Stu­die­dag over stot­te­ren

Times of Suriname - - BINNENLAND -

PARAMARIBO – In sa­men­wer­king met Stich­ting Weid Mijn Lam­me­ren or­ga­ni­seert Ac­cre­tio Groeps­prak­tijk voor lo­go­pe­die op 3 de­cem­ber een stu­die­dag stot­te­ren (ken­nen, her­ken­nen en er­ken­nen 2). Op de­ze dag zal aan het fe­no­meen stot­te­ren aan­dacht wor­den be­steed. Met be­hulp van vi­deo’s en ca­se-stu­dies zal de the­o­rie aan de prak­tijk ge­kop­peld wor­den.

Stot­te­ren is een be­kend fe­no­meen in Su­ri­na­me; ie­der­een heeft wel eens ie­mand ho­ren stot­te­ren. Toch is ge­ble­ken dat men vaak niet weet wat stot­te­ren pre­cies is en hoe daar­mee om te gaan. De om­ge­ving her­kent stot­te­ren door de her­ha­lin­gen van woor­den of de­len van woor­den, het ver­len­gen van klan­ken of het vast­zit­ten op een klank. Bij stot­te­ren komt vaak veel meer bij­kij­ken dan wat men ziet. Over de he­le we­reld, on­der al­le be­vol­kings­groe­pen en cul­tu­ren komt stot­te­ren voor. Uit on­der­zoek door Yai­ri en Am­bro­se is ge­ble­ken dat bij on­ge­veer 5% van de kin­de­ren er een pe­ri­o­de van on­vloei­end spre­ken kan zijn (Ear­ly Child­hood Stut­te­ring: For Cli­ni­cians, 2005).

Dit be­gint meest­al tus­sen de leef­tijd van 2 en 4 jaar; dit is ook de pe­ri­o­de waar­in de spraak- taal­ont­wik­ke­ling op gang komt. Stot­te­ren be­gint meest­al ge­lei­de­lijk aan maar kan ook plot­se­ling be­gin­nen. Op jon­ge leef­tijd is stot­te­ren af­wis­se­lend en on­voor­spel­baar, het kan el­ke dag an­ders zijn en ver­schil­len per si­tu­a­tie. Daar­naast kan het wor­den bein­vloed door de spraak-taal­ont­wik­ke­ling, de in­ter­ac­tie­stijl van de om­ge­ving, emo­ties en an­de­re om­ge­vings­fac­to­ren. Vaak is het moei­lijk om aan te ge­ven wat pre­cies de re­den is voor de­ze af­wis­se­len­de on­vloei­end­heid. Uit on­der­zoe­ken is ge­ble­ken dat ou­ders al heel vroeg in de ga­ten heb­ben dat hun kind mo­ge­lijk een vloei­end­heids­pro­bleem heeft. Uit ver­schil­len­de on­der­zoe­ken, van Mans­son en Yai­ri & Am­bro­se, is ge­ble­ken dat on­ge­veer 75% van de kin­de­ren die stot­te­ren, spon­taan her­stel heeft (Child­hood Stut­te­ring: In­ci­den­ce and De­vel­op­ment, 2000; Ear­ly Child­hood Stut­te­ring 1: Per­sis­ten­cy and Re­co­ve­ry Ra­tes, 1999). Voor de lo­go­pe­dist of stot­ter­the­ra­peut blijft de uit­da­ging om na te gaan wel­ke kin­de­ren spon­taan zul­len her­stel­len, en wel­ke de kans lo­pen te blij­ven stot­te­ren. Met vroeg­tij­di­ge sig­na­le­ring en be­ge­lei­ding van het stot­te­ren kun­nen veel pro­ble­men op la­te­re leef­tijd wor­den voor­ko­men. De om­ge­ving (ou­ders of ver­zor­gers/ crè­che leid­sters/ klas­sen­juf­fen etc.) kun­nen on­der be­ge­lei­ding veel doen om het spon­taan vloei­en­der spre­ken van het kind te sti­mu­le­ren. Bent u als ou­der on­ge­rust over het spre­ken van uw kind dan is het be­lang­rijk dat u zo vroeg mo­ge­lijk hulp zoekt. Sa­men met de lo­go­pe­dist of stot­ter­the­ra­peut kan wor­den na­ge­gaan wel­ke fac­to­ren bij het des­be­tref­fen­de kind een rol spe­len bij het stot­te­ren.

We ho­pen dat ve­le leer­krach­ten en crè­che­leid­sters de­ze dag zul­len bij­wo­nen. Kin­de­ren ont­van­gen nu gra­tis ge­zond­heids­zorg en lo­go­pe­die is daar­bij in­be­gre­pen. Vroe­ge de­tec­tie is enorm be­lang­rijk om­dat de be­ge­lei­ding van kin­de­ren met spraak­pro­ble­men het meest ef­fec­tief is op jon­ge (vier­ja­ri­ge) leef­tijd.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Suriname

© PressReader. All rights reserved.