“Na de kan­ker ben ik klaar om er weer in te vlie­gen”

Gazet van Antwerpen Mechelen-Lier - - VOORZIJDE PAGINA - GREG VAN ROOSBROECK

Het kan ver­ke­ren, zei Bre­de­ro. 25 jaar ge­le­den stond Antje De Boeck in de schijn­wer­pers als Net­te Schol­liers in de film Daens. Van­daag her­stelt ze in al­le ano­ni­mi­teit van een ge­vecht te­gen kan­ker. Maar de Ant­werp­se ac­tri­ce is aan de win­nen­de hand en hun­kert weer naar de gro­te rol­len van toen. Of hoe het kan ver­ke­ren in het kwa­draat.

Met een Maisstraat, Kar­ne­melk­s­traat en Kreek­s­traat op het grond­ge­bied, doet Zel­za­te zijn ima­go van lan­de­lij­ke Oost-Vlaam­se ge­meen­te al­le eer aan. De straat waar de Ant­werp­se ac­tri­ce Antje De Boeck (54) in­tus­sen tien jaar woont met haar man Ro­ny is daar de ex­po­nent van. De weg is met moei­te 2 me­ter breed en al­leen toe­gan­ke­lijk voor land­bouw­voer­tui­gen en be­wo­ners. Wie er niet moet zijn, rijdt zich on­her­roe­pe­lijk vast op het ver­hoog­je aan het be­gin van de weg.

Het is in die rust en se­re­ni­teit dat de hoofd­rol­speel­ster van de in 1993 uit­ge­brach­te film Daens voor het eerst praat over dat waar­mee ze zich de af­ge­lo­pen 2,5 jaar voor­al heeft be­zig­ge­hou­den: haar strijd te­gen keel­kan­ker. Voor ze aan haar hou­ten keu­ken­ta­fel gaat zit­ten, schuift ze het pak­je si­ga­ret­ten van haar man Ro­ny met een tik van heb-ik-jou-daar, te­gen de ver­war­ming. Op het ein­de van het in­ter­view zal ze zeg­gen dat er geen be­te­ke­nis ach­ter zat. “Ik heb veel ge­rookt, maar er zijn men­sen die ge­zond le­ven en ook kan­ker krij­gen. Met de oor­zaak van zo’n kan­ker schiet je op dat mo­ment niets op.”

In­tus­sen heeft De Boeck haar si­ga­ret­ten van vroe­ger toch maar in­ge­wis­seld voor een elek­tro­nisch exem­plaar. “Het ge­zwel is weg­ge­no­men en pijn heb ik niet meer, maar ik ga het ook niet zoe­ken. Er zijn din­gen weg­ge­no­men in mijn keel en dat voel ik. Men­sen zeg­gen me ook dat mijn stem hel­der­der ge­wor­den is. Dat is dan toch iets dat po­si­tief ge­weest is.”

Wan­neer hebt u voor het eerst ge­merkt dat er iets mis was?

Antje De Boeck: Zo’n 2,5 jaar ge­le­den ging het niet goed met mij. Het was meer een al­ge­me­ne psy­chi­sche en fy­si­sche ma­lai­se dan een spe­ci­fiek pro­bleem. Ik heb een aan­tal on­der­zoe­ken la­ten doen en het werd steeds er­ger. Als­of mijn li­chaam in op­stand kwam. Ik had ook voort­du­rend keel­pijn. Nor­maal is zo­iets weg met een pijn­stil­ler of toch ze­ker an­ti­bi­o­ti­ca, maar ik voel­de geen ver­an­de­ring. Toen wist ik dat er iets echt niet goed zat en heb ik een biop­sie op mijn aman­de­len la­ten uit­voe­ren.

Het re­sul­taat was dat er een kwaad­aar­dig ge­zwel op een van uw aman­de­len zat in de keel. Weet u nog waar u was toen u dat nieuws te ho­ren kreeg?

Nor­maal moet je voor de uit­slag van zo’n biop­sie naar het hos­pi-

Antje De Boeck Ac­tri­ce “Ik zou graag weer gaan ac­te­ren. Met dit in­ter­view wil ik to­nen dat ik er nog ben. En ik ben klaar om er weer in te vlie­gen.”

taal, want ze wil­len je dat re­sul­taat on­der vier ogen ver­tel­len. Ik had daar geen zin in en heb hier thuis, in de woon­ka­mer, ge­beld om te vra­gen of ze me dat niet via de te­le­foon kon­den zeg­gen. ‘Euh … nee’, ging het aan de an­de­re kant. ‘Wij ver­wach­ten u toch hier.’ Toen wist ik ge­noeg. Ik heb ge­zegd: ‘me­vrouw, ik zit hier thuis bij mijn man. En ik zit al op een stoel. U mag ge­rust zeg­gen wat er aan de hand is. Want net om­dat u ge­aar­zeld heeft, weet ik het ant­woord al op mijn vraag.’

