Er wordt in Ne­der­land wei­nig op écht hoog ni­veau ge­zon­gen

PE­TER DIJKSTRA, KOORDIRIGENT Hij is een van de bes­te koor­di­ri­gen­ten ter we­reld, maar Pe­ter Dijkstra (39) koos voor het Ne­der­lands Ka­mer­koor. Daar­mee voert hij dit week­end al­le 150 psal­men uit in zet­tin­gen van 150 com­po­nis­ten.

NRC Handelsblad - - Het Interview - Door on­ze re­dac­teur Mi­scha Spel Fo­to­gra­fie And­re­as Ter­laak 150 Psal­men door Het Ne­der­lands Ka­mer­koor, olv Pe­ter Dijkstra, 2/9, 20.30u. Ti­voliVre­den­burg, Utrecht. Inl: 150psalms.nl

Thuis? Dat is de­ze week ka­mer 306 van Ho­tel Di­plo­mat in Stock­holm. Nog één jaar is koordirigent Pe­ter Dijkstra be­hal­ve chef van het Ne­der­lands Ka­mer­koor ook chef­di­ri­gent van het Zweeds Ra­dio­koor, waar­mee hij nu een pro­gram­ma met Bal­ti­sche a cap­pel­la­mu­ziek uit­voert. „Sfe­ri­sche, weid­se mu­ziek – daar heb ik ze­ker wat mee”, zegt hij. Al is het na drie we­ken „lang le­ve de lol” aan het zwem­bad met zijn ge­zin ook weer even „er­in ko­men”. „Een beet­je dat stroe­ve ge­voel van de eer­ste week school na de zo­mer­va­kan­tie”, lacht hij. „Maar op zich ben ik wel ge­dis­ci­pli­neerd. Mits iets me in­te­res­seert. Daar­om is het goed dat ik de mu­ziek ben in­ge­gaan. Dat is waar­voor ik leef.”

Arn­hem

„Ik heb twaalf jaar in het bui­ten­land ge­woond. Eén jaar in Stock­holm, elf jaar in Bei­e­ren. Daar ont­moet­te ik mijn vrouw, die zan­ge­res is. On­ze vier kin­de­ren zijn nu tien, ne­gen, zes en vier. Me­de om hen wil­de ik te­rug naar Ne­der­land, zo­dat ze in elk ge­val een deel van hun jeugd de Ne­der­land­se cul­tuur zou­den er­va­ren.

„Het Ne­der­lands Ka­mer­koor leid ik al sinds 2004 als vas­te gast­di­ri­gent. Na de dra­ma­ti­sche be­zui­ni­gings­slag van 2012 krab­bel­de het koor op met een nieuw elan. Dat nu te kun­nen uit­bou­wen naar het suc­ces dat het koor ver­dient, dat vind ik ont­zet­tend leuk. Dus toen ik chef kon wor­den, kwam al­les sa­men.

„Het Ne­der­lands Ka­mer­koor zit in Utrecht, ik woon in Arn­hem. Om prak­ti­sche re­de­nen; een be­taal­baar groot huis, goe­de school voor de kin­de­ren en kor­te reis­tijd naar Keu­len, waar ik pro­fes­sor koor­di­rec­tie ben. Daar­door ben ik meer thuis, en kan mijn vrouw meer zin­gen. En na Duits­land von­den we de Rand­stad ook ge­woon te druk. Van een cul­tuur­om­slag heb ik geen last. Nou ja: dat de bouw­vak­kers in ons huis kof­fie drin­ken vóór het werk in plaats van er­na, zo­als in Duits­land, dat was wel even wen­nen. Maar de so­ci­a­le los­heid hier vind ik juist erg pret­tig.”

