MEESTERMANIPULATOR DEEL 1

MET HET ZELF­VER­TROU­WEN VAN EEN ROCKSTER DACHT DE­ZE MOORDDADIGE SEKTELEIDER DAT HIJ BO­VEN DE WET STOND. CHAR­LES MANSON HAD NOG STEEDS VRIJ KUN­NEN RONDLOPEN, WA­RE HET NIET DAT ER OP HET LAAT­STE MO­MENT EEN GE­TUI­GE OPSTOND.

Real Crime (Netherlands) - - INHOUD - TEKST MAR­TYN CONTERIO

Cult­lei­der Char­les Manson dacht dat hij bo­ven de wet stond ... en hij kwam er bij­na mee weg.

“Ik ben de dui­vel en ik kom hier dui­vels­werk doen”, ver­klaar­de Tex Wat­son. Wo­j­ciech Fry­kow­ski werd ver­suft wak­ker op de bank in de woon­ka­mer van 10050 Cie­lo Dri­ve, Hol­ly­wood, het huur­huis van film­re­gis­seur Ro­man Po­lan­ski en zijn hoog­zwan­ge­re vrouw, Sha­ron Ta­te. Over hem heen ge­bo­gen stond een man die zijn duis­te­re ge­dach­te­goed spui­de. Toen Fry­kow­ski pro­beer­de uit te vin­den wat er pre­cies aan de hand was, be­dreig­de Wat­son — een re­vol­ver in zijn hand — hem met de dood. Fry­kow­ski had on­mid­del­lijk door dat hij en zijn huis­ge­no­ten zich in gro­te pro­ble­men be­von­den en hield zijn mond.

Die da­tum, 9 au­gus­tus 1969, is met bloed ge­schre­ven. Bij­na vijf­tig jaar la­ter wek­ken de de­tails van die hor­rorn­acht nog steeds wal­ging op en drukt de zin­loos­heid van de moor­den ons met de neus op de angst­aan­ja­gen­de waar­heid: ie­der­een kan het slacht­of­fer van een ont­spoord in­di­vi­du wor­den. De wreed­heid van de Ta­te-la­bi­an­ca­moor­den is één ding, de pu­re mee­do­gen­loos­heid er­van een an­der. “Als­je­blieft, laat me gaan, ik wil al­leen maar m’n kind­je krij­gen”, smeek­te de acht maan­den zwan­ge­re Sha­ron Ta­te. Susan At­kins, een van haar moor­de­naars, ant­woord­de: “Ach, met jou heb ik geen en­kel me­de­lij­den.”

Char­les Manson ge­bruik­te seks, drugs en al­ter­na­tie­ve priet­praat om on­ze­ke­re zie­len te mis­lei­den, zo­als Char­les ‘Tex’ Wat­son, Pa­tri­cia Kren­win­kel, Le­slie van Hou­ten, Ste­ve Gro­gan, Bru­ce Da­vis, Susan At­kins en Lin­da Ka­sa­bi­an (die uit­ein­de­lijk het bes­te be­stand bleek te­gen Mansons in­doc­tri­na­tie­me­tho­des). Al­le­maal wa­ren ze op zoek, som­mi­gen naar avon­tuur of spi­ri­tu­e­le ver­die­ping, an­de­ren naar een ma­nier om te re­bel­le­ren te­gen de sa­men­le­ving. Ze snak­ten naar iets om hun emo­ti­o­ne­le leeg­ten en ka­rak­ter­la­cu­nes mee op te vul­len. In plaats daar­van kre­gen ze Char­les Manson.

“If you’re go­ing to San Fran­cis­co, be su­re to wear so­me flo­wers in your hair”, ad­vi­seer­de Scott Mc­ken­zie in zijn tijd­lo­ze hip­piesong. Maar het was in San Fran­cis­co, het cen­trum van de flo­wer­po­wer, waar ex-ge­de­ti­neer­de en as­pi­rant-goe­roe Char­les Manson zijn eer­ste stap­pen zet­te. Zijn eer­ste bloe­men pluk­te hij in en rond de stad. Zo ont­moet­te hij Ma­ry Brun­ner, een ver­le­gen bi­bli­o­the­ca­ris in Ber­ke­ley, aan de over­kant van de baai.

Toch had de pea­ce-, lo­ve- en dope­be­we­ging in de wijk Haight-as­h­bu­ry ook een duis­te­re zij­de, voor­al toen het he­ro­ï­ne­ge­bruik op straat toe­nam. Een mu­zi­kant — ge­ci­teerd in de Manson-bi­o­gra­fie door Jeff Guinn uit 2013 — ver­tel­de eer­lijk: “Haight Street stonk naar pis. Al­le men­sen die met bloe­men in hun haar zou­den moe­ten rond­hup­pe­len, la­gen nu op ape­ga­pen met naal­den in hun lijf.”

Mansons car­ri­è­re als sekteleider be­gon op de dag dat ie­mand op hem af­kwam en hem een bloem aan­reik­te. Dit vrien­de­lij­ke ge­baar in­spi­reer­de Manson en hij be­gon zich te in­te­res­se­ren voor de spre­kers en goe­roes die in het open­baar nieu­we le­vens­stij­len pre­dik­ten.

De al­ter­na­tie­ve cul­tuur werd door ce­le­bri­ty’s in het Los An­ge­les van mid­den en eind ja­ren zes­tig met open ar­men ont­van­gen. Veel be­roemd­he­den stel­den hun vor­ste­lij­ke hui­zen in Hol­ly­wood open voor mu­zi­kan­ten en fi­gu­ren uit

Links: Manson in de schijn­wer­pers voor te­le­vi­sie- en fo­to­ca­me­ra’s. Het hoofd van het ‘ge­zin’ was ge­du­ren­de het he­le pro­ces bij­zon­der in zijn ele­ment. Hij snak­te naar me­dia-aan­dacht en kreeg die vol­op.

de film­in­du­strie, maar pik­ten ook al­ler­lei ty­pes op in bars en clubs langs de Sun­set Strip. Ie­der­een was wel­kom op hun fees­ten, die soms da­gen duur­den. Voor de ‘rich and fa­mous’ was het een op­win­den­de pe­ri­o­de van vrije lief­de en ex­pe­ri­men­te­ren met drugs, waar­in ze het con­ser­va­tie­ve juk van de ja­ren vijf­tig af­wier­pen. Toen ver­scheen Char­les Manson. Met zijn sek­te van mooie, jon­ge meis­jes en ge­dweeë man­nen, die klaarston­den om elk be­vel op te vol­gen, pre­dik­te de­ze 1,62 m lan­ge smeer­lap lief­de en ver­wierp de plat­vloers­heid van de wes­ter­se con­sump­tie­maat­schap­pij. Het was één gro­te schijn­ver­to­ning. Manson was de slecht­ste lsd-trip die je je kon voor­stel­len, die ein­dig­de in een mis­se­lijk­ma­ken­de rechts­zaak.

“De moor­den von­den plaats in een cru­ci­a­le en dy­na­mi­sche pe­ri­o­de in de Ver­e­nig­de Sta­ten,” legt Scott Bonn uit aan Re­al Crime. “Ame­ri­ka stond aan het be­gin van de Viet­nam­oor­log en er daar was veel kri­tiek op, on­der meer van stu­den­ten­be­we­gin­gen, hip­pies en de vre­des­be­we­ging in Ca­li­for­nië. De moor­den vorm­den een soort te­gen­han­ger van dat al­les. De­ze groep leek zich te wij­den aan het kwaad en de ver­nie­ti­ging van de we­reld. Dit stond in schril con­trast met de vre­des­be­we­ging van die tijd, dus ik denk dat het van gro­te in­vloed is ge­weest op de ont­wik­ke­ling van de Ver­e­nig­de Sta­ten. De­ze gru­we­lij­ke mis­da­den zou­den de sa­men­le­ving hoe dan ook ge­schokt heb­ben, maar ge­zien het mo­ment en de plaats in de ge­schie­de­nis was de schok nog gro­ter.”

OK­TO­BER 1969: DE FA­MI­LY OP­GE­PAKT

“Hi”, zei het mie­ze­ri­ge man­ne­tje in zijn ou­der­wets aan­doen­de su­è­de pak, ter­wijl hij in een huis op de Bar­ker Ranch uit een klei­ne kast­ruim­te kroop. Zijn kal­me uit­stra­ling maak­te in­druk op het ar­res­ta­tie­team, dat had ge­dreigd hem neer te schie­ten als hij één ver­keer­de be­we­ging maakt. Maar zijn rus­ti­ge re­ac­tie op de in­val in Bar­ker Ranch op 12 ok­to­ber 1969 was slechts een ar­ro­gan­te fa­ça­de. Hij dacht dat zijn ar­res­ta­tie op niets zou uit­lo­pen en dat hij snel zou wor­den vrij­ge­la­ten uit zijn cel in In­de­pen­den­ce, Ca­li­for­nië. Manson gok­te er­op dat de plat­te­lands­agen­ten, die hem in de­ze las­ti­ge si­tu­a­tie had­den ge­bracht, ra­cis­ten wa­ren. Hij ver­tel­de ze over de op han­den zijn­de ras­sen­oor­log – een ge­beur­te­nis die hij ‘Hel­ter Skel­ter’ had ge­doopt – en zei dat ze maar be­ter zijn hand­boei­en af kon­den doen. “Vlucht de heu­vels in”, zei hij hen. Ze wa­ren to­taal niet on­der de in­druk. Mansons ar­res­ta­tie vorm­de het be­gin van een nieu­we, dra­ma­ti­sche epi­so­de en be­te­ken­de het ein­de van zijn vrij­heid. Aan­van­ke­lijk had de po­li­tie in In­yo Coun­ty geen idee dat de man die ze voor zich had­den dood en ver­derf had ge­zaaid in Los An­ge­les. De po­li­tie­man­nen dach­ten een paar lang­ha­ri­gen op te pak­ken voor au­to­dief­stal. Ze had­den hen in de buurt ge­zien en na een ken­te­ken­con­tro­le ble­ken meer­de­re au­to’s op hun ter­rein te zijn ge­sto­len. In de ge­van­ge­nis werd Manson in­ge­schre­ven als “MANSON, CHAR­LIE M., ALIAS JESUS CHRIST, GOD”. Tij­dens de rechts­zaak ver­klaar­de hij dra­ma­tisch: “We­ten jul­lie dan niet wie jul­lie krui­si­gen?”

Bonn ziet in dat Mansons bi­zar­re woor­den en ac­ties voort­kwa­men uit een be­hoef­te aan con­tro­le en er­ken­ning, ge­com­bi­neerd met een hon­ger naar roem: “Mansons ka­rak­ter en per­soon­lijk­heid, zijn ach­ter­grond ... Hij was een per­soon met wei­nig op­lei­ding, maar wel een bij­zon­der slim­me, in­tel­li­gen­te man. Hij had de school van de har­de klap­pen door­lo­pen en was door scha­de en schan­de wijs ge­wor­den. Ik ge­loof dat Manson van jongs af aan groot­heids­waan­zin leed. Hij dacht dat hij op de een of an­de­re ma­nier voor iets mach­tigs voor­be­stemd was.” Bonn gaat door: “Zijn he­le le­ven ver­toon­de hij ken­mer­ken van pa­ra­noia ... Soms zei hij dat hij God was, an­de­re ke­ren Sa­tan. In een be­kend in­ter­view stel­de Geral­do Ri­ve­ra hem de vraag: ‘Ik heb ge­hoord dat je je­zelf God noemt, maar ook de Dui­vel. Wie ben je?’ Manson ant­woord­de: ‘Wat maakt het uit? Het gaat toch om een en de­zelf­de.’ Hij had een ver­te­kend zelf­beeld. En het wa­ren de­ze groot­heids­waan­zin en pa­ra­noia die zijn ver­lan­gen naar ‘Hel­ter Skel­ter’ heb­ben ge­voed. Hij was vast­be­slo­ten: hij zou hoe dan ook be­roemd wor­den. Luk­te het niet als song­wri­ter, dan zou de we­reld zich hem wel op een an­de­re ma­nier her­in­ne­ren.”

