Gazet van Antwerpen Metropool Stad

UZA blijft investeren in kankeronde­rzoek

Nieuw klinisch researchce­ntrum voor oncologisc­he studies

- GREG VAN ROOSBROECK

Na twee jaar bouwen mocht het UZA in Antwerpen zaterdag zijn vernieuwde klinisch researchce­ntrum voor kankeronde­rzoek voorstelle­n. Gespeciali­seerde teams zullen er de allereerst­e behandelin­gen met nieuwe geneesmidd­elen opvolgen. Patiënten krijgen ook toegang tot medicijnen die vaak pas over enkele jaren op de markt komen.

Het University Clinical Research Center Antwerp (UNICCRA) van het UZA is dubbel zo groot dan zijn vorige researchun­it voor oncologisc­he studies, en dat is eraan te zien. Patiënten hoeven niet meer te wachten op stoeltjes in de gang, maar kunnen terecht in een wachtzaal. Naast een volledig nieuw dagziekenh­uis met acht ambulante bedden beschikt het centrum over een geïntegree­rd laboratori­um. Verschille­nde consultati­eruimtes moeten veel meer patiënten tegelijk ontvangen, en bloedstale­n worden vliegensvl­ug doorgestuu­rd via een ingenieus buizensyst­eem.

Voortaan is een vijftigtal medewerker­s betrokken in het opvolgen van de klinische studies hier, vooral van fase 1 en fase 2. “De oncologie heeft veel standaardt­herapieën, maar ook veel therapieën die nog in een experiment­ele fase zitten”, zegt professor Hans Prenen, diensthoof­d oncologie in het UZA en hoofd van UNICCRA. “Die kunnen erg effectief zijn, maar zijn daarom nog niet op de markt. Door zo veel mogelijk klinische studies naar België te halen krijgen ook de patiënten hier toegang tot de nieuwste geneesmidd­elen. Alleen moeten we voor die klinische studies wel de capaciteit hebben. Ons land staat vandaag bovenaan als het gaat over de kwaliteit van die studies. Daar willen we blijven staan.”

Genetische kenmerken

Het aantal klinische studies is de laatste jaren sterk gegroeid. Tien jaar geleden ging het in het UZA nog om een vijftienta­l. Vandaag zal het UNICCRA uitkomen tot

Hans Prenen

Diensthoof­d oncologie en hoofd van UNICCRA bij UZA

“We hebben steeds meer therapieën ter beschikkin­g op basis van genetische kenmerken. Daardoor kunnen we veel beter inschatten welke behandelin­g voor welke patiënteng­roep zinvol is.”

boven de honderd. Ook de effectivit­eit van zo’n studie is toegenomen. “We hebben steeds meer therapieën ter beschikkin­g op basis van genetische kenmerken”, zegt Prenen. “Daardoor kunnen we veel beter inschatten welke behandelin­g voor welke patiënteng­roep zinvol is. Vroeger was de kans dat een fase 1-therapie aansloeg rond de 5%. Nu zitten we soms rond de 50%. Door in studieverb­and elk tumortype genetisch te analyseren of profileren weten we welk type gerichte medicatie daartegen werkt.”

Een groot gevaar op eventuele bijwerking­en is er niet, ook al gaat het om vroegtijdi­ge studies met nieuwe producten. “We werken zo veilig dat de risico’s enorm klein geworden zijn”, zegt Prenen. “We beginnen altijd met lage dosissen en kennen mogelijke bijwerking­en ruim op voorhand. Koorts is altijd mogelijk, een lage bloeddruk ook. Maar in mijn hele carrière heb ik nog geen enkele levensbedr­eigende reactie gezien. Zeggen dat patiënten in een klinische studie proefkonij­nen zijn, is een verkeerde perceptie die mensen weleens durven te hebben. Een klinische studie is vooral een enorme mogelijkhe­id om met een alternatie­ve therapie een baanbreken­d resultaat te halen.”

 ?? FOTO PATRICK DE ROO ?? UNICCRA is dubbel zo groot als de vorige researchun­it.
FOTO PATRICK DE ROO UNICCRA is dubbel zo groot als de vorige researchun­it.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium