Evan (24) is bloed­do­nor. En wel hier­om.

Metro Holland (Rotterdam) - - Voorzijde Pagina - JULIA ONCLIN

De 24-ja­ri­ge Evan kan el­ke jon­ge man aan­ra­den bloed te do­ne­ren. „Na­dat je bloed ge­do­neerd hebt, krijg je een stoe­re pleis­ter en een ro­ze koek. Wat wil een man nog meer?”, zegt hij la­chend. Toch was bloed­do­na­tie tot vijf jaar ge­le­den ook geen van­zelf­spre­kend­heid voor hem. De ziek­te van zijn va­der gaf voor hem de door­slag.

„Vijf jaar ge­le­den kreeg mijn va­der een ern­sti­ge long­ont­ste­king. Hij be­land­de in het zie­ken­huis en had drin­gend do­nor­bloed no­dig om in le­ven te blij­ven”, ver­telt Evan.

Zijn va­der over­leef­de het niet. Evan re­a­li­seer­de hier­door hoe nood­za­ke­lijk do­nor­bloed af. Sinds­dien staat hij zijn ei­gen bloed af. „Ik heb ge­daan wat ik kon voor dui­zen­den an­de­ren. Het is een klei­ne moei­te en je helpt een an­der er ont­zet­tend mee.”

Uit­stel­lers

Evan kent wei­nig men­sen die ook bloed­do­nor zijn. Hij merkt dat veel men­sen het wil­len, maar het voor zich uit­schui­ven - net als hij ooit deed. Zijn moe­der speel­de door haar werk op de eer­ste hulp een spe­ci­a­le rol in zijn be­slis­sing om bloed­do­nor te wor­den. „Ze ver­tel­de al­tijd ver­ha­len over wat er al­le­maal ge­beur­de. Dan zei ze: ‘je moet ge­woon bloed­do­nor wor­den, doe het nou ge­woon’”, ver­telt Evan. Als hij weer eens in de wacht­ka­mer zit merkt hij dat al­le me­de­do­no­ren een ver­haal kun­nen ver­tel­len dat lijkt op dat van hem. Sinds­dien komt hij re­gel­ma­tig te­rug.

Naal­den­angst?

„Of ik bang ben voor naal­den?”, lacht Evan vol on­ge­loof. Nee, dat is hij niet. Pijn tij­dens het prik­ken heeft hij ook niet. Vol­gens hem ‘prik­ken ze je lek met res­pect’. Hij is er stie­kem ook best trots op, dat hij zijn zelf­ge­maak­te bloed met an­de­ren kan de­len. „Als mijn bloed in dat zak­je loopt dan denk ik wel, dat is mijn ei­gen cre­a­tie.” Iets wat de do­na­tie ook bij­zon­der maakt, zijn de mijl­pa­len die je be­reikt. Zo mag je na je vijf­de keer do­ne­ren al een pen uit­zoe­ken en hoe va­ker je gaat, hoe leu­ker de ‘ca­deau­tjes’ wor­den. Voor Evan is er een an­der ‘ca­deau’ ge­re­ser­veerd: „Die ro­ze koek, maakt al­les goed.”

Bij­wer­kin­gen

Last van bij­wer­kin­gen heeft Evan nooit ge­had. Een voor­deel van jong zijn, denkt hij. „Na het do­ne­ren kan ik nog pri­ma een avond­je voet­bal­len. Bloed do­ne­ren is vol­gens Evan een klei­ne moei­te. Bin­nen tien mi­nu­ten is het prik­ken klaar. Het eni­ge wat je ver­der nog moet doen is een vra­gen­lijst in­vul­len en voor­af­gaand aan het ech­te prik­ken wat bloed la­ten af­ne­men voor on­der­zoek. Be­gin jij niet te zwe­ten bij het idee van een naald in je arm? Dan moet je je vol­gens Evan ze­ker we­ten aan­mel­den. Hij ver­ge­lijkt bloed do­ne­ren met naar de sport­school gaan. „Ik ga er vaak met te­gen­zin naar­toe, maar als ik er een­maal ben ge­weest, ben ik blij dat ik het ge­daan heb.”

‘Ik ga er vaak met te­gen­zin naar­toe, maar als ik er een­maal ben ge­weest, ben ik blij dat ik het ge­daan heb.’ Evan

LEX VAN LIESHOUT | ANP

Evan.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.