Si­naas­ap­pels: eten of per­sen?

Times of Suriname - - GEZONDHEID -

Een vrouw merkt meest­al al gauw dat het haar dun­ner wordt. De hoofd­huid wordt steeds be­ter zicht­baar. Voor­al bo­ven op het hoofd valt dit op. Als de vrouw lang haar heeft, zal de paar­den­staart steeds dun­ner wor­den. Ook zal het haar in som­mi­ge ge­val­len min­der lang wor­den. De haar­uit­val kan ge­lei­de­lijk aan ont­staan of het ont­staat plot­se­ling waar­bij er plot­se­ling veel meer ha­ren dan an­ders in de bor­stel ach­ter­blij­ven of in het dou­che­put­je ver­dwij­nen. Een aan­tal oor­za­ken van haar­ver­lies bij vrou­wen zul­len hier­on­der wor­den be­spro­ken.

De ge­wo­ne da­ge­lijk­se stress waar ie­der­een in de­ze maat­schap­pij mee te ma­ken krijgt, is iets waar het li­chaam te­gen moet kun­nen. An­ders zou­den we al­le­maal last heb­ben van haar­uit­val. Als er spra­ke is van een in­ten­se stress, zo­als bij­voor­beeld het ver­lie­zen van een dier­ba­re of je baan, dan kan het leiden tot haar­ver­lies. Door de hef­ti­ge stress stop­pen re­la­tief veel ha­ren te­ge­lijk met groei­en. De­ze ha­ren ko­men al­le­maal ver­sneld in een rust­fa­se waar­na ze mas­saal uit­val­len. Na de stress­pe­ri­o­de zul­len de ha­ren weer gaan groei­en en dit leidt niet tot kaal­heid.

Tij­dens de zwan­ger­schap krij­gen som­mi­ge vrou­wen vaak een dik­ke­re bos haar. Dit komt door­dat het mees­te haar lan­ger in de groei­fa­se blijft door de ho­ge oes­tro­geen­spie­gels. Maar wan­neer na de be­val­ling de oes­tro­geen­spie­gels weer da­len, komt veel van dat haar te­ge­lij­ker­tijd in de rust­fa­se en valt het als­nog uit. Meest­al be­gint het haar­ver­lies en­ke­le maan­den na een be­val­ling en stopt het van­zelf na een half jaar. Als de vrouw pech heeft, kan het soms wel een jaar du­ren.

Dat ro­ken erg slecht is, weet ie­der­een. Het kan ook in­vloed heb­ben op de haar­groei. De rook ver­min­dert de door­bloe­ding in de huid, dus ook naar de haar­wor­tels toe. Daar­door kan er haar­uit­val ont­staan.

Ook de zon kan im­pact heb­ben op het haar. Uv-stra­ling is niet al­leen slecht voor de huid, maar ook voor het haar. Er ko­men vaak men­sen na hun va­kan­tie op het spreek­uur

Zo­wel een te tra­ge schild­klier als een te snel wer­ken­de schild­klier kan haar­ver­lies ver­oor­za­ken. Met de juis­te me­di­cij­nen kan een schild­klier­af­wij­king vaak goed wor­den be­han­deld.

On­ge­veer 15% van de vrou­wen on­der de 40 jaar heeft haar­ver­lies door een er­fe­lij­ke oor­zaak (alope­cia an­dro­ge­ne­ti­ca). Dit kan zon­der in­grij­pen blij­vend wor­den. Het be­gint als de mid­den­schei­ding van het haar bre­der wordt. Het haar wordt dun­ner en dat is ook te mer­ken aan de paar­den­staart. Jon­ge vrou­wen heb­ben dit zelf meest­al al gauw in de ga­ten, on­danks dat de om­ge­ving zo­als de kap­per en huis­arts dit vaak af­doen als iets dat niet erg is. Ze heeft im­mers toch nog ge­noeg haar.

Vaak wach­ten vrou­wen een he­le tijd voor­dat ze hulp gaan zoe­ken. Dat komt me­de door­dat de om­ge­ving zegt dat je je geen zor­gen hoeft te ma­ken.

Bij vrou­wen is er meest­al een com­ple­te uit­dun­ning rond­om de sche­del. Vrou­wen wor­den niet vol­le­dig kaal. Het is bij­na on­mo­ge­lijk om nieu­we ha­ren tus­sen be­staan­de ha­ren te im­plan­te­ren om­dat de be­staan­de ha­ren dan be­scha­digd wor­den. Dit is een re­den dat haar­t­rans­plan­ta­tie bij vrou­wen min­der goed kan wor­den toe­ge­past dan bij man­nen en meest­al on­mo­ge­lijk is.

Als de hor­mo­nen in on­ba­lans ra­ken kan dit leiden tot haar­ver­lies. Dit kan voor­ko­men bij een on­re­gel­ma­ti­ge cy­clus of bij vrou­wen die de pil al ge­brui­ken. Soms wordt de pil voor­ge­schre­ven om de cy­clus re­gel­ma­tig te krij­gen, maar dit geeft niet al­tijd de op­los­sing te­gen haar­ver­lies. Er zijn an­ti­con­cep­tie­pil­len ver­krijg­baar die haar­ver­lies te­gen kun­nen gaan zo­als Di­a­ne 35 en Yas­min. Soms wordt ook voor­ge­schre­ven bij er­fe­lijk haar­ver­lies. (Ge­zond­heid.nl/ fo­to: www.ful­hamscalp­hair­cli­nic.com) Denk je aan vi­ta­mi­ne C, dan denk je aan een vers glaas­je jus d’oran­ge. Toch is het slim­mer om de he­le vrucht te eten. Hoe zit dat? En waar­om zijn si­naas­ap­pels zo ge­zond? De si­naas­ap­pel is een ci­trus­vrucht, net als man­da­rijn­tjes en ci­troe­nen. Hij is ver­noemd naar zijn land van her­komst, Chi­na. Te­gen­woor­dig ko­men on­ze si­naas­ap­pels meest­al uit de zon­ni­ge lan­den rond de Mid­del­land­se zee of uit Zuid-Ame­ri­ka. Ne­der­lan­ders eten jaar­lijks ge­mid­deld maar liefst 8,5 ki­lo­gram van de­ze po­pu­lai­re vrucht.

Cit­rus­fruit dankt zijn ge­zon­de ima­go aan het ho­ge vi­ta­mi­ne C-ge­hal­te. In een si­naas­ap­pel zit on­ge­veer 60 mil­li­gram vi­ta­mi­ne C en dat is al 80 pro­cent van de aan­be­vo­len hoe­veel­heid die je per dag bin­nen zou moe­ten krij­gen. Vi­ta­mi­ne C is be­lang­rijk voor een goe­de weer­stand, vol­doen­de ener­gie, je ze­nuw­stel­sel, ge­zon­de bot­ten, tan­den, huid en bloed­va­ten. Bo­ven­dien be­vor­dert vi­ta­mi­ne C de op­na­me van ij­zer uit voe­ding. Daar­naast le­ve­ren si­naas­ap­pels fo­li­um­zuur en ve­zels. Fo­li­um­zuur heb je no­dig voor de vor­ming van ro­de bloed­cel­len, een goed func­ti­o­ne­rend ze­nuw­stel­sel en im­muun­sys­teem. Ve­zels dra­gen bij aan een soe­pe­le stoel­gang en zor­gen er­voor dat je lang ver­za­digd blijft na het eten. Bo­ven­dien wor­den ze in ver­band ge­bracht met een la­ger ri­si­co op hart­ziek­ten, be­roer­te, darm­kan­ker, borst­kan­ker en dia­be­tes ty­pe 2.

Ko­pen, be­wa­ren en be­rei­den Let bij de aan­schaf van si­naas­ap­pe­len op of ze een ga­ve schil heb­ben zon­der be­scha­di­gin­gen of schim­mel­plek­jes. Pers­si­naas­ap­pels zijn wat ve­ze­li­ger en be­vat­ten meer sap dan hand­sinaas­ap­pels: niet zo lek­ker om te eten, maar wel heel ge­schikt om uit te per­sen. Be­waar si­naas­ap­pels bui­ten de koel­kast, dan blij­ven ze twee tot drie we­ken goed. Schil of pel je si­naas­ap­pel en eet hem zo uit het vuist­je of ge­bruik de part­jes in een re­cept. Ook de schil kun je ge­brui­ken: wat ge­rasp­te schil geeft een fris­se ci­trus­smaak aan ge­rech­ten en bak­sels. Was de schil dan wel zorg­vul­dig voor­dat je gaat ras­pen, want ci­trus­vruch­ten wor­den be­han­deld met een mid­del dat schim­mels te­gen­gaat. Een­maal ge­was­sen, is er geen ge­vaar voor je ge­zond­heid.

Loont het de moei­te om ’s och­tens eer­der op te staan om zelf een vers sap­je te per­sen? Ein­ge­lijk wel. Vers­ge­perst si­naas­ap­pel­sap be­vat na­me­lijk tot on­ge­veer 50 pro­cent meer vi­ta­mi­ne C dan sap dat ge­maakt is van con­cen­traat. (Sap uit een pak is meest­al vruch­ten­sap uit con­cen­traat. Dat be­te­kent dat tij­dens de pro­duc­tie het wa­ter er eerst uit­ge­haald is en het wa­ter la­ter weer toe­ge­voegd is.) Toch zit er zelfs in si­naas­ap­pel­sap uit con­cen­traat nog een he­le­boel vi­ta­mi­ne C. Je hoeft je sap­je trou­wens niet met­een op te drin­ken. Bij zu­re sap­pen, zo­als si­naas­ap­pel­sap, neemt het vi­ta­mi­ne C-ge­hal­te lang­zaam af, met on­ge­veer 2 pro­cent per dag. Be­waar het wel in de koel­kast, in het don­ker, want licht zorgt er­voor dat vi­ta­mi­ne C ver­dwijnt.

Een min­punt van si­naas­ap­pel­sap is dat er fruit­sui­kers in zit­ten, wel ze­ven sui­ker­klont­jes per glas. En dat is ver­ge­lijk­baar met de hoe­veel­heid sui­ker in een glas fris­drank. Je li­chaam ziet het ver­schil niet tus­sen sui­ker uit een si­naas­ap­pel of sui­ker uit co­la en gaat er op de­zelf­de ma­nier mee om. Drink je veel vruch­ten­sap, dan lijkt het mis­schien als­of je ge­zond be­zig bent, maar on­ge­merkt krijg je flink wat ca­lo­rie­ën bin­nen. Bo­ven­dien tas­ten de sui­kers (en zu­ren) in si­naas­ap­pel­sap je ge­bit aan. En de ge­zon­de ve­zels die in de vrucht zit­ten, zeef je er­uit met je ci­trus­pers. Af en toe ge­nie­ten van een glas si­naas­ap­pel­sap kan ui­ter­aard geen kwaad, maar het is het al­ler­ge­zondst om si­naas­ap­pels op te eten. (MSN.NL/fo­to: 3.bp. blogs­pot.com)

Newspapers in Dutch

Newspapers from Suriname

© PressReader. All rights reserved.