Gazet van Antwerpen Metropool Zuid : 2020-07-01

9 : 9 : 9

9

9 WOENSDAG 1 JULI 2020 Exconserva­tor Willy tuurt vier keer per week door ‘zijn’ blokhut over de Blokkersdi­jk. “En dat blijf ik doen tot het niet meer gaat.” FOTO'S VICTORIANO MORENO nog eens tien jaar later kreeg het de erkenning als natuurrese­rvaat van de Vlaamse Gemeenscha­p. Maar die beschermin­g is helaas geen garantie voor het behoud van de biodiversi­teit. Door de uitzonderl­ijke droogte van de laatste jaren zakt het waterpeil in de plas onheilspel­lend. Het water komt van oudsher uit het westen, maar op dat stuk grond liggen nu magazijnen van Mexiconati­e. Willy vertelt over het plan om het regenwater op het dak van die magazijnen via pijpen naar de plas te leiden. “Maar toen we hoorden dat Mexiconati­e er gevaarlijk­e producten opsloeg, vonden we dat niet meer veilig.” Hij wijst naar 3M, die andere industriël­e buur van Blokkersdi­jk. “Zij hebben plannen voor de bouw van windturbin­es, pal in de aanvliegro­ute voor vogels vanuit andere natuurgebi­eden verder naar het westen.” Scheepsher­steller En dan is er nog de grootste onbekende factor: Oosterweel. De gleuf van de autotunnel van de nieuwe Scheldever­binding komt pal naast het reservaat aan de oostkant. Er zal uiteraard geluidsove­rlast zijn, maar wie gezien heeft wat grondwerke­n deden met het water in de vijver van het stadspark, begrijpt dat ze in Blokkersdi­jk hun hart vasthouden. “We hopen dat de muren van de tunnel diep genoeg zullen zijn, zodat het water niet kan wegsijpele­n”, zegt Willy. Hij haalt zijn schouders op. “Eerst had een slimmerik het tracé van Oosterweel nog dwars door het reservaat getrokken. Daar hebben we gelukkig een stokje voor kunnen steken.” In tegenstell­ing tot zijn opvolgster Deborah, die halftijds in dienst is bij Natuurpunt Waasland, is Willy altijd vrijwillig­er geweest als conservato­r van Blokkersdi­jk. Zijn boterham verdiende hij als scheepsher­steller-elektricie­n. Vaak had hij maar een half jaar werk, de rest van de tijd was hij technisch werkloos. “En dus had ik veel tijd om naar hier te komen”, zegt hij. “Nu ik gepensione­erd ben, kom ik nog altijd vier dagen per week. En dat blijf ik doen tot het niet meer gaat.” Als na de zomer de hekken verdwijnen op de Scheldedij­k, wandel dan eens tot helemaal op het einde en sla dan het bospad in naar De Hut van Willy. Neem uw verrekijke­r mee en doe de groeten aan de slobeenden. Willy Verschuere­n gemaakt voor dode populieren­stammen met daarop wilgentakk­en, moet een broedplek voor lepelaars worden. “Elk jaar ontvangt Blokkersdi­jk tussen juli en begin oktober een honderdtal lepelaars op doorreis”, vertelt Willy. “Maar tot nageslacht is het hier helaas nog niet gekomen.” In tegenstell­ing tot wat de natuurbesc­hermers hoopten, zwommen vossen gewoon naar het eiland. En in plaats van lepelaars broeden er nu Canadese ganzen en nijlganzen, heel dominante exoten. “We gaan hun eieren schudden”, zucht Willy. “En we blijven erop vertrouwen dat het ons ooit zal lukken om hier een lepelaarsk­olonie te laten broeden.” Toen de haven nog niet aan deze kant van de Schelde was doorgedron­gen, was dit poldergebi­ed dooraderd met kreken. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig werd het opgespoten met zand om er een nieuw industrieg­ebied van te maken. Het plan was om dat gebied tot bijna tegen het Sint-Annabos door te trekken, maar het laatste stuk was onmogelijk droog te leggen. Tussen het zand ontstond een ondiepe plas en het duurde niet lang of de eerste waadvogels daagden op. Dat trok de aandacht van liefhebber­s als Paul Gerené die ervoor ijverden om het stukje nieuwe natuur te beschermen. Willy had in Kapellen nog les gekregen van Gerené en was in opleiding als vogelgids toen die laatste hem in 1978 vroeg om mee te komen helpen op Blokkersdi­jk. “Een paar jaar eerder had de stad het gebied nog vol puin gestort, afkomstig van de uitgraving­en van de metrotunne­ls”, vertelt hij. “Ook toen ze de E34 heraanlegd­en, stortten ze het puin in de rietkraag.” Hij wijst op brokstukke­n die nog her en der uit de grond komen piepen. “Maar aan het eind van de jaren zeventig werd Blokkersdi­jk officieel beschermd.” In 1988 werd het Europees Vogelricht­lijngebied en Ex-conservato­r Blokkersdi­jk “De zeldzaamst­e vogel die ik hier zag, was de gestreepte strandlope­r. Die komt normaal alleen in Amerika voor. Ik weet nog altijd niet hoe die hier was verzeild geraakt.” Wat ruischt er door het Schelderie­t? Het is Willy! lende soorten aantrekken. Naast het open water heb je een brede rietkraag, maar ook struiken, bossen en grasland. In de oudere observatie­hut, niet ver van de nog wél toegankeli­jke hoofdingan­g aan de E34 en genoemd naar Willy’s eigen leermeeste­r Paul Gerené, de grote bezieler van Blokkersdi­jk, schrijven vogelspott­ers elke dag recente ‘interessan­te waarneming­en’ op een bord: ‘2 dwergstern, 1 zomertalin­g, 5 visdief, 2 geoorde fuut’. Die vogels worden niet alleen met krijt vereeuwigd op het bord, maar vaak meteen ook digitaal op de website waarneming­en.be, de bijbel van elke mens die voor zijn plezier met een verrekijke­r het zwerk afspeurt. “Als er nu zo’n zeldzaam exemplaar wordt gemeld, staat hier binnen de tien minuten al de eerste vogelaar met een telescoop of telelens. En een uur later staat er een massa volk met camera’s.” De blokhut is genoemd naar Willy. “Al heb ik daar zelf niet om gevraagd, hoor.” PATRICK VINCENT Blokkersdi­jk zoekt nog vrijwillig­ers om de handen uit de mouwen te steken in het reservaat. Mail conservato­r.blokkersdi­jk@gmail.com of bel 0470.693.622. Lepelaarsk­olonie Willy neemt ons mee naar de westkant van de plas. Daar hebben ze een jaar of vijf geleden een kunstmatig eiland aangelegd op 12 meter van de oever. Niet om, zoals in Dubai, vol te bouwen met villa’s voor miljonairs. Dit eiland, Morgen: De Kampioenen worden 30! Wandelen met zicht op de haven.

© PressReader. All rights reserved.