HOE HIJ WEGLIEP

Metro Holland (Rotterdam) - - In Het Nieuws - ELFIE TROMP COLUMNIST

„Je houdt geen re­ke­ning met mijn ge­voe­lens”, zei hij.

Het was nu bij­na een half jaar ge­le­den dat hij me had ver­la­ten. De zon scheen. Hij trak­teer­de me op een ijs­je. Een bol­le­tje bit­ter­koek­jessmaak. Ik voel­de me vreemd jong en kwets­baar. Als het doch­ter­tje dat haar va­der maan­den na de schei­ding weer eens zag. Ik wist dat het geen zin had hem nog din­gen te ver­wij­ten of hem te vra­gen wan­neer hij te­rug­kwam. We had­den on­ze her­in­ne­rin­gen. En we had­den dit mo­ment. Daar moest ik het mee doen.

Hij was kwaad om­dat ik over hem schreef. Om­dat ik din­gen over hem zei die wraak­zuch­tig wa­ren. Ik weet dat er een vi­lein kren­ge­tje in mij zit. Nor­ma­li­ter houd ik haar in toom. Laat haar pas rond­stam­pen als al­les toch al is ver­pest. Ik maak­te fut­loos mijn ex­cu­ses. Maar waar­om ei­gen­lijk? Hij mocht boos zijn. Net zo goed als ik vrij was in mijn on­der­werps­keu­ze. Er was niets te sus­sen. Er was niets te red­den.

Nie­mand heeft om een schrij­ver ge­vraagd in zijn le­ven. Ja, ze ko­men goed van pas bij be­gra­fe­nis- en brui- lof­ts­spee­ches, maar bij het ein­de van een re­la­tie of een ru­zie kun je ze mis­sen als kies­pijn. Een schrij­ver kan maar op één ma­nier om­gaan met zijn emo­ties. De woor­den van een schrij­ver zijn al­tijd een mo­no­loog, ge­kleurd en ge­sor­teerd op maxi­maal ef­fect op de le­zer. Zo is de­ze co­lumn een sa­men­smel­ting van twee her­in­ne­rin­gen en toch niet min­der waar. Ik heb ge­ko­zen voor de hoofd- en bij­za­ken, ter­wijl die wel­licht er­gens an­ders lig­gen. Zo wordt er een ver­haal ge­schept van een me­an­de­rend ge­sprek, een over­pein­zing en een ijs­je.

Het had me de af­ge­lo­pen week ver­baasd hoe ba­naal ge­luk ei­gen­lijk is. Twee maan­den ge­le­den durf­de ik de keu­ken niet in om­dat er mes­sen la­gen en ik me­zelf niet ver­trouw­de. Werd ik mis­se­lijk als ie­mand lief te­gen me deed, als­of ik de plek die hij ach­ter­liet moest ver­de­di­gen om te be­wij­zen hoe­zeer ik van hem hield. Nu ver­scheen de eer­ste bloe­sem aan de bo­men van de sin­gel en le­ken die ge­dach­ten van een an­der. Ik kon la­che­rig wor­den om mijn ei­gen kitsche­mo­ties.

Ik ben zo moe me­zelf als slacht­of­fer te zien. Want dat ben ik niet. Ik ben zo moe van het ver­driet. Ik ben zo­veel meer dan het ge­mis. En hij is meer dan de fi­guur die ik van hem maak. Meer ook dan de­ze co­lumn, waar hij, na een vriend­schap­pe­lij­ke om­hel­zing bij mijn deur, met die ver­trouw­de klik­ken­de hak­ken uit weg liep.

‘Het had me de af­ge­lo­pen week ver­baasd hoe ba­naal ge­luk ei­gen­lijk is. Twee maan­den ge­le­den durf­de ik de keu­ken niet in om­dat er mes­sen la­gen en ik me­zelf niet ver­trouw­de.’ Elfie Tromp

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.