Help mij niet

Metro Holland (Rotterdam) - - @METRO -

Om­dat ik graag recht­streeks door wil­de om een voor­stel­ling te be­zoe­ken in Nij­me­gen, at ik pa­tat bij de Vlaam­se Friet­tent in Utrecht. De zak was nog­al groot, dus te­ge­lij­ker­tijd iets an­ders doen, ging niet. Bo­ven­dien was het te don­ker om een krant­je te le­zen, dus ik keek om me heen. Ik pro­beer net als zo­veel men­sen heus wel meer om me heen te kij­ken, maar de aan­blik van al die te­le­foon­tuur­ders is niet erg mo­ti­ve­rend.

Maar goed, bij de Vlaam­se Friet­tent richt­te ik mijn blik naar de om­ge­ving. In mijn oog­hoek ver­scheen een jon­gen, bij­na twin­tig jaar schat­te ik hem, hij had een klei­ne rug­zak om, droeg een war­me win­ter­jas en had wan­del­schoe­nen aan. Toen deed hij iets wat ik niet ver­wacht­te, ster­ker nog, na­dat het ge­beurd was, vroeg ik me met­een af of ik het wel goed had ge­zien.

Hij pak­te een zak waar nog friet in zat uit de vuil­nis­bak, gooi­de er nog een rest­je friet uit een an­de­re zak bij en liep ver­der. Ik keek hem na en zag hoe hij de han­de­ling her­haal­de bij de vol­gen­de vuil­nis­bak. Ik dacht niet na, stond op en liep naar de jon­gen toe.

„Hé, zal ik een friet­je voor je ko­pen?”

„Nee, heel aar­dig hoor, maar dat hoeft niet”, zei hij. „Geef het lie­ver aan ie­mand die het no­dig heeft.” Ik keek hem aan met een jij-hebt-het-toch-no­dig?blik. Hij keek naar zijn kou­de pa­tat uit de vuil­nis­bak en zei: „Nee, ik be­doel, ik heb geen geld, maar dat is mijn ei­gen keu­ze. Help ie­mand die er niet voor ge­ko­zen heeft, een vluch­te­ling bij­voor­beeld.”

Hij geeft me een hand en zegt: „Ik waar­deer het aan­bod echt, maar ik wil lie­ver dat je ie­mand an­ders helpt.” Ik zei ge­dag en ging per­plex weer te­rug naar mijn bank­je. Er zit­ten twee da­mes, uit Veen­en­daal zo­als la­ter zou blij­ken, en ge­luk­kig wil­den ze een luis­te­rend oor zijn voor wat mij net was over­ko­men.

„Goh, ik krijg het er he­le­maal koud van, weet je dat?” zegt een van hen. „Hij wil­de niet ge­hol­pen wor­den, hij wil­de dat an­de­ren ge­hol­pen zou­den wor­den die het no­dig heb­ben”, zei de an­de­re. „Het is zijn keus”, zei ik en staar­de in de ver­te, daar kwam ’ie weer aan­lo­pen. Een an­de­re vrouw meng­de zich in het ge­sprek. „Jul­lie heb­ben het over die jon­gen toch, ik zag hem vo­ri­ge maand ook en ik voel­de mijn hart om­draai­en.”

„Hij wil­de ons aan het den­ken zet­ten”, peins­de ik hard­op.

„Dat is hem dan ge­lukt”, zei een van de twee Veen­en­daal­se da­mes. Ik knik­te.

‘Ik keek hem aan met een jij-heb­thet-toch-no­dig?blik.’

Han­ne­ke Beld

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.