“ALS PUBERWAS HET NA­TUUR­LIJK NIET STOER OM BEIAARDIER TE WOR­DEN”

170 kinderliedjes wil stads­bei­aar­dier Ri­chard deWaardt ver­za­me­len. Eén lied­je voor ie­de­re na­ti­o­na­li­teit die in de stad ver­te­gen­woor­digd is. “Het doel is dat straks ie­der­een iets mee te flui­ten heeft op straat.”

Metro Holland (Rotterdam) - - DE NIEUWSPEPER CULTUUR - TEKST: ELLEN MANNENS FO­TO: LIZA DIKKERBOOM

Hij moest er maar eens iets mee doen, die 170 na­ti­o­na­li­tei­ten die in Rot­ter­dam rond­lo­pen en on­ge­vraagd zijn mu­ziek horen van­uit de ca­ril­lons van de Lau­ren­sto­ren en het stad­huis. “Ik zit hier boven. Nie­mand ziet me, maar ie­der­een hoort me. Ik zou er­voor kun­nen kie­zen om­lek­ker te spe­len wat ik zelf leuk vind. Maar daar­mee ver­waar­loos ik de voor­keu­ren van de men­sen die ver­plicht naar me moe­ten luis­te­ren en wel­licht iets an­ders wil­len horen.”

Dus be­dacht stads­bei­aar­dier Ri­chard deWaardt TheGre­a­tRot­ter­dam Song­book. Tot ju­ni 2018 ver­za­melt hij 170 kinderliedjes die horen bij de na­ti­o­na­li­tei­ten die in Rot­ter­dam ver­te­gen­woor­digd zijn. “Ik heb be­wust voor kinderliedjes ge­ko­zen om de lan­den te ver­te­gen­woor­di­gen, dus geen volks­lie­de­ren. Want waar een volks­lied be­la­den kan zijn, ge­zien de wrij­vin­gen in de we­reld, is een kin­der­lied­je on­schul­dig.” Vol­gend jaar moet The Gre­at Rot­ter­dam Song­book com­pleet zijn. Van­af sep­tem­ber 2018 zul­len er ie­de­re dag in­ter­na­ti­o­na­le kinderliedjes te horen zijn van­uit de ca­ril­lons van de Lau­ren­sto­ren, het stad­huis en de Pel­grim­va­ders­kerk in Delf­sha­ven. “We zet­ten de play­list on­li­ne, zo­dat ie­der­een weet wan­neer zijn lied­je te horen is. Het doel is dat straks ie­der­een iets mee te flui­ten heeft op straat.”

40 lan­den De sug­ges­ties stroom­den al vlot bin­nen sinds de lan­ce­ring van het pro­ject eind sep­tem­ber. Ri­chard pakt zijn te­le­foon er­bij om zijn mail­box te chec­ken: “Span­je, Grie­ken­land, Li­tou­wen, Azer­beid­zjan, Ma­ce­do­nië, Su­ri­na­me, Por­tu­gal, Zwe­den… ik denk dat er in­mid­dels 40 lan­den ver­te­gen­woor­digd zijn. Som­mi­ge met meer­de­re lied­jes, waar­van we er uit­ein­de­lijk één kie­zen.”