Tij­dens een eer­de­re in­val in de Bar­ker Ranch, op 10 ok­to­ber, toen Manson nog in LA was om ken­nis­sen geld af te

trog­ge­len, do­ken twee jon­ge vol­ge­lin­gen op uit de strui­ken. Het ging om Kit­ty Lu­te­s­in­ger en Step­ha­nie Schram, die vroe­gen of ze voor hun ei­gen vei­lig­heid kon­den wor­den aan­ge­hou­den. Ze wa­ren ont­snapt uit de Fa­mi­ly, maar na hun ont­snap­pings­po­ging in het don­ker ver­dwaald. Lu­te­s­in­ger was de ex-vrien­din van Bob­by Beau­so­leil, die voor haar de re­den was ge­weest om zich bij Manson te voe­gen. Beau­so­leil, die nooit of­fi­ci­eel lid van de Fa­mi­ly was, zat op dat mo­ment ach­ter de tra­lies we­gens ver­meen­de be­trok­ken­heid bij de moord op Ga­ry Hin­man, een mu­ziek­le­raar en ken­nis van Manson. Lu­te­s­in­ger hoor­de via haar moe­der in LA dat de po­li­tie met haar over Beau­so­leil wil­de spre­ken. Lu­te­s­in­ger be­sloot om sa­men te wer­ken met de re­cher­cheurs en ver­tel­de hen wat Susan At­kins haar had toe­ver­trouwd: dat Beau­so­leil Hin­man had ver­moord op be­vel van Manson. Maar hoe wist zij dit? Om­dat ze er­bij was ge­weest en had mee­ge­daan. Dit prik­kel­de de nieuws­gie­rig­heid van de po­li­tie van LA, maar At­kins zelf zou on­be­doeld nog veel meer los­la­ten.

MANSON LEED AAN GROOT­HEIDS­WAAN­ZIN ... HIJ GE­LOOF­DE DAT HIJ OP DE EEN OF AN­DE­RE MA­NIER VOOR IETS MACH­TIGS VOOR­BE­STEMD WAS.

NO­VEM­BER-DE­CEM­BER 1969: SUSAN AT­KINS BE­KENT

Susan At­kins werd sa­men met de an­de­ren op de Bar­ker Ranch ge­ar­res­teerd en van In­de­pen­den­ce in Ca­li­for­nië over­ge­bracht naar het Sy­bil Brand In­sti­tu­te in LA. Tij­dens het ver­plich­te ge­van­ge­nis­werk maak­te de spraak­za­me

jon­ge vrouw een paar vrien­din­nen. Haar cel­ge­no­te, Vero­ni­ca ‘Ron­nie’ Ho­ward, en ge­de­ti­neer­de Vir­gi­nia Gra­ham wa­ren ver­bijs­terd dat zij, on­danks de gru­we­lij­ke ver­ha­len die ze met hen deel­de, zo vro­lijk was. Wan­neer ze tij­dens hun vrije tijd in de ge­meen­schap­pe­lij­ke ruim­te za­ten, ver­tel­de At­kins van al­les en nog wat. Ho­ward noch Gra­ham had­den kun­nen ver­moe­den dat ze een cru­ci­a­le rol zou­den spe­len in een van de be­lang­rijk­ste rechts­za­ken van de eeuw, toen ze haar de klas­sie­ke vraag stel­den: “Waar zit jij voor?”

At­kins stond er­op Sa­die Mae Glutz ge­noemd te wor­den, zelfs in de ge­van­ge­nis, wat de be­wo­ners van Dor­mi­to­ry 8000 er­toe bracht om haar ‘Cra­zy Sa­die’ te noe­men, zo­als Vin­cent Bu­gli­o­si be­schrijft in zijn best­sel­ler Hel­ter Skel­ter (1974). Door haar on­ge­pas­te ge­drag — la­chen, zin­gen, pra­ten over een man die de op­ge­sta­ne Je­zus Chris­tus zou zijn — was ze een vreem­de eend in de bijt. At­kins le­pel­de steeds meer de­tails over de moor­den en Manson op en ver­tel­de over hoe hij hen naar een schuil­plaats on­der de grond bij De­ath Val­ley zou lei­den om daar het ein­de van de op han­den zijn­de ras­sen­oor­log af te wach­ten. Beet­je bij beet­je nam de on­ge­rust­heid van Ho­ward en Gra­ham toe. Na­dat ze haar klets­koek over “de­ge­ne in Be­ne­dict Can­y­on” had­den aan­ge­hoord, be­slo­ten de twee om ac­tie te on­der­ne­men. Daar was veel moed voor no­dig, ge­zien de on­ge­schre­ven ge­van­ge­nis­wet dat ver­raad wordt af­ge­straft. Maar de in­for­ma­tie over At­kins heeft hun zeer waar­schijn­lijk kre­diet op­ge­le­verd bij hun ei­gen pro­ces­sen.

