DE EER­STE UITWEDSTRIJD

Metro Holland (Rotterdam) - - DE NIEUWSPEPER SPORT -

11jaar1­jaar ge­le­den na­mik het spon­ta­ne be-be sluit om, in mijn een­tje, een sei­zoen­kaart van Fey­en­oord te ko­pen. Na een jaar kocht­mijn va­der ook een kaart en sinds­dien zit­ten we el­ke thuis­wed­strijd in de Kuip. On­danks de wis­se­len­de kwa­li­teit van het voet­bal­spel heb ik er nog geen dag spijt van ge­had. In mei, ik ver­leng­de mijn kaart voor de tien­de keer, be­sloot ik een Sil­ver­card te ne­men. Dan kon ik ook naar uit­wed­strij­den om de an­de­re sta­di­ons van Ne­der­land eens van dicht­bij te zien. Toch werd mijn eer­ste uitwedstrijd er niet een in Hee­ren­veen of Bre­da, maar in Charkov in Oe­kra­ï­ne.

“Dat lijkt me lek­ker avon­tuur­lijk”, twit­ter­de een vriend met wie ik de avond van de lo­ting in druk con­claaf was wel­ke Eu­ro­pe­se stad we zou­den kie­zen. Twee uur la­ter had ik mijn tic­ket ge­kocht en was mijn reis ge­boekt, van zon­dag tot en met don­der­dag. In de aan­loop naar het trip­je be­gon ik te twij­fe­len of ik me niet te veel liet leiden door en­thou­si­as­me. De kou, het ge­wa­pen­de con­flict op hon­derd ki­lo­me­ter af­stand, een wa­pen­de­pot in Kiev dat twee we­ken ge­le­den ont­plof­te en de toe­ne­men­de ex­treem­recht­se sym­pa­thie­ën van de be­vol­king zijn za­ken die ik wel­is­waar avon­tuur­lijk, maar ook licht ver­ont­rus­tend vind. Maar, zo be­sluit ik, in het erg­ste ge­val heb­ben we een mooi ap­par­te­ment in de bin­nen­stad met open haard en ja­cuz­zi, waar ik vier da­gen lek­ker een boek kan gaan le­zen.

Hoog­ge­blon­deer­de vrien­din­nen Met mijn reis­ge­zel­schap stap ik vol goe­de moed op zon­dag in het vlieg­tuig. De mees­te Fey­en­oord­sup­por­ters vlie­gen op dins­dag, dus er gaan op de­ze vier uur du­ren­de vlucht naar Kiev re­la­tief veel Oe­kra­ïen­se rei­zi­gers mee. Mijn eer­ste in­tro­duc­tie met het land zijn de gro­te, bre­de man­nen die hun hoog­ge­blon­deer­de vrien­din­nen es­cor­te­ren naar het vlieg­tuig­toi­let. Ter­wijl ze wach­ten, leu­nen ze bij voor­keur op mijn stoel. Dit gaat met zo’n kracht ge­paard dat de stoel ver­vaar­lijk kraakt en ik bang ben dat hij zal af­bre­ken. Ty­pisch ge­drag van de Oe­kra­ïen­se ma- cho­man,cho­man, zo legt een vriend uit die va-va ker het land be­zocht. De rest van de vlucht wordt ge­vuld met anek­do­tes over ou­de­re man­nen die in zwem­broek over straat lo­pen en hun man­ne­lijk­heid wil­len be­wij­zen met een duik in de ijs­kou­de ri­vier. Ik be­gin­me­te ver­heu­gen op de­ze cou­leur lo­ca­le.

