‘Had­den ze me maar ver­moord’

Arthur is ge­vlucht uit zijn ge­boor­te­land Ts­jet­sje­nië. Hij vreest voor zijn le­ven, om­dat hij op man­nen valt. En dat is in de Rus­si­sche deel­staat let­ter­lijk een dood­zon­de.

Metro Holland (Rotterdam) - - Voorzijde Pagina - JEROEN HAVERKORT j.haverkort@tmg.nl

„Dit kan dus niet in Ts­jet­sje­nië”, zegt de 29-ja­ri­ge Arthur* ter­wijl hij op zijn ge­scheur­de jeans wijst. „Als ik dit in Gro­z­ny draag ben ik mijn le­ven niet ze­ker. Een ge­scheur­de jeans is gay. Net zo­als mijn ge­verf­de haar.” Hij staat bij het ho­mo­mo­nu­ment in Amsterdam. Op­ge­richt in 1987 om al­le ho­mo­sek­su­e­len die ver­volgd wor­den van­we­ge hun ge­aard­heid te her­den­ken en hen te in­spi­re­ren en te steu­nen in hun strijd voor er­ken­ning. „Het is erg emo­ti­o­neel om hier te zijn. Con­fron­te­rend ook.”

Ie­de­re nacht schrikt hij wak­ker en steeds is het door de­zelf­de droom. „Ik ben in Ts­jet­sje­nië bij mijn fa­mi­lie om ze te ver­tel­len dat ik ho­mo­sek­su­eel ben, maar net voor­dat ik het wil ver­tel­len ko­men mi­li­tai­ren het huis van mijn moe­der bin­nen­stor­men. Ik pro­beer te ont­snap­pen door het raam in de bad­ka­mer, maar de mi­li­tai­ren schie­ten me neer. Op dat mo­ment word ik wak­ker. Ik voel me dan zo el­len­dig dat ik moet hui­len.”

Arthur zit nu een paar maan­den in Ne­der­land en krijgt bin­nen­kort zijn ver­blijfs­ver­gun­ning. Hij vindt het moei­lijk te be­vat­ten dat hij hier is en weet niet wat hij moet doen. „Ik had nooit ge­dacht dat ik Ts­jet­sje­nië zou ver­la­ten. Dat ik in Ne­der­land ben is geen be­wus­te keu­ze, maar een sa­men­loop van om­stan­dig­he­den. Ik moet wat ik de af­ge­lo­pen pe­ri­o­de heb mee­ge­maakt nog een plek ge­ven. Aan de toe­komst denk ik niet. En hoe­wel ik hier kan zijn wie ik ben, zou ik er al­les voor over heb­ben om mijn ou­de le­ven weer op te pak­ken.”

In zijn ou­de le­ven was Arthur ver­loofd met een vrouw en hield hij het feit dat hij ho­mo­sek­su­eel was angst­val­lig voor zich­zelf. „Dat to­neel­stuk­je had ik mijn he­le le­ven vol kun­nen hou­den. Dan was ik de eni­ge die on­ge­luk­kig zou zijn ge­weest. Nu is ie­der­een on­ge­luk­kig en loopt ie­der­een ge­vaar: ik, maar ook mijn fa­mi­lie. Soms denk ik dat het be­ter was ge­weest dat ‘ze’ me wel te pak­ken had­den ge­kre­gen en me had­den ver­moord.”

De me­de­werk­ster van Am­ne­sty In­ter­na­ti­o­nal die het ge­sprek ver­taalt, valt even stil. „Dit is zo in­tens triest”, zegt ze. „Al die ver­schrik­ke­lij­ke ver­ha­len, ik kan er nog steeds niet aan wen­nen.”

In Ts­jet­sje­nië wor­den lhbt’s sys­te­ma­tisch ver­volgd, ge­mar­teld en in som­mi­ge ge­val­len ver­moord. „Ho­mo­haat is er al­tijd ge­weest in Ts­jet­sje­nië, maar nu is het be­leid”, zegt Arthur. „Het is voor ons le­vens­ge­vaar­lijk. Het is een sport ge­wor­den om ons op te ja­gen, te ver­ne­de­ren en te mar­te­len.” Het is hem ook over­ko­men. „Ik werd ooit door ge­wa­pen­de man­nen over­val­len en ze­ven uur lang vast­ge­hou­den. Al­leen was het toen nog geen be­leid en lie­ten ze me la­ter vrij. Het was voor die gas­ten puur ver­maak. Na een tijd­je wa­ren ze het zat en trap­ten ze me naar bui­ten. Aan­gif­te doen is niet mo­ge­lijk. Als je dat doet, te­ken je je dood­von­nis.”

Arthur kon ont­snap­pen aan het schrik­be­wind van Ram­zan Ka­dy­rov. „Vrien­den van mij zijn wel op­ge­pakt. Van een­tje weet ik dat hij in Duits­land zit, maar van an­de­ren weet ik niet wat er met hen is ge­beurd. Mij wa­ren ze ook op het spoor. Ik was toe­val­lig even weg toen mijn moe­der me bel­de. Ze vroeg me naar huis te ko­men. Op de ach­ter­grond hoor­de ik sol­da­ten mijn ove­ri­ge fa­mi­lie­le­den uit­schel­den en ver­ne­de­ren. Maar toen ze be­greep dat de be­schul­di­ging waar was en ik ho­mo was, ver­brak ze de ver­bin­ding. Via via hoor­de ik dat ze heeft vol­ge­hou­den dat ze niet wist waar ik was. Een van mijn fa­mi­lie­le­den werd ont­voerd en een week lang ge­mar­teld. Ik twij­fel­de om

‘Ho­mo­haat is er al­tijd ge­weest in Ts­jet­sje­nië, maar nu is het be­leid. Het is voor ons le­vens­ge­vaar­lijk. Het is een sport ge­wor­den om ons op te ja­gen, te ver­ne­de­ren en te mar­te­len.’ Arthur

naar huis te gaan, maar ik wist dat mijn fa­mi­lie dan ge­dwon­gen zou wor­den om mij te ver­moor­den.”

Hoe­wel hij voor­zich­tig was, kwam het re­gime er­ach­ter dat Arthur ho­mo­sek­su­eel is. „Veel Ts­jet­sjeen­se ho­mo’s gaan in het week­end naar Mos­kou om op stap te gaan. Ik deed dat ook, on­der het mom van een za­ken­reis. Ik werd ge­chan­teerd door een jon­gen die ik had le­ren ken­nen en van wie ik dacht dat hij te ver­trou­wen was. Als ik niet zou be­ta­len, zou hij al­les ver­tel­len. Een ver­moe­den of een ver­dacht­ma­king is al vol­doen­de om mee­ge­no­men te wor­den.”

Na het bel­le­tje van zijn moe­der vloog Arthur met een vriend zo snel mo­ge­lijk naar Mos­kou. Via Istan­bul be­land­de hij uit­ein­de­lijk in Amsterdam. „Dat was geen be­wus­te keu­ze, het was ge­woon het eer­ste vlieg­tuig dat ver­trok. Ik had ook in Ber­lijn kun­nen zit­ten. Ik heb de he­le weg zit­ten hui­len. Een paar we­ken voor­dat de mi­li­tai­ren het huis van mijn moe­der bin­nen­storm­den, wil­de ik haar ver­tel­len dat ik ho­mo­sek­su­eel was, maar ik durf­de het niet. Ho­mo­sek­su­a­li­teit wordt in Ts­jet­sje­nië be­schouwd als een ziek­te die door be­han­de­ling te ver­hel­pen is. Mijn fa­mi­lie denkt er ook zo over, ik denk niet dat ze me ooit zul­len ac­cep­te­ren om wie ik ben. Maar ik heb er ook niet om ge­vraagd. Ik heb avond na avond voor het sla­pen gaan aan God ge­vraagd of hij me de vol­gen­de och­tend weer ‘nor­maal’ kon ma­ken.” Con­tact met zijn fa­mi­lie heeft Arthur niet en hij weet niet of het er ooit van komt. „In ie­der ge­val niet snel. Het huis van mijn moe­der wordt af­ge­luis­terd. Het is te ge­vaar­lijk voor mij en voor haar als ik con­tact pro­beer op te ne­men. Zelfs in het bui­ten­land loop ik ge­vaar. Als ze we­ten waar ik zit, zoe­ken ze me op en ver­moor­den ze me. Via via heb ik ge­hoord dat de rest van mijn fa­mi­lie niks meer met mijn moe­der te ma­ken wil heb­ben. Ooms, tan­tes, neef­jes, nicht­jes, ze ko­men niet meer op be­zoek. Dat doet pijn, want dat komt door mij. Ik word ge­zien als een schan­de.”

Van­nacht schrikt hij waar­schijn­lijk weer wak­ker. „Een keer was de droom an­ders. Ik stond in on­ze huis­ka­mer en ver­tel­de mijn moe­der dat ik ho­mo­sek­su­eel was. Dit keer kwa­men er geen mi­li­tai­ren bin­nen­stor­men, maar kreeg ik een knuf­fel. Het was de eni­ge keer sinds mijn vlucht uit Ts­jet­sje­nië dat ik iets van ge­luk voel­de.” *Arthur is een ge­fin­geer­de naam

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.