Uit­stra­ling

„Van jongs af heb ik ge­zon­gen in het Ro­der Jon­gens­koor van mijn va­der, di­ri­gent Bou­we Dijkstra. Zin­gen was van­zelf­spre­kend voor me, di­ri­ge­ren kwam pas la­ter. Toen ik elf was, vroeg mijn va­der me voor het eerst een deel van de re­pe­ti­tie van hem over te ne­men. Dat vond ik leuk, en mijn lei­ding werd door de an­de­re jon­gens ook ge­ac­cep­teerd. Als do­cent merk ik nu ook dat je veel vaar­dig­he­den kunt aan­le­ren, maar uit- stra­ling niet. Toen ik der­tien was, werd ik di­ri­gent van mijn eer­ste ei­gen koor, een vol­was­sen koor in Gro­nin­gen. Zo spaar­de ik een surf­plank bij el­kaar. Ik heb daar­na nog wel over­wo­gen iets an­ders te gaan doen, hoor. Een ta­len­stu­die, bij­voor­beeld. Maar uit­ein­de­lijk werd het ge­luk­kig toch de mu­ziek.

„Het is al­leen wel raar nog voor mijn veer­tig­ste een punt in mijn car­ri­è­re te heb­ben be­reikt waar veel an­de­ren pas twin­tig jaar la­ter be­lan­den. Dus hoe ziet míjn toe­komst er dan ver­der uit? Ga ik nog der­tig jaar door op de in­ge­sla­gen weg? Of wil ik toch meer or­kes­ten gaan di­ri­ge­ren? Of écht iets an­ders doen? Een stu­die ge­schie­de­nis, of the­o­lo­gie – ik sluit het niet uit. We zien wel. Men­sen heb­ben meer ta­len­ten dan één.”

Spi­ri­tu­eel shop­pen

„Ik ben ge­re­for­meerd ge­doopt, maar die ma­nier van ge­lo­ven is me te droog. Als stu­dent be­zocht ik de Lu­ther­se Kerk, nu ga ik naar de Ka­tho­lie­ke Kerk want mijn vrouw is ka­tho­liek – en on­ze kin­de­ren ook. Er be­staat voor mij meer dan al­leen het meet­ba­re en zicht­ba­re waar­op on­ze maat­schap­pij wel erg ge­richt is ge­raakt. Kerk­be­zoek geeft me daar via sym­bo­liek en mys­tiek toe­gang toe, en daar heb ik be­hoef­te aan. Maar ik ga me niet tot het ka­tho­li­cis­me be­ke­ren. Het is goed zo­als het nu is.”

150 psal­men

„Er zijn 150 psal­men op tek­sten die frap­pant ac­tu­eel zijn; vluch­te­lin­gen­pro­ble­ma­tiek, machts­mis­bruik, het komt er al­le­maal in voor. Met het Ne­der­lands Ka­mer­koor en drie an­de­re ko­ren voe­ren we al die 150 psal­men vrij­dag en za­ter­dag uit op het Fes­ti­val Ou­de Mu­ziek in zet­tin­gen van 150 com­po­nis­ten, van Mon­te­ver­di tot Van der Aa. Ik vind het een ge­wel­di­ge ma­nier om als koor de ra­men open te gooi­en, een con­nec­tie te zoe­ken tus­sen de mu­ziek die wij bren­gen en de we­reld an­no nu. Ook voor ons pu­bliek kan het bij­dra­gen aan een be­paald en­ga­ge­ment of ge­voel van ‘in­spi­ra­tie’, denk ik. Maar dat hoeft na­tuur­lijk niet. Men­sen mo­gen ook ge­woon ko­men voor de mooie mu­ziek en ver­der niks. Ik ver­wacht niet dat ie­der­een een ho­ge­re es­sen­tie zoekt of vindt.”

De men­se­lij­ke stem

„De men­se­lij­ke stem is voor mij het in­stru­ment dat het meest per­soon­lijk, uniek en di­vers is – voor­be­stemd voor het uit­druk­ken van al­le denk­ba­re men­se­lij­ke emo­ties. In ou­de trak­ta­ten staat niet voor niets vaak dat een in­stru­ment ‘moet klin­ken als de stem’. Vo­ca­le na­tuur­lijk­heid ligt aan de ba­sis van al­le mu­ziek.

„Zelf zing ik ook nog wel, soms. Lek­ker een Bach-can­ta­te of lie­de­ren uit Brahms’ Schö­ne Ma­ge­lo­ne. Maar het lukt me min­der vaak dan ik zou wil­len. Het liefst zong ik da­ge­lijks, zo­als ik dat als kind ge­wend was. Zin­gen is een soort me­di­ta­tie: het geeft je het ge­voel via je adem in con­tact te staan met je­zelf en je li­chaam. Waar­om denk je dat zo­veel ama­teurs zo­veel vrije tijd wij­den aan zin­gen? Zin­gen is voor hen, en ze­ker ook voor mij per­soon­lijk, een le­vens­elixer.”

Ne­der­land­se ama­teur­koor­cul­tuur

„In Ne­der­land zin­gen 1,7 mil­joen men­sen in twin­tig­dui­zend ko­ren. Dat is prach­tig, maar om eer­lijk te zijn: de pi­ra­mi­de is niet erg spits. Er wordt wei­nig op écht hoog ni­veau ge­zon­gen. Met het Ne­der­lands Ka­mer­koor pro­be­ren we aan de ver­be­te­ring daar­van bij te dra­gen met het edu­ca­tie­ve pro­gram­ma ‘Zin­gen doe je Sa­men’, dat goe­de ama­teur­ko­ren in staat stelt op te tre­den in ons voor­pro­gram­ma na­dat ze door een van on­ze zan­gers zijn ge­coacht. Dat werkt heel en­thou­si­as­me­rend.

„Ik di­ri­geer zelf ook nog steeds een ama­teur­koor, MUSA. Wat is er leu­ker dan men­sen de mo­ge­lijk­heid ge­ven bo­ven zich­zelf uit te stij­gen? Met fa­na­tie­ke ama­teur­zan­gers kun je héél ver ko­men, en van dat pro­ces krijgt ie­der­een ener­gie – ook ik. Het en­thou­si­as­me dat ik bij MUSA zie, her­in­nert me er­aan waar­om ik zelf ooit dit vak koos.”

Al­ler­gisch

„Koor­mu­ziek gaat over tekst en over klank. Als koordirigent ben ik daar­in een vak­idi­oot. Ik vind het heer­lijk een groep van 32 in­di­vi­du­e­le stem­men steeds weer tot een an­der­soor­ti­ge een­heid te sme­den, pas­send bij de mu­ziek die we op dat mo­ment uit­voe­ren.

„Als di­ri­gent ben je de ad­vo­caat van de com­po­nist. Pro­be­ren te be­grij­pen waar­om ie­mand vaak eeu­wen ge­le­den de no­ten schreef die er staan, blijft fas­ci­ne­rend. Tekst is daar­bij heel be­lang­rijk, want de klank komt er­uit voort en een com­po­nist is door­gaans bij de tekst be­gon­nen. Maar ik ben al­ler­gisch voor ko­ren die zo over­dui­de­lijk ar­ti­cu­le­ren dat het ten kos­te gaat van de diep­te van de klank. Dat is een op­ruk­ken­de trend van­uit de au­then­tie­ke uit­voe­rings­prak­tijk waar ik erg op te­gen ben. Tekst en klank moe­ten in ba­lans zijn.”

Op­voe­ding

„Voor on­ze kin­de­ren is mu­ziek thuis min­der al­om aan­we­zig dan in mijn ei­gen jeugd. Ze zin­gen mooi, maar zit­ten niet op een koor. Het gaat me er voor­al om hun cre­a­tie­ve ont­wik­ke­ling te sti­mu­le­ren. Scho­len zijn wat mij be­treft wel erg ge­richt op cog­ni­tie­ve vaar­dig­he­den.

„In mijn ide­a­le we­reld zou elk kind op school el­ke dag zin­gen. Wist je dat als men­sen sa­men zin­gen hun hart­sla­gen bij be­na­de­ring syn­chroon gaan lo­pen? Le­ren luis­te­ren naar el­kaar, ver­bin­ding zoe­ken – dat lij­ken me vaar­dig­he­den die juist nu van enorm be­lang kun­nen zijn.”

Op mijn der­tien­de di­ri­geer­de ik een ei­gen koor en spaar­de zo een surf­plank bij el­kaar

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.