Naar (t)huis

Metro Holland (Holland) - - @metro -

Van­daag gaan we naar huis, de va­kan­tie is over. Dit zei ik zon­der na te den­ken te­gen onze pleeg­doch­ter. Er ver­scheen een glim­lach op haar ge­zicht.

Ze was nu ruim twee we­ken bij ons en we wa­ren al op va­kan­tie. Het was voor haar komst al ge­pland, dus heb­ben we haar mee­ge­no­men. Wij heb­ben een huis­je, iets bui­ten de stad, in het mooie Fries­land. Daar is voor ons ook thuis.

Thuis, vreemd woord ei­gen­lijk, ik zoek het op in het woor­den­boek: ‘Thuis, een plek waar ie­mand woont en zich vei­lig voelt’. Ik frons mijn wenk­brau­wen bij het le­zen van vei­lig. Zo­veel kin­de­ren le­ven in angst, wor­den mis­han­deld en voe­len zich thuis juist niet vei­lig. Voor de­ze kin­de­ren is thuis waar je van­daan komt, thuis is waar je ‘ech­te’ ou­ders zijn. Thuis is wat je mist als je er niet mag zijn, waar je over droomt, waar je heim­wee naar hebt.

In de au­to van­uit Fries­land, on­der­weg naar huis, valt ze al snel in slaap. Haar ge­snurk over­stemt de ra­dio. Als ik in mijn spie­gel kijk zie ik haar zit­ten, vre­dig, in die­pe slaap. Onze pleeg­zoon die naast haar zit, houdt haar hand­je vast, lief­de­vol, als een gro­te broer. Er ver­schijnt een glim­lach op mijn ge­zicht. Ik kijk mijn man aan die naast me zit. We zijn ge­luk­kig.

Als we Am­ster­dam in rij­den, vraag ik aan onze pleeg­zoon of hij zijn zus­je wakker wil ma­ken. Hij wrijft over haar wang en ze ont­waakt, lang­zaam wen­nen haar ogen aan het licht en ze kijkt sla­pe­rig om zich heen. We rij­den onze straat in en ik par­keer de au­to voor de deur.

In ons por­tiek kijkt ze ver­drie­tig. Dit is niet thuis, zegt ze. Haar te­leur­stel­ling is groot.

Na lang twij­fe­len gaat ze toch haar ka­mer be­kij­ken. Zie je lie­verd, dit is jouw ka­mer, met jouw bed, jouw spul­le­tjes. Ze be­gint te hui­len. Dik­ke tra­nen rol­len over haar wan­gen. „Dit is niet thuis”, brult ze, „thuis is bij ma­ma.” Ze is on­troost­baar. We gaan op haar bed zit­ten en al snel komt ze bij me op schoot. „Ik mis mam­ma, ik wil naar huis”, sta­melt ze. Haar in­ten­se ver­driet gaat recht mijn hart in, ik huil met haar mee.

Een paar da­gen la­ter gaat ze sa­men met mijn man bood­schap­pen doen. Na een tijd­je hoor ik ze weer bin­nen­ko­men. De stil­te wordt door­bro­ken, ik hoor een kin­der­stem­me­tje: „Pa­pa, ik ben thuis.”

‘Dit is niet thuis, zegt ze. Haar te­leur­stel­ling is groot.’

Jo­ram Frank-Toc­chi

JO­RAM FRANK-TOC­CHI

Me­tro plaatst el­ke dag een le­zers­co­lumn. Upload je co­lumn van vier­hon­derd woor­den en een fo­to op onze web­si­te me­tro­co­lumn.nl. Je ver­dient vijf­tig eu­ro als we jouw co­lumn in de krant plaat­sen.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.