Niet al­tijd in dank af­ge­no­men”

Gazet van Antwerpen Kempen - - DOEN! TV - (to­ve)

pes­te­rij­en.

Be­sef­te je toen dat je te ver ging?

Nee, want ik vond niet dat er iets aan de hand was. Dat wa­ren ook an­de­re tij­den. Wij von­den dat zij maar met on­ze ca­pri­o­len moest kun­nen om­gaan. Wij za­gen on­vol­doen­de dat zij on­ze­ker was, en ons ge­drag niet kon prui­men. Toen haar naam op de short­list be­land­de voor Op Weg Met Jan, zag ik de bui al han­gen. Maar we heb­ben het bij­ge­legd, hoor.

Eens on­der­weg, werd het emo­ti­o­neel. Ti­na heeft het las­tig om de dood van haar va­der te ver­wer­ken.

Wat ik be­grijp. Ik ver­loor ook vroeg mijn va­der. On­ge­veer een jaar ge­le­den stierf mijn zus Mar­leen, am­per 50 jaar, aan kan­ker. Die pe­ri­o­de heeft er ook in­ge­hakt. Maar Ti­na durft echt te wei­nig haar emo­ties los te la­ten. Ze zegt dat ook in de uit­zen­ding. Door de dood van haar va­der werd ze nog on­ze­ker­der.

Rond­uit grap­pig is de va­der-doch­ter­dis­cus­sie met No­ra Gha­rib, als zij voor de zo­veel­ste keer fo­to’s wilt ma­ken.

Tja, ik ben 50 jaar en be­grijp dat so­ci­a­le me­dia-ge­doe niet. Fa­ce­book, In­st­agram,… mijn doch­ter van 22 zegt dat ik er mee moet be­gin­nen, maar ik zie de nood­zaak niet. En­fin, ik vroeg aan No­ra na een tijd­je of zij met haar ogen of met haar smartpho­ne kijkt. Ik ge­niet van een uit­zicht en zal mis­schien op een he­le reis vijf fo­to’s ma­ken. No­ra komt thuis met twee­dui­zend beel­den. Nog voor ze er­gens was uit­ge­stapt, nam die al fo­to’s. We heb­ben er ver­der niet over ge­dis­cus­si­eerd, maar het gaf de ge­ne­ra­tie­kloof goed weer.

Wie had de mees­te ba­ga­ge mee?

Al­le­maal! Ton­nen! (lacht) Die da­mes sleur­den wat mee. Ze zei­den me ook vaak dat ze hun he­le kleer­kast had­den mee­ge­bracht, om­dat ‘ze niet kon­den kie­zen’. Leu­ke anek­do­te: op de lucht­ha­ven van El Sal­va­dor bleek de kof­fer van Lien Van de Kel­der niet van de band te rol­len. Daar sta je dan… ‘Als ze die kof­fer niet meer vin­den, heb ik thuis niks meer om aan te doen’, zei ze. Ge­luk­kig was de ba­ga­ge er de vol­gen­de dag wel.

Hoe las­tig is het om vijf da­gen op je taal te let­ten? Ik stel de vraag om­dat je ooit ver­tel­de dat je daar­over op­mer­kin­gen kreeg bij het Eén-pro­gram­ma

Voor Het­zelf­de Geld.

Ik kan nog steeds geen al­ge­meen Ne­der­lands. Dat hoeft ook niet, want dan ben ik me­zelf niet meer. Er is ook een ver­schil tus­sen plat Ant­waarps en het ge­kuis­te dia­lect dat ik op te­le­vi­sie spreek. Het was wel grap­pig dat Karo­lien De­bec­ker, die het ge­woon is om keu­rig Ne­der­lands te pra­ten op de ra­dio, op den duur werd aan­ge­sto­ken door mijn Ant­werp­se tong­val. Na een tijd­je riep ze: ‘hey gast, deur a be­gin kik Ant­waarps te klap­pe’.

Je bent geen er­va­ren in­ter­vie­wer. Speelt dat soms in je na­deel?

