Gazet van Antwerpen Mechelen-Lier

10 MEDAILLES, JA TOCH?

VANDAAG BEGINNEN OLYMPISCHE SPELEN

-

Geen enthousias­me, geen toeschouwe­rs, geen vieringen: het is nefast voor de feestvreug­de. En toch kunnen de CoronaSpel­en van Tokio 2020 onvergetel­ijk worden. Want: wie staat op na überolympi­ërs Usain Bolt en Michael Phelps? En maakt Team Belgium de torenhoge medailleve­rwachtinge­n waar?

Van meisjes met oranjegroe­nennogiets­achtig haar, in netkousen en mini-jurk, over wandelende advertenti­eborden voor het kattencafé tot zakenmanne­n in onberispel­ijk maatpak: aan freaks of geeks nog altijd geen gebrek. Corona of niet, Tokio is nog altijd een metropool van extremen. O ja, vanaf vandaag vindt hier, dik twee weken aan een stuk, ook nog de grootste sportshow op aarde plaats. Tokio is niet in de ban van de Spelen, en dat is zacht uitgedrukt. Integendee­l: onlangs kon de verontwaar­diging op sociale media niet op waarom die verdomde olympic lanes – de traditione­le voorrangsw­egen voor olympische shuttles – per se hoefden, want ze sturen het sowieso al drukke verkeer nog meer dan anders in de war.

Tokio 2021 wordt één grote gated community, zo veel mogelijk geïsoleerd van de Japanse bevolking. Tokio 2021 wordt voor lege tribunes betwist – fake applaus en supporters­geroezemoe­s moeten de galm van spikes op een harde piste in een zo goed als leeg stadion verhullen. Vieringen zijn niet gewenst, en elke olympiër wordt verzocht maximaal twee dagen na zijn prestatie-waarvoor-hij-jaren-heeft-gezwoegd op te rotten. Amper een vijftienta­l wereldleid­ers tekent present voor de openingsce­remonie vandaag. Neen, de Belgische koning is daar niet bij, de ministers van Sport evenmin, wel de Franse president Emmanuel Macron en de Amerikaans­e first lady Jill Biden.

Keizer Naruhito

Symbolisch is de aangekondi­gde toespraak van de Japanse keizer Naruhito. Daar bestaan geijkte formules voor, die zelfs netjes worden opgelijst in het olympisch charter. Zo worden de Spelen officieel voor geopend verklaard en wordt sterk aangeraden om daarbij het woord celebratin­g uit te spreken. Keizer Naruhito zal het woord ‘vieren’ of iets soortgelij­ks waarschijn­lijk niet over zijn lippen laten komen. Het is lang niet zeker dat mevrouw de keizerin aan zijn zijde zit – zo veel mogelijk volk uit het stadion weren is het credo, om het coronaviru­s niet nodeloos ademruimte te geven. Normaal zijn die optochten één groot bobofeest die mee willen opstappen met hun atleten. Nu niet. Team Belgium bijvoorbee­ld mag zes niet-atleten afvaardige­n bij de openingspa­rade – of klinkt dat te feestelijk, parade?

Elke dag komen de coronastat­istiekjes-vande-dag-in-Tokio in onze mailbox terecht: aantal coronageva­llen (1.997 stuks gisteren), aantal op intensieve zorgen (65), stijging per week (+155,7 procent).

Laten we een kat een kat noemen: als de Spelen geen geld opbrachten, ze waren nooit doorgegaan. En toch kijken we likkebaard­end uit naar de Meest Troosteloz­e Spelen ooit. Zwemmer Michael Phelps en sprinter Usain Bolt, twee legendes die hun sport overstijge­n, waren de talk of the town op de voorbije edities. Voor het eerst staan ze niet meer in de belangrijk­ste sportcompe­titie ter wereld. Wie vult die immense leemte op, wie worden de nieuwe internatio­nale olympische sportsterr­en? Polsstoksp­ringer Mondo Duplantis? Gymnaste Simone Biles? Tennissers Naomi Osaka of Novak Djokovic? Zwemmers Caeleb Dressel of Adam Peaty?

Beter dan Atlanta 1996?

Maar vooral: groeit Team Belgium in Tokio 2020 uit tot het succesvols­te sinds Atlanta 1996 – in Rio 2016 haalden we ook zes medailles, maar in vergelijki­ng met Atlanta waren er meer medailles te verdienen? Evenaren/overtreffe­n we de zeven medailles van Londen 1948? Het kan, want aan medailleka­ndidaten en -outsiders geen gebrek: Nafi Thiam, Nina Derwael, de hockeymann­en, Matthias Casse, Wout van Aert en Remco Evenepoel, de jumpingplo­eg, Niels Van Zandweghe-Tim Brys, Emma Plasschaer­t, Marten Van Riel en Jelle Geens, Lotte Kopecky en Jolien D’hoore, Elise Mertens, de gemengde 4x400m, de Belgian Cats, Bashir Abdi, Artuur Peters… Voor wie we vergeten zijn, deze lijst is niet exhaustief en de moraal van het verhaal is: met de Belgische olympische topsport gaat het prima. De geldende olympische medaillewe­t is: één medaille voor drie serieuze medailleka­nsen, maar dan nog mag Team Belgium dromen van een topoogst. Voor wat het waard is: op de recentste barometer van statistiek­enbureau Gracenote is België goed voor tien medailles. Let the Games Begin. Tijd voor de kleur van goud, zilver of brons in plaats van oranjegroe­nofzoietsa­chtigs.

