Evo­nik: het be­drijf dat tand­pas­ta vloei­baar uit je tu­be laat ko­men

Che­mie­be­drijf ging in vijf­tig jaar van 400 naar 1082 werk­ne­mers

Gazet van Antwerpen Mechelen-Lier - - ECONOMIE - CHRIS­TOF WIL­LOCX

Het che­mie­be­drijf Evo­nik viert zijn vijf­tig­ja­rig be­staan in de ha­ven van Ant­wer­pen. De­ze week kwam Vlaams mi­nis­ter-pre­si­dent Geert Bour­geois spre­ken op een aca­de­mi­sche zit­ting die het be­drijf or­ga­ni­seer­de. Vol­gen­de week wor­den de 1082 per­so­neels­le­den en de 48 in­wo­ners van het dorp Lil­lo, waar Evo­nik zich be­vindt, ge­trak­teerd op fees­te­lijk eten en een op­tre­den van Cir­cus Ro­nal­do. Maar wat doét Evo­nik nu ei­gen­lijk?

Evo­nik is een van de ve­le Duit­se che­mie­be­drij­ven in de Ant­werp­se ha­ven. Bij de op­rich­ting in 1968 heet­te het De­gus­sa. Sinds 2007 is de naam ver­an­derd in Evo­nik.

“En­ke­le gro­te Duit­se che­mie­be­drij­ven twij­fel­den in de ja­ren zes­tig tus­sen een fa­briek op­star­ten in Ant­wer­pen of in Rot­ter­dam”, zegt Dan­ny Er­re­weyaert, woord­voer­der van Evo­nik. “Uit­ein­de­lijk ko­zen ze voor Ant­wer­pen, om­dat ze hier ei­ge­naar kon­den wor­den van de grond. In Rot­ter­dam ging dat niet.”

De stad Ant­wer­pen ont­ei­gen­de in de ja­ren zes­tig de mees­te be­wo­ners van het dorp­je Lil­lo om plaats te ma­ken voor che­mie­be­drij­ven. In de eer­ste ja­ren stel­de De­gus­sa in Lil­lo zo’n vier­hon­derd

Vlaam­se kleu­ters be­we­gen te wei­nig

Een kleu­ter zou per dag min­stens drie uur moe­ten be­we­gen en per dag tien tot der­tien uur moe­ten sla­pen. Scherm­tijd voor tv, com­pu­ter of een ta­blet zou be­perkt moe­ten zijn tot maxi­mum een uur per dag. In Vlaan­de­ren vol­doet slechts één op de tien kleu­ters aan die richt­lij­nen op week­da­gen en nog een klei­ner aan­tal, 4,3%, haalt die stan­daar­den tij­dens het week­end. Dat blijkt uit on­der­zoek van de Uni­ver­si­teit van Gent bij 595 Vlaam­se kleu­ters. On­ze kleu­ters blij­ken voor­al te wei­nig te be­we­gen. Het gaat om ge­mid­deld 2 uur en 14 mi­nu­ten in plaats van de voor­op­ge­stel­de 3 uur. Vlaams mi­nis­ter van On­der­wijs Hil­de Cre­vits zorgt nu voor een edu­ca­tief pak­ket met draak­je Do­ki om op een speel­se ma­nier te le­ren dat spe­len en be­we­gen be­lang­rijk zijn. men­sen 1082.

te­werk. Nu

zijn

Wat wordt hier ge­maakt?

Wie werkt in dit be­drijf?

dat

er

“El­ke Belg ge­bruikt min­stens één keer per dag een pro­duct van Evo­nik”, zegt Dan­ny Er­re­weyaert.

“We ma­ken hier bij­voor­beeld ae­ro­sil. Dat wordt ge­bruikt in tand­pas­ta. Het zorgt er­voor dat je tand­pas­ta vloei­end uit de tu­be loopt. Ae­ro­sil zit ook in verf, zo­dat die niet van de muur drup­pelt als je de bor­stel weg­haalt. En het voor­komt klon­ters bij ma­ke-up. We brei­den on­ze pro­duc­tie­af­de­ling van Ae­ro­sil uit, zo­dat we te­gen 2020 25 à 30% meer ae­ro­sil kun­nen pro­du­ce­ren dan er­voor.”

Ook die­ren zijn een be­lang­rij­ke klant van Evo­nik. “We ma­ken hier bij­voor­beeld me­thi­o­ni­ne voor die­ren­voer”, zegt Er­re­weyaert. “Dat ami­no­zuur zorgt er on­der meer voor dat kip­pen stof­fen be­ter in hun li­chaam op­ne­men, zo­dat ze al vol­daan zijn met een klei­ne­re hoe­veel­heid voed­sel.”

Het per­so­neel van Evo­nik in Lil­lo komt uit een bre­de re­gio van vijf­tig ki­lo­me­ter. “De werk­ne­mers ko­men voor­al uit Ant­wer­pen en de rand, de Noor­der­kem­pen, de re­gio-Me­che­len en het Waas­land”, zegt Dan­ny Er­re­weyaert.

Marc Van Looy (57) werkt al 36 jaar voor het be­drijf. “Ik ben hier in 1982 be­gon­nen als pro­duc­tie­ar­bei­der”, zegt Marc. “Van­daag leid ik de ver­zen­dings­dienst. Ik coach het per­so­neel, maak de pro­duc­tie­plan­ning en geef tech­ni­sche on­der­steu­ning. In al die tijd heb ik me nog geen mo­ment ver­veeld.”

“De sfeer is op­per­best. Toen ik 25 jaar in dienst was, mocht ik vijf col­le­ga’s uit­kie­zen voor een groot di­ner in het kas­teel van Bras­schaat. Ik heb toen een of­fi­ci­ë­le oor­kon­de ge­kre­gen. We za­ten daar met bij­na twee­hon­derd men­sen sa­men.”

Die uit­ge­brei­de ju­bi­le­um­vie­ring is ook van­daag nog een tra­di­tie bij het be­drijf. Een an­de­re tra­di­tie is de ken­nis van het Duits.

“Ik moet veel mails naar on­ze ves­ti­gin­gen in Duits­land stu­ren”, zegt Marc. “Ge­luk­kig heb ik mijn le­ger­dienst in Duits­land ge­daan, en kan ik me dus goed uit de slag trek­ken.”

“Dat Duits bekt niet lek­ker”

Evo­nik or­ga­ni­seert in Lil­lo ge­re­geld een cur­sus Duits van veer­tig uur voor de per­so­neels­le­den die de taal no­dig heb­ben voor hun werk. “Ik doe de laat­ste con­tro­le van de ma­chi­nes die van­uit Duits­land naar hier ko­men. Dan moet ik al­tijd Duits pra­ten. Maar mooi kan ik die taal toch niet noe­men”, zegt Mark Schrooy­en (43), bri­ga­dier van de tech­ni­sche af­de­ling. “In het En­gels is ‘vi­bra­tie’ ge­woon ‘vi­bra­ti­on’. In het Duits zeg­gen we ‘Sch­win­gung­mes­sung’. Dat bekt niet lek­ker.”

Am­per 10% is vrouw

Het is ove­ri­gens geen toe­val dat in de­ze re­por­ta­ge bij­na al­leen man­nen aan bod ko­men. Slechts

EVO­NIK IN CIJ­FERS:

- op­ge­richt op 3 ok­to­ber 1968

- 1082 werk­ne­mers - om­zet in 2017: 464 mil­joen eu­ro

- 1,6 mil­jard eu­ro in­ves­te­rin­gen sinds de op­rich­ting in 1968 10% van de werk­ne­mers van Evo­nik is een vrouw. Een mo­ge­lij­ke ver­kla­ring is dat een groot deel van de werk­ne­mers in shif­ten werkt. De ene week heb je de vroe­ge, de an­de­re week de la­te en dan weer de nacht.

“Ik heb het een tijd­je ge­daan, maar on­der an­de­re door mijn ge­zin ben ik daar mee ge­stopt”, zegt Nat­ha­lie De Gendt (30). “Van­daag ben ik hoofd van het la­bo. Ik con­tro­leer of on­ze pro­duc­ten aan de kwa­li­teits­ei­sen vol­doen. Dat is een bu­reau­job, en op fy­siek vlak veel min­der zwaar.”

FO­TO JO­RIS HERREGODS HERREGODS FO­TO JO­RIS

La­bo­ran­te Nat­ha­lie De Gendt is een van de wei­ni­ge vrou­wen die voor Evo­nik werkt.

FO­TO JO­RIS HERREGODS

Mark Schrooy­en werkt op de tech­ni­sche dienst. “Ik moet veel Duits pra­ten, maar dat bekt niet lek­ker.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.