Du­bi­eu­ze hy­gi­ë­ne

Na een over­stap in Kiev, twee schok­ke­ri­ge lan­din­gen ver­der, een taxi­rit en een snel­le ver­de­ling van de ka­mers in ons ap­par­te­ment kun­nen we Charkov ver­ken­nen. Kou­de mot­re­gen, le­ge win­kel­stra­ten en se­mi-hip­pe eta­blis­se­men­ten doen ons het erg­ste vre­zen. De cou­leur lo­ca­le is in geen vel­den of we­gen te be­ken­nen. Enigs­zins ont­goo­cheld strij­ken we neer in een shisha loun­ge waar de bier­keu­ze uit Hei­ne­ken of Bu­dwei­ser be­staat. Dan maar wod­ka, is het una­nie­me be­sluit. De ei­ge­naar blijkt een sym­pa­thiek heer­schap wiens moe­der uit­ste­kend kip­pe­tjes kan gril­len waar­mee ze on­ze eer­ste avond in Charkov uit­ein­de­lijk tot een ge­slaagd de­buut maakt. De vol­gen­de da­gen wer­ken we een druk pro­gram­ma af om de tweede stad van Oe­kra­ï­ne, waar zo’n 1,4 mil­joen men­sen wo­nen, te le­ren ken­nen. On­ze zelf­be­noem­de reis­lei­der spreekt een aar­dig woord­je Rus­sisch, de tweede taal van Oe­kra­ï­ne. Dank­zij de man kun­nen we zelfs op de meest af­tand­se plek­ken waar de ge­mid­del­de toe­rist met een gro­te boog om­heen loopt, uit de voe­ten. Zo rei­zen we per ram­me­len­de me­tro naar de enor­me over­dek­te markt om te win­ke­len én te on­der­han­de­len. Ze ver­ko­pen hier voor­na­me­lijk Chi­ne­se rom­mel. Het hoog­te­punt is de na­bij­ge­le­gen uit­span­ning waar je Viet­na­me­se noe­delsoep uit een plas­tic con­tai­ner kunt eten. Hier wordt mij dui­de­lijk dat een ver­val­len ge­bouw met schel tl-licht en du­bi­eu­ze­hy­gi­ë­ne dé ele­men­ten zijn om­het hart van on­ze reis­lei­der in staat van ver­voe­ring te bren­gen.

Een te­rug­ko­mend the­ma van de stadstoer is kwan­ti­teit: zo­veel mo­ge­lijk aan de Sov­jet-Unie her­in­ne­ren­de plek­ken be­zoe­ken. De te­leur­stel­ling is groot als blijkt dat een van de laat­ste

Len­in-beel­den van het 12e groot­ste plein van de we­reld is ver­dwe­nen. Maar in het pla­ne­ta­ri­um staat de tijd ge­luk­kig stil en kun­nen­we­ons hart op­ha­len aan pa­ra­fer­na­lia van de eer­ste kos­mo­naut ter we­reld: Joe­ri Ga­g­a­rin. De pre­sen­ta­tie, die vol­le­dig in het Rus­sisch is en die ik niet kan ver­staan, wordt ge­com­pen­seerd door de in­zet van de pre­sen­ta­tor. Hij stopt zo­veel emo­tie in zijn stem als hij over het lot van Ga­li­lei ver­telt, dat de taal­bar­ri­è­re een bij­zaak wordt.

Pe­per­wod­ka

’s Avonds is er nóg een cul­tu­reel uit­stap­je. We be­zoe­ken een qua gen­re ver­ras­send ge­va­ri­eerd con­cert, van ope­ra tot Ade­le, waar zo’n dui­zend­man op af zijn ge­ko­men. Daar­na be­lan­den we in een ca­fé met een aan­tal me­de­sup­por­ters die Oe­kra­ïen­se vrien­den blij­ken te heb­ben ge­maakt. Het smeer­mid­del van de­ze in­ter­cul­tu­re­le uit­wis­se­ling: pe­per­wod­ka. De ste­vi­ge wod­ka-in­na­me ein­digt in een ver­broe­de­rend ta­fe­reel waar­in we arm in arm ‘Rot­ter­dam, stad van mijn dro­men’ zin­gen. On­danks de on­ver­mij­de­lij­ke ka­ter be­zoe­ken we de vol­gen­de mid­dag het kunst­mu­se­um, om daar­na in een Ts­je­chisch eta­blis­se­ment voor­tref­fe­lijk te ta­fe­len, ter­wijl de kok op het po­di­um een reeds ge­roos­terd var­ken aan het spit eerst in brand steekt en dan in stuk­ken snijdt. Dan is het tijd voor de wed­strijd.

Ter­gend traag

Na­dat on­ze taxi niet komt op­da­gen, prop­pen we ons met z’n vij­ven in een piep­klei­ne wit­te La­da van een wel­wil­len­de man. De au­to lijkt het on­der­weg naar het sta­di­on her­haal­de­lijk te gaan be­ge­ven. Ze­nuw­slo­pend. Een­maal af­ge­zet kun­nen­we door een haag van mi­li­tai­ren de in­gang van het uit­vak be­rei­ken. Daar staan de mees­te sup­por­ters te wach­ten voor poort­jes die ter­gend traag één voor één me­men­sen bin­nen­la­ten. De sfeer is grim­mig, we horen de wed­strijd al be­gin­nen, dat maakt het er niet be­ter op. Twee vrou­we­lij­ke reis­ge­no­ten en ik wor­den uit de mas­sa ge­plukt, we mo­gen al­vast naar bin­nen. Ik ben nog nooit zo blij ge­weest om een vrouw te zijn. Bin­nen wordt het waar­om van de­ze ges­te dui­de­lijk: we wor­den­maar liefst drie keer uit­ge­breid ge­fouil­leerd. Maar de frus­tra­tie en het wach­ten wor­den be­loond. Twee mi­nu­ten na­dat we bin­nen zijn, scoort Jør­gen­sen de 0-1. He­laas staat het tien mi­nu­ten la­ter 2-1 en zien we on­ze club met 3-1ver­lie­zen. Toch is de sfeer in het uit­vak pri­ma en zing en brul ik de lon­gen uit mijn lijf.

Nacht­blin­de taxi­chauf­feur

Dat­we na af­loop een uur moe­ten wach­ten voor­dat we kun­nen ver­trek­ken, eerst in het sta­di­on en dan in mud­vol­le bus­sen, maakt van de­ze reis een nog­al schra­le er­va­ring. Voor de sup­por­ters die­maar één dag in Charkov zijn, is de wed­strijd, ook door enor­me ver­tra­gin­gen op het vlieg­veld van Kiev, op zijn zachtst ge­zegd een dom­per. Ter­wijl mijn reis­ge­no­ten in het ap­par­te­ment zich troos­ten met ka­vi­aar en cham­pag­ne, loop ik een blok­je om naar vrien­den in een ca­fé. Zij zijn die nacht van Kiev met de taxi naar Charkov ge­re­den om­dat hun vlucht na vijf uur ver­tra­ging nog steeds aan de grond stond. De rit duur­de maar liefst acht uur om­dat de chauf­feur van­we­ge zijn nacht­blind­heid lan­ge tijd 80 ki­lo­me­ter per uur reed. Een er­va­ring die ze uit­ein­de­lijk toch niet had­den wil­len mis­sen, con­clu­de­ren ze en we proos­ten nog maar een keer.

Als wij de vol­gen­de dag ver­trek­ken na een over­stap van zes uur in het prach­ti­ge Kiev, ko­men we met de vol­tal­li­ge Fey­en­oord­se­lec­tie aan op het vlieg­veld. Hun stem­ming is be­drukt en ik re­a­li­seer me dat on­ze reis ge­luk­kig voor­al niet al­leen maar over voet­bal ging. Mijn eer­ste uitwedstrijd was dan ook on­ver­ge­te­lijk, me­de dank­zij de ra­fe­li­ge over­blijf­se­len van een land dat nog niet is aan­ge­harkt. Dat, én de pe­per­wod­ka.

“We wor­den maar liefst drie keer uit­ge­breid ge­fouil­leerd”

TEKST & BEELD: TARA LEWIS

Fey­en­oord weet in de Cham­pi­ons Le­a­gue goed de nul vast te hou­den. Dat was sup­por­ter Tara Lewis ook niet ont­gaan. Haar club kon dus best wat steun ge­brui­ken in de uitwedstrijd in een steen­koud Charkov in Oe­kra­ï­ne. Shakhtar Do­netsk was na 10 jaar Kuip-be­zoek Tara’s al­ler­eer­ste uitwedstrijd.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.