At­kins ver­schil­de sterk van an­de­re wa­re ge­lo­vi­gen in de Manson Fa­mi­ly. Haar so­ci­aal-eco­no­mi­sche ach­ter­grond en le­vens­loop le­ken meer op die van Char­les dan op de keu­ri­ge le­ven­tjes van an­de­re groeps­le­den. De mees­te meis­jes wa­ren de tie­ner­ja­ren nau­we­lijks ont­groeid of wa­ren jon­ge vol­was­se­nen die nog naar school had­den moe­ten gaan of ge­woon van het le­ven had­den moe­ten ge­nie­ten. In plaats daar­van wa­ren ‘Char­lie’s An­gels’ ma­ri­o­net­ten van dood en ver­derf. Susan was een van Mansons meest toe­ge­wij­de vol­ge­lin­gen, maar keer­de zich op een ge­ge­ven mo­ment te­gen Char­les en de Fa­mi­ly om te ge­tui­gen voor een Grand Ju­ry (ka­mer van in­be­schul­di­ging­stel­ling). Scott Bonn is er­van over­tuigd dat de koorts­ach­ti­ge be­lang­stel­ling voor en de ont­stel­te­nis over de moor­den di­rect ver­band hou­den met de be­trok­ken­heid van de meis­jes, van wie ve­len aan­trek­ke­lijk en fo­to­ge­niek wa­ren. Hij denkt dat de­ze te­gen­stel­ling de groot­ste schok te­weeg­bracht. Ook Tex Wat­son werd be­schre­ven als een braaf joch dat tij­dens zijn school­tijd door drugs de weg was kwijt­ge­raakt. Toen hij maan­den na de moord­par­tij werd aan­ge­hou­den in zijn woon­plaats Mc­kin­ney, in Texas, wa­ren veel men­sen in zijn om­ge­ving — fa­mi­lie­le­den en vrien­den waar­mee hij was op­ge­groeid — vol­ko­men ver­bijs­terd. De she­riff van die stad was er­van over­tuigd dat Watsons ar­res­ta­tie een ver­gis­sing was.

Vol­gens Bonn is dit as­pect van het ver­haal — jon­ge vrou­wen als psy­cho­pa­thi­sche moor­de­naars — de be­lang­rijk­ste re­den voor het col­lec­tie­ve af­grij­zen. “Het wa­ren heel mooie, jon­ge meis­jes. Hoe was het mo­ge­lijk dat zij de­ze af­schu­we­lij­ke mis­da­den kon­den ple­gen? Het is te­gen­strij­dig. Ons is ge­leerd dat jon­ge meis­jes mee­stal het slacht­of­fer zijn. Dus het feit dat juist die jon­ge meis­jes de­ze on­be­schrij­fe­lij­ke mis­da­den had­den be­gaan, was schok­kend en on­be­grij­pe­lijk. En daar­bij kwam nog hun ra­re ge­drag in de rechts­zaal, zo­als toen ze hun hoof­den kaal­scho­ren.”

Aan­kla­ger Vin­cent Bu­gli­o­si kreeg op 3 de­cem­ber 1969 toe­stem­ming om de ta­pe met Susans be­ken­te­nis te gaan be­luis­te­ren. Toen hij hoor­de hoe At­kins haar her­in­ne­rin­gen aan de moor­den op­haal­de als­of ze “op­noem­de wat ze die dag op school had ge­daan”, lie­pen hem de ril­lin­gen over de rug.

