Kan­ker bij kin­de­ren: Soor­ten, symp­to­men en be­han­de­ling

Times of Suriname - - GEZONDHEID -

Kan­ker treft mo­ge­lijk ie­der­een van jong tot oud. Ook kin­de­ren (0-14 jaar) lij­den mo­ge­lijk aan de­ze ziek­te met on­be­ken­de oor­zaak. Vaak lij­den ze aan leu­ke­mie, een her­sen­tu­mor of een lym­f­oom, al tre­den mo­ge­lijk an­de­re va­ri­an­ten op. Ver­der ver­oor­zaakt de kan­ker zelf ook an­de­re mo­ge­lij­ke te­ken die af­han­gen van het soort tu­mor en de lo­ca­tie, zo­als ge­wichts­ver­lies en bleek­heid. Een kin­der­on­co­loog be­han­delt met een heel team het kind met (een com­bi­na­tie van) di­ver­se mo­ge­lij­ke be­han­de­lin­gen. Zo­wel het kind, het he­le ge­zin en fa­mi­lie­le­den van het kind heb­ben een goe­de on­der­steu­ning no­dig om om te gaan met dit pro­ces.

We­reld­wijd heeft kan­ker bij kin­de­ren een in­ci­den­tie van meer dan 175 dui­zend per jaar en een sterf­te­cij­fer van on­ge­veer 96 dui­zend per jaar. In ont­wik­kel­de lan­den heeft kin­der­kan­ker een sterf­te van on­ge­veer 20 pro­cent van de ge­val­len. De mor­ta­li­teit in de arm­ste lan­den van de we­reld be­draagt on­ge­veer 80-90 pro­cent. In veel ont­wik­kel­de lan­den neemt de in­ci­den­tie lang­zaam toe (au­gus­tus 2019).

Oor­za­ken

De oor­za­ken van de mees­te vor­men van kan­ker bij kin­de­ren is niet be­kend an­no au­gus­tus 2019. Ver­moe­de­lijk ont­staan de mees­te vor­men van kan­ker bij kin­de­ren net zo­als bij vol­was­se­nen als ge­volg van mu­ta­ties in ge­nen die lei­den tot een on­ge­con­tro­leer­de cel­groei en ui­t­ein­de­lijk de vor­ming van een kwaad­aar­di­ge tu­mor.

Ri­si­co­fac­to­ren

Be­paal­de ge­nen van de ou­ders ver­ho­gen het ri­si­co op be­paal­de soor­ten kan­ker bij kin­de­ren. Ook een fa­mi­lie­ge­schie­de­nis van kan­ker is een ri­si­co­fac­tor. Voorts ko­men soms kin­de­ren ter we­reld met een syn­droom waar­door ze een ver­hoogd ri­si­co lo­pen op be­paal­de vor­men van kan­ker. De bloot­stel­ling aan stra­ling, te veel bloot­stel­ling aan lucht­ver­vui­ling of mi­li­eu­ram­pen en de pre­na­ta­le bloot­stel­ling aan rook zijn ook in ver­band ge­bracht met het ont­wik­ke­len van som­mi­ge vor­men van kan­ker bij kin­de­ren. Tot slot is de le­vens­ver­wach­ting van kin­de­ren be­ter dan voor vol­was­se­nen. Een lan­ge­re le­vens­ver­wach­ting bij kin­de­ren zorgt ook voor een lan­ge­re tijd om kan­ker­pro­ces­sen met lan­ge la­ten­tie­pe­ri­o­den tot ui­ting te la­ten ko­men, waar­door het ri­si­co op het ont­wik­ke­len van som­mi­ge soor­ten kan­ker op la­te­re leef­tijd ook toe­neemt.

Kin­de­ren met kan­ker lo­pen het ri­si­co op ver­schil­len­de cog­ni­tie­ve stoor­nis­sen of leer­pro­ble­men. De­ze pro­ble­men hou­den mo­ge­lijk ver­band met her­sen­let­sel als ge­volg van de kan­ker zelf, zo­als een her­sen­tu­mor of uit­ge­zaai­de kan­ker in de her­se­nen (her­sen­me­ta­sta­sen), en ook bij­wer­kin­gen van kan­ker­be­han­de­lin­gen zo­als che­mo­the­ra­pie en ra­dio­the­ra­pie lei­den mo­ge­lijk tot de­ze leer­stoor­nis­sen. Che­mo­the­ra­pie en ra­dio­the­ra­pie be­scha­di­gen na­me­lijk de wit­te stof in de her­se­nen en ver­stoort de her­sen­ac­ti­vi­teit. Dit cog­ni­tie­ve pro­bleem staat be­kend als ‘post-che­mo­the­ra­pie cog­ni­tie­ve stoor­nis­sen’ of ‘che­mo­her­se­nen’. De­ze term wordt vaak ge­bruikt door over­le­ven­den van kan­ker die be­schrij­ven dat ze denk- en ge­heu­gen­pro­ble­men heb­ben na de be­han­de­ling van kan­ker. De­ze cog­ni­tie­ve stoor­nis komt vaak tot ui­ting een paar jaar na­dat een kind een kan­ker­be­han­de­ling heeft on­der­gaan. Wan­neer een over­le­vend kind te­rug naar school gaat, er­va­ren ze la­ge­re testsco­res en ge­heu­gen­ver­lies.

Mul­ti­dis­ci­pli­nair team

Het kind krijgt een be­han­de­ling door een mul­ti­dis­ci­pli­nair team dat be­staat uit kin­der­on­co­lo­gen (art­sen die ge­spe­ci­a­li­seerd zijn in kan­ker bij kin­de­ren), een eer­ste­lijns­arts, pe­di­a­tri­sche chi­rur­gi­sche sub­spe­ci­a­lis­ten, ra­dio­the­ra­pie-on­co­lo­gen, pe­di­a­tri­sche me­di­sche on­co­lo­gen/he­ma­to­lo­gen, re­va­li­da­tie­spe­ci­a­lis­ten, pe­di­a­tri­sche ver­pleeg­kun­di­gen, maat­schap­pe­lijk wer­kers en an­de­ren. De­ze aan­pak zorgt er­voor dat het kind de juis­te be­han­de­ling, een ste­vi­ge on­der­steu­nen­de zorg en de no­di­ge re­va­li­da­tie­the­ra­pie­ën krijgt. Hier­door krijgt het kind de bes­te kans om te over­le­ven met ook als doel om de bes­te kwa­li­teit van le­ven te be­ha­len.

Kan­kers bij kin­de­ren be­han­de­len art­sen niet al­tijd op de­zelf­de ma­nier als kan­kers bij vol­was­se­nen. Kin­der­on­co­lo­gie is een me­disch spe­ci­a­lis­me ge­richt op de zorg voor kin­de­ren met kan­ker. Kin­de­ren krij­gen na­me­lijk te ma­ken met unie­ke pro­ble­men tij­dens hun be­han­de­ling voor kan­ker, na vol­tooi­ing van de be­han­de­ling en als over­le­ven­den van kan­ker. Ze krij­gen bij­voor­beeld in­ten­sie­ve­re be­han­de­lin­gen (kan­ker is vaak agres­sie­ver bij kin­de­ren), de kan­ker en de kan­ker­be­han­de­lin­gen heb­ben an­de­re ef­fec­ten op groei­en­de li­cha­men dan vol­was­sen li­cha­men, en kin­de­ren re­a­ge­ren an­ders op ge­nees­mid­de­len dan vol­was­se­nen.

Soort the­ra­pie

Het ty­pe be­han­de­ling dat een kind met kan­ker krijgt, hangt af van het ty­pe kan­ker en ook in welk kan­kersta­di­um het kind zich be­vindt. Er zijn veel suc­ces­vol­le be­han­de­lin­gen be­schik­baar voor de be­han­de­ling van kan­ker bij kin­de­ren, zo­als che­mo­the­ra­pie, ra­dio­the­ra­pie, chi­rur­gie, im­mu­no­the­ra­pie en/of een stam­cel­trans­plan­ta­tie.

Als bij een kind kan­ker is vast­ge­steld, moet een ou­der heel sterk zijn om het kind bij te kun­nen staan. Om­gaan met kan­ker van het kind en ma­nie­ren vin­den om sterk te blij­ven is een uit­da­ging voor al­le ge­zins­le­den. Pro­fes­si­o­ne­le on­der­steu­ning en een goe­de om­ka­de­ring van de ou­ders en fa­mi­lie­le­den is van het groot­ste be­lang, aan­ge­zien kin­de­ren tij­dens hun be­han­de­ling, na vol­tooi­ing van de be­han­de­ling en als over­le­ven­den van kan­ker met be­paal­de pro­ble­men wor­den ge­con­fron­teerd. Kin­de­ren re­a­ge­ren im­mers an­ders op de be­han­de­ling van kan­ker dan vol­was­se­nen.

Kin­de­ren die kan­ker over­leef­den, heb­ben als vol­was­se­ne li­cha­me­lij­ke, psy­chi­sche en so­ci­a­le pro­ble­men. Voor­tij­di­ge hart­aan­doe­nin­gen zijn een be­lang­rij­ke lang­du­ri­ge com­pli­ca­tie bij vol­was­sen over­le­ven­den van kin­der­kan­ker. Vol­was­sen over­le­ven­den heb­ben acht keer meer kans om aan hart­aan­doe­nin­gen te over­lij­den dan an­de­re men­sen, en meer dan de helft van de kin­de­ren die een be­han­de­ling krij­gen voor kan­ker ont­wik­ke­len een soort hart­af­wij­king, hoe­wel dit vaak asymp­to­ma­tisch of te mild is om in aan­mer­king te ko­men voor een kli­ni­sche dia­gno­se van een hart­ziek­te. (mens en ge­zond­heid/Foto: Huid­arts)

Newspapers in Dutch

Newspapers from Suriname

© PressReader. All rights reserved.