Wel­ke lan­den er nog op zijn wen­sen­lijst­je staan? “Op dit mo­ment is al­les wel­kom. Eu­ro­pa is goed ver­te­gen­woor­digd, maar al­le an­de­re we­reld­de­len nog niet. Ma­rok­ko ont­breekt op­val­lend ge­noeg nog. En ik ben be­nieuwd naar een land als Je­men of mis­schien zelfs Noord-Korea. Dus kom maar op met sug­ges­ties uit Afri­ka, Azië en Zuid-Ame­ri­ka.” De te­le­foon ver­dwijnt weer en Ri­chard draait zich naar het kla­vier. De jon­ge beiaardier (35) nam in 2012 het stok­je van zijn va­der over en is daar­mee de ne­gen­tien­de stads­bei­aar­dier van Rot­ter­dam in een tra­di­tie die te­rug­gaat tot 1556. Het was niet di­rect lo­gisch dat hij zijn va­der zou op­vol­gen. “Als pu­ber was het na­tuur­lijk niet stoer om beiaardier te wor­den. Toen ging ik nog voor ge­luids­tech­ni­cus. Maar ik ben blij dat ik op mijn 21e een eer­ste les heb ge­no­men. Daar­na was ik om en daar­door heb ik nu het mooi­ste werk dat er is.” Een he­le klim Nu be­klimt Ri­chard ie­de­re don­der­dag en za­ter­dag de Lau­ren­sto­ren en ie­de­re dins­dag en vrij­dag de to­ren van het stad­huis. Aan zijn tem­po her­ken je de prof. Rus­tig sjok­kend. Pre­cies de juis­te snel­heid om niet bui­ten adem te ra­ken en te kun­nen blij­ven pra­ten. “Vol­gens mij is m’n ene been ook meer ge­spierd dan mijn an­de­re, doordat ik steeds in één rich­ting de to­ren be­stijg.”

De klim hoort er­bij. Het maakt zijn werk ex­tra ma­gisch. Op weg naar dat klei­ne stuk­je mid­del­eeu­wen dat nog be­hou­den is ge­ble­ven in Rot­ter­dam. Van de 49 klok­ken ko­men er nog 29 uit 1660: “Het ge­luid van de mid­del­eeu­wen is daar­mee wél be­hou­den ge­ble­ven.”

Bi­gi Kai­man

305 tre­den telt de to­ren van de Lau­rens­kerk. Een­maal boven gaan Ri­chards schoe­nen met­een uit. Op zijn sok­ken kan hij de pe­da­len van het kla­vier be­ter be­die­nen. Met het ge­mak als­of hij even thuis ach­ter de pi­a­no kruipt, speelt Ri­chard een kort, vro­lijk deun­tje. “Bi­gi Kai­man, een Su­ri­naams kin­der­lied­je”, ver­klaart hij. “Die zit al de he­le dag in mijn hoofd.” Hij speelt ver­der en al snel is de me­lo­die her­ken­baar van mis­schien wel het meest lo­gi­sche kin­der­lied­je voor een klok­ken­spel: Va­der Ja­cob. Oor­spron­ke­lijk een Frans kin­der­lied­je, maar net zo goed in­ge­bur­gerd in Bel­gië en Ne­der­land.

Zijn al­le kinderliedjes ge­schikt voor het ca­ril­lon? “Ja, dat is het voor­deel van kinderliedjes. Er zit een me­lo­die in. Voor lied­jes op het ca­ril­lon geldt een gou­den re­gel: als je het kunt flui­ten, kun je het op het ca­ril­lon spe­len.”

Het is niet voor het eerst dat Ri­chard Rot­ter­dam­mers op­roept hun fa­vo­rie­te lied­jes naar hem op te stu­ren. Ie­de­re za­ter­dag speelt hij ver­zoek­num­mers op het ca­ril­lon van de Lau­ren­sto­ren. Een ano­nie­me klok­ken­spe­ler is hij dan ook al lang niet meer. “Van­uit de ap­par­te­men­ten hier naast de Lau­ren­sto­ren krijg ik re­gel­ma­tig via de mail re­ac­ties op wat ik speel. Een van de kan­toor­to­rens heeft zelfs een app-groep over mijn mu­ziek. Het valt me op dat men­sen het ca­ril­lon al­tijd ver­bluf­fend in­te­res­sant vin­den. Rot­ter­dam ver­an­dert op dit mo­ment zo snel, dat men­sen weer lij­ken te­rug te grij­pen naar het ou­de. Daar­om is het leuk om ie­der­een bij de to­ren­mu­ziek te be­trek­ken. Ik had die

170 kinderliedjes zelf kun­nen op­zoe­ken, maar door ze aan de Rot­ter­dam­mers te vra­gen is het een nog mooi­er pro­ject.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.