De Brus­sel­se gok van een Brit­se po­ker­le­gen­de

De Standaard - - Sport - NI­CO TANG­HE

BRUS­SEL I Pla­ce your bets! De­ze drie woor­den doen het bloed in de ade­ren van To­ny Bloom al meer dan 40 jaar snel­ler stro­men. Als kind was hij al gek van de ‘fruit­ma­chi­nes’ in de ker­mis­gok­ten­ten van de En­gel­se kust­stad Brigh­ton, waar hij in 1970 werd ge­bo­ren en zijn he­le jeugd door­bracht.

Zijn groot­va­der Har­ry was er des­tijds vi­ce­voor­zit­ter van de plaat­se­lij­ke voet­bal­club en nam de jon­ge To­ny niet al­leen vaak mee naar het voet­bal­sta­di­on, maar ook naar de plaat­se­lij­ke gok­wed­strij­den met grey­hounds: jacht­wind­hon­den. Het is daar dat To­ny de smaak voor het gok­ken te pak­ken kreeg, staat te le­zen in een portret van Bu­si­ness In­si­der, me­de ge­ba­seerd op de bi­o­gra­fie van Mi­ke Ather­ton uit 2006.

3 mil­joen prij­zen­geld

Op zijn vijf­tien­de kwam Bloom voor het eerst in con­tact met sport­gok­ken, na­dat hij een val­se iden­ti­teits­kaart had ge­bruikt om toe­gang te krij­gen tot een van de lo­ka­le book­ma­ker­kan­to­ren, die toen al al­om­te­gen­woor­dig wa­ren in En­ge­land. Daar gok­te Bloom, een wis­kun­de­knob­bel die met suc­ces af­stu­deer­de aan Man­ches­ter Uni­ver­si­ty, voor­al op cric­ket en voet­bal­wed­strij­den. Op dat mo­ment nog zon­der ech­te stra­te­gie. Al won de jon­ge Bloom toen al meer wed­den­schap­pen dan hij ver­loor, ver­klaar­de hij zelf ooit in een in­ter­view met de lo­ka­le krant The Argus.

Dat ver­an­der­de na­dat Bloom – na kor­te pas­sa­ges bij Ernst & Young en als aan­de­len­tra­der – op zijn 23ste had be­slo­ten om in het pro­fes­si­o­ne­le po­ker­cir­cuit te stap­pen. Daar stoot­te hij al snel door naar de ab­so­lu­te top en kreeg hij we­gens zijn le­gen­da­ri­sche koel­bloe­dig­heid de bij­naam ‘The Li­zard’. Vol­gens Po­ker News won Bloom tij­dens zijn po­ker­car­ri­è­re in to­taal 3 mil­joen dol­lar aan prij­zen­geld, waar­door hij van­daag op plaats 15 prijkt op de rang­lijst van meest suc­ces­vol­le le­ven­de po­ker­le­gen­des.

Met dat prij­zen­geld be­gon Bloom al snel een ei­gen gokim­pe­ri­um uit te bou­wen. Eerst voor­zich­tig, bij­voor­beeld door on­li­ne book­ma­ker­web­si­tes te bou­wen. In 2006 door het bij­zon­der suc­ces­vol­le maar zeer dis­cre­te gok­syn­di­caat ‘Star­li­zard’ op te rich­ten. Star­li­zard ge­bruikt com­plexe sta­tis­ti­sche mo­del­len om quo­te­rin­gen voor voet­bal­ en an­de­re sport­wed­strij­den scher­per te stel­len. Naar het voor­beeld van beurs­tra­ders die een ei­gen hef­boom­fonds op­rich­ten en daar­bij op gro­te schaal wis­kun­di­ge al­go­rit­mes en da­ta ge­brui­ken om suc­ces­vol te kun­nen in­ves­te­ren op de aan­de­len­mark­ten.

Azi­a­ti­sche gok­markt

Op­mer­ke­lijk daar­bij is dat Star­li­zard hoofd­za­ke­lijk werkt op de Azi­a­ti­sche gok­markt. Een aty­pi­sche markt, om­dat er op gro­te schaal wordt ge­speeld met de zo­ge­he­ten Asi­an Han­di­cap, een vorm van wed­den waar­bij één team een vir­tu­e­le voor­sprong krijg ten op­zich­te van het an­de­re team. Een sys­teem van sport­wed­den­schap­pen dat Bloom naar ei­gen zeg­gen

‘als een van de eer­ste Wes­ter­lin­gen wist te door­gron­den’, na­dat hij zelf ze­ven maan­den in Thai­land had ver­ble­ven.

Hoe het za­ken­mo­del van Star­li­zard exact in el­kaar zit, weet nie­mand. Of­fi­ci­eel ver­za­melt en ana­ly­seert het gok­be­drijf van Bloom niet al­leen op gro­te schaal sport­da­ta over voet­bal­clubs en spe­lers, het plaatst te­gen be­ta­ling ook zelf wed­den­schap­pen in naam van rij­ke par­ti­cu­lie­re klan­ten, die el­ke dag voor meer­de­re mil­joe­nen op sport­wed­strij­den zou­den gok­ken. Waar­door het de fac­to ook kan wor­den aan­zien als een pri­vaat gok­syn­di­caat.

Een gok­syn­di­caat waar­van Bloom zelf de groot­ste klant is. En waar­in Bloom naar ei­gen zeg­gen geen aan­deel­hou­der is en ook geen en­ke­le di­rec­tie­ of be­stuurs­func­tie heeft. Welk deel van de winst van Star­li­zard hij zelf op­strijkt en hoe, blijft een goed­be­waard ge­heim. Dui­de­lijk is en­kel dat de 48­ja­ri­ge Bloom zijn gok­in­ves­te­rin­gen nooit heeft be­klaagd.

Hoe groot zijn per­soon­lijk ver­mo­gen is, weet nie­mand. Zo­als het een pro­fes­si­o­ne­le po­ker­spe­ler be­taamt, houdt Bloom zijn kaar­ten strak te­gen de borst. In tra­di­ti­o­ne­le rij­ken­lijst­jes, zo­als die van het Ame­ri­kaan­se week­blad For­bes, zal je hem niet vin­den. In­ter­views zijn zeld­zaam en meest­al be

stemd voor de lo­ka­le pers in Brigh­ton. Ook een in­ter­vie­w­aan­vraag van De Stan­daard sloeg de En­ gel­se za­ken­man twee we­ken ge­le­den be­leefd maar re­so­luut af.

Maar dat Bloom fi­nan­ci­eel bij­zon­der slag­krach­tig is, staat bui­ten kijf. Al bleek dat pas echt toen hij in 2009 in En­ge­land zijn fa­vo­rie­te voet­bal­club Brigh­ton Ho­ve & Al­bi­on FC op­kocht. Op dat mo­ment nog een ano­nie­me mid­den­mo­tor in der­de klas­se. Tien jaar en ruim 200 mil­joen Brit­se pond aan in­ves­te­rin­gen la­ter, is zijn jeugd­lief­de Brigh­ton een mid­den­mo­ter in de En­gel­se Pre­mier Le­a­gue, die speelt in een splin­ter­nieuw sta­di­on. Me­de met dank aan de trans­fers van en­ke­le ou­de be­ken­den uit ‘on­ze’ Ju­pi­ler Pro Le­a­gue, zo­als ex­Brug­ge­spe­lers Jo­sé Iz­qui­er­do en Ma­thew Ry­an en Antho­ny Knockaert (exStandard).

Brigh­ton ach­ter­na

Bloom kocht vo­rig jaar de mees­te aan­de­len van Union en slaag­de er snel in om de sla­pen­de Brus­sel­se reus te la­ten ont­wa­ken

Een stunt die Bloom ook in Bel­gië wil over­doen met de Brus­sel­se tra­di­tie­club Union. Een ou­de glo­rie (stam­num­mer 10) met een his­to­risch sta­di­on in de hoofd­stad van Eu­ro­pa en een be­kend Brus­sels po­li­ti­cus als ere­voor­zit­ter: Char­les Pic­qué. De flam­boy­an­te za­ken­man in Bloom, wil Union weer naar de hoog­ste klas­se lood­sen.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.