BE­ROUW OP HET STERF­BED

TOEN EEN MAN OP ZIJN STERF­BED EEN BE­KEN­TE­NIS AFLEGDE OM ZIJN GE­WE­TEN TE ONT­LAS­TEN, REKENDE HIJ NIET OP EEN WONDERBAARLIJK HER­STEL.

Real Crime (Netherlands) - - INHOUD - TEKST CA­THER­I­NE CURZON

Hij dacht te ster­ven en be­ken­de een moord. Toen werd hij be­ter en kon hij be­recht wor­den.

Ach­ter­grond

In 1995 werd in een ver­val­len huis aan de Ash­land Ci­ty High­way in Nas­h­vil­le, Ten­nes­see, het li­chaam van een vrouw ge­von­den. Joy­ce Good­ener had mes­ste­ken in haar hals en was met een be­ton­nen bouw­blok op het hoofd ge­sla­gen, waar­door haar sche­del en bot­ten in haar ge­zicht op meer­de­re plaat­sen wa­ren ge­bro­ken. In een po­ging om be­wijs­ma­te­ri­aal te ver­nie­ti­gen, had de moor­de­naar haar li­chaam in een ta­pijt ge­rold en in brand ge­sto­ken. Het be­ton­nen blok lag nog steeds op haar hoofd.

Het vuur deed pre­cies waar de on­be­ken­de moor­de­naar op had ge­hoopt en te­gen de tijd dat de brand­weer Joy­ces over­blijf­se­len ont­dek­te, was er wei­nig be­wijs­ma­te­ri­aal over. Toch wa­ren re­cher­cheurs vast­be­slo­ten om de zaak op te los­sen en het on­der­zoek leid­de hen uit­ein­de­lijk naar een man met de naam Ja­mes Mur­ray Was­hing­ton.

Tij­dens een on­der­vra­ging gaf Was­hing­ton toe dat hij Joy­ce ken­de en dat hij de och­tend voor haar dood bij haar was ge­weest. Hij had haar be­taald voor seks, maar zei dat ze nog ge­zond en wel was ge­weest toen hij weg­ging. Toch was er een ge­tui­ge die tien mi­nu­ten voor de brand een zwar­te Che­vro­let Ca­ma­ro had zien staan bij het huis aan de Ash­land Ci­ty High­way – een­zelf­de au­to als Was­hing­ton had. Een an­de­re ge­tui­ge had het sil­hou­et van een man ge­zien ach­ter het raam van de ka­mer waar Joy­ce was ge­stor­ven, maar kon zijn ge­zicht niet be­schrij­ven. Hoe­wel de po­li­tie van Nas­h­vil­le er­van over­tuigd was dat Was­hing­ton de moor­de­naar was, moesten ze hem la­ten lo­pen. Ze had­den na­me­lijk al­leen in­di­rect be­wijs voor zijn aan­we­zig­heid op de plaats van de mis­daad.

Elf jaar la­ter was het spoor naar de moor­de­naar van Joy­ce ijs­koud. De eni­ge ver­dach­te in de zaak was nog steeds Ja­mes Was­hing­ton, die in­tus­sen de be­lang­stel­ling van de po­li­tie op­nieuw had ge­wekt. Hij was ver­oor­deeld tot vijf­tien jaar ge­van­ge­nis­straf voor be­trok­ken­heid bij een moord die los­stond van de zaak-good­ener. Voor de fa­mi­lie van Joy­ce had het recht ech­ter nog niet ge­ze­ge­vierd.

Keer­punt

In 2009 werd Ja­mes Was­hing­ton in zijn ge­van­ge­nis­cel ge­trof­fen door vre­se­lij­ke kramp in zijn borst. On­der be­ge­lei­ding van ge­van­gen­be­waar­der Ja­mes Tom­l­in­son werd hij snel naar een zie­ken­huis ver­voerd. Tom­l­in­son kon niet be­vroe­den welk ge­heim zijn vracht­je zou gaan ont­hul­len.

Was­hing­tons prog­no­se was som­ber. Hij had een zwa­re hart­aan­val ge­had en de art­sen be­reid­den hem op het erg­ste voor. Voor Was­hing­ton be­te­ken­de dit maar één ding: hij moest zijn ge­we­ten ont­las­ten voor hij zou ster­ven.

In zijn zie­ken­huis­bed, on­der be­han­de­ling van me­di­cij­nen en zeer ver­zwakt, leek hij op het rand­je van de dood te zwe­ven. Op een ge­ge­ven mo­ment wenk­te hij Tom­l­in­son. Toen de be­waar­der bij het bed kwam, deed Was­hing­ton een sen­sa­ti­o­ne­le me­de­de­ling. “Ik heb ie­mand ver­moord”, fluis­ter­de hij te­gen Tom­l­in­son: “Ik heb haar dood­ge­sla­gen.”

Tom­l­in­son ver­tel­de zijn lei­ding­ge­ven­den on­mid­del­lijk wat Was­hing­ton hem had ge­zegd. Nu hij zijn hart had ge­lucht, be­reid­de Ja­mes Mur­ray Was­hing­ton zich voor op de dood.

