Stap­pen

Times of Suriname - - TIMES UNLINED -

1. Haal de no­di­ge mid­de­len in huis. Om je­zelf een goe­de pe­di­cu­re te ge­ven heb je wat ba­sis­mid­de­len no­dig waar­mee je je te­nen kan ver­wen­nen. Je hebt een tob­be, gro­te kom of em­mer met wa­ter no­dig voor het voe­ten­bad, een na­gel clip­per, een vijl, een staaf­je waar­mee je je na­gel­riem een beet­je te­rug duwt (een cu­ti­cu­la pus­her), een vijl­blok, een puim­steen en/of een scrub bor­stel, een trans­pa­ran­te top en ba­se coat na­gel­lak en ten­slot­te een ge­kleur­de na­gel­lak naar wens. Op­ti­o­neel zijn bad­zout voor het voe­ten­bad, een na­gel­riem­knip­per, na­gel­riem­olie en een olie of voe­ten­crè­me voor een voet­mas­sa­ge na de pe­di­cu­re. 2. Ver­wij­der even­tu­e­le na­gel­lak die nog op je na­gels zit. Je kan nu een­maal moei­lijk een nieu­we kleur over een ou­de aan­bren­gen! Ge­bruik een re­mo­ver met of zon­der ace­ton en haal al­les goed weg, ook de rest­jes langs je na­gel­rie­men.

3. Be­gin met het voe­ten­bad. Vul een tob­be, em­mer of gro­te kom met warm wa­ter en een beet­je bad­zout of olie als je dat pret­tig vindt. Nu is het tijd om ach­ter­over te gaan leu­nen en te ont­span­nen! Laat je voe­ten 10 mi­nu­ten in het voe­ten­bad we­ken; het war­me wa­ter ver­zacht hard eelt en ver­wij­dert even­tu­eel hard­nek­kig vuil op je voe­ten. Het voe­ten­bad helpt ook om je na­gels en na­gel­rie­men te ver­zach­ten wat be­lang­rijk is ter voor­be­rei­ding van het lak­ken van je na­gels.

4. Knip en vijl je na­gels. Be­gin met het knip­pen van je na­gels op de juis­te leng­te; ge­bruik een na­gel clip­per om je teen­na­gels zo te knip­pen dat je nog net een wit rand­je ziet bij het uit­ein­de. De vorm van de na­gel moet een beet­je vier­kant zijn, je volgt de na­tuur­lij­ke bo­ven­lijn van je te­nen. Ge­bruik je na­gel­vijl om de scher­pe rand­jes er­af te vij­len en om de na­gel meer vorm te ge­ven. Knip je na­gels niet in een ron­de vorm om­dat dit in­ge­groei­de na­gels kan ver­oor­za­ken. As je kan, pro­beer je na­gels dan in een rich­ting te vij­len zo­dat je, je na­gels niet scheurt of be­scha­digt.

5. Be­han­del je na­gel­rie­men. Hoe­wel de­ze stap op­ti­o­neel is kan het veel sche­len om je na­gels voor te be­rei­den voor het lak­ken. Ge­bruik de cu­ti­cu­la pus­her om de na­gel­riem bij el­ke na­gel zacht­jes te­rug te du­wen. Als je een na­gel­riem­knip­per hebt, knip dan voor­zich­tig de over­tol­li­ge na­gel­riem­huid af die op de na­gel te­gen de na­gel­riem aan groeit. Wrijf er hier­na een beet­je na­gel­riem­olie op zo­dat je de ge­voe­li­ge huid voedt met ex­tra vocht 6. Maak de ran­den van je na­gels glad. Ge­bruik je vijl­blok om langs rib­bels en ru­we ran­den aan de ran­den van je na­gels te vij­len. Be­steed voor­al aan­dacht aan de ran­den die je zo­juist hebt ge­knipt of ge­vijld om­dat de­ze egaal moe­ten zijn voor het lak­ken. Ge­bruik je vijl­blok om in een rich­ting te vij­len en houdt het een beet­je schuin om­hoog zo­dat je bij de he­le teen­na­gel kan. 7. Maak je voe­ten schoon en zacht. Het is nu tijd om over te gaan op je voe­ten. Ge­bruik de puim­steen om het eelt bij je hie­len en bij de bal van je voe­ten te scrub­ben. Je kan vrij hard scrub­ben om­dat de huid daar vaak dik en ge­voel­loos is. Als je het eelt en de uit­ge­droog­de huid ver­wij­derd hebt kun je een scrub­bor­stel ge­brui­ken om je he­le voet schoon te ma­ken. Ge­bruik de bor­stel tus­sen je te­nen en bij de wreef van je voet en ge­bruik er zeep bij als je je voe­ten gron­dig wil schoon­ma­ken. Zorg er­voor dat je, je voe­ten na het scrub­ben met wat wa­ter af­spoelt. Ge­bruik geen eelt­schra­pers die op kaas­ras­pen lij­ken. Die zijn ge­vaar­lijk en wer­ken schim­mel­in­fec­ties in de hand.

8. Maak de voor­be­rei­ding voor het lak­ken af. Haal je voe­ten uit het voe­ten­bad en leeg de tob­be, em­mer of kom. Droog je voe­ten af en als je het pret­tig vindt kun je, je voe­ten nu mas­se­ren met olie of voe­ten­crè­me. Als je voe­ten­crè­me ge­bruikt, wrijf dan daar­na een beet­je na­gel­lak re­mo­ver over je na­gels om ze weer schoon te ma­ken (door de crè­me hecht de na­gel­lak soms niet goed).

9. Doe de ba­se coat na­gel­lak op. Doe een trans­pa­ran­te na­gel­lak als be­scher­men­de ba­sis­laag op al­le teen­na­gels. Hier­mee voor­komt je dat je teen­na­gels geel wor­den en het geeft de ge­kleur­de na­gel­lak een so­li­de ba­sis om aan vast te hech­ten. 10. Doe een ge­kleur­de na­gel­lak die je mooi vindt op. Be­gin in het mid­den van de na­gel, dicht bij de na­gel­riem. Maak lan­ge stro­ken naar het uit­ein­de van el­ke na­gel toe. Werk van­uit het mid­den naar bui­ten toe tot­dat al je na­gels ge­lakt zijn. Ge­bruik een vin­ger­na­gel of het uit­ein­de van het cu­ti­cu­la stok­je om na­gel­lak dat bui­ten de rand­jes is ge­ko­men er­af te ve­gen. Het is mis­schien no­dig dat twee la­gen van de zo­dat de kleur mooi diep van kleur wordt.

11. Maak het na­gel­lak­ken af. Wacht een paar mi­nu­ten tot­dat de na­gel­lak droog is en voeg dan nog een top coat toe. Dat fixeert de ge­kleur­de na­gel­lak en zorgt er­voor dat de na­gel­lak lan­ger op blijft zon­der dat er stuk­jes van­af gaan. Scherm je voe­ten ver­vol­gens een kwar­tier af tot­dat de na­gel­lak he­le­maal op­droogd is. Con­tro­leer met je vin­ger voor­zich­tig of de na­gel­lak al droog is; als het he­le­maal glad aan­voelt en on­der het uit­oe­fe­nen van zach­te druk niet plakt ben je klaar! Nu ben je klaar om te gaan pa­ra­de­ren met je prach­ti­ge te­nen en om te ge­nie­ten van je zach­te mooie voe­ten. 12. Gel lak mag ook ge­bruikt wor­den. Het is he­le­maal in om je na­gels mooi te kleu­ren en te ver­ste­vi­gen met gel­lak of ook wel ge­noemd soak off gel. Groot voor­deel van gel­lak is dat het lang blijft zit­ten zon­der te be­scha­di­gen. Je kunt het la­ten doen door een na­gels­ty­lis­te of je kunt het zelf doen. Maar de­ze gel­lak kun je ook ge­brui­ken voor je teen­na­gels. Zo ga je mooi de zo­mer in of je va­kan­tie­adres te­ge­moet. De groei­snel­heid van na­gels va­ri­eert. Bij warm weer groei­en na­gels snel­ler. Teen­na­gels groei­en lang­za­mer dan vin­ger­na­gels. De na­gel van je gro­te teen heeft on­ge­veer een jaar no­dig om zich vol­le­dig te ver­nieu­wen. Het is daar­om ex­tra be­lang­rijk om je teen­na­gels goed te ver­zor­gen. Ro­ze na­gels ge­ven een goe­de bloed­toe­voer weer en ge­zon­de na­gels zijn mooi glad. Veel na­gel­kwa­len dui­den op een vi­ta­mi­ne- of mi­ne­ra­len­te­kort, pro­ble­men met de bloeds­om­loop of an­de­re ziek­ten.

Tips:

•Maak de hulp­mid­de­len na de pe­di­cu­re al­tijd schoon met een des­in­fec­te­rend mid­del; vie­ze hulp­mid­de­len kun­nen een broei­nest van bac­te­ri­ën wor­den die bij een vol­gend ge­bruik een ont­ste­king kun­nen ver­oor­za­ken.

Waar­schu­win­gen:

•Wees voor­zich­tig als je je na­gel­rie­men knipt om­dat het tot ont­ste­kin­gen kan lei­den. Knip de na­gels al­tijd recht af om­dat ze an­ders in kun­nen groei­en.

•Con­tro­leer al­tijd even de tem­pe­ra­tuur in het voe­ten­bad zo­dat je, je voe­ten niet brandt.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Suriname

© PressReader. All rights reserved.