SOMS IS HET ER. SOMS NIET.

Metro Holland (Holland) - - Nieuws -

Ik huil­de eens in een su­per­markt. Ik stond bij de groen­te­af­de­ling. Het kwam niet door de treu­ri­ge, ver­geel­de spruit­jes in de aan­bie­ding, waar­van je wist dat ze nie­mand echt nog zou­den sma­ken. Ik huil­de om­dat het le­ven me te­gen­zat. Ik had een on­ge­luk­ki­ge re­la­tie, kwam ner­gens aan de bak en had le­lij­ke schoe­nen aan. De men­sen die me za­gen, sloe­gen een an­der pad in. Nie­mand heeft zin om de hui­len­de vrouw bij de spruit­jes te troos­ten. Mis­schien za­gen ze een la­bie­le vrouw, een aan­dachts­ziek ty­pe waar je niet meer van­af komt in le­lij­ke schoe­nen. Mis­schien had­den ze ge­woon haast. Na een paar keer diep in- en uit­a­de­men, dep­te ik mijn tra­nen en liep met een vers, zil­ve­ren snot­spoor af­ge­veegd aan mijn mouw, naar het brood­be­leg. Ik voel­de me be­ter. Soms is hui­len zelf al ge­noeg troost.

Een goe­de vrien­din zit mo­men­teel in een­zelf­de si­tu­a­tie. Soms is ze haar stra­len­de, hu­mor­vol­le zelf. Soms is ze de knies­oor die elk on­recht dat haar is aan­ge­daan blijft her­ha­len. Ze ver­kleint een we­reld vol mo­ge­lijk­he­den tot de wa­ter­pomp op een dorps­plein waar ze met haar vrien­den elk kar­ren­spoor ana­ly­seert dat door het dorp is ge­trok­ken. Hoe­wel ze al­tijd uit­ste­kend schoei­sel draagt, is het me soms te­veel. Er zit een li­miet op de em­pa­thie die je kunt op­bren­gen voor an­der­mans leed.

Ook we­reld­leed kan moe­de­loos ma­ken. Ik schreef dit jaar on­der an­de­re over kind­bruid­jes, zwa­nen­drif­ters en ra­cis­me op de ra­dio. De co­lumns schrij­ven lucht­te me op, als­of ik er iets aan deed. In fei­te had het vrij wei­nig im­pact. Mijn me­ning heeft wei­nig ver­an­derd. Ik heb slechts mijn zeg­je ge­daan bij de wa­ter­pomp op het dorps­plein. Mis­schien was je het met me eens. Mis­schien niet. Mis­schien stuur­de je me een ha­te­lij­ke op­mer­king of een naakt­fo­to te­rug. Ook dat had vrij wei­nig im­pact. Ik bleef schrij­ven zo­als ik deed.

Soms lucht het op om on­ge­nu­an­ceerd te zijn. Je roept: ‘Bom­men er­op!’ of ’Hek­ken er­om­heen!’ Je hoopt dat een sim­pe­le op­los­sing de com­plexe stroom van el­len­de stopt. Dat doet het zel­den. Het zorgt al­leen voor meer ru­moer. Af­lei­ding is ook een soort troost. De vrien­din met ver­driet wil ik af en toe door el­kaar schud­den. Ik wil in haar oor tet­te­ren: ‘Kap­pen nou!’ Dat doe ik niet. Ik zeg eer­der: ‘Wil je nog wat drin­ken?’ Ik weet dat ver­driet duurt zo­lang het duurt. Net zo­als ge­luk. Je kunt het niet na- of weg­ja­gen. Soms is het er. Soms niet. Die ge­dach­te is even troos­tend als frus­te­rend.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.