Het pijn­lijk­ste licht­punt­je

Metro Holland (Amsterdam) - - @Metro - AN­NE GOR­DIJN Me­tro plaatst el­ke dag een le­zers­co­lumn. Upload je co­lumn van vier­hon­derd woor­den en een fo­to op on­ze web­si­te me­tro­co­lumn.nl. Je ver­dient vijf­tig eu­ro als we jouw co­lumn in de krant plaat­sen.

Kau­wend op mijn bo­ter­ham met pin­da­kaas kijk ik naar be­ne­den. Een stuk­je brood heeft zich los­ge­maakt van mijn maal­tijd en ligt nu op de ta­fel voor mij. Ik pak de krui­mel tus­sen mijn duim en wijs­vin­ger. Zo klein on­ge­veer. Zo klein is het stuk­je kan­ker op het strot­ten­klep­je van mijn va­der. Zo klein, maar toch zo groot.

Mijn va­der: het boeg­beeld van ge­zond­heid - voor zo­ver dat be­staat – is op­eens niet zo ge­zond meer. Dit ver­schrik­ke­lij­ke ge­voel wens ik nie­mand toe, maar toch ben ik er­ach­ter ge­ko­men dat de­ze ziek­te soms het pijn­lijk­ste licht­punt­je van mijn dag kon zijn.

Bij­voor­beeld die keer dat mijn va­der geen hap door zijn keel kon krij­gen. Hij was net zo mis­se­lijk als die ene keer dat ik als acht­ja­ri­ge te­rug­kwam van de ker­mis en net iets te vaak in de oc­to­pus was ge­weest. Al­leen bij hem kwam het door de che­mo­the­ra­pie. Het brak mijn hart om hem zo te zien lig­gen op de bank. Tot mijn moe­der thuis­kwam met een ca­ke voor de vi­si­te. Toen kreeg hij op­eens weer trek. Maar kwa­men de slap­pe, door­ge­kook­te sper­zie­bo­nen op ta­fel? Dan ver­dween zijn trek spon­taan.

Of die ene keer dat mijn moe­der be­sloot haar le­ven vol­le­dig om te gooi­en. Ze ging stop­pen met wer­ken en een hond ko­pen. En dan de hele dag op het strand wan­de­len. Hele da­gen. Met mijn va­der na­tuur­lijk. Dan zou­den ze het huis ver­ko­pen en maan­den in Ita­lië door­bren­gen. Geld had­den ze niet no­dig.

Maar het groot­ste licht­punt­je was toch mijn klei­ne nicht­je van drie. Die eeu­wi­ge na­ï­vi­teit, al­tijd hoop­vol, zich van geen kwaad be­wust. „Ik heb mijn glit­ter­schoe­nen aan­ge­trok­ken, zo word je snel­ler be­ter.” En dan was al­les goed. Er hoef­de niets meer ge­zegd te wor­den.

Kan­ker is een hele na­re ziek­te. En el­ke keer dat we dach­ten ge­won­nen te hebben, stak hij zijn mid­del­vin­ger naar ons op en liet ons we­ten dat het nog niet klaar was. Maar de ziek­te is weg voor nu, ons ge­zin is ster­ker en po­si­tie­ver dan ooit. Mis­schien niet voor al­tijd, maar wel voor nu. En tot die tijd steek ik mijn mid­del­vin­ger op naar die kan­ker­ziek­te.

‘Mijn va­der: het boeg­beeld van ge­zond­heid - voor zo­ver dat be­staat – is op­eens niet zo ge­zond meer.’

An­ne Gor­dijn

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.