Jeroen Per­ce­val: “Ik durf te zeg­gen dat ik de klein­ste heb”

JEROEN PER­CE­VAL Top­ac­teur wordt rap­per Kra­mer

Gazet van Antwerpen Wass & Dender - - VOORZIJDE PAGINA - BART STEENHAUT Beest­je van Kra­mer is nu uit. De plaat wordt li­ve voor­ge­steld op vrij­dag 7 de­cem­ber in De Stu­dio. In­fo: www.de­stu­dio.com

Het gro­te pu­bliek kent Jeroen Per­ce­val (40) voor­al als ac­teur uit Runds­kop, D’Ar­den­nen of Ta­bu­la Ra­sa. Daar­naast is hij re­gis­seur en to­neel­schrij­ver, maar min­der be­kend is dat hij zich on­der de ar­ties­ten­naam Kra­mer ook als rap­per pro­fi­leert. De­ze week ver­scheen zijn twee­de plaat Beest­je, waar­op hij zich van zijn kwets­baar­ste kant laat zien.

Jeroen Per­ce­val (40) is een den­ker. Ie­mand die haast el­ke vraag die je hem voor de voe­ten werpt bin­nens­monds her­haalt, en dan in zich­zelf op zoek gaat naar een ant­woord. Dat gaat met hor­ten en sto­ten, vaak. Meer dan eens maakt hij een wat on­ze­ke­re in­druk. Waar veel van zijn col­le­ga’s met stel­lig­heid ster­ke sta­te­ments ver­kon­di­gen, blijkt Per­ce­val een ge­bo­ren twij­fe­laar. Het con­trast met de man die je hoort op Beest­je kan nau­we­lijks gro­ter zijn. Daar rapt hij als een ge­pant­ser­de se­rie­woor­de­naar met een open­har­tig­heid die zo­wel in­ti­mi­deert als fas­ci­neert.

Dat Per­ce­val naast zijn suc­ces­vol­le ac­teurs­car­ri­è­re ook mu­ziek maakt is niet nieuw. Vier jaar ge­le­den scoor­de hij al een in­ter­ne­thit met Pa, een num­mer met een op­val­len­de vi­deo waar­in on­der meer Mat­thi­as Schoe­naerts te zien is. Ook de clip die re­gis­seur Ro­bin Pront – die van D’ar­den­nen, in­der­daad – heeft ge­draaid bij het nieu­we Sel­fie prik­kelt de ver­beel­ding, en be­vat gast­rol­len voor Char­lot­te Tim­mers, Ti­bo Van­den­bor­re en oom Ste­fan Per­ce­val. De tekst is van die aard dat het num­mer niet zo gauw de ra­dio zal ha­len.

‘Shit, ein­de­lijk fa­mous/bit­ches die ik nooit kon krij­gen wil­len nu zit­ten op pa­pa zijn pe­nis’, klinkt het in de ope­nings­g­re­gel. En even ver­der­op: ‘Ik sta op el­ke co­ver om­dat ik een rol heb in een se­rie die speelt op tv/die se­rie is slecht maar dat doet er niet toe/want ik ben nu fa­mous en dat maakt het goe’. Dan ligt de eer­ste vraag voor de hand na­tuur­lijk: hoe vaag is de grens tus­sen fic­tie en re­a­li­teit?

“Er zit veel zelf­spot in dat num­mer”, stelt Per­ce­val, te­gen wil en dank zelf toch ook een BV. “Be­kend zijn is geen ver­dien­ste. De groot­ste idi­oot kan het wor­den. Be­kend­heid is oké, zo­lang het een ge­volg is van je ta­lent. Maar veel men­sen zijn ge­woon be­kend om­dat ze over­al op­dui­ken, en te pas en te on­pas op te­le­vi­sie ko­men. Het fas­ci­neert me voor­al wat men­sen er al­le­maal voor over heb­ben om de sta­tus van BV te ver­wer­ven. Ze heb­ben niet de am­bi­tie om schoon­heid te schep­pen. Ze wil­len in de boek­skes staan. Daar moest dus een num­mer van ko­men. Maar ver­der boei­en BV’s me wei­nig. Ik wil er dus ook niet veel woor­den aan vuil­ma­ken.”

Is Kra­mer je al­ter ego?

Jeroen Per­ce­val: ’t Is een per­so- na­ge, maar wel een per­so­na­ge dat dicht te­gen me­zelf ligt. Rap­pen voelt als een uit­laat­klep. ’t Is een heel an­der pro­ces dan op een film­set staan. Als ac­teur ver­tolk ik een ver­haal. Ik kan er mijn ei wel in kwijt, maar het blijft een ge­fil­terd ei. Als ik een film­sce­na­rio schrijf, kost me dat vier jaar, ter­wijl ik een rap­num­mer met wat ge­luk in een uur klaar heb. Dus als ik er­gens mee zit, kan ik het daar meteen kwijt. Zon­der die uit­laat­klep zou ik mis­schien de­struc­tie­ve­re din­gen doen.

Op Beest­je ga je flink te­keer. Te­gen je om­ge­ving, maar ook te­gen je­zelf. Daar­bij schuw je het gro­ve taal­ge­bruik niet, waar­door de teksten heel con­fron­te­rend over­ko­men. ’t Is een soort hip­hop dat in Vlaan­de­ren niet ge­maakt wordt.

Dat vind ik een mooi com­pli­ment. El­ke rap­per heeft zo­ge­zegd de groot­ste, ter­wijl ik durf rap­pen dat ik ei­gen­lijk de klein­ste heb (lacht). Soms klinkt het wat grof­ge­bekt, dat klopt. Maar het is nooit gra­tuit. Al­les staat ten dien­ste van de ver­tel­ling. ’t Is een eer­lij­ke, op­rech­te plaat die een beeld schetst van hoe ik de we­reld zie. En ho­pe­lijk kun­nen men­sen zich daar­in her­ken­nen.

Ik ben eerst wat ou­der en vol­was­se­ner moe­ten wor­den voor ik dit soort teksten aan­durf­de. Daar­om: ik ben blij dat mijn eer­ste mu­zi­ka­le pro­beer­sels da­te­ren van voor het YouTu­be-tijd­perk. An­ders had ik me nu kapot ge­schaamd. Ik voel me niet echt ver­bon­den met de hip­hop­sce­ne. Ik hou enorm van die mu­ziek en er zit­ten fan­tas­ti­sche din­gen tus­sen. Maar de be­hoef­te om zélf een stoe­re po­se aan te ne­men is er niet meer. Ik ga niet lo­pen za­gen over hoe sto­ned ik ben. Als je 16 bent, hoort dat boas­ten er een beet­je bij. Maar ik wil niet lie­gen of me ster­ker voor­doen dan ik ben. Kwets­baar zijn is veel in­te­res­san­ter.

Er is ook meer moed voor no­dig.

Ze­ker, maar de be­lo­ning is na­ve­nant. Hoe ou­der ik word, hoe kwets­baar­der ik me durf op­stel­len. Dat maakt het le­ven mooi­er. En har­der. En moei­lij­ker. Ik pel steeds meer laag­jes van me­zelf af. Kwets­baar­heid is een hoog goed. Ik heb moe­ten le­ren naar me­zelf te kij­ken, om din­gen aan te ne­men van men­sen die niet al­tijd zeg­gen wat ik wil

ho­ren. En me dus dwars in mijn hart ra­ken. Op een schoon ma­dam af­stap­pen en haar vra­gen om sa­men iets te gaan drin­ken: dat is al­le­maal niet evi­dent. Want het ri­si­co dat je wordt af­ge­we­zen loert al­tijd om de hoek. Maar lie­ver dat dan een po­se aan te ne­men en de ma­cho uit te han­gen. Te­gen ie­mand ‘ik zie je graag’ zeg­gen, is een van de moe­dig­ste din­gen die je kan doen. Een film waar geen kwets­ba­re men­sen in voor­ko­men boeit me niet. Die zet ik na twin­tig mi­nu­ten af.

Ac­te­ren en mu­ziek: in bei­de dis­ci­pli­nes draait het in de eer­ste plaats om het to­nen van emo­ties.

Ac­te­ren is: met al je echt­heid dur­ven lie­gen. Het ver­klaart waar­om ac­teurs die een kop­pel moe­ten spe­len re­gel­ma­tig echt ver­liefd wor­den op el­kaar. Ze stel­len zich open voor ech­te emo­ties, en la­ten dus ook hun kwets­baar­ste kant aan el­kaar zien. Ik heb in som­mi­ge se­ries al in mijn blo­te pie­mel ge­speeld, en me voor de ca­me­ra van mijn le­lijk­ste, be­la­che­lijk­ste kant la­ten zien. Voor op­recht­heid hoef je je niet te scha­men, toch? Ik zie soms dat ac­teurs al­leen maar de stoers­te ver­sie van zich­zelf spe­len, en die kwets­baar­heid niet dur­ven te to­nen.

Lo­gisch: men­sen la­ten zich­zelf het liefst van hun bes­te kant zien.

Da’s waar. Maar voor mij is die kwets­baar­heid net de bes­te kant. Ik wil niet als een pa­ter klin­ken, maar de we­reld zou er wel bij va­ren moch­ten we ons al­le­maal wat fra­gie­ler op­stel­len. Stel je bij wij­ze van denk­oe­fe­ning voor dat ie­mand als Do­nald Trump feed­back van an­de­re men­sen zou dur­ven aan­ne­men… je zou meteen een heel an­der, hu­ma­ner be­leid krij­gen.

Je lijkt me niet ie­mand die lang stil kan zit­ten. Net een plaat ge­maakt, druk be­zig met het schrij­ven van de film De­a­ler, die je ook zelf zal re­gis­se­ren. En je speelt zo­wel in 13 Ge­bo­den, nu te zien op VTM, als in Over

Wa­ter als De Ben­de Van Jan de Lich­te, twee se­ries die dit na­jaar nog op tv ko­men. Het moet be­hoor­lijk on­rus­tig zijn in dat hoofd van jou.

Ik geef toe: mijn on­rust is wel een drijf­veer. Het lijkt veel als je ’t al­le­maal op­somt, maar die din­gen zijn ui­ter­aard niet te­ge­lijk ont­staan. Zelf heb ik het ge­voel dat ik ge­staag aan ver­schil­len­de huis­jes tim­mer, en af en toe is er een ka­mer klaar waar­in ik kan schui­len. ’t Ge­beurt dat ik ’s och­tends schrijf, in de na­mid­dag een tekst in­stu­deer en ’s avonds met mu­ziek be­zig ben. Maar dat zijn op zich al­le­maal leu­ke din­gen. Het is niet dat ik me gan­se da­gen kapot loop te stres­sen.

Hoe staat het ei­gen­lijk met de Ame­ri­kaan­se re­ma­ke van D’Ar­den­nen waar een tijd­je te­rug spra­ke van was?

Die plan­nen lig­gen er­gens in Hol­ly­wood in een schuif. Geen idee of het er ooit écht van zal ko­men. In Ko­rea gin­gen ze trou­wens ook een ei­gen ver­sie ma­ken. We zul­len zien.

Merk je veel ver­schil tus­sen het ac­teurs­mi­li­eu en de mu­ziek­we­reld?

Mu­zi­kan­ten zijn door­gaans min­der ij­del dan ac­teurs. Ten­zij ze front­man zijn, na­tuur­lijk. Maar de mees­te mu­zi­kan­ten zijn be­schei­den en heb­ben een klein ego. Er zijn wel wat ac­teurs die van­uit een min­der­waar­dig­heids­com­plex en een hang naar be­ves­ti­ging be­gin­nen ac­te­ren.

Wat zegt dat over jou? Jij bent front­man én ac­teur.

Ik geef toe: ik heb een groot ego. Maar het wordt elk jaar klei­ner (lacht). Ik ga niet zeg­gen dat ik me nooit min­der­waar­dig voel – ik heb mijn goe­de en mijn slech­te da­gen – maar ik ben des­tijds toch voor­al be­gin­nen ac­te­ren als een soort ont­snap­pings­rou­te. Op een ge­ge­ven mo­ment was ik op het slech­te pad be­land – veel drugs, veel ge­weld – het ging er re­de­lijk hard aan toe, soms. Ge­luk­kig heb ik op tijd in­ge­zien dat dat niet het tra­ject was dat ik ver­der wil­de be­wan­de­len. Via mijn va­der (re­gis­seur Luk Per­ce­val, red.) zag ik dat het ac­teurs­be­staan wel een goed le­ven was. ’s Avonds op het po­di­um staan, na­dien fees­ten en de dag na­dien tot ’s mid­dags in je nest lig­gen. Ver­vol­gens heb ik ont­dekt dat de re­a­li­teit enigs­zins an­ders was. Mijn va­der heeft het me ook al­tijd af­ge­ra­den.

Ei­gen­lijk wil­de ik mens­we­ten­schap­pen doen en psy­cho­loog wor­den. Maar ik was niet de bes­te stu­dent, dus dat is mis­lukt. In een op­wel­ling heb ik me in­ge­schre­ven bij Stu­dio Her­man Teir­lin­ck. Ik dacht: als het daar lukt, des te be­ter. En an­ders was ‘t ook zo ge­weest. Het was voor­al een ma­nier om te ont­snap­pen aan het an­de­re sce­na­rio. Ik heb me heel lang geen ac­teur ge­voeld. Ik voel­de me al een seut wan­neer ik Al­ge­meen Ne­der­lands moest pra­ten. What the fuck is dees? (lacht)

Kan je nu kor­daat zeg­gen: ik ben ac­teur?

Ik vind dat nog steeds moei­lijk. Ac­te­ren is ge­woon een van de din­gen die ik doe. Ik rap, maar ik noem me­zelf geen rap­per. Als je me dwingt er een term op te plak­ken, zie ik me­zelf nog het meest als een ver­tel­ler. Daar­om ben ik zelf to­neel­stuk­ken be­gin­nen schrij­ven. Uit on­rust. En om­dat ik in het the­a­ter veel voor­stel­lin­gen zag waar ik geen aan­slui­ting bij voel­de. Ik heb to­neel­schrij­vers al­tijd be­won­derd, als kind al. Het lijkt me een prach­ti­ge kunst­vorm, en een edel be­roep om zelf te be­oe­fe­nen. Ac­te­ren heeft me wél ge­hol­pen om weer in me­zelf te ge­lo­ven, en in ve­le ge­val­len blijkt het ook wel heil­zaam te wer­ken. Ik ga soms door pe­ri­o­des dat ik niet goed kan com­mu­ni­ce­ren met men­sen. Dat ik he­le­maal in me­zelf ge­keerd ben. Tot op het pa­ra­no­ï­de af, zelfs. Als ik op dat mo­ment een goeie rol of een mooie sce­ne kan spe­len werkt dat be­vrij­dend. En he­lend. Ik word daar in­tens ge­luk­kig van.

En zo is het ook wan­neer ik een rap­num­mer schrijf. We wor­den al­le­maal be­perkt in ons le­ven – ook let­ter­lijk, want op een dag ga je dood – maar in de tus­sen­tijd komt het er­op aan om je ei­gen droom te cre­ë­ren. Dus als het je droom is om te ac­te­ren, te beeld­hou­wen, te schrij­ven of mu­ziek te ma­ken, doé dat dan. Want op die mo­men­ten kan je je vol­le­dig vrij voe­len. Dat er­va­ren over­stijgt de ma­te­ri­ë­le vrij­heid. ’t Is veel waar­de­vol­ler dan veel geld heb­ben en over­al naar­toe kun­nen vlie­gen. Want dan neem je je in­ner­lij­ke ge­van­ge­nis ge­woon mee.

Zijn er ook pe­ri­o­des dat niets lukt?

Nee. Wat zelfs dan haal ik er toch weer iets voor me­zelf uit. Je moet dur­ven slecht te zijn. Je ei­gen te­kort­ko­min­gen aan­vaar­den, daar zit ook vrij­heid in. En dan weer ver­der, na­tuur­lijk. Vroe­ger kon ik heel ge­ring­schat­tend naar kop­pels kij­ken die naast el­kaar za­ten te zwij­gen. Ik dacht: heb­ben die nu écht niets te zeg­gen te­gen el­kaar? Nu be­sef ik dat ze mis­schien wel kei­hard zit­ten te ge­nie­ten. Meer nog: ik doe dat nu zelf ook. Met mijn vrien­din en ons kind­je. Dan hoeft er niets meer ge­zegd te wor­den. Da’s ge­woon op­gaan in klei­ne din­gen. Ik heb heel lang ge­leefd van al­leen maar kicks. Van de ene high naar de an­de­re. Nu weet ik dat het al­le­maal niet zo spec­ta­cu­lair hoeft te zijn.

Jeroen Per­ce­val

Ac­teur, schrij­ver, rap­per ‘‘Hoe ou­der ik

word, hoe kwets­baar­der ik me durf op­stel­len. Dat

maakt het le­ven mooi­er. En har­der.

En moei­lij­ker.’’

‘‘Ik heb heel lang ge­leefd van al­leen maar kicks. Nu weet ik dat het al­le­maal niet zo spec­ta­cu­lair hoeft

te zijn.’’

In de clip van Sel­fie: “El­ke rap­per heeft zo­ge­zegd de groot­ste, ter­wijl ik durf rap­pen dat ik ei­gen­lijk de klein­ste heb.”

FO­TO JEROEN HANSELAER

Jeroen Per­ce­val: “Ik geef toe: ik heb een groot ego. Maar het wordt elk jaar klei­ner.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.