“Plots lag ik zelf op mijn ope­ra­tie­ta­fel”

Nieu­we ‘Top­dok­ter’ Ann Smeets (48) is zo­wel borst­chi­rurg als borst­kan­ker­pa­ti­ënt

Gazet van Antwerpen Metropool Stad - - BINNENLAND - JO­NAS MAYEUR

Wie zorgt er nog voor de zie­ken als de dok­ter ziek is? “In mijn ge­val: een col­le­ga die haar pen­si­oen wil­de uit­stel­len tot ik her­steld was”, zegt pro­fes­sor Ann Smeets, borst­chi­rurg in het UZ Leu­ven. Zij kreeg twee jaar ge­le­den zelf de dia­gno­se borst­kan­ker. Een ope­ra­tie en een lan­ge re­va­li­da­tie la­ter haalt ze op­nieuw zelf tu­mo­ren weg. Van chi­rurg tot pa­ti­ënt en te­rug, en straks zelfs een van de nieu­we op Vier.

Top­dok­ters

Over­mor­gen is ope­ra­tie­dag voor Ann Smeets, chi­rurg in een van de groot­ste kli­nie­ken van het land, het uni­ver­si­tair zie­ken­huis Gast­huis­berg. Elk jaar wor­den in Leu­ven bij zo’n zeshonderd vrou­wen kwaad­aar­di­ge tu­mo­ren weg­ge­haald, meest­al slechts de eer­ste stap in een lan­ge reeks be­han­de­lin­gen te­gen borst­kan­ker. Dat is de fre­quent­ste tu­mor in ons land bij vrou­wen: maar liefst een op de ne­gen krijgt de ziek­te ooit.

Zo’n 150 van de zeshonderd borst­kan­ker­ope­ra­ties per jaar voert dr. Smeets uit. El­ke week be­slist ze ei­gen­han­dig over het ver­de­re le­ven van de vrouw voor haar op de ope­ra­tie­ta­fel. “El­ke pa­ti­ënt is van tel, maar in­tus­sen is het voor mij ook rou­ti­ne. Ik ope­reer van half acht ’s mor­gens tot half zes ’s avonds. De ene pa­ti­ënt volgt de an­de­re op, en tij­dens de wis­sels is er tijd voor de lunch. De er­va­ring maakt dat je er rus­tig on­der blijft. Na de ope­ra­ties drin­ken we nog een kof­fie, doen we on­ze ron­de en dan rij ik naar huis. In de au­to ont­laad ik.”

Dr. Smeets woont in Roe­se­la­re, an­der­half uur rij­den van Leu­ven. Tij­dens haar op­lei­ding in een West-Vlaams zie­ken­huis leer­de ze haar echt­ge­noot ken­nen. Ook een chi­rurg, bij wie ze des­tijds sta­ge deed.

An­der mens, an­de­re dok­ter

Twee jaar ge­le­den kreeg de borst­chi­rur­ge te ho­ren dat ze zelf aan borst­kan­ker leed. Nor­maal is zij het die de dia­gno­ses mee­deelt. Nu zat ze plots aan de an­de­re kant van de ta­fel. “Die tu­mor moet weg uit mijn lijf, was mijn eer­ste ge­dach­te”, zegt Smeets. “Zo­als veel pa­ti­ën­ten den­ken. Daar­na pas komt het be­sef dat een bor­st­o­pe­ra­tie ook een ver­min­king is.” Zelfs bij een borst­spa­ren­de ope­ra­tie wordt een vrouw ge­raakt in haar iden­ti­teit. “Ik ben me al­tijd be­wust ge­weest van hoe dub­bel mijn ope­ra­ties zijn. Maar sinds ik het zelf mee­maak­te, kan ik me nog veel be­ter in­le­ven in mijn pa­ti­ën­ten.”

In­tus­sen gaat het weer goed. “Mijn kan­ker is een pro­bleem dat in prin­ci­pe op­ge­lost is”, zegt dr. Smeets. Dank­zij de hulp van een col­le­ga-pro­fes­sor, Ma­rie-Ro­se Chris­ti­aens, die haar pen­si­oen uit­stel­de. Eerst ope­reer­de zij haar col­le­ga, daar­na nam ze haar pa­tien­ten over. “Ik heb de tijd ge­kre­gen om lang­zaam te­rug te ke­ren. Dat heeft het ver­schil ge­maakt.” De ziek­te heeft van dr. Smeets wel een an­de­re dok­ter ge­maakt, zegt ze. Geen be­te­re. Dat is te veel eer voor die vre­se­lij­ke ziek­te. “Maar zwaar ziek zijn, ver­an­dert je als mens en dus so­wie­so ook als arts. Ik heb le­ren nee te zeg­gen te­gen din­gen die ik niet graag doe of niet goed kan. En ik ver­trouw meer op mijn ei­gen ge­voel.”

Waar­om net zij ge­trof­fen werd door borst­kan­ker, is voor de ge­spe­ci­a­li­seer­de dok­ter een raad­sel. “We staan he­laas aan de top in Eu­ro­pa qua aan­tal nieu­we ge­val­len. Maar zon­der dat we we­ten waar­om. De be­lang­rijk­ste ri­si­co­fac­tor is vrouw zijn, en dat kan je niet ver­hel­pen na­tuur­lijk. De twee­de fac­tor is er­fe­lijk­heid: zit het in de fa­mi­lie of niet? En ja, je kan be­ter wel dan niet be­we­gen. Maar ik wil de kan­ker­pa­ti­ën­ten niet te eten ge­ven die per­fect ge­zond le­ven.” Ge­luk­kig is borst­kan­ker heel dik­wijls te ge­ne­zen. “De over­le­vings­kan­sen zijn gro­ter dan veel men­sen den­ken. Zo­dra het woord kan­ker valt, be­gin­nen pa­ti­ën­ten in hun hoofd al hun be­gra­fe­nis te plan­nen. Maar na vijf jaar is ne­gen op de tien nog in le­ven.”

Meer be­grip

Dr. Smeets hoopt met haar deel­na­me aan meer in­zicht te ge­ven hoe art­sen daar­in sla­gen. Een goeie be­han­de­ling vraagt een zeer nau­we sa­men­wer­king tus­sen chi­rurg, ra­dio­loog, pa­tho­loog, on­co­loog en ra­dio­the­ra­peut. Te­ge­lijk hoopt Smeets dat er straks meer be­grip is voor men­sen met kan­ker. Ie­der­een kent wel ie­mand die de ziek­te heeft. En toch re­a­ge­ren we vaak nog ont­zet­tend kramp­ach­tig. “Je raakt men­sen kwijt als je ziek bent. Ze mij­den je, om­dat ze zich zelf on­ge­mak­ke­lijk voe­len. Ik hoor pa­ti­ën­ten daar vaak over be­zig.

Top­dok­ters

Het zou een enorm ver­schil ma­ken als ie­der­een nor­maal zou doen te­gen men­sen met kan­ker.”

Het nieu­we sei­zoen van start maan­dag 28 ja­nu­a­ri op Vier

Top­dok­ters

FO­TO DIRK VERTOMMEN

“De over­le­vings­kan­sen zijn gro­ter dan veel men­sen den­ken. Zo­dra het woord kan­ker valt, be­gin­nen pa­ti­ën­ten in hun hoofd al hun be­gra­fe­nis te plan­nen”, zegt dok­ter Ann Smeets.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.