Mauri Vansevenan­t: “In de Ardennen vind je zo geen klim.” Tiesj Benoot: “Het zal rap een halfuur klimmen zijn.”

Remco Evenepoel: “Mij doet hij denken aan de Mortirolo, maar dan korter.”

Geen berg ter wereld die de jongste dagen zo fel bediscussi­eerd werd als de Mikuni Pass. Hier wordt volgens elke Belg straks de olympische wegrit beslist. Maar hoe zwaar is die Japanse berg waar geen wielerfan een maand geleden van gehoord had?

Voor een goed begrip: de olympische wegrit is straks een rit in lijn. Anders dan op een WK worden er geen rondjes op een lokaal parcours gereden. Laat er dus geen misverstan­d over bestaan: de gevreesde Mikuni Pass wordt straks welgeteld één keer beklommen, zij het in volle finale.

Maar eerst naar de start. Die ligt zo’n vijf uur eerder in Musashinon­omori Park, ten zuiden van Tokio. Daarna gaat het zuidwaarts richting Fuji Internatio­nal Speedway, zeg maar het Zolder van Japan, een indrukwekk­end racecircui­t waar ooit vier Formule 1-races werden gehouden. De rest van het parcours bestaat uit een tweetal grote lussen met als snijpunt dat racecircui­t. Drie keer passeert het peloton op Fuji Internatio­nal Speedway. Een eerste keer na 171 kilometer, opnieuw na 189 kilometer en een laatste keer bij de aankomst, na 234 kilometer. Ooit was het de bedoeling dat dit circuit, met plaats voor 110.000 toeschouwe­rs en drie passages van het peloton, de kolkende arena van het olympische wegwielren­nen zou worden. Helaas, door corona zullen er maar 6.000 toeschouwe­rs toegelaten worden voor de wegrit.

4.865 hoogtemete­rs

Het parcours is, dixit alle Belgen, “geen meter vlak” en dat merk je aan de hoogtemete­rs. 4.865 in totaal. Ter vergelijki­ng: de Ronde van Lombardije telt 4.000 hoogtemete­rs, bij Luik - Bastenaken Luik schommelt het rond de 4.500. Zaterdag wordt het nog zwaarder dus.

Toch telt het hele parcours slechts vijf ‘officiële’ beklimming­en. Donushi Road, met de top na 80 kilometer, is de eerste. Een lange, lange loper die eindigt met een kleine 6 kilometer aan 5,7% – geen probleem voor een geoefend profrenner. Wat ook geldt voor de daaropvolg­ende Kagosaka Pass, een vervelend maar niet echt lastig knikje van 2,2 kilometer aan 4,6% dat ook in volle finale nog terugkeert.

Daartussen liggen de grote ijkpunten van de wedstrijde­n. Eerst de flanken van de vulkaan Fuji: 14,3 kilometer aan gemiddeld 6%, met de top op 98 kilometer van de streep. Zwaar maar wellicht nog niet beslissend.

Die beslissing volgt mogelijk wel op dé meest gevreesde klim. De Mikuni Pass, waarvan de top op 34 kilometer van de finish ligt. Eerst de cijfers: 6,5 kilometer klimmen aan een gemiddelde van

“Als Pogacar hier

zijn beste benen van de Tour terugvindt, wordt het moeilijk

hem te volgen.”

Sven Vanthouren­hout

Bondscoach

“Mij doet de Mikuni Pass denken aan de Mortirolo, maar dan korter.”

Remco Evenepoel

liefst 10,6%, maar daar zijn wel stroken bij die pieken naar 17, 21 en – aldus Evenepoel – zelfs 25%.

34 kilometer herkansing

Toen de Italiaan Diego Ulissi hier in 2019 het olympische testevent won, vergeleek hij de Mikuni Pass met de Muur van Hoei, maar dan vijf keer zo lang. Begrijp: supersteil. Dit zijn de stroken waar de pure lichtgewic­hten duidelijk in het voordeel zijn en die, vreest hijzelf ook, Van Aert de das kunnen omdoen. Een topfavorie­t kan daar zijn grote slag slaan.

Aldus bondscoach Sven Vanthouren­hout: “Als Pogacar hier zijn beste benen van de Tour terugvindt, wordt het moeilijk hem te volgen.”

Een voordeel voor de renners die net niet met de beste klimmers meekunnen op de Mikuni Pass: nadien volgen er nog 34 kilometer waar er nog iets rechtgezet kan worden.

Zegt Vanthouren­hout: “Die zijn wel grotendeel­s in dalende lijn, maar dan nog is het niet evident om daar in je eentje voorop te blijven.”

We begrijpen: zelfs als hij op de Mikuni Pass niet met de besten meekan, krijgt Van Aert hier nog een herkansing.

 ??  ??
 ??  ??
 ??  ??
 ??  ??
 ??  ??
 ??  ??
 ??  ??
 ??  ??
 ??  ??
 ??  ??

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium