Art is blij als hij naar huis mag

Am­bas­sa­deur Art Rooi­j­ak­kers doet vol­gen­de maand voor de der­de keer mee aan de Nacht van de Vluch­te­ling.

Metro Holland (Rotterdam) - - Voorzijde Pagina -

Art Rooi­j­ak­kers zet zich sinds ja­ren in voor Stich­ting Vluch­te­ling, or­ga­ni­sa­tor van de Nacht van de Vluch­te­ling. De ko­men­de edi­tie, van 17 op 18 ju­ni, heeft naast Rot­ter­dam en Nij­me­gen een der­de start­plaats: Am­ster­dam. In de hoofd­stad wor­den van­af de Wes­ter­gas­fa­briek de nach­te­lij­ke veer­tig ki­lo­me­ter, maar in de avond ook twee kor­te­re af­stan­den ge­lo­pen (tien en twin­tig ki­lo­me­ter). Pre­sen­ta­tor Rooi­j­ak­kers (on­der meer Wie Is De Mol?) is er­bij. Waar­om heb je je een paar jaar ge­le­den aan de stich­ting ver­bon­den? Ik las toen een ver­haal dat er meer vluch­te­lin­gen dan ooit zijn, ook nu nog zo’n 65 mil­joen. Ik vond dat een hart­ver­scheu­rend aan­tal. Ik ben in de be­voor­rech­te po­si­tie dat ik veel op reis mag voor mijn werk, maar ik ben ook al­tijd blij als ik weer naar huis mag en dat er dan een huis ís, dat er vrien­den en fa­mi­lie zijn en nu ook twee doch­ters (Rooi­j­ak­kers werd on­langs va­der van een twee­ling, red.). Als je dat al­le­maal moet ach­ter­la- ten, be­te­kent het dat je wan­ho­pig bent. Daar­voor wil­de ik me in­zet­ten. Dat kwam ook door een ont­moe­ting met Ti­ne­ke Cee­len, di­rec­teur van Stich­ting Vluch­te­ling. Veel men­sen zijn ach­ter­doch­tig als het om goe­de doe­len gaat, vra­gen zich af of hun geld wel goed te­recht komt. Dat snap ik, want ik had het zelf ook. Ti­ne­ke was open­har­tig en ik mocht al­le boe­ken in­zien. Ze ver­tel­de ook wat Stich­ting Vluch­te­ling ni­ét kan en wat niet op­ge­lost kan wor­den. Ik ver­trouw­de haar en dacht: ik wil jul­lie hel­pen. En nu ben je sa­men met Wal­de­mar To­renstra al weer even ‘het ge­zicht’. Ja, heel graag. Hulp aan ge­bie­den met cri­sis­si­tu­a­ties, hoe je ook denkt over vluch­te­lin­gen­stro­men in Eu­ro­pa, daar kun je niet op te­gen zijn. We hel­pen men­sen die bij­voor­beeld een aard­be­ving heb­ben mee­ge­maakt of een hon­gers­nood mee­ma­ken, in hun ei­gen re­gio. Er wordt niet ge­pro­beerd de ar­moe­de even uit de we­reld te hel­pen. De hulp van de Stich­ting Vluch­te­ling is heel con­creet. Waar wordt van 17 op 18 ju­ni voor ge­lo­pen? Voor vluch­te­lin­gen we­reld­wijd. De fo­cus ligt in de­ze tijd op Sy­rië en Eu­ro­pa. Lo­gisch, dat raakt ons di­rect. Maar de ruim zes­tig mil­joen vluch­te­lin­gen zit­ten op heel veel plaat­sen, som­mi­ge groe­pen zijn zelfs ver­ge­ten. Dat laat­ste is ex­tra tra­gisch. Wist je dat er men­sen zijn die al twin­tig jaar in een vluch­te­lin­gen­kamp zit­ten? Twin­tig! Voor het lot van al die men­sen lo­pen we. Jij hebt kam­pen in Sy­rië, Irak en Tan­za­nia be­zocht. Wel­ke ver­ha­len blij­ven je al­tijd bij? Twee jaar ge­le­den was ik in Noord-Irak, waar 50.000 Ye­zi­dis door IS-strij­ders de berg Sin­jar op­ge­jaagd wa­ren. He­le fa­mi­lies kon­den ver­hon­ge­ren. Door tus­sen­komst van in­ter­na­ti­o­na­le or­ga­ni­sa­ties zijn veel men­sen ge­red. Ve­len haal­den het ook niet of wa­ren to­taal ge­trau­ma­ti­seerd. Ook voor die laat­ste groep is Stich­ting Vluch­te­ling er, om op­vang te bie­den. Jij liep al de 40 ki­lo­me­ter in Nij­me­gen en Rot­ter­dam en straks die van Am­ster­dam. Als er­va­rings­des­kun­di­ge: hoe krijg je door ‘de Nacht’ het ge­voel dat je iets voor vluch­te­lin­gen be­te­kent? Het is in de nacht, als ook veel vluch­te­lin­gen lo­pen en is dus sym­bo­lisch. Het vergt iets van je in­le­vings­ver­mo­gen. Maar ik vind het bij­zon­der en hart­ver- war­mend dat men­sen be­reid zijn hun nacht­rust op te ge­ven uit so­li­da­ri­teit met vluch­te­lin­gen. Je be­hoort bij­na on­ge­zien tot een groep van dui­zen­den die met z’n al­len be­slo­ten heb­ben: de­ze nacht zet­ten we ons in voor men­sen die het veel slech­ter heb­ben dan wij. Door geld op te ha­len ho­pen we hun lot te kun­nen ver­lich­ten. Hoe zou jij men­sen over­ha­len mee te doen of te spon­so­ren? Dan zeg ik, en dat zeg ik nu na­tuur­lijk als kers­ver­se va­der: stel je voor dat je met je ge­zin met jon­ge kin­de­ren op de vlucht moet slaan en je huis moet ach­ter­la­ten om­dat je er geen vei­li­ge toe­komst ziet. Stel je dat voor in een tijd waar­in we men­sen de ruim­te in­stu­ren en zo­veel kun­nen. Dan zou­den we toch ook voor het lot van vluch­te­lin­gen moe­ten kun­nen zor­gen. Het vluch­te­lin­gen­pro­bleem wordt heus niet even op­ge­lost, maar we zou­den toch in ie­der ge­val in staat moe­ten kun­nen zijn om men­sen die het over­komt te hel­pen. Stel je voor dat wij van­uit Ne­der­land op pad moe­ten, dan hoop je ook dat er men­sen zijn die iets voor je wil­len be­te­ke­nen.

‘Wist je dat er men­sen zijn die al twin­tig jaar in een vluch­te­lin­gen­kamp zit­ten? Twin­tig! Voor het lot van al die men­sen lo­pen we.’ Art Rooi­j­ak­kers

/ STICH­TING VLUCH­TE­LING

Art Rooi­j­ak­kers be­zocht vo­rig jaar een kamp met 135.000 vluch­te­lin­gen in Tan­za­nia.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.