GEEL, KAATSHEUVEL

An­ne­lies Grie­tens moet ons land naar de Ef­te­ling lei­den

Gazet van Antwerpen Kempen - - KEMPEN -

An­ne­lies Grie­tens (33) uit Geel werd in de zo­mer ge­pro­mo­veerd tot ‘com­mer­ci­eel ma­na­ger voor Bel­gië en Fran­kijk’ van het Ne­der­land­se at­trac­tie­park de Ef­te­ling. De op­dracht voor haar team is dui­de­lijk: meer Bel­gen en Fran­sen naar het park lood­sen. Dat lijkt aar­dig te luk­ken. “Het aan­tal Bel­gen dat de Ef­te­ling be­zoekt, is de laat­ste tien jaar enorm toe­ge­no­men”, zo be­weert ze.

Voor we aan het interview be­gin­nen, la­ten we An­ne­lies eerst een aan­tal ver­te­de­ren­de fo­to’s zien die we van haar Fa­ce­book­pa­gi­na heb­ben ge­plukt. Op één er­van is te zien hoe ze als kleu­ter een pa­pier­tje in de mond propt van Hol­le Bol­le Gijs, een van de ico­ni­sche at­trac­ties van de Ef­te­ling. Ze moet er­om la­chen. “Ik was als kind al een trou­we be­zoe­ker van de Ef­te­ling”, zegt ze. “Ik her­in­ner me nog een ont­moe­ting met een prins en prin­ses in het park. We wa­ren thuis geen fer­ven­te pret­park­be­zoe­kers, maar een uit­stap naar de Ef­te­ling was blijk­baar wel pe­da­go­gisch ver­ant­woord. Toen ik af­stu­deer­de aan de KULeu­ven (An­ne­lies stu­deer­de com­mu­ni­ca­tie­we­ten­schap­pen, red.), keek ik al­tijd naar de si­te van de Ef­te­ling of er va­ca­tu­res wa­ren. Nu werk ik al tien jaar voor het park.”

‘‘On­ze groot­ste troef blij­ven on­ze sprook­jes. Dat zit ge­woon in ons DNA. We plaat­sen niet zo­maar een acht­baan of een kas­teel. Daar hoort al­tijd een ver­haal bij. ’’

Het was niet je eer­ste job. Je hebt nog een tijd in de ‘event­sec­tor’ ge­werkt.

Grie­tens: In­der­daad, ik heb voor een or­ga­ni­sa­tie ge­werkt die in de re­gio Gent eve­ne­men­ten or­ga­ni­seer­de, voor­na­me­lijk bui­ten­land­se team­buil­ding­rei­zen voor be­drij­ven. Het was niet mijn eer­ste keu­ze, maar wel een in­te­res­san­te job met veel rei­zen en dat doe ik erg graag. Op mijn 18de wil­de ik niets lie­ver dan bij­voor­beeld voor Flair te schrij­ven. Ik heb sta­ge ge­lo­pen voor een pro­duc­tie­huis en een tijd op de VRT rond­ge­lo­pen. Ik ben wel een cre­a­tief ie­mand: die­ge­ne die de uit­no­di­gin­gen maak­te voor feest­jes of

ar­ti­kels schreef voor het school­krant­je. Dat werd thuis ook ge­sti­mu­leerd: mijn moe­der is leer­kracht en schrijft ook graag. Mijn

An­ne­lies Grie­tens

Com­mer­ci­eel ma­na­ger Ef­te­ling

va­der en zus doen aan fo­to­gra­fie.

Je woont nog steeds in Geel. Moet je als com­mer­ci­eel ma­na­ger niet in een brui­sen­de stad wo­nen?

We heb­ben wel een tijd in Gent ge­woond, maar zijn uit­ein­de­lijk te­rug naar Geel ver­huisd. Mijn man is van Has­selt. Tij­dens het week­end had­den we het ge­voel dat we heel Vlaan­de­ren af­reis­den om fa­mi­lie en vrien­den te be­zoe­ken. Ik zag me ook niet blij­ven wo­nen in het cen­trum van Gent, ze­ker niet met kin­de­ren. We heb­ben als Bel­gisch team ons ei­gen bu­reau in Ant­wer­pen. Als ik in Geel zou wer­ken én wo­nen, zou ik de stad wel mis­sen. Ik kom graag thuis in Geel. Het is een plek waar ik tot rust kom. Geel is klein­scha­lig en de Kem­pen heeft nog veel groen. Geel is ook ide­aal ge­le­gen. Ik rij even lang naar Kaatsheuvel (de thuis­ba­sis van de Ef­te­ling, red.) als naar Ant­wer­pen.

Door je ver­hui­zing naar de Kem­pen ben je wel in de Ef­te­ling te­recht­ge­ko­men.

Ik moest na on­ze ver­hui­zing uit Gent in­der­daad op zoek naar een nieu­we job. Bij de Ef­te­ling was er een va­ca­tu­re voor ‘sa­les pro­ject ma­na­ger’. Ik kreeg de op­dracht eve­ne­men­ten voor de Bel­gi­sche markt te or­ga­ni­se­ren. Er zijn best veel Bel­gi­sche be­drij­ven die in de Ef­te­ling hun fa­mi­lie­dag hou­den of er een con­gres or­ga­ni­se­ren. Het is dan al­tijd leu­ker voor een be­drijf om een Bel­gi­sche con­tact­per­soon te heb­ben, ze­ker als er in het Frans moet ge­com­mu­ni­ceerd wor­den. Voor mijn Ne­der­land­se col­le­ga’s is dat niet al­tijd zo evi­dent.

Van­daag ben je com­mer­ci­eel ma­na­ger voor Bel­gië en Frank­rijk. Je op­dracht be­staat er­in meer Bel­gen en Fran­sen naar de Ef­te­ling te lok­ken. Lukt dat?

Het aan­tal Bel­gen dat de Ef­te­ling be­zoekt, is de laat­ste tien jaar enorm ge­groeid. Van­daag komt al 15% van on­ze be­zoe­kers uit Bel­gië, dat zijn er om­ge­re­kend zo’n 750.000 per jaar. De mees­ten ko­men uit de pro­vin­cie Ant­wer­pen en Lim­burg. Wij, Bel­gen, za­gen des­tijds dat po­ten­ti­eel en kre­gen de op­dracht van de toen­ma­li­ge di­rec­teur om een plan op te stel­len: wat is er vol­gens jul­lie no­dig om Bel­gen naar de Ef­te­ling te krij­gen? Toen werk­ten we in ons bu­reau in Ant­wer­pen nog maar met twee per­so­nen, nu zijn we al een team van vier. We voe­ren een an­de­re cam­pag­ne dan de Ne­der­lan­ders. We ver­trek­ken van­uit het idee: wat spreekt een Belg aan. We ma­ken ei­gen ad­ver­ten­ties en re­cla­me­spots voor tv en ra­dio. Ik ge­loof niet dat ie­mand die in Ne­der­land woont de­ze job zou kun­nen doen.

Je moet het spe­ci­fie­ke ka­rak­ter van het land heb­ben. Ik breng die spe­ci­a­li­sa­tie mee en dat wordt wel ge­waar­deerd.

Is de Bel­gi­sche markt dan zo be­lang­rijk voor de Ef­te­ling dat ze er een spe­ci­aal team voor heb­ben?

Niet al­leen de Bel­gi­sche markt. We heb­ben ook teams voor Duits­land en het Ver­e­nigd Ko­nink­rijk. De in­ter­na­ti­o­na­li­se­ring is echt de toe­komst van het park. De Ef­te­ling trekt nu vijf mil­joen be­zoe­kers per jaar. In 2030 zou­den dat er met on­ze uit­brei­dings­plan­nen ze­ven mil­joen kun­nen zijn. Met vier mil­joen Ne­der­land­se be­zoe­kers zit er niet veel meer groei­po­ten­ti­eel in de thuis­markt. De nieu­we be­zoe­kers moe­ten uit an­de­re lan­den ko­men.

Nu staat de Ef­te­ling wel be­kend als een door en door Ne­der­lands park dat zelfs deel uit­maakt van het cul­tu­re­le erf­goed. Wordt het park van­daag aan­ge­past aan dat in­ter­na­ti­o­na­le pu­bliek?

Ja, de nieu­we at­trac­ties wor­den al in het En­gels en Frans uit­ge­legd en de be­weg­wij­ze­ring is in vier ta­len uit­ge­werkt. We heb­ben zelfs een Duits­ta­li­ge Hol­le Bol­le Gijs. Er zijn taal­pro­gram­ma’s waar­mee me­de­wer­kers Frans kun­nen le­ren om toe­ris­ten te hel­pen. In Bel­gië wor­den we ge­raad­pleegd bij de ont­wik­ke­ling van nieu­we at­trac­ties. Is het ver­haal ver­staan­baar? Is de naam vlot uit te spre­ken in het Frans? Tien jaar ge­le­den werd er nog niet zo over na­ge­dacht. Nu wordt al­les in­ter­na­ti­o­naal ge­toetst. Het staat ook in on­ze nieu­we vi­sie: de Ef­te­ling

wil een in­ter­na­ti­o­na­le be­stem­ming zijn.

En wat doen jul­lie spe­ci­aal om de Bel­gen te lok­ken?

Als we on­ze be­zoe­kers be­vra­gen, mer­ken we dat de Bel­gen van al­le be­zoe­kers het meest te­vre­den zijn. Het aan­bod van het park sluit blijk­baar goed aan bij wat

de Bel­gen zoe­ken. Ze zijn ver­rast door de na­tuur in het park en de gast­vrij­heid van de me­de­wer­kers. Ne­der­land­se Bra­ban­ders zijn heel open. Je krijgt ’s mor­gens on­mid­del­lijk te ho­ren (spreekt met Ne­der­lands ac­cent): “Hal­lo, wat fijn dat je er bent!” Bel­gen vin­den het leuk om op die ma­nier be­groet te wor­den. Het eten vin­den ze ui­ter­aard ook be­lang­rijk. Het ver­baast je mis­schien, maar daar wordt veel aan­dacht aan be­steed. We heb­ben zelfs on­ze me­nu­kaart aan­ge­past. Bel­gen vin­den het wel­eens leuk om een kro­ket uit de

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.