‘Wilt u we­ten hoe het is om echt kans­loos te zijn: lees dit boek’

Ha­gar Pee­ters over Clari­ce Lis­pec­tor in de zo­mer­reeks ‘Blad­goud’

De Standaard - - Vooraan -

Het lot van het meis­je Ma­ca­béa gaat door merg en been. ‘Ze wist niet dat ze arm was, zo­als een hond niet weet dat hij een hond is.’ Voor ons, le­zers die al­le kan­sen kre­gen, is het boek een mo­ker­slag, schrijft HA­GAR PEE­TERS. Zo is ar­moe­de dus.

Er be­staan ge­dich­ten die, naar­ma­te je ze va­ker leest, steeds be­ter wor­den. De eer­ste bran­den­de lees­er­va­ring blijft be­waard en gaat op in de daar­op­vol­gen­de, die ook weer op­gaat, sa­men met de eer­ste, in de daar­op­vol­gen­de, en­zo­voort. Zo lees je niet één ge­dicht, maar al­le ke­ren dat je dat ge­dicht las. Je krijgt als bo­nus je­zelf als le­zen­de in ver­schil­len­de fa­sen van je le­ven. De on­uit­put­te­lijk­heid van de er­va­ring grijpt je bij de keel, je lacht of je huilt een beet­je, en dat steeds weer. Al­leen de po­ë­zie die dit ver­oor­zaakt mag po­ë­zie he­ten. Ik dacht ook al­tijd dat een der­ge­lij­ke tri­omf al­leen aan po­ë­zie voor­be­hou­den was.

Maar nee, kort­ge­le­den ont­dek­te ik pro­za met de­zelf­de kwa­li­teit. Zulk pro­za is niet dik maar flin­ter­dun. Het moet zo dun zijn dat het, van kaf­ten ont­daan, in je bh kan wor­den ge­bor­gen, mocht je ooit in een heer­schap­pij be­lan­den die el­ke vorm van li­te­ra­tuur ver­biedt. Geen idee waar­toe het avon­tuur noopt, maar ze­ker is dat je het vol­ko­men pro­za in een uit­ge­sne­den zool moet kun­nen prop­pen, an­ders heeft het al­le­maal geen zin.

Ik heb het zo­juist uit­ge­breid over de ver­eis­te ver­schij­nings­vorm van het ide­a­le pro­za ge­had, dan heb ik het nu over de in­houd. De in­houd – o, uni­ver­sa­li­teit van de be­schre­ven ge­voe­lens – moet her­haal­baar ge­niet­baar zijn in de­zelf­de ma­te en hoe­veel­heid als het hier­voor niet bij na­me ge­noem­de ge­dicht. Ja, de in­houd moet zich hech­ten en be­vrij­den, moet ij­len en be­klij­ven, moet her­ken­ning wek­ken en dwars on­be­grij­pe­lijk zijn. Zo was het met het kor­te pro­za dat ik nu wil noe­men maar dat nog niet doe; ik geef niet graag in één keer het heb­ben en hou­den van dit boek prijs, want met de ti­tel is dat met­een ver­ra­den.

Trein­kaart­je zon­der zit­plaats

Het boek, waar­over ik u nu spreek, gaat over al­len en over nie­mand, om­dat het gaat over één, die ie­der zou kun­nen zijn, mits die laat­ste de kans zou heb­ben ge­had kans­loos ge­bo­ren te zijn, zo­als in de Sertão – dat on­vrucht­ba­re ge­bied in het noord­oos­ten van Bra­zi­lië, waar de wieg stond van het hoofd­per­so­na­ge uit dit boek. Heel an­ders

Haar groot­ste pas­sie was ge­weest: het toe­tje van vroe­ger – kwee­pe­ren­ge­lei met kaas – dat haar tan­te haar voor straf ont­hield. Haar eni­ge luxe was een slok kou­de kof­fie voor het sla­pen­gaan

dan bij u dus. Voor kans­loos­heid komt u ge­woon­weg niet in aan­mer­king want daar­voor func­ti­o­ne­ren eco­no­mie, on­der­wijs, ge­zond­heids­zorg, staats­in­rich­ting en in­fra­struc­tuur ten aan­zien van u nu een­maal veel te goed. So­wie­so was ze niet aan u be­steed, want kran­ten­le­zen en kans­loos­heid gaan nu een­maal niet sa­men, al kunt u in de kran­ten le­zen dat het recht op asiel te­gen­woor­dig niet meer het­zelf­de is als het recht op ver­blijf, zo­als u zelf moest er­va­ren dat uw trein­kaart­je plots slechts het recht op ver­voer maar niet lan­ger dat op een zit­plaats ver­schaf­te. Maar wilt u toch we­ten hoe het is, hoe het wer­ke­lijk is om echt kans­loos te zijn: lees dit boek.

Nu mag ik het wel zeg­gen. Het boek heet

Het uur van de ster en is ge­schre­ven door de Bra­zi­li­aan­se schrijf­ster Clari­ce Lis­pec­tor – haar naam be­grijp ik, ze is na­tuur­lijk een in­spec­teur van het le­ven, een si­de­walk

su­per­in­ten­dent zo­als dat in Ame­ri­ka zo mooi heet voor niets­nut­ten die de straat af­speu­ren waar­op van al­les en nog wat voor­bij­komt – die de gang van al­le­dag van dat meis­je in­spec­teert, dat meis­je dat zij zelf is, om­dat ze haar schep­per is.

Bruin sop

Ik wil nog wat kwijt. Er zijn ve­le men­sen be­trok­ken bij de tot­stand­ko­ming van de be­schrij­ving van het meis­je zo­als ik die hier geef. Dit stuk te schrij­ven over een voor en vol­gens mij nood­za­ke­lijk boek, werd mij ge­ vraagd door de opi­nie­re­dac­tie van De Stan

daard. De­ze ver­leen­de mij de op­dracht een stuk te schrij­ven, blijk­baar han­de­lend over een ro­man van Clari­ce Lis­pec­tor. Die roept in de ro­man de schrij­ver Ro­dri­go S.M. in het le­ven, wel­ke het meis­je Ma­ca­béa te­voor­schijn schrijft. Ook hier­uit blijkt hoe­zeer Ma­ca­béa ons al­len aan­gaat. De door Lis­pec­tor ver­zon­nen schrij­ver Ro­dri­go S.M. wéét dat het per­so­na­ge dat hij ver­zint echt leeft, heeft ge­leefd, zal le­ven. Hij weet dat er niet aan valt te ont­ko­men dat zij op de­ze aar­de be­staat. Steeds meer over­tuigt hij daar­van. Ik, zijn le­zer, raak door­drenkt van het meis­je als een nat­te dweil van straat­bruin sop.

Want wat voor meis­je is Ma­ca­béa? Een meis­je wier le­vens­lot je door merg en been gaat, zo­als een pond knik­kers die van­af de stoep­rand door de goot rolt, ja, zo zou die schrij­ver Ro­dri­go S.M. dat bij­voor­beeld ge­schre­ven kun­nen heb­ben. Niet dat hij dat doet ove­ri­gens. Maar wat ik wil zeg­gen: hij kan he­le­maal niet schrij­ven, hij wor­stelt en hij wurgt de woor­den te­voor­schijn, maar hij moet wel. Hij moet de waar­heid van dat meis­je we­reld­kun­dig ma­ken. Het kan niet zo zijn dat wij al­len deel aan haar heb­ben en dat niet we­ten. Dat wij deel­ach­tig zijn aan dit le­ven waar­aan ook zij deel­ach­tig is, en dat wij daar­van on­kun­dig blij­ven, amen. Nee! Nu wij het boek le­zen, we­ten wij het en zul­len wij het nooit meer ver­ge­ten, wat niet wil zeg­gen dat we ons­zelf er niet da­ge­lijks aan wen­sen te her­in­ne­ren.

De tekst van Lis­pec­tor was eerst nog het zwart op wit van het ont­kaf­te boek­je in on­ze bh, als­ook het met wa­ter be­smeur­de pa­pier dat we op ons hoofd hiel­den ter­wijl we de over­tocht door het diep aan­vaard­den, maar daar­na zon­gen de woor­den zich los van de hand van hun baas­je en ble­ven er als bal­lon­nen nog een poos­je bo­ven zwe­ven, tot ze het schop­ten tot in de stra­tos­feer, daar ko­men ruim­te­ro­bot­ten soms nog bal­lon­nen te­gen. Ook wer­den ze de adem die wij ade­men, in of uit, dat doet niet ter za­ke. Die woor­den ver­ra­den een diep in­ner­lijk le­ven en hun her­haal­ba­re ge­niet­baar­heid duidt op de aan­we­zig­heid van een in­ner­lijk le­ven bij de woor­den­ge­nie­ter.

Ty­pis­te die vlek­ken maakt

Veel meer dan een in­ner­lijk le­ven had Ma­ca­béa niet. Ze was een ty­pis­te die vlek­ken maak­te en heel lang­zaam met twee vin­gers tik­te, zo­als haar tan­te het haar had ge­leerd. Ze ver­meed het om twee me­de­klin­kers ach­ter el­kaar te schrij­ven. Haar groot­ste pas­sie was ge­weest: het toe­tje van vroe­ger – kwee­pe­ren­ge­lei met kaas – dat haar tan­te haar voor straf ont­hield. Haar eni­ge luxe was een slok kou­de kof­fie voor het sla­pen­gaan. Ze wist niet dat ze arm was, zo­als een hond niet weet dat hij een hond is, schrijft Lis­pec­tor. En ook: ze was van zich­zelf goed ge­hu­meurd, dus wist ze niet hoe el­len­dig ze er­aan toe was. Maar het echt er­ge raakt je met een mo­ker­slag en blijft als een dof­fe pijn in je lijf han­gen waar ook de ge­dach­te­nis aan Ma­ca­béa voor eeu­wig haar on­der­ko­men vindt. Ma­ca­béa, die een in­ner­lijk le­ven had, zo­als u en ik, en daar­door, ach.

Zo is ar­moe­de dus. Om pijn te schrij­ven heb je wei­nig woor­den no­dig, dicht­te Jan Arends die la­ter op een­vou­di­ge wij­ze zich­zelf van het le­ven be­roof­de. Toen ble­ven er nog min­der woor­den over voor zijn pijn. Om ge­brek te schrij­ven, hoef je al­leen maar te schrij­ven als Clari­ce Lis­pec­tor, en de al­ou­de ar­moe­de zal nooit meer de­zelf­de zijn.

Pro­za dat bij el­ke le­zing be­ter wordt, moet flin­ter­dun zijn. Zo dun dat je het in je bh kan ver­stop­pen, mocht je ooit in een heer­schap­pij be­lan­den die el­ke vorm van li­te­ra­tuur ver­biedt

© Gert Ver­be­len

‘Wilt u we­ten hoe het is, hoe het wer­ke­lijk is om echt kans­loos te zijn: lees dit boek.’

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.