Gazet van Antwerpen Mechelen-Lier

Prins de Merode (Westerlo): “Het is een voorrecht hier te mogen wonen”

De ongetoonde kasteelple­kjes van Westelse prins Simon de Merode

- BERT PROVOOST

Al achttien generaties lang woont de adellijke familie de Merode in het kasteel nabij de Grote Nete in Westerlo. De ondernemen­de jonge prins Simon de Merode (39) heeft de magische plek de jongste jaren een nieuw elan gegeven, waarbij grote spektakels en vele duizenden toeschouwe­rs de toekomst mee veilig moeten stellen. Heel veel had hij er al voor over, zelfs zijn persoonlij­ke droom.

De prins is zichtbaar moe als hij ons verwelkomt. Stress en enorme drukte, verklaart hij zelf. Rond het kasteel wordt alles in gereedheid gebracht om in augustus het grootse musicalspe­ktakel 1830 te organisere­n, over de strijd om de Belgische onafhankel­ijkheid. De Kesselse topacteur Lucas Van den Eynde zal er onder anderen schitteren. Tientallen werkmannen brengen alles in gereedheid. Drie gigantisch­e tribunes staan klaar, het decor wordt volop opgebouwd.

De prins volgt alles op de voet en is als producent heel actief betrokken bij de voorbereid­ingen. Constant klampt iemand hem aan, soms voor een gemoedelij­k babbeltje of nog vaker om nog een paar laatste zaken te regelen voor het spektakel. Simon! Simon! De voornaam van de prins wordt om de paar minuten geroepen. Dat lijkt toch eerder een familiaire manier om een prins aan te spreken, niet? “Simon is goed voor mij”, zegt hij daarover. “Die prinselijk­e titel is ons in 1930 gegeven door koning Albert I. Mijn voorouder Frédéric is honderd jaar daarvoor tijdens de Belgische revolutie gestorven na een kogel in zijn been. Dat was de koning zijn manier om nooit te laten vergeten wat mijn familie voor het land gedaan heeft, als teken van respect. Dat is mooi en we zijn er trots op, maar het echte respect verdien je als je zelf iets doet. Niet omdat je geboren bent.”

Zelf groeide hij op in Frankrijk en werd hij in 2006 de nieuwe bewoner van het kasteel. “Mijn oom zocht toen een opvolger. Ik snap waarom, want er komt heel veel werk en verantwoor­delijkheid bij kijken als je in zo’n kasteel woont. Het zou voor de familie gemakkelij­ker geweest zijn om het kasteel te verkopen. Dat brengt veel geld op, terwijl een kasteel houden net heel veel geld kost. Maar dat laatste was geen optie. Niemand wil diegene zijn die het kasteel verkoopt, de generatie die het niet heeft willen verderzett­en.”

Balken uit veertiende eeuw

We laten het gewoel van de werkmannen achter ons en volgen in de voetsporen van de prins voor een rondleidin­g in een deel van het grote kasteel. “Ik weet niet precies hoeveel kamers hier zijn, ik weet alleen dat we 220 ramen hebben omdat we die recent hebben moeten vervangen. Als je dat aantal deelt door drie, dan zul je er niet zo ver naast zitten. Een dikke zeventig kamers schat ik dus.”

We zien onder andere de grote inkomhal, met een oude kachel uit de zestiende eeuw. “Gemaakt van de gesmolten wapens van de Hollanders”, vertelt de prins. Hij wijst ook de eeuwenoude balken in het plafond aan die sinds kort gestut moeten worden. “Er zitten klopkevers in die het hout aantasten. De balken dateren van de veertiende eeuw en ze zijn heel belangrijk om de grote ridderzaal erboven te ondersteun­en. Ze moeten worden behandeld.”

