LEK­KER ETEN ZON­DER GE­LUL

Dé plek om te la­ten zien wat je als hob­by­kok in huis hebt moet wel Mas­terChef Ne­der­land zijn, het tv-pro­gram­ma waar­in ge­zocht wordt naar de bes­te ama­teur­chef van ons land. Van­af van­avond zie je ie­de­re maan­dag en woens­dag op Net5 hoe twin­tig kan­di­da­ten str

Metro Holland (Holland) - - News - SAN­NE VAN RIJ

Mas­terChef is of­fi­ci­eel het meest suc­ces­vol­le kook­pro­gram­ma ter we­reld: het wordt in 52 lan­den uit­ge­zon­den en staat daar­mee zelfs in het Guin­ness Book of World Re­cords. Bést een eer om aan mee te mo­gen wer­ken dus, be­aamt ook ju­ry­lid Freek van Noort­wijk, die sa­men met Ste­fan van Sprang en Jo­na­than Zand­ber­gen de scep­ter zwaait in het pro­gram­ma.

Van Noort­wijk (29) heeft in­mid­dels vier res­tau­rants in Am­ster­dam op zijn naam staan: Guts & Glo­ry, Bre­da, Píta en Ma­ris Pi­per. Hij noemt zich­zelf “iets min­der ge­schoold” dan de an­de­re twee ju­ry­le­den, maar la­ten we wel we­zen: het suc­ces­vol la­ten draai­en van vier res­tau­rants le­vert ui­ter­aard net zo­veel ex­per­ti­se op. Hij houdt naar ei­gen zeg­gen dan ook een hoop bal­le­tjes in de lucht: een aan­tal res­tau­rants én de op­na­mes van een pro­gram­ma com­bi­ne­ren is aar­dig in­ten­sief.

Het is niet de eer­ste keer dat de chef op te­le­vi­sie ver­schijnt - maar Mas­terChef be­schouwt hij wel als he­le an­de­re koek: „Mas­terChef heeft in­ter­na­ti­o­naal een fan­tas­ti­sche re­pu­ta­tie: als je ziet wat voor men­sen daar­aan mee heb­ben ge­werkt, ben ik des te blij­er dat ik hier­voor ge­vraagd ben! Denk bij­voor­beeld aan Gor­don Ram­sey, hij is na­tuur­lijk niet de min­ste. Het leu­ke aan ju­re­ren is dat je er niet uit kunt vlie­gen: wan­neer je aan de an­de­re kant staat, heb je toch ge­kne­pen bil­le­tjes. Daar­naast kan je je ex­per­ti­se la­ten gel­den, dat is al­tijd top.”

Waar Van Noort­wijk op let wan­neer hij ju­reert? Nou, voor­al op smaak, ver­der ook wel naar op­maak en tech­niek. „Ik wil sim­pel­weg iets heel lek­kers eten zon­der te­veel ge­lul. Het bord­je dat ik voor m’n neus krijg, moet daar­naast bij de deel­ne­mers pas­sen en een be­paald idee uit­dra­gen. Af en toe wist ik écht niet welk bord­je ik tot het bes­te moest be­kro­nen, shit was dat. Toch was het kie­zen niet al­tijd even moei­lijk: je hebt van­af het be­gin na­tuur­lijk een aan­tal fa­vo­rie­ten die er lang in­blij­ven, daar­na wordt het wel las­ti­ger. Er zijn twee kan­di­da­ten uit­ge­gaan waar­van ik dacht: hè, die maak­ten naar mijn idee een dik­ke kans om te win­nen!”

Me­de door de ope­ning van zijn vier­de res­tau­rant, er­voer het ju­ry­lid de op­na­mes als be­hoor­lijk in­ten­sief. „Je bent toch drie da­gen per week aan het draai­en en de an­de­re mo­men­ten spen­deer je in je nieu­we zaak. Het gaat niet al­leen om veel uren ma­ken: je moet ook op veel ver­schil­len­de plek­ken zijn en met al­ler­lei men­sen in con­tact staan. Ik wil na­tuur­lijk he­le­maal niet kla­gen, want ik kies er zelf voor 100 pro­cent voor. Toch ga ik me­zelf af en toe wel­eens voorbij. Ik wil voor­al mijn co­re bu­si­ness niet uit het oog ver­lie­zen, want het ge­voel dat ik krijg wan­neer ik door mijn nieu­we res­tau­rant loop is nog bij­zon­der­der dan op tv ko­men. Sa­men knal­len met een team van der­tig man is een heer­lijk ge­voel! Ik ben daar­door con­ti­nu op zoek naar ba­lans, wat over het al­ge­meen wel lukt door mijn com­pag­nons én bes­te vrien­den Guil­lau­me de Beer en Jo­han­ne­ke van Iwaar­den. Zon­der hen ben ik niets.”

Of hij nog toe­komt aan zijn pri­véle­ven? „Een stuk min­der dan eerst. Ik doe ui­ter­aard wel zeer re­gel­ma­tig fan­tas­ti­sche din­gen met mijn vrien­din (Kat­ja Schuur­man, red.) en we ma­ken mooie rei­zen. Daar­naast ben ik al­weer be­zig met een nieuw pro­ject: in ons res­tau­rant Guts & Glo­ry heb­ben we elke drie maan­den een nieuw me­nu, dat we ba­se­ren op een be­zoek aan een be­paald land. Die rei­zen wil­len vast gaan leg­gen in een boek en ook op be­we­gend beeld, voor tv of on­li­ne.”

Voor de kan­di­da­ten is het ui­ter­aard net zo’n in­ten­sie­ve pe­ri­o­de ge­weest: dat kan deel­ne­mer Ma­ret­ti de RooPrin­cen (31) als geen an­der be­a­men.

Mas­terChef is al­tijd al haar lie­ve­lings­pro­gram­ma ge­weest, me­de om­dat ze houdt van ‘al­les wat met eten te ma­ken heeft’. „Het is een fan­tas­tisch pro­gram­ma! Ik zat in een rol­ler­coas­ter die ik niet had wil­len mis­sen. Om­dat ik óók als juf voor de klas sta, was het een erg druk­ke pe­ri­o­de. Ik wil­de voor bei­de 100 pro­cent gaan. Tus­sen de op­na­mes door ben je na­tuur­lijk ge­woon thuis, maar de avond vóór een draai­dag slaap je in een ho­tel.”

Wat het pro­gram­ma Ma­ret­ti heeft op­ge­le­verd? „Ik heb het voor­al er­va­ren als de be­ves­ti­ging dat ik iets met eten wil doen. Dat wist ik op zich al­tijd wel, maar nu wil ik het dan ook echt in com­bi­na­tie met les­ge­ven gaan uit­voe­ren. Hoe ik die twee pas­sies kan com­bi­ne­ren weet ik nog niet he­le­maal, maar m’n lief­de voor eten is in ie­der ge­val nog le­ven­di­ger ge­wor­den.” Een beet­je span­nend vindt Ma­ret­ti de eer­ste uit­zen­ding wel: „Ik vind het heel raar om me­zelf op tv te gaan zien!

Mas­terchef deed ik echt voor de er­va­ring, om het mee te ma­ken. Het stuk­je tv was ei­gen­lijk een bij­zaak. Dat maakt me ex­tra nieuws­gie­rig.”

‘Ik zat in een rol­ler­coas­ter die ik niet had wil­len mis­sen.’

Ma­ret­ti de Roo-Prin­cen

WESSEL DE GROOT

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.