Tuur­lijk. Maar ik moet niet per se de jour­na­list spe­len die zijn op voor­hand be­dach­te vraag­jes één voor één stelt. Ik ben Jan die op­recht men­sen wil le­ren ken­nen. Als ik een rol­le­tje speel, schiet het pro­gram­ma zijn doel voor­bij. De VRT vroeg trou­wens om nu meer uit de au­to te ko­men en meer met de lo­ka­le be­vol­king te pra­ten. Waar­door het on­ver­mij­de­lijk weer een tik­kel­tje meer op­schuift rich­ting Rei­zen Waes. Maar ik ben niet boos om die ver­ge­lij­king. Ik heb al­tijd ge­zegd dat Op Weg Met Jan een mix is van Rei­zen Waes en Die Huis.

De ge­sprek­ken wor­den soms de­li­caat. Durf je dan door­vra­gen?

Als Ti­na zegt dat ze de dood van haar va­der niet heeft ver­werkt, waar­op ik vraag wat ze dan voelt en zij be­gint te we­nen… dan zegt dat toch vol­doen­de? Even zwij­gen zegt soms meer dan twee ex­tra vra­gen. Het is ook mooi om de stil­te te la­ten wer­ken.

Waar­om moe­ten al die BV’s een reis­pro­gram­ma ma­ken, is soms te ho­ren.

Klopt. Maar dank­zij de beel­den uit de pro­gram­ma’s als Rei­zen Waes, Goed Volk of Last Days zien som­mi­ge men­sen in hun huis­ka­mer een stuk van de we­reld waar ze zelf nooit zou­den ko­men. Ik weet dat mijn ma­ma nooit naar Al­ba­nië zal rei­zen, maar ze weet nu wel hoe het er daar uit­ziet. Het heeft dus zijn doel. Hoe­wel… Mijn moe­der zag al beel­den van die ra­vij­nen en stuur­de een sms’je: ‘voor mij hoeft er geen der­de sei­zoen meer te ko­men’.

In de­cem­ber stopt on­ze sa­men­wer­king. Er was geen ru­zie, maar af­ge­lo­pen jaar kreeg ik een be­lang­rij­ke rol aan­ge­bo­den in de speel­film Ik moest die rol

Wel­ke ge­vaar­lij­ke we­gen vorm­den de las­tig­ste uit­da­ging?

Zon­der twij­fel Sri Lan­ka. Je moet daar aan de an­de­re kant van de weg rij­den. Links rij­den, rechts aan het stuur zit­ten. Daar­door ben je je ori­ën­ta­tie wat kwijt. In ei­gen land kan je na ja­ren au­to­rij­den per­fect de breed­te van je au­to in­schat­ten. Maar daar is dat an­ders. Ik had con­stant de nei­ging om te veel naar links te rij­den. Ook de be­vol­king kent er wat van. Van twee rij­stro­ken ma­ken die er zelf drie.

Ge­luk­kig ble­ven we ge­spaard van on­ge­val­len. We zijn wel ver­rast door een plat­te band in Ma­rok­ko. Net op dat mo­ment brak er een zand­storm los. We heb­ben dat niet ge­filmd, want de ca­me­ra zou het niet over­leefd heb­ben.

Zou je je ei­gen vrouw dur­ven mee­ne­men?

Ja, maar het con­cept is dat ik de vrouw be­ter leer ken­nen. Els ken ik van­bin­nen en van­bui­ten. Vijf da­gen met haar in de au­to? Dat zou voor­al la­chen wor­den. Al­hoe­wel… als we al eens woor­den heb­ben, is het voor­al tij­dens au­to­rit­ten. Ik ben een mid­den­vakrij­der en Els er­gert zich daar aan. Ik weet ook wel dat je rechts moet rij­den. Maar de chauf­feurs ach­ter mij kun­nen langs links voor­bij en ik wil in het mid­den rij­den om de au­to’s aan de rech­ter­zij­de voor­bij te ste­ken.

Hoe held­haf­tig ben je als je ra­ke­lings een af­grond pas­seert?

Als ik de pas­sa­gier ben, merk ik dat ik mee aan het rem­men ben met mijn voet. Nee, lie­ver be­stuur ik zelf de au­to. Al moet ik op­pas­sen. Als je veel zelf ach­ter het stuur zit, cre­ëer je ge­wen­ning en dat is ge­vaar­lijk. Het is zo ver­lei­de­lijk om even wat gas bij te ge­ven. Ik her­in­ner me hoe de re­gis­seur en ik ’s nachts door het Al­ti­pla­n­oge­berg­te re­den in Pe­ru met As­si­ta Kan­ko. Ze drong meer­maals aan om tra­ger te rij­den, om­dat ons rij­ge­drag re­de­lijk ri­si­co­vol werd. Ook gid­sen heb­ben ons er vaak op at­tent ge­maakt dat het echt rus­ti­ger moest. Soms na­men de da­mes mijn rij­ge­drag niet in dank af. Zo­als bij Lien Van de Kel­der. ‘Je moet je ma­cho­ge­drag niet ven­ti­le­ren’, zei ze. Ook leuk hoor, een blauw­tje lo­pen (lacht).