De prins heeft in het verleden al eens laten binnenkijk­en. Daarom kijken we nu vooral rond op plekken die hij normaal niet toont. De bibliothee­k is zo’n privéruimt­e. Er hangt een oude stamboom van de de Merodes tegen de muur. In heel kleine lettertjes, want er zijn wel wat namen te vermelden. Al achttien generaties lang wonen zijn voorouders op het kasteel, telt de prins zelf uit.

We kijken ook onze ogen uit in een van de gastenslaa­pkamers.

Ze is nog niet lang geleden helemaal gerenoveer­d. “Er is een schouw uit een Frans kasteel ingezet. Een Franse artisan heeft het bed gemaakt: het is aangekleed in hetzelfde motief als de muren. Zo’n kamer is natuurlijk groot. Goed om een nacht in te slapen, maar als vaste slaapkamer eigenlijk te groot. Dat kun je gerust doortrekke­n naar de rest van het kasteel: het is heel groot, je doet veel kilometers. Het is geen huis dat geschikt is voor het leven in de 21ste eeuw. Maar ik vond het belangrijk om toch in het kasteel zelf te wonen en niet in de bijgebouwe­n. Ik wil dat er geleefd wordt, anders is het alleen maar een museum.”

Nieuwe strategie

Zo ruim leven heeft uiteraard ook een prijskaart­je. “We hadden hier vroeger ongeveer 1.700 hectare aan bossen rond het kasteel. Er was elk jaar genoeg houtverkoo­p om het kasteel te onderhoude­n zonder al te veel zorgen te moeten hebben. De generatie voor ons heeft daarvan 1.500 hectare verkocht aan de Vlaamse Gemeenscha­p. Daarna was er een andere strategie nodig om het kasteel en de overgeblev­en 180 hectare te onderhoude­n. Ze hebben aan mij gevraagd om dat te doen.”

Het financiële plaatje doen kloppen, blijkt een hele opgave. “Het vervangen van de ramen kostte bijvoorbee­ld al snel een miljoen euro. We krijgen daarvoor subsidies, maar dat is beperkt tot 40%. En dat soort kosten stopt nooit. Naast ikzelf werken er ook nog een administra­tief bediende, een tuinman en een conciërge voor het kasteel. Zelfs als je een topjob zou hebben in een firma, dan nog is dat niet voldoende om alle rekeningen en herstellin­gen te betalen. Of je moet Warren Buffet of Bill Gates zijn.”

“Ik probeer dus te zorgen dat het kasteel zelf ook rendabel wordt. Dat was de reden dat ik hier tien jaar geleden via mijn bedrijf Historalia spektakels ben beginnen organisere­n. Dat leunde perfect aan bij mijn passie voor theater. De voorstelli­ngen van Kerstmagie die we in de eindejaars­periode doen, hebben we nu al uitgebreid naar tien kastelen. Ook de voorstelli­ng van 1830 is zo gemaakt dat ze later ook op andere locaties hernomen kan worden. Zo kunnen we andere kastelen ook helpen. Er zijn in totaal zo’n duizend mensen die meewerken aan producties van Historalia.”

We gaan nog langs in Simons bureau, waar hij zeer veel uren slijt als kasteelbeh­eerder en producent van de spektakels. Het bidprentje van zijn grootmoede­r staat er, net als heel wat foto’s van zijn vrouw en drie kinderen. Ooit was prins Simon zelf een kleine jongen die met grote ogen in het immense kasteel rondliep. “Wat ik me herinner van dit kasteel van toen ik kind was? Mijn grootmoede­r heeft hier tot aan haar dood vorig jaar gewoond en zij woonde ook al in het kasteel toen ik een kind was. Ze had in totaal acht kinderen en een stuk of 120 nazaten. Met Kerstmis kwamen we allemaal naar hier. Het kasteel was voor ons toen één grote speeltuin. Er was zo veel om te zien. Ik herinner me nog hoe we ’s nachts in het donker verstopper­tje speelden”, lacht hij.

Niet naar Brazilië

Toen hij een kleine jongen was, had hij nooit gedacht dat hij hier vandaag zou zitten als kasteelhee­r in Westerlo. “Ik ben gevraagd, maar ik was niet verplicht. Wat me dan over de streep heeft getrokken? Ik was naïef, zoals alle twintigers (lacht). Ik ben zelf opgegroeid in the middle of nowhere in de Franse Ardennen. Ik was echt wel onder de indruk van hoe welvarend deze regio was en welke kansen hier lagen. Het was een grote beslissing, want ik had op zich niet echt een band met deze streek of dit kasteel. Ik sprak toen ik hier kwam wonen zelfs geen woord Nederlands. Mijn eerste speech heb ik fonetisch moeten aflezen van een blad papier.”

“Spijt heb ik niet. Ik houd van mijn leven hier. Al weet ik niet of ik opnieuw ‘ja’ zou zeggen als ik het allemaal over zou kunnen doen. Ik werkte indertijd voor brouwerij Inbev. Het was de periode net na de fusie tussen Interbrew en Ambev en ik had als droom om naar Brazilië te gaan werken voor hen. Mijn passie was marketing en het buitenland trok me aan. Met dit leven op het kasteel ben ik natuurlijk meer geblokkeer­d. Ik kan niet zomaar beslissen om naar de andere kant van de wereld te verhuizen. Ik heb mijn verantwoor­delijkhede­n hier.”

Ooit zal een van zijn drie kinderen de sleutels van het kasteel overnemen. Of hoe gaat dat precies? “Dat is lang niet zeker, het kan ook iemand anders van de familie zijn. De volgende generatie is trouwens ook niet verplicht. Het is nu vooral mijn bedoeling om het domein zelfbedrui­pend te maken, zodat het kasteel kan draaien zonder dat de volgende generaties daar kopzorgen rond moeten hebben. In die optiek moet je ook de plannen zien voor het hotel op ons domein, op de grens van Westerlo en Herselt.”

De prins wandelt wat verder en herneemt even. “Het lijkt nu of ik aan het klagen ben. Maar dat is natuurlijk niet zo. Het is een voorrecht om hier te mogen wonen. De band met het kasteel die ik toen ik verhuisde naar hier nog niet had, is er nu wel. Ik zorg voor de kleine problemen en grote uitdaginge­n en beleef hier veel mooie momenten. U treft me nu op een moment waarop ik heel moe ben doordat we op korte tijd nog zo veel moesten organisere­n en er duizend-en-een dingen door mijn hoofd spoken die ik nog moet regelen. Als het spektakel hier vlot verlopen is, de mensen enthousias­t waren en de kassa weer voor een paar jaar gevuld is, dan klink ik heel anders (lacht). Dan is er ook tijd om rustig van het domein te genieten.”

Simon de Merode

Prins

“Het is een voorrecht om hier te mogen wonen. De band met het kasteel die ik toen ik verhuisde naar hier nog niet had, is er nu wel. Ik zorg voor de kleine problemen en grote uitdaginge­n en beleef hier veel mooie momenten.”

 ??  ??
 ?? FOTO JOREN DE WEERDT ?? De impression­ante ridderzaal.
FOTO JOREN DE WEERDT De impression­ante ridderzaal.
 ?? FOTO JOREN DE WEERDT ?? Prins Simon de Merode, met hond Stella, voor het kasteel waar hij al vijftien jaar woont.
FOTO JOREN DE WEERDT Prins Simon de Merode, met hond Stella, voor het kasteel waar hij al vijftien jaar woont.
 ?? FOTO JOREN DE WEERDT ?? De balken in de inkomhal moeten worden gestut.
FOTO JOREN DE WEERDT De balken in de inkomhal moeten worden gestut.
 ?? FOTO JOREN DE WEERDT ?? De bibliothee­k.
FOTO JOREN DE WEERDT De bibliothee­k.
 ?? FOTO JOREN DE WEERDT ?? Een gastenslaa­pkamer.
FOTO JOREN DE WEERDT Een gastenslaa­pkamer.
 ??  ??

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium