He­le­maal hap­py op plat­te­land

Mil­len­ni­als op het plat­te­land wil­len wel in hun dorp blij­ven wo­nen, maar ge­brek aan werk en wo­nin­gen drij­ven hen rich­ting de stad.

Metro Holland (Holland) - - News - MARGOT SMOLENAARS nieuws­re­dac­tie@me­tro­nieuws.nl

Werk en een wo­ning, dat zijn de he­te hang­ij­zers voor de plat­te­lands­mil­len­ni­al. Jon­ge­ren trek­ken dan wel mas­saal rich­ting stad, maar ve­len wil­len met hun di­plo­ma op zak het liefst weer te­rug naar het dorp. „Al­les is hier. De stad is leuk hoor, maar ik heb toch veel meer met de char­mes van het dorp.”

Toch is het plat­te­land zélf niet zo van­zelf­spre­kend meer, want de uit­tocht naar de stad is al ja­ren gaan­de en lijkt on­om­keer­baar. En de nood­klok klinkt harder bij ie­de­re pei­ling die naar bui­ten komt. Die van het Cen­traal Bu­reau voor de Sta­tis­tiek en het Plan­bu­reau voor de Leef­om­ge­ving uit sep­tem­ber 2016 is de meest re­cen­te. Daar­in staat te le­zen dat, hoe­wel de Ne­der­land­se be­vol­king tot 2030 groeit met 950.000 in­wo­ners, het over­gro­te deel daar­van in de Rand­ste­den te­recht­komt. Eén op de vijf ge­meen­ten telt over een jaar of vijf­tien juist mín­der in­wo­ners, voor­al in de bui­ten­ge­bie­den.

In de dor­pen neemt de ver­grij­zing zo lang­za­mer­hand zorg­wek­ken­de pro­por­ties aan. Waar straks in de ste­den 15 pro­cent van de be­vol­king bo­ven de 65 jaar is, is dat in de bui­ten­ge­bie­den maar liefst 26 pro­cent. Met na­me Zeeuws-Vlaan­de­ren, Dren­the, de Ach­ter­hoek en de­len van Gro­nin­gen en Lim­burg lo­pen leeg.

De jon­ge­ren ver­trek­ken, kort ge­zegd. Maar waar­om? „Om­dat het dra­ma­tisch is ge­steld met de voor­zie­nin­gen en werk­ge­le­gen­heid op het plat­te­land”, ant­woordt Su­zan­ne Borg­harts, be­stuurs­on­der­steu­ner van Plat­te­lands­jon­ge­ren.nl, een ver­e­ni­ging die zich on­der an­de­re be­zig­houdt met die leeg­loop rich­ting stad.

Zo is er het pro­ject Per­fect Job, dat via work­shops en coa­ching pro­beert jon­ge­ren in hun ei­gen om­ge­ving aan het werk te hel­pen. Wat het pro­ject voor­al doet, is zor­gen dat veel plat­te­lands­jon­ge­ren hun be­schei­den­heid la­ten va­ren. „Ge­ne­ra­li­se­ren wil ik niet”, be­na­drukt pro­ject­lei­der Es­ther van Ameij­de, „en toch kun je wel zeg­gen dat jon­ge­ren op het plat­te­land niet zo ge­wend zijn om hun ei­gen kwa­li­tei­ten te be­na­druk­ken. Daar­om ope­re­ren wij in klei­ne groe­pen, dat werkt heel pret­tig.” Die aan­pak werpt zijn vruch­ten af: „We zien nu dat veel jon­ge­ren snel­ler dat eer­ste con­tract bin­nen­ha­len. Al komt dat ook om­dat de eco­no­mie aan­trekt.”

Heb­ben jon­ge­ren een­maal werk, dan volgt uit­da­ging twee: een ei­gen wo­ning vin­den. Be­stuurs­on­der­steu­ner Borg­harts be­aamt dat star­ters­wo­nin­gen op het plat­te­land heel moei­lijk te vin­den zijn: „Werk en wo­nin­gen, dat zijn de twee din­gen waar­door jon­ge­ren het plat­te­land ach­ter zich la­ten. Ter­wijl ve­len van hen in on­ze er­va­ring het liefst zou­den blij­ven.”

Dat her­kent Ivo Naus, 27 jaar. „Ik woon op me­zelf ja, ein­de­lijk. Een huur­wo­ning vin­den, was echt een cri­me. Ik heb nog best lang bij mijn ou­ders ge­bi­vak­keerd.” Na zijn stu­die com­mu­ni­ca­tie in Tilburg stond voor Naus één ding vast: hij wil­de te­rug naar het dorp waar hij op­groei­de, het Noord-Lim­burg­se Meij­el. „Al­les is hier. Mijn ou­ders wo­nen in Meij­el, mijn vrien­den en mijn vrien­din, ik sport hier. Tilburg was leuk hoor, maar ik heb toch veel meer met de char­mes van het dorp.”

Dat dorp was ech­ter aar­dig aan het ver­dor­ren. Win­ke­liers had­den geen aan­loop en slo­ten de deu­ren. De leeg­te die ze ach­ter­lie­ten, werd niet op­ge­vuld, met als ge­volg veel leeg­stand in de ooit zo le­ven­di­ge Dorps­straat, waar­door nóg min­der men­sen Meij­el za­gen zit­ten voor een tus­sen­stop. Meij­el zat, kort­om, in de­zelf­de vi­ci­eu­ze cir­kel als zo­veel an­de­re dor­pen.

De Meij­elna­ren, on­der wie ook Ivo Naus, za­gen het ge­beu­ren en dach­ten: dit kan niet lan­ger zo. Jon­ge on­der­ne­mers, de vrij­wil­li­gers van het Dorps­over­leg en be­stuur­ders sloe­gen de han­den in­een en be­dach­ten een ini­ti­a­tief om hun be­le­ving van Meij­el – Peel­ge­luk – te de­len met de rest van Ne­der­land. Hun plan viel sa­men met een toch al ge­plan­de op­knap­beurt voor de dorps­kern. Over­koe­pe­lend doel: het moet weer le­ven­dig wor­den in Meij­el.

Ze gin­gen crowd­fun­den en kre­gen zo vol­doen­de geld bij­een om een si­te en ma­ga­zi­nes te ma­ken, die de ster­ke pun­ten van het dorp on­der de aan­dacht bren­gen. In de kerk ver­rees een in­fop­unt, be­mand door vrij­wil­li­gers, waar ge­ïn­te­res­seer­den fiets- en wan­del­rou­tes kun­nen krij­gen, een agenda met al­le ac­ti­vi­tei­ten en in­for­ma­tie over al­le koop­wo­nin­gen. „En als ze er dan toch zijn, wij­zen wij ze na­tuur­lijk op on­ze ca­fés en res­tau­rants, win­kels én re­cre­a­tie­aan­bod”, zegt Naus. Want meer be­drij­vig­heid be­te­kent meer han­del. Houd de on­der­ne­mers be­zig, en zij hou­den de ge­meen­te overeind, is de ge­dach­te.

Het ini­ti­a­tief Peel­ge­luk draait om be­le­ving, be­na­drukt Naus. „Wij wil­len dat meer men­sen Meij­el zien zo­als wij het zien: als een dorp waar veel te ha­len en be­le­ven valt.” Om dat te be­rei­ken, is rucht­baar­heid no­dig: als er maar over Meij­el ge­praat wordt. „Zo be­dach­ten we bij een nieuws­be­richt over on­vei­li­ge seks door jon­ge­ren in on­ze ge­meen­te, Peel en Maas, een con­doom­ac­tie. We deel­den con­dooms uit waar­op we ‘Vur ouw: Sex a Peel’ had­den la­ten druk­ken. Is toch op­ge­pikt door lan­de­lij­ke me­dia.”

De ham­vraag is: werkt dat? „Ja, ze­ker”, zegt Naus stel­lig. „Mijn be­drijf in eve­ne­men­ten­or­ga­ni­sa­tie zit op het Raad­huis­plein, mid­den­in het

‘Wij wil­len dat meer men­sen Meij­el zien zo­als wij het zien: als een dorp waar veel te ha­len en be­le­ven valt.’ Ivo Naus

dorp. Als ik zie hoe druk het soms op het plein is op een woens­dag­mid­dag of don­der­dag­avond, denk ik: zie je wel! En er is ook écht meer te doen.”

Hoe het le­ven op het plat­te­land er écht uit­ziet, is pre­cies het on­der­werp waar Geert­jan Las­sche ruim een jaar lang van zijn le­ven aan heeft be­steed. In Brom­mers kiek’n laat de do­cu­men­tai­re­ma­ker vier sei­zoe­nen uit het le­ven van twee vrien­den­groe­pen in het oos­ten van het land zien. De ene groep be­staat uit tie­ners, de an­de­re uit twin­ti­gers. We zien ze sleu­te­len, cros­sen, zui­pen, boeren, bar­be­cue­ën, op de fiets of op de trek­ker naar een festival gaan. Hun ge­sprek­ken, de mees­te althans, gaan over prak­ti­sche din­gen, zo­als bier of eten. „Ja, dat duurt ge­woon lang op de bar­be­cue. Je moet ge­duld heb­ben.” En: „Doe mij ook maar zo’n pi­ta-ding.”

De do­cu­men­tai­re ein­digt bij de jaar­wis­se­ling zo­als-ie be­gon: met shots van de­zelf­de twin­ti­gers die op de­zelf­de fiets naar het­zelf­de wei­land gaan om daar net zo­veel bier te drin­ken en net zo­veel melk­bus­sen de lucht in te knal­len als het jaar daar­voor. De tie­ners ver­plaat­sen zich in een ca­ra­van, ge­trok­ken door een trac­tor, van boer­de­rij naar boer­de­rij om aan al­le ou­ders de bes­te wen­sen voor het nieu­we jaar over te bren­gen. Tho­mas, door een van zijn vrien­den con­se­quent ’vie­ze drek­hoer’ ge­noemd, is te dron­ken om mee te doen en blijft op een ma­tras­je lig­gen. „Ik haal wel een de­ken­tje voor hem”, zegt een van zijn vrien­den.

Op Twit­ter kwam tij­dens de uit­zen­ding van Brom­mers kiek’n op 17 april een la­wi­ne aan bij­val los, want ie­der­een die níet in een stad is op­ge­groeid (en dat zijn nog steeds héél veel Ne­der­lan­ders) her­kent de mo­res van de hech­te vrien­den­groep en die van het dorps­le­ven. Dat is pas ka­me­raad­schap, luid­de het gros van de reacties. Ook de ver­ba­zing over de tech­ni­sche aan­leg van de jon­gens, in­stem­ming met hun vi­sie op geluk („Waar­om zou ik weg­gaan als ik hier ge­luk­kig ben?”) en nos­tal­gi­sche ge­voe­lens over de ei­gen jeugd kwa­men en mas­se bo­ven­drij­ven.

In­mid­dels is de do­cu­men­tai­re door meer dan een mil­joen men­sen be­ke­ken. Dat is een enorm kijk­cij­fer voor een puur ob­ser­ve­ren­de do­cu­men­tai­re van an­der­half uur over za­ken die niet in de Rand­stad spe­len. „Nor­maal ge­spro­ken neemt men voor lief dat de pro­ble­ma­tiek in de Rand­stad en de on­der­wer­pen die daar spe­len, au­to­ma­tisch op het me­nu van de rest van het land staan”, ver­klaart Geert­jan Las­sche die aan­tal­len. „De­ze do­cu­men­tai­re liet een heel an­der Ne­der­land zien, van een heel an­de­re kleur en an­de­re dy­na­miek.”

Dat vond weer­klank bij de men­sen die zich thuis­voe­len in dat an­de­re Ne­der­land. Las­sche liet im­mers zon­der op­smuk en zon­der oor­deel zien waar het plat­te­land voor staat: wij, niet ik. „De groep is het groot­ste goed in het dorp, niet het in­di­vi­du”, zegt de do­cu­men­tai­re­ma­ker. „Dat maakt het le­ven in zo’n groep heel ge­bor­gen. Daar­bij ge­dijt het dorps­le­ven bij her­ha­ling: het zo­mer­feest van 2014 ver­schilt niet we­zen­lijk van dat in 2017. De ge­bor­gen­heid die daar­van uit­gaat, is hart­ver­war­mend en heel van­zelf­spre­kend. Ook al is de an­de­re kant van het ver­haal dat je tot el­kaar ver­oor­deeld bent.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.