“Za­gen? Da’s niks voor mij”

Gazet van Antwerpen Wass & Dender - - Voorzijde Pagina -

O ok al eens zo’n lek­ker goed­koop T-shirt ge­kocht? Of een ex­tra por­tie gar­na­len? El­ders in de we­reld wordt een prijs be­taald voor on­ze be­taal­ba­re luxe. Zes kin­de­ren van BV’s gaan op on­der­zoek, jour­na­lis­te Ka­ri­ne Claas­sen is hun reis­leid­ster. “Soms zou ik wil­len dat ik het werk meer kon los­la­ten.” Ka­ri­ne wie? On­danks en­ke­le ge­lau­wer­de tv-pro­gram­ma’s doet de naam Ka­ri­ne Claas­sen bij ve­len nog geen bel rin­ke­len. Maar u pik­te on­ge­twij­feld ook iets mee van Af­scheid, Dwars door Frank­rijk of Dwars door Ame­ri­ka. Claas­sen (28), ge­bo­ren in Jet­te maar op­ge­groeid in Tielt-Win­ge, be­land­de na haar stu­dies jour­na­lis­tiek in de Rey­er­slaan. Aan­van­ke­lijk werk­te ze ach­ter de scher­men, maar sinds drie jaar staat ze zelf in de spot­lights. Met suc­ces, want in 2017 was ze Rij­zen­de Ster bij de uit­rei­king van de Vlaam­se Te­le­vi­sie­ster­ren.

In Bloed, Zweet & Luxeproblemen reist ze met jon­ge­ren naar Sri Lan­ka en Gha­na, waar ze er­va­ren hoe on­ze luxe­pro­duc­ten ge­maakt wor­den. “Ik kon me per­fect voor­stel­len wat de im­pact van die trip op on­ze jon­ge­ren was”, zegt ze. “Toen ik net meer­der­ja­rig was, maak­te ik een soort­ge­lijk avon­tuur mee. Met een groep­je men­sen trok ik twee maan­den door het bin­nen­land van Con­go, om te wer­ken bij ra­dio­zen­ders in de brous­se.”

Het is geen ple­zier­reis­je dat jul­lie on­der­no­men heb­ben.

Niet be­paald. On­ze jon­ge­ren heb­ben zelfs zit­ten zwoe­gen in de vui­lig­heid van een il­le­ga­le goud­mijn in Gha­na. Op een ca­cao­boer­de­rij heb­ben ze kin­de­ren ont­moet die met ge­vaar­lij­ke ma­che­tes mee­hel­pen om het ge­zins­in­ko­men te ver­gro­ten. Ag­bog­blo­s­hie was dan weer een gro­te vuil­nis­belt die een stad op zich is ge­wor­den. Noem het ge­rust een uit­zicht­lo­ze hel. Daar­naast was er de col­lec­tie­ve ver­ont­waar­di­ging over hoe ‘het sys­teem’ werkt. Het ver­schil in ver­lo­ning tus­sen man­nen en vrou­wen, om maar iets te zeg­gen. So­wie­so ver­die­nen die men­sen maar een hab­be­krats. Stie­kem was ik ja­loers. Ik wou als een van die zes jon­ge­ren tus­sen die lo­ka­le boe­ren en ar­bei­ders staan. Maar dit keer was het hún ver­haal. Je ziet ze door­heen de se­rie echt ver­an­de­ren. Zi­on, de zoon van Co­co Jr. en Gee­na Li­sa, was aan­van­ke­lijk bij­zon­der ge­slo­ten, maar hij bloei­de zo open! Er wa­ren mo­men­ten dat hij ver­ont­waar­digd en boos of zelfs ver­drie­tig was.

Je bent 28. Hoe voel­de het om plots de oud­ste te zijn?

Je voelt dat dus echt hé! Ter­wijl het toch maar en­ke­le ja­ren zijn. Maar ik kijk al op een an­de­re ma­nier naar de din­gen des le­vens, om­dat ik meer le­vens­er­va­ring heb. Ik was vroeg rijp, werk­te op mijn 21ste al op de VRT. Mijn stu­den­ten­le­ven ligt al een eeu­wig­heid ach­ter me. Maar ik mag niet ie­der­een over de­zelf­de kam sche­ren. Ik was on­langs bij Céles­te (19) op haar kot in Maas­tricht. Dat meis­je is erg vol­was­sen voor haar leef­tijd.

