Het ver­schil tus­sen ei­e­ren

Times of Suriname - - GEZONDHEID -

In de su­per­markt kun je ver­schil­len­de soor­ten ei­e­ren vin­den, zo­als gra­s­ei­e­ren, maisei­e­ren, vier­gra­nen­ei­e­ren, vrije-uit­loop­ei­e­ren, ron­deel­ei­e­ren, bi­o­lo­gi­sche ei­e­ren, ome­ga-3-ei­e­ren en dub­bel­dooi­er­ei­e­ren. De­ze spe­ci­a­le ei­e­ren wor­den meest­al voor een ho­ge­re prijs ver­kocht dan de stan­daard goed­ko­pe­re schar­rel­ei­e­ren. Het aan­bod is groot, maar wat is het ver­schil tus­sen de­ze ei­e­ren? Wat is de in­vloed van het voer en de om­stan­dig­he­den van de kip op het ei dat ze legt?

De mees­te ei­e­ren wor­den ge­kocht in de su­per­markt, een spe­ci­aal­zaak of bij de boer. De­ze ei­e­ren wor­den gro­ten­deels door hen­nen ge­legd. Een hen heeft bij haar ge­boor­te on­ge­veer twee­dui­zend ei­dooi­ers be­schik­baar om tij­dens haar le­ven ei­e­ren van te ma­ken. Een goe­de leg­hen legt tij­dens haar eer­ste le­vens­ja­ren on­ge­veer drie­hon­derd ei­e­ren per jaar. Na de eer­ste twee jaar gaat de hen steeds min­der ei­e­ren leg­gen. De ei­e­ren van ou­de­re hen­nen wor­den steeds gro­ter, maar ook steeds min­der van kwa­li­teit. In de in­du­strie wor­den daar­om hen­nen die ou­der zijn dan twee jaar ge­slacht.

Het duurt zo’n

vijf­en­twin­tig uur voor­dat een ei­tje klaar is om ge­legd te kun­nen wor­den. Tij­dens dit pro­ces wordt het ei in de ei­lei­der van de hen ge­vormd. De dooi­er wordt ge­vormd uit de ei­cel­len die al van­af de ge­boor­te aan­we­zig zijn. Als de dooi­er klaar is, nes­telt een ei­cel zich in de dooi­er en wordt de dooi­er in de ei­er­stok­ken los­ge­la­ten. Dit is het be­gin van de ont­wik­ke­ling van een ei. De dooi­er wordt voor­zien van een mem­braan en ha­gel­snoe­ren, zo­dat de dooi­er la­ter in het ei op zijn plek blijft. Daar­na wordt in de ei­lei­der de dooi­er om­huld met ver­schil­len­de la­gen ei­wit. Dit ei­wit wordt om­ringd met een vlies, dat het ei bij el­kaar houdt. Als dit klaar is wordt de ei­er­schaal ge­vormd. Dit laat­ste pro­ces duurt het langst, na­me­lijk mi­ni­maal twin­tig uur. Als de ei­er­schaal klaar is, dan is het ei klaar om ge­legd te wor­den.

Ei­e­ren be­staan voor een der­de uit ei­dooi­er en voor twee­der­de uit ei­wit. In de ei­dooi­er be­vin­den zich al­le voe­dings­stof­fen voor het kui­ken. De dooi­er be­vat dan ook de mees­te voe­dings­stof­fen van het ei. Het groot­ste deel van een ei be­staat uit ei­wit. Dit dient voor be­scher­ming van het kui­ken. Ei­wit be­staat dan ook voor­na­me­lijk uit wa­ter en voor een klein deel uit ei­wit­ten. Ten­slot­te is een ei om­ge­ven door een vlies en een ei­er­schaal. De­ze die­nen ter be­scher­ming van het ei. De ei­er­schaal be­vat veel cal­ci­um en kan ook ge­ge­ten wor­den. De­ze wordt ech­ter niet heel sma­ke­lijk ge­von­den en daar­door niet vaak door men­sen ge­ge­ten.

De vet­ten ko­men uit de ei­dooi­er, het ei­wit be­vat nau­we­lijks vet. Het vet in de dooi­er be­staat voor­na­me­lijk uit on­ver­za­dig­de vet­ten. On­ver­za­dig­de vet­ten zijn goe­de vet­ten die de kans op hart- en vaat­ziek­ten kun­nen ver­la­gen. De en­kel­vou­di­ge on­ver­za­dig­de vet­ten vor­men het groot­ste ge­deel­te van de vet­zu­ren in ei­e­ren. Daar­naast zit er een deel meer­vou­dig on­ver­za­dig­de vet­zu­ren in, waar­van de ver­hou­ding ome­ga-3- en ome­ga-6-vet­zu­ren on­ge­veer 1 op 7 is. Li­nol­zuur, een es­sen­ti­eel ome­ga-6-vet­zuur, ver­laagt het cho­les­te­rol­ge­hal­te in het bloed. In gro­te hoe­veel­he­den kun­nen ze ech­ter ont­ste­kings­re­ac­ties be­vor­de­ren. Men­sen krij­gen ge­mid­deld on­ge­veer drie keer zo­veel li­nol­zuur bin­nen als aan­be­vo­len. Te­kor­ten ko­men daar­om bij­na niet voor. Het ome­ga-3-vet­zuur li­no­leen­zuur in juist ont­ste­kings­rem­mend. De ide­a­le ver­hou­ding tus­sen ome­ga-3- en ome­ga-6-vet­zu­ren in de voe­ding is on­ge­veer 1 op 4, maar in de mees­te wes­ter­se voe­ding is de­ze ver­hou­ding 1 op 15 tot 1 op 20. De ver­hou­ding van 1 op 7 in ei­e­ren is dus niet ide­aal, maar in ver­ge­lij­king met de ver­hou­ding in wes­ter­se voe­ding, is het niet slecht. Daar­naast be­vat­ten ei­e­ren voor­na­me­lijk EPA als ome­ga-3-vet­zuur. Dit is be­ter dan het meer voor­ko­men­de ome­ga-3-vet­zuur ALA, om­dat dit laat­ste vet­zuur eerst om­ge­zet moet wor­den in het es­sen­ti­ë­le vet­zuur EPA, wat in­ef­fi­ci­ënt is.

Ei­e­ren be­vat­ten veel cho­les­te­rol. Het cho­les­te­rol is af­kom­stig uit de ei­dooi­er. Een ei­dooi­er be­vat on­ge­veer twee­der­de van de maxi­maal aan­be­vo­len hoe­veel­heid cho­les­te­rol. Vroe­ger werd daar­om ook aan­ge­ra­den om niet meer dan twee ei­e­ren per week te eten. Dit ad­vies is ech­ter ach­ter­haald, om­dat on­der­zoek heeft aan­ge­toond dat door het eten van ei­e­ren het cho­les­te­rol­ge­hal­te in het bloed niet ver­hoogd wordt. Het li­chaam kan na­me­lijk de ho­ge­re in­na­me van cho­les­te­rol uit de voe­ding com­pen­se­ren door zelf min­der cho­les­te­rol aan te ma­ken. Daar­naast zor­gen de ome­ga-6-vet­zu­ren uit ei­e­ren voor een ver­la­ging van het slech­te cho­les­te­rol in het bloed. (Ge­zond­heid.nl/foto:

i.ytimg.com)

Newspapers in Dutch

Newspapers from Suriname

© PressReader. All rights reserved.