De vol­gen­de dag be­slo­ten de aan­kla­gers en de ad­vo­ca­ten in over­leg dat At­kins in­for­ma­tie “es­sen­ti­eel voor de rechts­hand­ha­ving” was. De staat zou geen dood­straf te­gen haar ei­sen voor de moor­den op Hin­man, Ta­te en La­bi­an­ca, on­der de voor­waar­de dat ze zou ge­tui­gen voor een Grand Ju­ry. Tot dan toe had At­kins, hoe­wel er wel een steek­je bij haar los leek te zit­ten, steeds vol­le­dig mee­ge­werkt. Maar om de over­een­komst aan­trek­ke­lijk te ma­ken, was er een clau­su­le op­ge­no­men die be­paal­de dat als At­kins op de af­spraak zou te­rug­ko­men (en dat deed ze uit­ein­de­lijk), haar be­ken­te­nis voor de Grand Ju­ry niet ont­van­ke­lijk

zou zijn. Het was een bit­te­re pil voor Bu­gli­o­si en zijn me­de­wer­kers, want ze wis­ten dat At­kins ad­vo­caat, Ri­chard Ca­bel­le­ro, er voor zijn cli­ën­te een bij­zon­der goe­de deal had uit­ge­sleept.

On­der­tus­sen be­gon­nen de re­cher­cheurs van LA en Bu­gli­o­si een steeds be­ter idee te krij­gen van de ver­hou­din­gen bin­nen de Fa­mi­ly. Van de in­di­vi­du­e­le le­den, van de ban­den met de Straight Sa­tans (een mo­tor­club en drugs­ben­de), de op­zet van de Spahn Ranch en voor­al van het ver­bor­gen brein ach­ter het he­le spek­ta­kel. Manson (nog steeds ge­van­gen in In­de­pen­den­ce) be­gon ook te be­grij­pen dat zijn Hel­ter Skel­ter-plan in dui­gen was ge­val­len en dat de Fa­mi­ly en be­paal­de per­so­nen (vol­gens hem) te­gen hem sa­men­span­den. Twee za­ken voed­den zijn pa­ra­noia en waan­idee­ën. Zijn gro­te kracht was het on­der con­tro­le hou­den van an­de­ren, maar hij had Susan niet lan­ger in zijn greep; zij sprak met de vij­and. Ver­der had hij geen idee over de ver­blijf­plaat­sen van Tex Wat­son (die zich koest hield in Texas), Pa­tri­cia (in Ala­ba­ma) en Lin­da Ka­sa­bi­an (die na de moor­den naar New Hamp­shi­re was ge­vlucht, waar ze al­les aan haar moe­der op­biecht­te). “Manson was on­ge­twij­feld woest over wat hij zag als ver­raad door de an­de­ren. Vol­gens hem was hij de Chris­tus die door Judas was ver­ra­den”, legt Scott Bonn uit.

VOL­GENS MANSON WAS HIJ DE CHRIS­TUS DIE DOOR JUDAS WAS VER­RA­DEN.

KASABIANS IMMUNITEITSDEAL

Aan­van­ke­lijk werd Susan At­kins ge­zien als de spil in de he­le zaak. Zon­der haar wa­ren de aan­klach­ten te­gen Char­les Manson en Lin­da Ka­sa­bi­an zo zwak dat ze mo­ge­lijk vrij­uit zou­den gaan. Bu­gli­o­si ge­loof­de dat At­kins de waar­heid had ver­teld in haar be­ken­te­nis, maar dat ze wel een paar be­lang­rij­ke za­ken had weg­ge­la­ten om haar schuld te ver­zach­ten (vol­gens hem had zij Ta­te dood­ge­sto­ken). De ad­vo­caat was ab­so­luut niet te­leur­ge­steld toen At­kins op 11 mei 1970 haar be­ken­te­nis voor de Grand Ju­ry in­trok. In­te­gen­deel, Bu­gli­o­si was nu vrij om de ul­tie­me straf te­gen At­kins te ei­sen: de dood­straf. De gas­ka­mer kwam in zicht.

At­kins was in­mid­dels weer ste­vig in de ban van de Manson Fa­mi­ly en vast­be­slo­ten om elk be­vel van Manson op te vol­gen. Manson stuur­de hand­lan­gers om Susan, Le­slie van Hou­ten en Pa­tri­cia Kren­win­kel da­ge­lijks te be­zoe­ken, zo­dat ze ge­her­sen­spoeld zou­den blij­ven. De groep scheer­de hun hoof­den kaal en kerf­de x’en in hun voor­hoofd, ter­wijl an­de­re Fa­mi­ly-le­den voor het ge­rechts­hof on­rust ver­oor­zaak­ten en pro­tes­teer­den. Hoe kon­den ‘de var­kens’ hun mes­si­as naar de ge­van­ge­nis stu­ren?

Lin­da Ka­sa­bi­an was een 20-ja­ri­ge moe­der toen ze in de zo­mer van 1969 in de ban van Manson raak­te. Ze ver­bleef er niet lang, maar woon­de wel cru­ci­a­le ge­beur­te­nis­sen bij die ver­band hiel­den met de moord­par­tij. Ze zou la­ter de kroon­ge­tui­ge van de open­ba­re aan­kla­gers wor­den. Na de moor­den vlucht­te ze, ver­vuld van af­schuw over Mansons da­den, maar Ka­sa­bi­an had bo­ven­al slechts een be­perk­te rol ge­speeld in de Ta­te-moor­den. Van de he­le moord­ben­de — Le­slie van Hou­ten, Pa­tri­cia Kren­win­kel, Tex Wat­son, Susan At­kins — was Ka­sa­bi­an de eni­ge wier mo­re­le kom­pas nooit echt ka­pot was

ge­maakt door de zo­ge­naam­de Je­zus. Manson be­ging een gro­te ver­gis­sing toen hij Ka­sa­bi­an tot zijn kring van ver­trou­we­lin­gen toe­liet.

Ter­wijl de me­dia-aan­dacht in­ten­ser werd, sloot het net zich rond Ka­sa­bi­an. Ze gaf zich­zelf aan en keer­de te­rug naar Ca­li­for­nië. Haar spijt­be­tui­gin­gen wa­ren op­recht — zij was de eni­ge die over schuld­ge­voel sprak, de an­de­ren ble­ven Mansons man­tra’s her­ha­len. Ze wil­de haar hart luch­ten, ook al be­te­ken­de dit dat ze de rest van haar le­ven ge­van­gen zou zit­ten of de dood­straf zou krij­gen. Haar ad­vo­caat, Ga­ry Fleisch­man, druk­te Ka­sa­bi­an op het hart niets te zeg­gen voor­dat de of­fi­cier van jus­ti­tie met een immuniteitsdeal kwam. In ruil daar­voor zou zij de staat be­wijs le­ve­ren. Fleisch­mans zet was zeer om­stre­den, maar Ka­sa­bi­an was veel be­trouw­baar­der dan At­kins. Hoe was Ka­sa­bi­an ei­gen­lijk in de greep van de be­ruch­te Char­les Manson te­recht­ge­ko­men?

KA­SA­BI­AN TREEDT TOE TOT DE FA­MI­LY

Kasabians echt­ge­noot, Bob, wil­de zijn hu­we­lijk met de jon­ge vrouw een twee­de kans ge­ven en no­dig­de haar uit in LA. Een van Bobs vrien­den, Char­les Mel­ton, had na­me­lijk een gro­te er­fe­nis ge­ïn­cas­seerd en het avon­tuur­lij­ke plan op­ge­vat om naar van LA naar Tier­ra del Fuego in Chi­li te rij­den, op het zui­de­lijk­ste punt­je van Zuid-ame­ri­ka. Daar zou hij een boot ko­pen en aan een zeil­tocht rond de we­reld be­gin­nen. Bob had zijn vrouw en hun doch­ter, Ta­nya, voor de road­trip uit­ge­no­digd.

Het luk­te het echt­paar ech­ter niet om hun ge­schil­len op­zij te zet­ten. Ver­vol­gens stond op een on­for­tuin­lij­ke dag een lid van de Manson Fa­mi­ly, Ca­ther­i­ne Sha­re, bij Mel­ton op de stoep. Zij ver­tel­de een ge­ïn­te­res­seer­de Lin­da van al­les over Manson en de com­mu­ne die zij op de Spahn Ranch had­den ge­sticht. Ka­sa­bi­an raak­te in de ban van Sha­re en haar ver­koop­praat­jes, en ver­liet Bob om naar Spahn te ver­hui­zen. Daar be­gon het her­sen­spoe­len – niet door Manson, maar door Tex Wat­son. De eer­ste stap was het bre­ken van haar mo­re­le co­de. Ze werd over­spoeld met man­tra’s, zo­als “al­les is toe­ge­staan”, “goed en kwaad zijn al­leen maar con­struc­ties van de geest” en “per­soon­lij­ke be­zit­tin­gen be­staan niet”. Wat­son had seks met Ka­sa­bi­an en zij er­vaar­de “hoe haar iden­ti­teit stierf”.

