Vlees noch vies

Gazet van Antwerpen Kempen - - KEMPEN -

WAlain van Veld­ho­ven

aar­om we van­uit Antwerpen rich­ting de Kem­pen ver­huisd zijn? Die vraag stel­de een be­vriend Ant­werps kop­pel ons on­langs. Mijn vrouw en ik ke­ken el­kaar kort aan. Na­tuur­lijk had­den we het er zelf al eens over ge­had. Er wa­ren veel ar­gu­men­ten: meer groen, een huis, de ge­moe­de­lijk­heid, … maar uit­ein­de­lijk draai­de het om wat an­ders. “We wil­len niet dat on­ze kin­de­ren zo­als jul­lie gaan pra­ten”, zei ik wat on­be­hol­pen. Voilà, het was er­uit. Er is nog geen kroost op komst, maar de ge­dach­te al­leen al dat je niet weet of je ei­gen kin­de­ren het over een vis of iets vies heb­ben, moet een ver­vreem­ding te­weeg­bren­gen die je als ge­zin nooit meer te bo­ven komt. De over­kant van de ta­fel nam het ver­ras­send goed op. Mis­schien wel om­dat ze on­ze nieu­we woon­plaats al be­ter ken­den dan wij­zelf. We ver­huis­den na­me­lijk naar Lier, de poort der Kem­pen zo­als men pleegt te zeg­gen. Tot ze er hun mond open­trek­ken. Tel­kens wan­neer ik er Kem­pen­se klan­ken hoor op straat blij­ken hun ver­wek­kers af­kom­stig uit He­ren­tals, Rij­ke­vor­sel of Nijlen. De ge­wo­ne Lie­ren­aar daar­en­te­gen spreekt een soort Ant­werps light, ter­wijl ik eer­der zweer bij N.A. Niet-Ant­werps dus.

De klap kwam hard aan. Hoe had ik me zo kun­nen la­ten fop­pen? On­ze blij­de in­tre­de in de Kem­pen was een trip naar het va­ge­vuur ge­wor­den. Maar al na en­ke­le we­ken nam ik ook daar vre­de mee. De Gro­te en de Klei­ne Ne­te, de twee trot­se Kem­pen­se ri­vie­ren, vin­den el­kaar hier. De groot­ste Lier­se voet­bal­club draagt ‘Kem­pen­zo­nen’ in haar naam. De or­ga­ni­sa­tie die het lo­ka­le erf­goed pro­moot heet Kem­pens Ka­rak­ter. En op de ro­ton­de bij mijn nieu­we wo­ning is de poort der Kem­pen ook in het echt te be­won­de­ren (al lijkt die meer op het tuin­hek van de fa­mi­lie Pf­aff). Moe­ten we een stad die on­danks haar spraak­ge­brek toch Kem­pens wil zijn dan niet ge­woon in de ar­men slui­ten? Mijn vrouw hoopt al­les­zins van wel, an­ders raakt mijn door haar ge­vrees­de drang naar het oos­ten nooit be­koeld. Wat ik haar lie­ver had ho­ren zeg­gen, wa­ren de woor­den van über-Lie­ren­aar Pal­lie­ter: “As ik mor bij ij mag blij­ve, meug­de ma mee­neme nor ’t en­de van de we­reld”. Maar daar­voor zul­len we nog op ons Liers moe­ten oe­fe­nen. Voor­lo­pig blij­ven we dus in het va­ge­vuur. En de kin­de­ren, die kun­nen we al­tijd nog op in­ter­naat in Hoog­stra­ten of Turn­hout stu­ren.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.