Dit is iets to­taal an­ders dan je vo­ri­ge pro­gram­ma’s. Of is er toch een ro­de draad?

Toch wel. Ik ben een ver­ha­len­ver­tel­ler. Met de pro­gram­ma’s die ik maak wil ik een ver­haal of the­ma on­der de aan­dacht bren­gen. In Bloed, Zweet & Luxeproblemen vond ik het in­te­res­sant om din­gen te be­spre­ken die ver van ons bed lij­ken, ter­wijl het toch over ons al­le­maal gaat. Hoe­veel men­sen ko­pen er niet van die ba­by­kleer­tjes, of eten graag gar­na­len? Als we dit pro­gram­ma moe­ten ca­ta­lo­gi­se­ren, valt het in het hok­je van de re­a­li­ty-tv. Maar gooi dit als­je­blief niet op één hoop met an­de­re re­a­li­ty-pro­gram­ma’s; din­gen waar­naar ik mis­schien ook graag kijk maar die ik – met al­le res­pect – nooit zou wil­len ma­ken. Bloed, Zweet & Luxeproblemen is een pro­gram­ma waar­mee we ook het maat­schap­pe­lijk de­bat wil­len aan­zwen­ge­len.

Je was drie we­ken on­der­weg, en werd 24 uur op 24 door­dron­gen van het har­de le­ven in Sri Lan­ka en Gha­na. Niet ie­der­een ziet dat zit­ten.

Wil je nu zeg­gen dat ik een sa­dis­tisch kant­je heb? (lacht) Maar je hebt ge­lijk. Er­gens toe­ko­men, snel-snel mijn ver­haal ra­pen en weer ver­dwij­nen: ik kan dat niet. Soms zou ik wil­len dat ik de din­gen meer kan los­la­ten.

Zo blijft Af­scheid (waar­in Claas­sen vijf jon­ge men­sen volg­de die wel­dra zou­den ster­ven, red.) nog steeds aan me kle­ven. On­langs zat ik op ca­fé in Leu­ven. Een vrouw komt naar me toe en zegt dat ze een van de bes­te vrien­din­nen was van An­nick, de ma­ma die ik por­tret­teer­de. Me­de door mijn pro­gram­ma kon ze de dood van An­nick ver­wer­ken. Het is een jaar na de op­na­mes, en ik blijf er­over aan­ge­spro­ken wor­den. Ik denk ook vaak te­rug aan die men­sen. Ik maak­te pe­ri­o­des mee dat ik er emo­ti­o­neel van af­zag.

Ja­ren­lang dans­te je bij the­a­ter­ge­zel­schap Fa­bu­leus. Was de jour­na­lis­tiek een la­te roe­ping?

Ik ge­loof niet in het woord roe­ping. Ik amu­seer­de me als dan­se­res, maar ik zou nu niet meer we­ten hoe als dan­se­res te func­ti­o­ne­ren in het le­ven. Ik doe mijn hui­di­ge job als re­por­ter graag. Maar ik schreeuw niet van de da­ken dat dit voor eeu­wig en drie da­gen is. Als ik voel dat ik er klaar mee ben, stop ik er­mee. Ik heb op pro­fes­si­o­neel vlak ge­luk ge­had. Ik deed mijn sta­ge bij Ter­za­ke. Die gas­ten heb­ben me ver­wel­komd en om­armd. Het deed deugd om men­sen te tref­fen die kei­hard in mij ge­loof­den. Als ik in­ter­views af­neem, pro­beer ik zo dicht mo­ge­lijk bij me­zelf te blij­ven en al doen­de uit te vo­ge­len welk re­sul­taat dat op­le­vert. Ik denk dat het net dát is wat men­sen zo in­te­res­sant vin­den in mijn werk.

Dwars door Ame­ri­ka zet­te al­les pro­fes­si­o­neel in gang.

