‘Wie niet met druk om kan, hoort hier niet thuis’

De Standaard - - Sport - Ju­pi­ler Pro Le­a­gue JÜR­GEN GERIL

Pär Zet­ter­berg (48) wil na twaalf jaar weer zijn stem­pel druk­ken op een zwal­pend An­der­lecht. Hij doet dat als raad­ge­ver van het be­stuur, van de coach en van de spe­lers. ‘Ik weet hoe groot de druk is.’

BRUS­SEL I Een voet­bal­ler zou een been moe­ten wil­len af­staan om voor An­der­lecht te spe­len. Als dat de bood­schap is die het RSCA­be­stuur aan de jon­ge­ren wil ge­ven door ex­ve­det­ten te­rug te ha­len, dan is dat met de komst van Pär Zet­ter­berg ge­lukt. Toen de Zweed in 2006 stop­te bij An­der­lecht – na zes lands­ti­tels – had­den pak­weg Alexis Sa­ele­mae­kers (19) of Ya­ri Ver­schae­ren (17) nog geen voet­bal aan­ge­raakt. ‘Tja, voor hen ben ik een di­no’, zegt Zet­ter­berg. ‘Ze den­ken on­ge­twij­feld: Heeft die op hoog ni­veau ge­speeld? Maar ze mo­gen mij op­zoe­ken op YouTube en dan zelf be­slis­sen of ze naar mijn raad luis­te­ren.’

Mor­ren­de fans sus­sen

Voor Zet­ter­berg voelt An­der­lecht aan als thuis­ko­men. Al­leen had ie­der­een ver­wacht dat hij on­der het ou­de be­stuur zijn co­me­back zou ma­ken, want Ro­ger Van­den Stock be­schouw­de hem als zijn zoon. Maar het wa­ren Marc Cou­c­ke en Mi­chael Ver­schu­e­ren die hem te­rug­haal­den. Al be­seft Zet­ter­berg dat het ook een stuntje was om de mor­ren­de fans te sus­sen.

‘Maar het is toch in­te­res­sant om ie­mand in de staf te heb­ben die het zelf al­le­maal mee­maak­te. Die weet hoe groot de druk is bij An­der­lecht. In mijn tijd won­nen we soms met 3–0 en was ie­der­een ont­goo­cheld om­dat het spel niet goed ge­noeg was. Dat is An­der­lecht. De ge­schie­de­nis, de tra­di­tie, het pu­bliek: daar hou ik van. Ik pro­beer de jon­gens nu uit te leg­gen hoe je die druk kunt ma­na­gen. Zij die dat niet kun­nen, ho­ren hier ge­woon niet thuis.’

Res­pect af­dwin­gen

Zet­ter­berg weet waar het schoen­tje wringt. ‘Het ver­trou­wen is weg. Vroe­ger kwa­men te­gen­stan­ders naar An­der­lecht en vrees­den ze met 5–0 te ver­lie­zen. Het was als­of we van bij de af­trap al 1–0 voor ston­den. Dat res­pect voor An­der­lecht moet te­rug­ke­ren en we moe­ten dat sa­men re­a­li­se­ren. Niet door spe­lers zo­maar in te wis­se­len, maar door ie­der­een dui­de­lijk te ma­ken dat ze ver­ant­woor­de­lijk­heid moe­ten ne­men. De bal blij­ven vra­gen, blij­ven be­we­gen, de vrije man zoe­ken … Maar we zijn op de goeie weg. In ver­ge­lij­king met een maand ge­le­den is An­der­lecht al een pak dy­na­mi­scher. Toen was het spel te ste­riel met veel te wei­nig diep­gang.’

Zelf heeft Zet­ter­berg geen am­bi­ties als T1. Of­fi­ci­eel is hij bij An­der­lecht as­sis­tent, maar ei­gen­lijk valt zijn func­tie het best te om­schrij­ven als raad­ge­ver. Hij is de be­wa­ker van het RSCA­DNA, die op de ach­ter­grond blijft en voor­al sub­tie­le hints geeft op trai­ning.