Het mo­ment waar­op ik dat nieuws kreeg, kon haast niet sym­bo­li­scher zijn. Ik werk­te in de West­hoek aan Vrou­wen aan de zij­kant van de oor­log, een the­a­ter­stuk over vrou­wen in de Eer­ste We­reld­oor­log. Ik speel­de uit­ge­re­kend Ma­rie Cu­rie, de vrouw die toch een enor­me im­pact ge­had heeft op de be­han­de­ling van kan­ker. Ik heb toen toch wel een paar keer ge­dacht: hoe iro­nisch dat ik zo­iets mee­maak.

Hoe bent u de da­gen na­dien met dat nieuws om­ge­gaan?

Ik was na­tuur­lijk van slag, maar ik voel­de me niet dood­ziek. Dus ik heb mijn werk in de West­hoek niet af­ge­zegd. Ik ben wel on­mid­del­lijk met de be­han­de­ling be­gon­nen. In mijn ge­val wa­ren dat twee ope­ra­ties. De eer­ste was een kijk­ope­ra­tie om te zien of ze de kan­ker kon­den weg­ne­men. De twee­de was de ei­gen­lij­ke ope­ra­tie. En die is goed ver­lo­pen. Er zat al­leen twee we­ken tus­sen die twee ope­ra­ties en in die tijd was het ge­zwel op mijn aman­del an­der­hal­ve keer zo groot ge­wor­den. An­der­hal­ve keer! Wat als ik pak­weg een maand had moe­ten wach­ten? Dus als hij be­staat, dan mag ik God dank­baar zijn. Want ik ben door het oog van de naald ge­kro­pen.

Na die ge­slaag­de ope­ra­tie duurt het, zo re­ke­nen art­sen, vijf jaar om he­le­maal ge­ne­zen ver­klaard te wor­den. U hebt na­dien ook 36 beur­ten ra­dio­the­ra­pie ge­kre­gen en moet nu nog el­ke drie maan­den op con­tro­le. In hoe­ver­re weegt zo’n on­ze­ke­re her­stel­pe­ri­o­de op uw da­ge­lijk­se le­ven?

Zwaar­der dan je mis­schien zou dur­ven den­ken. Na de ope­ra­tie heb ik aan de be­han­de­len­de arts ge­vraagd: ‘wat nu?’ En ze ant­woord­de: ‘Ge­woon op uw ef­fe ko­men. En wij den­ken niet in maan­den, wij den­ken in ja­ren.’ Ik dacht dat ze het had over de we­ten­schap­pe­lij­ke tijds­span­ne, de tijd die zo’n ziek­te no­dig heeft om he­le­maal te ver­dwij­nen. Maar in­tus­sen be­sef ik dat het ook een emo­ti­o­ne­le pe­ri­o­de is om al­les te ver­wer­ken. Zo­lang je be­han­deld wordt, ben je be­zig. En in Bel­gië word je door de art­sen ach­ter­af heel goed be­ge­leid . Dat geeft zo’n ge­rust ge­voel. Het is pas ach­ter­af, als je op je­zelf moet her­stel­len, dat de moei­lijk­ste pe­ri­o­de aan­breekt. Toen heb ik van Jan ge­had. En die pe­ri­o­de is nog steeds niet voor­bij. Het gaat in stij­gen­de lijn, maar ik heb nog steeds da­len. Ze­ker in het be­gin van mijn her­stel­pe­ri­o­de leek het soms als­of mijn her­se­nen ge­kookt wa­ren door de ra­dio­ac­ti­vi­teit. Als­of ze in mijn ver­le­den en toe­komst had­den ge­roerd. Ik trok wer­ke­lijk al­les in twij­fel en dat heb ik van­daag nog af en toe.

Had u be­paal­de din­gen dan lie­ver an­ders ge­daan?

(denkt na) Het is moei­lijk om dat zo con­creet te zeg­gen om­dat je door die ziek­te al­les ex­treem uit­ver­groot. Het is dus geen re­a­lis­ti­sche eva­lu­a­tie. (denkt weer na)

Het is niet voor niets dat het hos­pi­taal ook psy­cho­lo­gi­sche hulp aan­biedt. En ik kan al­leen maar zeg­gen: maak daar ge­bruik van! Want je hebt niet al­leen het ge­voel dat je gek wordt, je bent ook gek. En la­biel. Ik heb in die pe­ri­o­de ook een licht an­ti­de­pres­si­vum ge­no­men. Ik stond daar in het be­gin erg wei­ger­ach­tig te­gen­over, maar ik kan al­leen maar zeg­gen: zie niet nog meer af dan je al aan het doen bent.

In welk op­zicht bent u nog een an­der mens dan voor de ziek­te?

Ik ben geen flau­we. Ik ging nooit snel naar de dok­ter. Het zou al­le­maal wel van­zelf op­ge­lost ge­ra­ken. Maar ik moet men­sen nu wel aan­ra­den om mijn voor­beeld niet te vol­gen. En toch snel naar de dok­ter te gaan. Wees dan mis­schien flauw, maar wel ze­ker over je ge­zond­heid. En nog iets: el­ke keer als het over kan­ker gaat op de ra­dio, dan denk ik: god. Ik weet dat het moet om geld op te bren­gen voor on­der­zoek, maar soms heb je wel­eens zin om het al­le­maal van je af te zet­ten. (is

even stil en lacht) Och ja, zo tries­tig is het nu ook al­le­maal weer niet, hoor.

Is de tijd aan­ge­bro­ken om weer voor­uit te kij­ken?

Ja, ik ben ster­ker dan een paar maan­den ge­le­den. Als ik toen er­gens iets voel­de, dacht ik met­een het erg­ste. Dat is nu voor­bij. Ik moet al­leen de puz­zel­stuk­jes weer de juis­te kleur ge­ven. Ook daar­om zou ik graag weer ac­te­ren. Ook al om­dat dat zorgt voor af­lei­ding. Dat is een van de re­de­nen waar­om ik dit in­ter­view ge­ge­ven heb: hey, ik ben er nog. En ik ben klaar om er weer in te vlie­gen. Want ik zou graag wat meer werk heb­ben.

Ac­teurs en ac­tri­ces kla­gen wel va-

ANTJE DE BOECK “In het be­gin van de her­stel­pe­ri­o­de leek het soms als­of mijn her­se­nen ge­kookt wa­ren door de ra­dio­ac­ti­vi­teit, als­of ze in mijn ver­le­den en toe­komst had­den ge­roerd. Van­daag heb ik dat nog af en toe.”

ker over te wei­nig werk. Chris­tel Do­men zei en­ke­le we­ken ge­le­den nog dat ze vier jaar zon­der job zat. ‘Lob­by­en is niet mijn sterk­te’, zei ze. Wat jij?

Ook ik ben daar al ja­ren te wei­nig mee be­zig. Het ligt niet in mijn aard om te zeg­gen: hey, kun je mij niet ge­brui­ken? De ac­teur is ook een ras dat niet naar el­kaars voor­stel­lin­gen kijkt. Ook ik speel lie­ver dan dat ik me op een voor­stel­ling laat zien. Ik heb nog re­gel­ma­tig con­tact met Els Dot­ter­mans, Chris Lom­me, Ka­te­lij­ne Ver­be­ke, Mie­ke De Groote en Di­a­ne Bel­mans, maar dat is het zo een beet­je.

Wat je vaak hoort van ac­teurs en ac­tri­ces is dat ze net naar Ant­wer­pen trek­ken om hun car­ri­è­re een boost te ge­ven. U hebt tien jaar ge­le­den het om­ge­keer­de ge­daan om in een bij­na au­to­vrije straat in Zel­za­te te be­lan­den. Is dat wel een goed idee ge­weest?

Nee. Daar heb je ge­lijk in. Ik heb al­tijd wel ei­gen pro­duc­ties, pro­jec­ten en gast­rol­len ge­had waar­mee ik me kon be­zig­hou­den zon­der dat ik in Ant­wer­pen moest zijn. Die ver­huis was dus niet zo heel ab­nor­maal. Maar in­tus­sen mis ik het wel om bij­voor­beeld een ech­te film­rol te kun­nen spe­len. En mis­schien moet ik daar­voor wel meer uit mijn ei­gen com­fort­zo­ne ko­men, die ove­ri­gens he­le­maal niet zo com­for­ta­bel is ei­gen­lijk.

Bent u be­reid om de­fi­ni­tief uit die com­fort­zo­ne te ko­men en ooit weer naar Ant­wer­pen te ver­hui­zen?

