin­de­ren de kans te bie­den hun on­der­ne­men­de kant te le­ren ken­nen. On­der­wijs in de al­ou­de Ne­der­land­se han­dels­geest, dus. Een sterk ver­an­de­ren­de ar­beids­markt, ver­grij­zing en een eco­no­misch we­reld­to­neel dat in toe­ne­men­de ma­te om in­no­va­tie vraagt, ma­ken dat bit­te­re nood­zaak, be­aamt He­leen Du­ra-van Oord. „Ne­der­land is be­ter af met ini­ti­a­tief­rij­ke, on­der­ne­men­de bur­gers. Niet ie­der­een hoeft een Shell op te rich­ten, want dat is maar heel wei­nig men­sen ge­ge­ven, maar dat men­sen in staat zijn ini­ti­a­tief te ne­men is heel be­lang­rijk. Ac­tie is al­tijd het fun­da­ment van suc­ces.”

Je zou zeg­gen dat Du­ra-van Oord dit met de pap­le­pel in­ge­ge­ven heeft ge­kre­gen, want ze komt uit een bij­zon­der suc­ces­vol­le on­der­ne­mers­fa­mi­lie: Van Oord is een van de groot­ste bag­ger­maat­schap­pij­en ter we­reld. „Nou, nee”, lacht ze. „Wat ze thuis ver­tel­len is na­tuur­lijk fan­tas­tisch, maar het zelf mee­ma­ken is veel be­ter. Je moet je ei­gen fou­ten ma­ken.” Ze is me­de-op­rich­ter van DQ&A Me­dia Group, een di­gi­taal mar­ke­ting­be­drijf, en part­ner in in­ves­te­rings­maat­schap­pij Peak Ca­pi­tal. „Toch had ik ge­wild dat ik een pro­gram­ma van Jong On­der­ne­men had kun­nen vol­gen op school”, zegt ze. „Dan had ik als on­der­ne­mer een stuk ste­vi­ger ge­staan. Ik deed wat ik dacht dat het bes­te was, en dat gold ook voor mijn com­pag­nons. Wij heb­ben ge­leerd door het te doen. En hoe jon­ger je dat leert, hoe ste­vi­ger je ba­sis.”

Se­tje skills

Du­ra-van Oord doelt op het ont­wik­ke­len van een ste­vig se­tje 21st cen­tu­ry

skills: zelf­ver­trou­wen, cre­a­ti­vi­teit, door­zet­tings­ver­mo­gen, sa­men­wer­ken, ri­si­co­be­reid­heid en fi­nan­ci­ë­le zelf­red­zaam­heid. Vaar­dig­he­den die het over­le­ven op de woe­li­ge ar­beids­markt een stuk aan­ge­na­mer ma­ken en waar­van lang werd ge­dacht dat je ze niet kon aan­le­ren in een school­se om­ge­ving: je hebt ze of je hebt ze niet. Uit we­ten­schap­pe­lijk on­der­zoek blijkt nu dat dat niet klopt: je kunt on­der­ne­mers­vaar­dig­he­den wel de­ge­lijk aan­wak­ke­ren. Hoe vroe­ger je daar­mee be­gint, hoe scher­per ze zich af­te­ke­nen.

Ook jong­vol­was­se­nen heb­ben daar veel baat bij. Stu­dent Gerard Han­nink (23) weet dat in­mid­dels uit ei­gen er­va­ring. Hij nam deel aan een chal­len­ge On­der­ne­men („min of meer ver­plicht door on­ze op­lei­ding”), richt­te KUMA Pro­jects op met drie me­de­stu­den­ten, los­te een bloed­ir­rant snow­boar­ders­pro­bleem op en won met dat pro­duct en dat be­drijf de ti­tel ‘bes­te stu­den­ten­be­drijf 2017’. „Le­ren doen en le­ren dur­ven, daar komt het op neer”, vat hij die er­va­ring sa­men. „On­ze op­los­sing voor sne­des in je hand­schoe­nen en jas, om­dat je een vlijm­scherp board draagt, vond ook niet met­een weer­klank. We moesten an­de­ren en­thou­si­ast ma­ken voor ons pro­duct. Vaak heb­ben we ons af­ge­vraagd: wil de markt dit? En, wil­len wíj dit? Na een stuk of vijf pro­to­ty­pes wordt het echt je kind­je, waar­van je gaat hou­den. Nu wil­len we dit ook door­zet­ten tot het in pro­duc­tie kan.”

Nu Han­nink zelf on­der­neemt, valt hem op dat som­mi­ge an­de­re stu­den­ten wat min­der pro­ac­tief zijn. „Lei­ding­ge­ven vind ik erg leuk, maar ik vind het wel ver­ve­lend om te mer­ken dat men­sen zo min mo­ge­lijk doen of den­ken ‘het komt al­le­maal wel’. Daar stoor ik me aan. Bij KUMA hoe­ven we niet tel­kens ach­ter el­kaar aan te zit­ten.”

Geen huis­werk

Joep van Dam­me was er veel vroe­ger bij dan Gerard Han­nink, al noemt hij zich­zelf pas sinds sep­tem­ber on­der­ne­mer. „Mijn be­drijf is per toe­val ont­staan, niet om­dat ik per se een on­der­ne­ming wil­de be­gin­nen. Ik deed iets wat ik leuk vind.” Dat ‘iets’ is mut­sen ha­ken, een vaar­dig­heid die hij als 6-ja­ri­ge leer­de van zijn oma. „Ik weet het, niet een echt voor de hand lig­gen­de hob­by. Maar ik ver­veel­de me en wil­de iets om­han­den heb­ben. Wat mijn oma aan het doen was, vond ik er vet uit­zien.” Toen een van zijn opa’s in de win­ter van 2012/ 2013 een fo­to uplo­ad­de op Fa­ce­book,

waar­op hij een muts droeg die zijn klein­zoon van 12 had ge­maakt, vond om­roep Zee­land dat zo leuk dat er een re­por­ta­ge kwam over de ha­ken­de scho­lier. Die kwam ook op het Jeugd­jour­naal, en toen ont­plof­te de boel. „De me­dia do­ken er vol op, ik kreeg het heel druk. En om­dat haak­werk heel per­soon­lijk is, wil ik per se al­le mut­sen zelf ma­ken. Daar­om heet het ook JOEP.”

Al snel kon Joep zijn ha­vo-2-be­staan niet meer com­bi­ne­ren met JOEP. „In over­leg met school heb ik toen be­slo­ten dat ik een jaar lang geen huis­werk ging ma­ken, maar ging ha­ken. Nee, dat vind ik he­le­maal niet raar. Op school roe­pen ze al­tijd dat je je ta­len­ten moet ont­wik­ke­len. Nou, dit is het mij­ne.” In­mid­dels zit Joep in ha­vo-5, heeft hij ook nog een bij­baan in een mo­de­win­kel, haakt hij zo’n zes­hon­derd tot dui­zend mut­sen per jaar en is hij tus­sen de 16 en 17 uur per dag in touw. „School is het eni­ge dat moet, de rest vind ik leuk. Daar­om vind ik het niet erg om tot 2, 3 uur ’s nachts door te wer­ken. Ik vind ei­gen­lijk dat ik wel in een lek­ke­re flow zit, van al­tijd be­zig zijn.”

Eer­der een baan

Hoe­wel Joep het on­der­ne­mer­schap is over­ko­men, werkt de stich­ting Jong On­der­ne­men doel­ge­richt aan on­der an­de­re het ver­meer­de­ren van het aan­tal piep­jon­ge ba­zen. Met re­sul­taat, want het aan­tal tie­ners met een be­drijf ver­dub­bel­de bij­na in vijf jaar tijd: van 1.119 in 2012 tot 2.273 in 2017. Daar­bij liet de stich­ting vo­rig jaar de im­pact van hun on­der­ne­mers­on­der­wijs on­der­zoe­ken door de Tech­ni­sche Uni­ver­si­teit Eind­ho­ven. Die re­sul­ta­ten stem­den op­ti­mis­tisch: deel­ne­mers aan één van de scho­lie­ren- of stu­den­ten­pro­gram­ma’s von­den ge­mid­deld na vier maan­den een baan, waar leef­tijd­ge­no­ten zon­der die Jong On­der­ne­men­er­va­ring daar elf maan­den over de­den. On­der de alum­ni van het on­der­ne­mers­pro­gram­ma heerste maar 6 pro­cent werk­loos­heid, waar dat in de con­tro­le­groep maar liefst 21 pro­cent was. 53 pro­cent van die wer­ken­de alum­ni werkt in een ma­na­ge­ment­func­tie.

Eén van de re­de­nen om vol in te zet­ten op het kwe­ken van jon­ge on­der­ne­mers is de moei­te die fa­mi­lie­be­drij­ven heb­ben om een op­vol­ger te vin­den. Maar 10 pro­cent slaagt er­in het be­drijf aan de vol­gen­de ge­ne­ra­tie door te ge­ven, bleek on­langs uit on­der­zoek van Ernst en Young. Kris­tel Groe­nen­boom is zo’n jon­ge di­rec­teur, die het con­tai­ner­be­drijf over­nam van haar va­der toen ze nog maar 23 jaar was. „Veel fa­mi­lies wach­ten veel te lang met het be­drijf over­dra­gen aan de jon­ge­re ge­ne­ra­tie”, be­aamt ze. „Mijn va­der heeft dat an­ders aan­ge­pakt. Al op de mid­del­ba­re school werd de ge­dach­te dat ik het be­drijf zou gaan lei­den steeds se­ri­eu­zer. Ik pas­te mijn stu­die er­op aan, ging aan de Uni­ver­si­teit van Ant­wer­pen stu­de­ren, kreeg mijn bul als han­dels­in­ge­ni­eur en be­gon daar­na met­een als di­rec­teur van Con­tai­ner Ser­vi­ce Groe­nen­boom.”

In de lui­ers

Nu is ze 31, en in­mid­dels ge­pokt en ge­ma­zeld in al­le voor­oor­de­len waar­mee jon­ge ba­zen te ma­ken krij­gen. „De ke­ren dat ik ge­hoord heb: ‘wij de­den het al zo toen jij nog in een lui­er rond­liep’ kan ik écht niet meer tel­len. Ik kan het niet meer ho­ren, eer­lijk ge­zegd.” Van sol­li­ci­tan­ten die haar geen hand ge­ven om­dat ze haar niet her­ken­nen als toe­kom­stig werk­ge­ver tot ou­de­re me­de­wer­kers die haar rond­uit sa­bo­te­ren: Groe­nen­boom maak­te het al­le­maal mee en schreef het sma­ke­lijk op in haar pas ver­sche­nen boek Mag ik me­neer Kris­tel even spre­ken? „Het bes­te ad­vies dat ik jon­ge on­der­ne­mers kan ge­ven, is: leg al die voor­oor­de­len naast je neer. Ou­de­re werk­ne­mers die je als een be­drei­ging zien, zo­als bij mij soms het ge­val was, gaan je pak­ken op je zwak­tes. Die moet je dus heel goed ken­nen om je niet on­der te la­ten sneeu­wen. Het is mijn be­drijf, ik ben daar een enor­me le­ning voor aan­ge­gaan, dus ik doe het op mijn ma­nier.” Dat laat­ste is een beet­je ver­sla­vend, geeft ze toe. „Voor een baas wer­ken, ik zou het niet meer kun­nen. Als ik het waard vind om in een idee te in­ves­te­ren en een van mijn werk­ne­mers niet, dan gaan we het dus toch doen. Dat kun­nen zeg­gen, is wel heel lek­ker.”

ILLUSTRATIE: EEFJE SAVELKOUL

Stop met kop­pen­snel­len en ver­wen je her­sen­cel­len! In Me­tro’s

Dos­siers ver­tel­len we el­ke week een se­rie ver­ha­len rond­om een be­paald the­ma. De­ze week:

on­der­ne­men. Hoe jon­ger je de baas bent over je ei­gen be­drijf, hoe be­ter dat voor je is.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.