Het is moei­lijk te ge­lo­ven, maar Ka­sa­bi­an liet zich bij­na met­een aan­spo­ren om Mel­ton van zijn geld te ont­doen. Ze stal $ 5.000 uit zijn ca­ra­van in To­pan­ga Can­y­on en droeg dat af aan de Fa­mi­ly. Toen ze Manson uit­ein­de­lijk ont­moet­te, zoom­de hij in op de pro­ble­men met haar va­der. Ook vuur­de hij zijn ge­vaar­lij­ke, fi­lo­so­fi­sche afo­ris­men op haar af, zo­als “on­zin heeft zin” en “vraag nooit waar­om”. Ka­sa­bi­an liet zich vol­le­dig in­pak­ken door de Fa­mi­ly. Maar in te­gen­stel­ling tot de hard­core­le­den heeft ze nooit echt ge­loofd in wat Manson al­le­maal uit­kraam­de. Hoe­wel ze door de seks en het ge­voel daar­na de dood van haar iden­ti­teit had er­va­ren, voel­de Ka­sa­bi­an zich on­ze­ker over Manson en de ove­ri­ge sek­te­le­den. “Ka­sa­bi­an was psy­cho­lo­gisch ster­ker dan de an­de­ren. Ze had een krach­ti­ger zelf­beeld”, stelt Bonn.

De avond na de slach­ting in Cie­lo Dri­ve gaf Manson Ka­sa­bi­an, San­dra Good, At­kins en Clem Gro­gan de op­dracht om in de wijk Ve­ni­ce Beach een Li­ba­ne­se man te ver­moor­den. Ka­sa­bi­an ging te­gen de wen­sen van de sekteleider in: ze deed als­of ze in de war was en klop­te op de ver­keer­de deur. Zo voor­kwam ze dat Sa­la­din Na­dir het vol­gen­de slacht­of­fer van Manson werd.

Haar rechts­zaak vond plaats op 27 ju­li 1970. Toen Ka­sa­bi­an door de gan­gen van het ge­rechts­ge­bouw liep, op weg naar de rechts­zaal voor haar be­ë­dig­de ge­tui­gen­ver­kla­ring, dook San­dra Good van­uit het niets op en schreeuw­de: “Je ver­moordt ons al­le­maal! Je ver­moordt ons al­le­maal!”

11 de­cem­ber 1969: Manson, in het su­è­de pak dat le­den van de Fa­mi­ly voor hem had­den ge­maakt, ver­laat de Halls of Jus­ti­ce in een po­li­tie­bus on­der ge­wa­pen­de be­wa­king. Hij ne­geert de ca­me­ra.

Bo­ven: Aa­ron Sto­vitz en Vin­cent Bu­gli­o­si, de open­ba­re aan­kla­gers, po­se­ren voor de pers met een lucht­fo­to van het huis van de La­bi­an­ca’s.

At­kins, Kren­win­kel en Van Hou­ten lo­pen hand in hand te zin­gen op weg naar een hoor­zit­ting. In de ogen van het pu­bliek en de aan­kla­gers werk­te hun bi­zar­re, ver­waan­de ge­drag te­gen hen.

Links­bo­ven: Manson in de rechts­zaal, 1970. Hij was ver­zot op ca­me­ra’s en me­dia-aan­dacht en pro­beer­de het pro­ces dan ook zo lang mo­ge­lijk te rek­ken. Manson was niet be­roemd ge­wor­den; hij was be­rucht.Rechts­bo­ven: Lin­da Ka­sa­bi­an, kroon­ge­tui­ge. Toen At­kins niet lan­ger mee­werk­te, was het Kasabians ge­tui­ge­nis die Manson en de an­de­ren ver­oor­deel­de.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.