BANDIETEN BESCHIETEN HOOVERS MAN­NEN

VOOR­DAT DE FBI KON WOR­DEN WAT HET NU IS, MOESTEN TWEE SPE­CI­AL AGENTS, TWEE RE­CHER­CHEURS EN EEN GANGSTER OM HET LE­VEN KO­MEN.

Real Crime (Netherlands) - - INHOUD - TEKST RO­BERT WALSH

De do­de­lij­ke gang­sters ge­bruik­ten zwaar ge­schut bij hun aan­val op spe­ci­al agents in 1933 in een po­ging hun ka­me­raad te be­vrij­den.

Het bloed­bad van Kansas Ci­ty is min­der be­kend dan het Va­len­tijns­dag­bloed­bad in 1929, maar heeft veel gro­te­re ge­vol­gen ge­had. Het was een mis­luk­te po­ging om gangster Frank ‘Jel­ly’ Nash te be­vrij­den. Het ver­vul­de de ge­he­le Ver­e­nig­de Sta­ten met af­grij­zen. Maar het gaf J. Ed­gar Hoover, di­rec­teur van het Bu­reau of In­ves­ti­ga­ti­on (BOI), wel de kans om de FBI op po­ten te zet­ten.

In de ja­ren twin­tig en der­tig van de vo­ri­ge eeuw werd Ame­ri­ka over­spoeld door een on­ge­ken­de mis­daad­golf. Gro­te ste­den als Chi­ca­go wer­den prak­tisch ge­re­geerd door gang­sters als Al Capo­ne. Mis­da­di­gers die ‘yeggs’ wer­den ge­noemd, roof­den, ont­voer­den en moord­den naar wil­le­keur. ‘s Och­tends be­roof­den ze een bank in In­di­a­na en ‘s mid­dags een an­de­re in Il­li­nois of Mis­sou­ri.

De rechts­macht van een staat reik­te niet ver­der dan tot aan de staats­gren­zen, dus de po­li­tie moest re­gel­ma­tig lijd­zaam toe­zien hoe mis­da­di­gers de grens over vlucht­ten. Een moor­de­naar in de ene staat was een vrij man in de an­de­re. Met snel­le au­to’s, zwa­re wa­pens en bluf wa­ren de yeggs vaak ge­wiek­ster en ge­vaar­lij­ker dan de hand­ha­vers van de wet. Er was een nieuw soort mis­daad­be­strij­ding no­dig om de­ze nieu­we lich­ting mis­da­di­gers aan te pak­ken. En dat was pre­cies wat Hoover in ge­dach­ten had.

Frank ‘Jel­ly’ Nash was een be­ruch­te mis­da­di­ger met een straf­blad in ver­schil­len­de sta­ten. Hij was in ok­to­ber 1930 ont­snapt uit Fort Le­a­ven­worth, een mi­li­tai­re ge­van­ge­nis in Kansas. Na­dat hij op 16 ju­ni 1933 op­nieuw was op­ge­pakt in Hot Springs, Ar­kansas, na­men zijn ka­me­ra­den zich voor hem te be­vrij­den. Daar had­den ze eni­ge voor­ken­nis en goe­de schut­ters voor no­dig. Met­een na­dat ze de­ze twee in­gre­di­ën­ten moei­te­loos had­den be­mach­tigd, plan­den ze de be­vrij­ding van Nash. Het po­li­tie-escorte van Nash maak­te het hen daar­bij nog mak­ke­lij­ker door de (cor­rup­te) po­li­tie van Kansas Ci­ty van te­vo­ren over hun aan­komst te in­for­me­ren.

In Kansas Ci­ty maak­te de on­der­we­reld de dienst uit en cor­rup­tie on­der po­li­tie­men­sen en po­li­ti­ci was ge­meen­goed. De on­der­we­reld werd ge­rund door gangster Jo­h­n­ny La­zia, de po­li­tie­ke bo­ven­we­reld door Tho­mas Pen­der­gast. Bei­den wa­ren door en door slecht. Het duur­de dan ook niet lang voor­dat de gang­sters Ri­chard Ga­la­tas, Hu­bert Far­mer, Louis ‘Doc’ Stac­ci en Frank Mul­loy wis­ten waar en wan­neer het po­li­tie-escorte zou aan­ko­men. Ze scha­kel­den ook huur­moor­de­naar Ver­ne Mil­ler in. Mil­ler woon­de in Kansas Ci­ty en had sa­men met Nash me­nig vuil werk­je op­ge­knapt. Toen hem werd ge­vraagd Nash te be­vrij­den op het Union Sta­ti­on, ging Mil­ler met­een ak­koord.

In Mil­lers huis hiel­den zich nog twee ge­weld­da­di­ge be­roeps­cri­mi­ne­len schuil: Char­les ‘Pret­ty Boy’ Floyd en Adam Ri­chet­ti. Ook zij wil­den van de par­tij zijn op het Union Sta­ti­on. Ter­wijl Nash’ po­li­tie-escorte over slechts twee geweren en drie pistolen beschikte, had­den de would-be bevrijders van Nash drie tommyguns (ma­chi­ne­pi­sto­len). De drie had­den bo­ven­dien veel er­va­ring met dit wa­pen, dat achthonderd .45-ka­li­ber ko­gels per mi­nuut af­vuurt.

De po­li­tie­man­nen, spe­ci­a­le agen­ten van de BOI en

Nash kwa­men op 17 ju­ni 1933 om 7:00 uur op het Union Sta­ti­on aan. Ze lie­pen recht­streeks een hin­der­laag in.

Vier van de ze­ven es­cor­te­le­den en Nash zelf zou­den het niet over­le­ven.

HET BLOED­BAD VAN KANSAS CI­TY TER­WIJL HET PO­LI­TIE-ESCORTE OVER SLECHTS TWEE GEWEREN EN DRIE PISTOLEN BESCHIKTE, HAD­DEN DE WOULD-BE BEVRIJDERS VAN NASH DRIE TOMMYGUNS. EEN TOMMYGUN VUURT ACHTHONDERD KO­GELS PER MI­NUUT AF.

17 JUN1 1933 06:30

Char­les ‘Pret­ty Boy’ Floyd, hand­lan­ger Adam Ri­chet­ti en huur­moor­de­naar Ver­ne Mil­ler wach­ten op de trein van 07:00 uur uit Fort Smith (Ar­kansas). Aan boord be­vin­den zich Frank Nash en zijn escorte, op weg naar de ge­van­ge­nis in Fort Le­a­ven­worth. De drie schut­ters we­ten pre­cies hoe laat ze ar­ri­ve­ren.

07:00

De trein ar­ri­veert exact op tijd. Nash moet aan boord blij­ven, ter­wijl Lac­key op zoek gaat naar spe­ci­aal agent Reed Vet­ter­li. Hij groet Vet­ter­li en sa­men speu­ren ze de om­ge­ving af op ver­dach­te za­ken of per­so­nen. Ze zien niets dat arg­waan wekt, maar in­tus­sen lig­gen Mil­ler, Floyd en Ri­chet­ti op de loer.

07:10

Spe­ci­a­le agen­ten Lac­key en Smith, en Ot­to Reed, hoofd­com­mis­sa­ris van de po­li­tie in Okla­ha­ma, ver­la­ten met Nash de trein. Vet­ter­li, agent Ray Caf­frey en twee re­cher­cheurs uit Kansas

Ci­ty, Her­man­son en Grooms, wach­ten hen op. Net als Mil­ler, Floyd en Ri­chet­ti — tommyguns in de aan­slag.

07:15

De schut­ters be­slui­ten de groep niet in de aan­komst­hal te over­val­len, maar op de par­keer­plaats. Ze heb­ben de twee au­to’s al ge­spot, waar­mee de vijf­tig ki­lo­me­ter naar de fe­de­ra­le straf­ge­van­ge­nis in Le­a­ven­worth zo snel mo­ge­lijk over­brugd moe­ten wor­den.