Wa­ren de vrou­wen goe­de chauf­feurs?

Ik was aan­ge­naam ver­rast. Zelfs No­ra, die am­per ze­ven maan­den haar rij­be­wijs had, kon aar­dig over­weg met de jeep. Al ver­gis­te ze zich van gas en rem op een ge­vaar­lijk mo­ment. Ti­na stond er niet echt voor te sprin­gen. Zij moest echt haar angst over­win­nen. De per­soon waar­van ik het meest op­keek was Karo­lien. Die ging haast flui-

Tor­pe­do.

(die uit­ein­de­lijk naar Sven De Rid­der ging, red.) la­ten schie­ten van­we­ge de op­na­mes van Op Weg Met Jan. Ik vond die film zo’n mooie kans en was enorm te­leur­ge­steld dat het niet kon door­gaan.”

“De nood om op­nieuw te ac­te­ren – toch mijn groot­ste lief­de – is bij­zon­der groot ge­wor­den. Ze kon­den mij bij War­ner ech­ter niet be­lo­ven dat er een film of een se­rie in­zat. Mocht ik heb­ben bij­ge­te­kend, zat ik wel­licht op­nieuw drie jaar vast aan pre­sen­ta­tie­werk. Daar­om gaan we uit el­kaar. Ik ga op kor­te ter­mijn met Sta­ny Crets sa­men­wer­ken voor Spama­lot, en ver­der sta ik open voor al­le mo­ge­lij­ke voor­stel­len.”

Van De Zo­nen van Van As staat een vijf­de sei­zoen in de stei­gers. “Maar niet voor mij. Ik vond die se­rie na drie sei­zoe­nen vol­doen­de. Uit col­le­gi­a­li­teit heb ik nog en­ke­le af­le­ve­rin­gen in de vier­de reeks ge­daan om me er be­ter uit te schrij­ven. Maar dat is echt wel een af­ge­slo­ten hoofd­stuk. Op het ein­de was ik scè­nes aan het spe­len met mijn vrouw of met Car­ry Goos­sens die ik pre­cies al eer­der had ge­speeld.” tend over de we­gen. Ze was ook de eni­ge aan wie ik heb moe­ten vra­gen of ze géén schrik had.

Iets an­ders: loop je nog ma­ra­thons?

Ik heb die van Berlijn en New York ach­ter de kie­zen. Noem het geen ver­sla­ving. Want dat zou in­hou­den dat ik ex­treem zou ver­ma­ge­ren en echt ga fo­cus­sen op de tijd. Dat is niet het ge­val. In Berlijn liep ik bo­ven de vijf uur, in New York zat ik er on­der. Ik loop om­dat ik me er goed bij voel. Drie keer per week loop ik 10 à 12 ki­lo­me­ter. Lo­pen is voor mij ook een soort van the­ra­pie. Soms ma­len er din­gen in je hoofd en tij­dens het lo­pen kom je tot rust. Hoe mijn li­chaam re­a­geert op die kracht­in­span­nin­gen? Ik heb mo­men­teel wat last aan de voet, maar een os­te­o­paat lost dat wel op.

Had je die ma­ra­thons niet twin­tig jaar ge­le­den moe­ten doen?

Nee, om­dat ik toen niet het ge­voel had dat mijn li­chaam die uit­da­ging no­dig had. Ik hield me toen met bok­sen en ge­vechts­sport be­zig. Ik denk dat ik juist nu die in­ves­te­rin­gen in mijn li­chaam moet doen om kwaal­tjes te­gen te gaan. Het vol­gen­de doel? De ma­ra­thon van Lon­den en op­nieuw fi­nis­hen bin­nen vijf uur. Met door­ge­dre­ven trai­ning moet dat luk­ken. Maar een top­tijd zal er nooit in­zit­ten.

TOM VETS

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.