Maar in plaats van te ster­ven, knap­te hij weer op. Was­hing­tons toe­stand was he­le­maal niet le­vens­be­drei­gend. Zijn ge­zond­heid ver­be­ter­de en al snel had hij spijt van wat hij Ja­mes Tom­l­in­son had ver­teld. Toen dui­de­lijk werd dat Was­hing­ton vol­le­dig zou her­stel­len en de ge­van­ge­nis weer in moest, werd hij aan­ge­klaagd voor de moord op Joy­ce Good­ener. Als hij schul­dig werd be­von­den, dan zou hij on­der Ten­nes­sees recht kun­nen wor­den ver­oor­deeld tot een ge­van­ge­nis­straf van 51 jaar. Het is dan ook niet ver­won­der­lijk dat hij on­der zijn be­ken­te­nis pro­beer­de uit te ko­men. Was­hing­ton be­weer­de dat hij had ge­hal­lu­ci­neerd on­der

in­vloed van zijn zwak­ke ge­zond­heid en de me­di­cij­nen die hem in het zie­ken­huis wa­ren toe­ge­diend. Bo­ven­dien be­weer­de hij dat hij de naam Good­ener he­le­maal niet had ge­noemd en dat zijn be­ken­te­nis niet als be­wijs te­gen hem ge­bruikt mocht wor­den. De open­ba­re aan­kla­gers dach­ten daar ech­ter an­ders over.

In 2012, bij­na twin­tig jaar na­dat Joy­ce Good­ener werd ver­moord en in dat leeg­staan­de huis werd ach­ter­ge­la­ten, moest Ja­mes Was­hing­ton te­recht­staan we­gens moord.

Na­sleep

Was­hing­tons pro­ces werd ver­traagd door zijn ad­vo­ca­ten, die om een psy­cho­lo­gisch on­der­zoek van hun cli­ënt vroe­gen. Ze be­weer­den dat de man on­schul­dig was. Hij had een val­se be­ken­te­nis af­ge­legd on­der in­vloed van hart­me­di­cij­nen. Hij was geen moor­de­naar, maar een ern­stig zie­ke man die on­der gro­te men­ta­le druk zou heb­ben ge­staan, waar­door hij niet wist wat hij zei.

Het Hof luis­ter­de naar Ja­mes Tom­l­in­son en naar ge­tui­gen die Joy­ce en Was­hing­ton had­den ge­kend. Ook hoor­de het ver­schil­len­de art­sen en psy­chi­a­ters. De­ze be­ves­tig­den dat Was­hing­ton een hart­aan­val had ge­had, maar dat hij vóór de be­ken­te­nis op zijn sterf­bed niet over hal­lu­ci­na­ties had ge­klaagd. Bo­ven­dien wa­ren hal­lu­ci­na­ties een van de zeld­zaams­te bij­wer­kin­gen van de me­di­cij­nen die hij had ge­kre­gen. Daar­en­te­gen was het wel heel ge­mak­ke­lijk om te lie­gen over hal­lu­ci­na­ties. De me­di­ci rap­por­teer­den ook dat Was­hing­ton symp­to­men van pa­ra­noia en ang­sten ver­toon­de als hij wist dat hij werd ge­ob­ser­veerd. Daar­en­te­gen ge­droeg hij zich heel nor­maal als hij dacht dat er nie­mand keek. In an­de­re woor­den, Was­hing­ton deed als­of.

De ju­ry­le­den kre­gen te ho­ren over de mys­te­ri­eu­ze zwar­te Ca­ma­ro, de sek­su­e­le re­la­tie tus­sen het slacht­of­fer en de ge­van­ge­ne, en het sil­hou­et van een man voor het raam. Ze hoor­den ver­kla­rin­gen van ge­tui­gen en me­di­sche ex­perts, die al­le­maal ver­band hiel­den met de aan­klacht. Ook luis­ter­den ze zeer aan­dach­tig naar Tom­l­in­sons ver­slag van de be­ken­te­nis van Was­hing­ton. Drie da­gen na het be­gin van het pro­ces oor­deel­de de ju­ry dat Was­hing­ton schul­dig was aan de moord op Joy­ce Good­ener.

Ja­mes Was­hing­ton werd ver­oor­deeld tot le­vens­lang zon­der mo­ge­lijk­heid tot ver­vroeg­de in­vrij­heids­stel­ling. Zon­der de be­ken­te­nis op zijn net-niet-sterf­bed zou de zaak on­op­ge­lost zijn ge­ble­ven, maar dank­zij een slecht ge­we­ten en een klein me­disch won­der is er ein­de­lijk gerechtigheid voor Joy­ce en haar fa­mi­lie­le­den. Was­hing­ton was bij­na weg­ge­ko­men met moord. Maar in plaats daar­van werd hij de kroon­ge­tui­ge in zijn ei­gen pro­ces.

“‘Ik heb ie­mand ver­moord’, fluis­ter­de hij te­gen Tom­l­in­son. ‘Ik heb haar dood­ge­sla­gen.’ ”

Po­li­tie­fo­to vanWas­hing­ton, ge­no­men toen hij de ge­van­ge­nis in moest voor de moord op Joy­ceGood­ener in 1995.

van Joy­ceHet ver­bran­de li­chaam stret­cher uit het Good­ener wordt op een ge­dra­gen. leeg­staan­de huis in Nas­h­vil­le Ge­van­gen­be­waar­derJa­mes Tom­l­in­son be­ge­leid­deWas­hing­ton naar het ver­moe­de­lij­ke zie­ken­huis voor een hart­aan­val. be­han­de­ling na een Tij­dens het pro­ces ver­tel­de ge­tui­ge over de be­ken­te­nis hij als van Was­hing­ton.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.