07:16

Bij het uit­stap­pen, duwt Caf­frey de loop van zijn re­vol­ver te­gen de rib­ben­kast van Nash, die zo snel mo­ge­lijk naar Le­a­ven­worth moet. De trein heeft een uur wacht­tijd in Kansas

Ci­ty voor­dat hij door­rijdt naar Le­a­ven­worth. Om­dat spe­ci­aal agent Vet­ter­li een be­vrij­dings­po­ging vreest, blij­ven ze niet lan­ger dan no­dig op de­zelf­de plek.

07:17

Lot­tie West werkt voor de Tra­vel­lers Aid So­ci­e­ty op het Union Sta­ti­on.

Ze ziet de ge­van­ge­ne en zijn escorte en denkt dat Floyd is op­ge­pakt. Lo­ka­le kran­ten heb­ben pa­gi­na’s vol­ge­schre­ven over de komst van de voort­vluch­ti­ge Floyd en Ri­chet­ti naar Kansas Ci­ty. Het is het ge­sprek van de dag.

07:18

Nash en zijn escorte lo­pen door het Union Sta­ti­on.

Nash’ han­den zijn ge­boeid en hij voelt Caf­frey’s re­vol­ver hard te­gen zijn rib­ben druk­ken. Hij be­seft dat de kans om te ont­snap­pen, zon­der hulp van bui­ten­af, bij­zon­der klein is. De ge­van­ge­ne en zijn escorte re­a­li­se­ren zich niet dat die hulp na­bij is.

07:19

Mil­ler, Floyd en Ri­chet­ti zien Nash en zijn be­wa­kers het Union Sta­ti­on uit­ko­men. Ze wach­ten nog even, tot­dat hun doel­wit­ten Caf­frey’s au­to heb­ben be­reikt. Ze we­ten dat ze het bes­te kun­nen toe­slaan wan­neer Nash in de au­to wordt ge­duwd. Ze ont­gren­de­len hun wa­pens en tel­len de laat­ste se­con­den tot het gro­te mo­ment af.

07:20

Het is zo­ver. Lac­key zet Nash op de voor­stoel in Caf­frey’s Che­vro­let, niet op de ach­ter­bank, zo­als nor­maal ge­beurt met een ge­ës­cor­teer­de ge­van­ge­ne. Hij zegt te­gen Nash: “Ga voor­in zit­ten, net zo­als toen we uit Hot Springs ver­trok­ken. Dan kun­nen we je al­le­maal in de ga­ten hou­den.” Hij weet niet dat hij op dat mo­ment zelf in de ga­ten wordt ge­hou­den.

07:21

Nash zit op de pas­sa­giers­stoel voor­in. Smith, Reed en Lac­ky zit­ten op de ach­ter­bank. Her­man­son en Grooms staan bij het rech­ter­voor­wiel en Caf­frey loopt naar het be­stuur­der­spor­tier. “Han­den om­hoog! Snel! Om­hoog!” be­veelt een stem van­uit het niets. Bij­na met­een daar­na ho­ren ze “Aan­val­len!” en een re­gen van .45-ka­li­ber ko­gels wordt op hen af­ge­vuurd.

07:21

Nog voor­dat ze hun pistolen kun­nen trek­ken, wor­den Grooms en Her­man­son door­zeefd met tom­my­gunk­ogels. Ze zak­ken in el­kaar op de par­keer­plaats van het Union Sta­ti­on. Op de voor­stoel in Caf­frey’s au­to spat het hoofd van Nash uit­een. Een ver­dwaal­de ko­gel doodt hem ter plek­ke. Ach­ter hem wordt het hoofd van Ot­to Reed ook ka­pot­ge­scho­ten.

07:21

Voor de au­to wordt ook

Ray Caf­frey door­zeefd.

Hij valt en sterft met­een.

Zijn re­vol­ver ligt naast zijn door­zeef­de li­chaam. Van het ze­ven­mans po­li­tie-escorte zijn Her­man­son, Grooms en Chaf­frey in­mid­dels dood. Een ko­gel schampt Vet­ter­li’s arm. Hij rent naar het sta­ti­on ter­wijl de ko­gels hem om de oren vlie­gen. Hij zal het over­le­ven en la­ter op zijn be­la­gers gaan ja­gen.

07:21:30

Ach­ter in Caf­frey’s au­to heft agent Lac­key zijn ge­weer. Maar voor­dat hij de kans heeft om te rich­ten, wordt hij ge­trof­fen door drie ko­gels. Ook hij zal het over­le­ven, maar neemt geen deel meer aan het ge­vecht. Hij houdt zich dood, net als agent Smith naast hem. Die is als bij won­der on­ge­deerd. Hij hoort ie­mand zeg­gen: “Daar­bin­nen is ie­der­een dood.”

07:22

De moor­de­naars vluch­ten na­dat ze het le­ven­lo­ze li­chaam van Nash op de voor­stoel van Caf­frey’s au­to heb­ben ont­dekt. Li­cha­men lig­gen ver­spreid over de par­keer­plaats. Lac­key is ern­stig ge­wond. “Hier leeft er nog een!”, roept ie­mand. Po­li­tie­man Mi­ke Fan­ning, die dienst heeft op het Union Sta­ti­on, ar­ri­veert als eer­ste en schiet nog op het vluch­ten­de trio.

07:23

Een hui­len­de Smith heft zijn han­den zo­dra hij Fan­ning ziet en iden­ti­fi­ceert zich als spe­ci­aal agent. Dan ziet hij ook het door­zeef­de li­chaam van zijn vriend Ot­to Reed. Naast hem kreunt agent Lac­key van de pijn. Voor hem hangt het li­chaam van Nash le­ven­loos voor­over op de pas­sa­giers­stoel.

07:24

De slach­ting is voor­bij. De moor­de­naars zijn de plek des on­heils ont­vlucht. De par­keer­plaats is be­zaaid met pa­troon­hul­zen, au­to­wrak­ken en door­zeef­de li­cha­men. Nash, die nu een vrij man had moe­ten zijn, is een ka­pot­ge­scho­ten ka­da­ver. De ge­vol­gen zul­len de Ame­ri­kaan­se rechts­hand­ha­ving voor al­tijd ver­an­de­ren.

‘PRET­TY BOY’ FLOYD Floyds ge­wa­pen­de over­val­len maak­ten en moor­den hem tot een le­gen­da­ri­scheHij groei­de uit tot fi­guur. volks­vij­and num­mer één.

VER­NON MIL­LERMil­ler was een voor­ma­li­ge hulps­he­riff en oor­logs­held, die daar­na werk­te als smok­ke­laar en ge­wa­pen­de over­val­ler, maar voor­al als free­lan­ce huur­moor­de­naar.

FRANK ‘JEL­LY’ NASHDe ont­snap­te ge­van­ge­ne Nash be­gon als dief en breid­de zijn werk­zaam­he­den uit met in­bra­ken, klui­zen kra­ken, ge­wa­pen­de over­val­len en moord.

ADAM RI­CHET­TIFloyds eeu­wi­ge twee­de man, Ri­chet­ti, was een ge­wa­pen­de over­val­ler, moor­de­naar en al­co­ho­list met een op­vlie­gend ka­rak­ter.

RAY­MOND CAF­FREY SPE­CI­AAL AGENTOT­TO REED HOOFD­COM­MIS­SA­RIS VAN PO­LI­TIE, MCALESTER, OKLA­HO­MABILL ‘RED’ GROOMS RE­CHER­CHEUR, PO­LI­TIE­BU­REAU KANSAS CI­TYFRANK HER­MAN­SON RE­CHER­CHEUR, PO­LI­TIE­BU­REAU KANSAS CI­TY FRANK SMITH SPE­CI­AAL AGENTFRANK JO­SEPH LAC­KEY SPE­CI­AAL AGENT

REED VET­TER­LI SPE­CI­AAL AGENT, KANSAS CI­TY

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.