Ja, en dat is zelfs he­le­maal zo hy­po­the­tisch niet. Ro­ny is ge­bo­ren en ge­to­gen in Zel­za­te. Dit is een mooie plek om thuis te ko­men, maar geen plaats om uit­slui­tend te zijn. Want hier doe je geen idee­ën op. Dat heb ik de af­ge­lo­pen ja­ren wel ge­leerd, ook al heb ik het hier best naar mijn zin.

Be­schrijf Zel­za­te eens.

Zel­za­te is een heel merk­waar­di­ge ge­meen­te. Op po­li­tiek vlak (Zel­za­te is de eer­ste ge­meen­te in ons land waar­in de PVDA mee­be­stuurt, red.), maar ook qua in­du­stri­ë­le ach­ter­grond en de con­se­quen­ties daar­van. Bo­ven­dien is ie­der­een die in Zel­za­te woont ook ge­bo­ren en ge­to­gen in Zel­za­te. Men heeft het dus uit­slui­tend maar over men­sen die jij, als bui­ten­staan­der, niet kent. Let op, ik voel me wel ge­ac­cep­teerd, maar ik geraak niet in­ge­bur­gerd. Ik woon hier in­tus­sen tien jaar. En voor ze hier mijn naam juist heb­ben uit­ge­spro­ken: Aag­je, An­ke, … al­les! ‘Da’s toch ge­lijk’, zeg­gen ze dan. Eén keer heb ik ge­ant­woord: ‘één let­ter is het ver­schil tus­sen Luc en lul’. (lacht)

Wat mis je aan Ant­wer­pen?

(denkt lang na) Dat is moei­lijk uit te leg­gen. Mis­schien wel dat je in Ant­wer­pen kan aan­ko­men zon­der dat het je on­mid­del­lijk om­armt. De be­vol­king is, in te­gen­stel­ling tot bij­voor­beeld de Gent­se, ge­re­ser­veer­der en dat trekt me wel aan. In Ant­wer­pen zeg­gen ze: kom maar naar hier en trek uw plan. Dat zal ook wel luk­ken. Ant­wer­pen liegt niet.

Vier jaar ge­le­den had u het er nog erg moei­lijk mee dat uw kin­de­ren bij uw ex-man in Ant­wer­pen ble­ven.

Voor mij was dat heel moei­lijk, maar voor hen was het de bes­te keu­ze. Mijn doch­ter An­na is in­tus­sen 21 en sinds veer­tien da­gen gaan sa­men­wo­nen met haar vriend. En Stan is 19. Hij zit al een jaar in het le­ger en wil pa­ra wor­den. Hij voelt zich daar als een vis in het wa­ter. Het zijn al­le­bei ge­luk­ki­ge, ge­dre­ven men­sen. Ik ben trots op hen. En Ant­wer­pen was voor hen de bes­te oplos­sing.

Hoe con­creet zijn die ver­huis­plan­nen naar de me­tro­pool ei­gen­lijk?

Niet. Maar wij hou­den een oog­je open. Het fi­nan­ci­ë­le as­pect daar­bij is niet te on­der­schat­ten. Dit be­taal­ba­re huis is van Ro­ny. In Ant­wer­pen zou­den we iets moe­ten hu­ren of ko­pen. Ik moet er geen te­ke­nin­ge­tje bij ma­ken. Wij zijn dus zeer he­vi­ge spe­lers op de lotto. (lacht) Maar nu we daar toch over be­zig zijn: daar­straks vroeg je of ik be­paal­de din­gen lie­ver an­ders ge­daan had. Schrijf maar op dat wij dich­ter bij Ant­wer­pen had­den moe­ten blij­ven. Die ver­huis is niet de meest wij­ze be­slis­sing ge­weest in mijn le­ven. En ze­ker niet voor de kin­de­ren. Dat had ik ele­gan­ter kun­nen op­los­sen.

Antje De Boeck Ac­tri­ce “Die ver­huis naar Zel­za­te is niet de meest wij­ze be­slis­sing ge­weest in mijn le­ven. We had­den dich­ter bij Ant­wer­pen moe­ten blij­ven. Ze­ker voor de kin­de­ren.”

FO­TO WAL­TER SAENEN

Antje De Boeck woont in Zel­za­te. “Dit is een mooie plek om thuis te ko­men, maar geen plaats om uit­slui­tend te zijn. Ik geraak hier niet in­ge­bur­gerd en doe hier geen idee­ën op.”

FO­TO WAL­TER SAENEN

FO­TO RR

Haar door­braak als Net­te in Daens.

FO­TO VRT

Haar laatste gro­te rol, Stil­le Wa­ters, da­teert al van 2001.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.