Dank­zij dat pro­gram­ma leer­den veel men­sen mijn werk ken­nen. Voor­heen werk­te ik bij Can­vas, maar bij Eén is je pu­bliek een veel­voud. Met Dwars door Ame­ri­ka kreeg ik ein­de­lijk een ge­voel van… zelf­ze­ker­heid. Of noem het ver­trou­wen in wat ik aan het doen was. Met val­len en op­staan, dat wel. Ik kan nog steeds aan het werk zijn en plots in pa­niek schie­ten. Ik stel me­zelf nu zelfs meer in vraag dan vroe­ger. Maar al bij al werd ik rus­ti­ger en be­sef ik dat ik niet ie­der­een kan plea­sen. Ze­ker in het be­gin kon ik me soms op­win­den over wat men­sen mis­schien over mijn pro­gram­ma zou­den schrij­ven. Ik be­sef nu dat je zo­iets toch niet in de hand hebt.

Toen je die Rij­zen­de Ster won, ken­den veel men­sen je niet. Als ik nu de naam Ka­ri­ne Claas­sen laat val­len, is dat nog steeds zo.

Maar dat is toch lo­gisch? Ik heet dan wel Ka­ri­ne Claas­sen, maar voor de blan­ke Vla­ming zie ik er zo niet uit. Ik zoek de be­kend­heid ook niet op. Ja, ik kom ge­re­geld in beeld. En zo raak ik beet­je bij beet­je be­kend. Al heb ik lie­ver dat men­sen mijn werk er­ken­nen dan dat ze mij her­ken­nen. Te­le­vi­sie is ook maar wat het is, en ik be­sef dat wat ik doe ein­dig is. Maar ik be­sef ook dat het een fan­tas­tisch mooi me­di­um is waar­mee je wel de­ge­lijk im­pact kunt heb­ben.

Boks je nog steeds na een druk­ke werk­dag?

Ab­so­luut. Men­sen vin­den bok­sen mis­schien een ru­we sport voor man­nen, maar voor mij is het een in­tel­li­gen­te sport. Maar wat ik het liefst doe, is lo­pen. Ik kan daar en­ke­le uur­tjes zoet mee zijn. Het is de eni­ge ma­nier voor mij om mijn na­denk­knop even af te zet­ten en te ge­nie­ten van de na­tuur. Het is ei­gen aan on­ze sec­tor dat we in een rat­ra­ce zit­ten die nooit stopt. Het is las­tig om gas te­rug te ne­men, maar ik doe dat be­wust wel. Ik ben een vrouw van ui­ter­sten. Er zijn mo­men­ten dat ik me­zelf even op pau­ze moet zet­ten.

Leer je je­zelf on­der druk ken­nen?

Wel­licht. Voor mij was dat voor­al tij­dens

Dwars door Ame­ri­ka het ge­val. Ik bouw heel graag ver­ha­len op, zo­als in dat pro­gram­ma. Ik wil de tijd ne­men om met men­sen te bab­be­len en in­ter­views uit te wer­ken. Door ge­sprek­ken met al­ler­han­de men­sen wil ik de we­reld ook be­ter be­grij­pen. Dat kan een­der wie zijn. Ik in­ter­view met even­veel ple­zier Mi­chel­le Oba­ma of Ma­don­na als ie­mands on­be­ken­de moe­der.

Of de ex­treem­recht­se rap­per Ley­ron, die ver­tel­de dat hij zijn ge­nen niet met de jou­we wou ver­men­gen om­dat hij het Ari­sche ras niet wou be­zoe­de­len.

Dat was in­der­daad een hef­tig mo­ment. Maar ook dan moet je pro­fes­si­o­neel blij­ven.

An­de­re te­le­vi­sie­ma­kers zou­den kwaad wor­den, om­dat ze be­sef­fen dat het in­te­res­san­te te­le­vi­sie op­le­vert. Jij bleef… kalm.

Om­dat ik niet re­de­neer zo­als col­le­ga-te­le­vi­sie­ma­kers. Het zou best kun­nen dat een fer­me te­gen­re­ac­tie goeie te­le­vi­sie op­le­vert. Maar zo werk ik niet. Ik volg mijn in­stinct op zul­ke mo­men­ten. Het po­si­tie­ve is dat je dan heel ech­te te­le­vi­sie krijgt. Het na­deel is dat ik als in­ter­vie­wer mis­schien iets heb la­ten lig­gen. Ach, ik maak me geen il­lu­sies. Op een dag zal ik de bal ook wel eens mis­slaan.

Nu klink je on­ze­ker.

Maar ik ben ook een on­ze­ker klein meis­je. Een­tje dat toe­val­lig fy­siek gi­gan­tisch groot is. Ik kan op­ko­men voor me­zelf, maar ik kan me vaak ook stoer­der voor­doen dan ik me voel. Het is een twee­strijd, iets waar­mee ik wel va­ker wor­stel. Zo denk ik vaak dat er men­sen

zijn die er­op zit­ten te wach­ten dat ik eens op m’n bek ga. Maar als ik me daar­op ga fo­cus­sen, hou ik dit niet vol.

Trek je dan een pant­ser rond je op?

Dat is over­dre­ven. Maar wei­nig men­sen ken­nen mij echt. Ik vind het al moei­lijk om ge­woon me­zelf te om­schrij­ven. Voor mij is het be­lang­rijk om een com­fort­zo­ne te cre­ë­ren, zo­dat ik niet van ie­der­een be­ves­ti­ging hoef te krij­gen voor wat ik doe in het le­ven. En ik heb een te­gen­par­tij no­dig die me uit­daagt. Bij de nieuws­dienst kon ik op die ma­nier mijn ei kwijt. Ik denk dat die vi­sie ook te ma­ken heeft met mijn op­voe­ding en de din­gen die ik heb mee­ge­maakt.

Hoe be­doel je?

Ik dans­te, maar ik moest wel zelf naar de au­di­ties gaan. Mijn op­voe­ding was streng, maar recht­vaar­dig. Het kwam er­op neer dat we moesten le­ren zelf on­ze plan te trek­ken. De dans leer­de me im­pro­vi­se­ren. Als je op het po­di­um van de KVS in Brussel staat of een au­di­tie doet, moet je let­ter­lijk à la mi­nu­te op­los­sin­gen aan­rei­ken. In het le­ven is dat ook zo.

Wat is een min­der mooie ei­gen­schap van je?

Kop­pig­heid. Het is een stom voor­beeld, maar ik zie me­zelf nog met een bed­stel in de me­tro van Brussel van punt a naar b rei­zen. Ge­woon om­dat ik het ver­tik­te om hulp te vra­gen of een bus­je te hu­ren. De laat­ste twee jaar heb ik ge­leerd die kop­pig­heid los te la­ten, want ze speelt niet al­tijd in mijn voor­deel. Ik stel me kwets­baar­der op. Maar ik blijf wel waak­zaam. Het mag niet he­le­maal de an­de­re kant uit­rol­len.

Heb je al zicht op werk in 2019?

Er zit­ten en­ke­le pro­jec­ten in de pijp­lijn. Ge­rust­stel­lend? Tuur­lijk. De voor­bije we­ken was het kalm, maar pa­ni­ke­ren deed ik niet. Al­lé, ik ben aan het lie­gen... Al is pa­ni­ke­ren over­dre­ven. Maar op zul­ke mo­men­ten schip­per ik toch tus­sen rust en on­rust in mijn hoofd. Ik wil ook niet een­der welk pro­ject doen. Ik wil be­wust kun­nen kie­zen, om­dat ik nog even­tjes wil mee­gaan in dit we­reld­je.

Dat klinkt als een car­ri­è­re­plan.

Nee, to­taal niet. Er zijn wel din­gen die ik ooit in het le­ven wil doen. Maar ik heb geen to-do­lijst aan de muur han­gen die ik af­vink. Ik zou ei­gen­lijk wat meer moe­ten plan­nen. Maar ik laat din­gen vaak af­han­gen van de men­sen die mijn pad krui­sen. Dat maakt het le­ven ook span­nend.

‘‘Ik heb ge­leerd mijn kop­pig­heid los te la­ten, want die speel­de niet al­tijd in mijn voor­deel.’’ ‘‘Ik ben een heel on­ze­ker klein meis­je, dat toe­val­lig fy­siek gi­gan­tisch groot is.’’

FO­TO GEERT VAN HOEYMISSEN

Ka­ri­ne Claas­sen: “Ik ben een ver­ha­len­ver­tel­ler. Er­gens toe­ko­men, snel­snel mijn ver­haal ra­pen en weer ver­dwij­nen: ik kan dat niet.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.