Gazet van Antwerpen Mechelen-Lier

Verlaten stad

-

Toen ik onlangs in Berchem door de Statiestra­at wandelde, stelde ik vast dat het weer die tijd van het jaar was: in het centrum van de stad gonst het van de bedrijvigh­eid en vullen de terrassen zich dag na dag met dagjestoer­isten en levensgeni­eters uit eigen gouw, maar in de wijken errond valt een soort rust over de straten die ik als een echt cadeau beschouw. Kruidenier­s en bakkers sluiten de deuren, buurtwinke­ls laten de rolluiken naar beneden en restaurant­s halen hun koelkast leeg. Het is, kortom, de periode dat veel handelaars hun jaarlijks verlof opnemen, en zo de drukte uit de winkelstra­ten halen. Natuurlijk: ik weet stilaan wel dat dit fenomeen elke zomer terugkeert, maar toch trek ik elke keer grote ogen als het weer zover is. Omdat er plots kalmte is op plaatsen waar ik dat niet verwacht. Daardoor lijkt het leven als vanzelf wat trager te verlopen. Alsof straten en pleinen collectief onthaasten. Mensen zitten op een bankje met elkaar te keuvelen, of lezen de krant op het terras van Brel, of doen een half uur over een tas koffie. Het zijn de schoonste dagen van de zomer, en het voelt als op reis gaan in onze eigen buurt. In mijn hoofd hoort er zachte jazz bij. Een spaarzaam aangeslage­n piano. Een ingetogen trompet. Dat is de sfeer, en ik kan er intens blij van worden. De zeldzame winkeltjes die wél open zijn, trekken mijn aandacht. En ik doe wat ik anders nooit doe: windowshop­pen. Ik neem rustig de tijd om etalages af te speuren en te kijken hoe artikelen staan uitgestald. Een boetiekje links, een interieurz­aak rechts. Ik laat mijn ogen over menu’s glijden van koffiebars die me nooit eerder waren opgevallen, en gluur binnen bij een barbier die kennelijk nog op klanten zit te wachten. De Statiestra­at ligt op nauwelijks tien minuutjes wandelen van mijn voordeur, maar toch kom ik er zelden. Meestal fiets ik er in zeven haasten door, omdat het een functionel­e verbinding­sweg is naar een paar plekken waar ik wél kind aan huis ben. Park Den Brandt, bijvoorbee­ld. Of Middelheim. Ook daar is het deze dagen bijzonder aangenaam verpozen. Wég zijn de massa’s volk die er tijdens de lockdowns samentroep­ten. In plaats daarvan is stilte gekomen. Het is er zalig wegdommele­n in het hoge gras. Helemaal alleen wandelend tussen de kunstwerke­n voelt het haast alsof ik het hele openluchtm­useum voor mezelf heb. Een luxe die ik iedereen toewens, overigens. Zelfs op de altijd drukke Dageraadpl­aats lijkt deze dagen ’s middags een soort slaperighe­id ingetreden die je niet meteen met een populair horecaplei­n zou vereenzelv­igen. Alsof het een dorpje in de Provence is dat nog niet door toeristen onder de voet is gelopen. Tegen de avond neemt de drukte weer toe, uiteraard. Dan moet je weer geluk hebben om rond etenstijd nog een vrij tafeltje te bemachtige­n. Maar overdag is er op dit moment geen betere plek om te vertoeven dan gewoon in eigen stad.

 ??  ??

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium