Ik blijf be­nieuwd naar zijn werk

Voor wie het werk van Louis C.K. be­kijkt, is het ir­re­le­vant wat hij an­de­ren heeft aan­ge­daan, vindt Mi­cha Wert­heim.

NRC Handelsblad - - Opinie - Mi­cha Wert­heim is ca­ba­re­tier. Dit is een in­ge­kor­te ver­sie van zijn es­say op nrch.nl/68yh. Zijn voor­stel­ling Er­gens an­ders wordt zon­dag uit­ge­zon­den op NPO 3.

‘Lief­de laat zich moei­lijk tem­men”, schreef the­a­ter­re­cen­sent Ron Rijg­hard vrij­dag op de web­si­te van NRC , „maar je moet er­van­af. Je part­ner is vreemd­ge­gaan en wat je hart je ook voor ge­voe­lens op­dringt: het is be­ter de re­la­tie te ver­bre­ken.” Rijg­hard be­schreef hoe moei­lijk het voor hem is het sek­su­eel grens­over­schrij­den­de ge­drag van co­me­di­an Louis C.K. te ver­e­ni­gen met de be­won­de­ring die hij heeft voor diens ar­tis­tie­ke oeu­vre.

Af­ge­zien van de vraag of je een re­la­tie met­een moet ver­bre­ken op het mo­ment dat je er­ach­ter komt dat je part­ner een keer met ie­mand an­ders naar bed is ge­weest, vraag ik mij voor­al af of het ver­stan­dig is om de re­la­tie die je hebt met een kun­ste­naar te ver­ge­lij­ken met de re­la­tie die je hebt met je le­vens­part­ner.

Om te be­gin­nen kent Rijg­hard Louis C.K. niet. Hij ken­de hem niet voor be­kend werd dat hij vrou­wen ge­vraagd en on­ge­vraagd liet kij­ken toen hij mas­tur­beer­de, maar hij kent hem nu nog steeds niet. Het eni­ge dat we we­ten van C.K. is wat hij ons via zijn werk heeft ver­teld. Als hij op het po­di­um ver­telt hoe vlak na de eer­ste aan­slag van 11 sep­tem­ber al­weer stond te mas­tur­be­ren, we­ten we niet of dat waar is, of dat hij ons daar­mee iets over de men­se­lij­ke con­di­tie wil ver­tel­len. Dat doet er ook niet toe, om­dat al­leen de bood­schap over de men­se­lij­ke con­di­tie van be­lang is. Wie kunst be­schouwt, heeft zelf de ver­ant­woor­de­lijk­heid er iets nieuws van te ma­ken. Wie dat niet wil, of dat nooit heeft ge­leerd, zal nooit ver­der ko­men dan amu­se­ment.

Het helpt na­tuur­lijk niet dat kun­ste­naars en cri­ti­ci graag de sug­ges­tie wek­ken dat kunst een mo­reel ba­ken moet zijn. Maar zelfs wie wil ge­lo­ven dat kunst ons po­li­tiek de goe­de kant op kan wij­zen, doet er ver­stan­dig aan niet te den­ken dat de ma­ker van die kunst in ge­drag sa­men­valt met het werk. De iro­nie wil dat juist het werk van Louis C.K. licht schijnt op de ge­man­keerd­heid van de mens.

Een kun­ste­naar is in mijn ogen niets meer of min­der dan een am­bachts­vrouw of -man. Ie­mand die iets weet te ma­ken dat ons raakt, ver­maakt en even op­tilt. De re­la­tie tus­sen het pu­bliek en een kunst­werk is er een waar de ma­ker niet tus­sen zou moe­ten staan.

Het zal niet een­vou­dig zijn voor C.K. om weer iets te ma­ken nu wij we­ten dat hij na­re din­gen heeft ge­daan. Toch ben ik niet be­reid af­stand van zijn werk te ne­men. Dat werk is in­mid­dels van ons. Ik houd er­van. Hij heeft het ons ge­ge­ven, en eens ge­ge­ven blijft ge­ge­ven. Dat­zelf­de geldt voor het oeu­vre van veel an­de­re kun­ste­naars met een twij­fel­ach­ti­ge per­soon­lij­ke re­pu­ta­tie, wier werk in­mid­dels van ons al­le­maal is. Mocht Louis C.K. ooit weer iets ma­ken, dan ben ik daar wel be­nieuwd naar. Niet om­dat ik hem iets ver­ge­ven heb. Dat is iets tus­sen hem en de men­sen die door hem be­scha­digd zijn. Nee, ik ben be­nieuwd om­dat wat hij maakt pre­cies gaat over de con­tra­dic­ties van het mens-zijn. Con­tra­dic­ties waar ik ie­de­re dag te­gen­aan loop, en die ik be­ter heb le­ren ac­cep­te­ren dank­zij zijn oeu­vre .

Lief­de pro­jec­te­ren we op een an­der die nooit het per­fec­te we­zen kan zijn dat we zou­den wil­len dat hij of zij is. Kunst kan ons ver­zoe­nen met die dis­cre­pan­tie. Al was het maar zo­dat als on­ze part­ner een keer vreemd­gaat, we daar mis­schien net iets min­der door ge­schokt zijn, en mis­schien zelfs een po­ging dur­ven wa­gen om toch sa­men ver­der te gaan.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.