‘Ik wil nie­mand voor de voe­ten lo­pen. Dat was zo af­ge­spro­ken met Hein Van­hae­ze­brou­ck en dat is ook mijn rol bij Fred Rut­ten, die ik al erg waar­deer. Het klik­te ook met Hein, maar Rut­tens Hollandse stijl met veel pas­sing be­valt me zeer. Al ben ik hier niet om de coa­ches te be­oor­de­len of af te bre­ken. Ik ob­ser­veer en geef mijn me­ning.’

Gids voor Kom­pa­ny

Het moet in­te­res­sant zijn om even in Zet­ter­bergs no­ti­tie­boek­je te neu­zen. Een van de aan­dachts­pun­ten: het ge­brek aan lei­ders. Toen Zet­ter­berg in de ja­ren 90 bij An­der­lecht be­gon, keek hij fel op naar Marc De­gry­se als leer­mees­ter. En la­ter, toen hij zelf de pa­tron was, gids­te hij jon­kies als Kom­pa­ny en Van­den Bor­re. Nu wor­den de gro­te be­lof­ten bij paars­wit te wei­nig in het ga­reel ge­hou­den, waar­door ta­len­ten als Sa­ele­mae­kers soms gaan zwe­ven.

‘We mis­sen per­soon­lijk­he­den. Daar­om is de te­rug­keer van Ka­ra be­lang­rijk. Hij kan hel­pen uit­leg­

‘Rut­tens Hollandse stijl met veel pas­sing be­valt me zeer. Maar ik ben hier niet om de coach te be­oor­de­len’

PÄR ZET­TER­BERG As­sis­tent-coach An­der­lecht

gen hoe goed het is om bij An­der­lecht te voet­bal­len. Nu wil­len veel jon­ge­ren al snel de club ver­la­ten. Waar­om? Als je over­al vlug ver­trekt, wordt een club nooit echt jouw club. Ik kon als jon­ge spe­ler ook snel uit Bel­gië ver­trek­ken om meer te ver­die­nen, maar ik bleef tot mijn der­tig­ste bij An­der­lecht en keer­de la­ter nog te­rug. Ver­trek­ken om te ver­trek­ken leidt ner­gens toe.’

Kern af­slan­ken

Zet­ter­berg neemt zijn rol van am­bas­sa­deur dus ter har­te. ‘Ik zit op de ver­ga­de­rin­gen van het nieu­we trans­fer­co­mi­té om trans­ferad­vies te ge­ven. Ik geef op­recht mijn me­ning over spe­lers, maar de eind­be­slis­sing ligt niet bij mij.’

Som­mi­ge bui­ten­staan­ders heb­ben hun twij­fels bij Zet­ter­berg. Tus­sen 2006 en 2008 was hij scout in Scan­di­na­vië, maar dat was geen on­ver­deeld suc­ces. De Zweed stop­te toen om­dat zijn scou­ting niet se­ri­eus werd ge­no­men.

‘Ik heb noch­tans mijn vi­sie. De droom is een kern van 23 spe­lers met twee ge­lijk­waar­di­ge con­cur­ren­ten per po­si­tie. Daar­om is het goed dat Ver­schu­e­ren en Ar­ne­sen de kern wil­len af­slan­ken, want der­tig spe­lers is te veel. Het komt de sfeer niet ten goe­de als er el­ke week zo­veel jon­gens ont­goo­cheld af­val­len. Oké, in de win­ter­break werd er nog veel ge­la­chen, maar straks volgt het se­ri­eu­ze werk.’

Dat be­gint zon­dag in Gent. ‘Als we ver­lie­zen, kan het ver­trou­wen dat we in de win­ter­stop heb­ben op­ge­bouwd, weer weg zijn. Ik re­ken op een goeie pres­ta­tie die ons kan her­lan­ce­ren.’

© Vir­gi­nie Le­four/belga

Pär Zet­ter­berg (l.) is een van de maar liefst zes as­sis­ten­ten van coach Fred Rut­ten, al ziet hij zich­zelf eer­der als raad­ge­ver. ‘Ik wil nie­mand voor de voe­ten lo­pen.’

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.