Jin­nih Beels ver­sus Stijn Meuris

“Ik vind me­zelf nog al­tijd geen po­li­ti­ca. El­ke dag vraag ik mij af: waar ben ik aan be­gon­nen?” “Over een jaar word jij een har­de link­se tan­te ge­noemd, één stap ver­wij­derd van een feeks”

Gazet van Antwerpen Wass & Dender - - Voorzijde Pagina -

“Vaak vraag ik me af: waar zijn wij mee be­zig?”

“Waar­om moet het spel zo hard ge­speeld wor­den?”

Stijn Meuris gaat in de aan­loop naar zijn po­li­tie­ke ein­de­jaars­con­fe­ren­ce in dia­loog met sp.a-kop­stuk Jin­nih Beels Stijn Meuris wil het nog eens goed zeg­gen. In Ti­ra­de 3, de al­ter­na­tie­ve ein­de­jaars­con­fe­ren­ce waar­mee hij van­af vol­gen­de week door Vlaan­de­ren toert, neemt de mon­di­ge Lim­bur­ger het po­li­tie­ke jaar op de kor­rel. Op zijn ver­zoek la­ten we Meuris in dia­loog gaan met een Ant­werp­se po­li­ti­cus. Jin­nih Beels neemt, te mid­den van de Ant­werp­se co­a­li­tie­ge­sprek­ken, de uit­no­di­ging graag aan.

ver­keer­den ze de voor­bije we­ken in het oog van een me­dia­storm. Stijn Meuris (die van­daag 54 wordt) na­dat hij een gsm van een niet-op­let­ten­de stu­dent had weg­ge­gooid en ver­vol­gens had ver­kon­digd nooit nog school­voor­stel­lin­gen te wil­len ge­ven, Ant­werps sp.a-kop­stuk Jin­nih Beels (42) als dé re­ve­la­tie van de re­cen­te ge­meen­te­raads­ver­kie­zin­gen. De twee blij­ken el­kaar niet eer­der te heb­ben ont­moet. “Ik kom vaak in Ant­wer­pen en hou van de­ze stad, maar voel mij als Lim­bur­ger wel op vreemd ter­rein”, be­kent Meuris. “Jouw voor­stel­lin­gen heb ik nog niet ge­zien”, geeft ook Beels toe. “Een con­cert­gan­ger ben ik ook niet, maar op de mid­del­ba­re school was Ik hou van u wel mijn lied­je.”

“Mu­ziek is nog al­tijd mijn pas­sie”, si­tu­eert Meuris zich­zelf voor haar, “maar ik wou iets doen met mijn ver­won­de­ring en ver­ont­waar­di­ging over de Bel­gi­sche po­li­tiek, die ik als ex-jour­na­list nog zeer nauw­ge­zet volg. Zo is Ti­ra­de er drie sei­zoe­nen ge­le­den ge­ko­men. Van­uit geen en­ke­le po­li­tie­ke ide­o­lo­gie, hoor. Net zo­als veel men­sen ken ik het ver­schil tus­sen links, rechts en mid­den niet meer. Vaak denk ik: kies maar ge­woon met ge­zond ver­stand.” In Ti­ra­de 3 zit ook hu­mor. Viel er in 2018 wat te la­chen?

Stijn Meuris: Oh, ja­wel! Het was een ge­wel­dig jaar. Ik had het he­le stuk kun­nen op­han­gen aan Kris Pee­ters. Dan had ik in een voor­stel­ling van an­der­half uur nog tijd te kort ge­had. Nu dui­ken in Ti­ra­de nog fi­gu­ren op. Een co­ming man die mij ma­te­loos fas­ci­neert, is Bart Tom­me­lein. Jo­ke Schau­vlie­ge heb ik er lang uit wil­len hou­den, tot ze toch weer ra­re din­gen be­gon te zeg­gen; iets over the­ra­peu­ti­sche bos­wan­de­lin­gen was dat. (lacht) Ja, dáár za­ten we op te wach­ten. Ook met Jo­hn Crom­bez voel ik bij­na me­de­lij­den. Toen hij nog geen par­tij­voor­zit­ter was, vond ik hem veel­be­lo­vend; veel po­ten­ti­eel, wijs­heid, rock-’n-roll, des men­sen,… Nu zie en voel ik hem voor­al lij­den.

Voor al­le dui­de­lijk­heid: Ti­ra­de is geen stand-up­co­me­dy, al zit er wel veel hu­mor en re­la­ti­ve­rings­ver­mo­gen in. Boos zijn is één ding, maar con­ti­nu ful­mi­ne­ren voelt niet meer als een goe­de jas. Daar­om kan­tel ik steeds meer naar een soort ob­ser­va­tie van on­ze sa­men­le­ving. Wie zijn wij? Wel, wij zijn on­ze po­li­ti­ci, zij zijn on­ze af­vaar­di­ging. Wat we nu mee­ma­ken – de po­li­tie­ke sta­tus quo en on­ze po­pu­lis­ti­sche ma­nier van niet-aan­pak­ken – zit ook in ons. In je eer­ste Ti­ra­de ont­voer­de je Johan Van Overt­veldt in de kof­fer­bak van je auto. Wat mag Jin­nih ver­wach­ten?

Meuris: Zij zit er maar voor een klein deel in. Fan­tas­tisch ver­haal, wel. Jin­nih zou kun­nen staan voor het nieu­we Ant­wer­pen, we­gens nieuw, vrouw, jong, half­kleur­ling en een po­li­tie­ach­ter­grond. Tom Meeuws, op de twee­de plaats van de sp.a-lijst, vond ik wel raar. Wat zijn kwa­li­tei­ten ook zijn, te­gen­woor­dig draait al­les om fra­ming. Uit­ein­de­lijk heeft hij nog goed ge­scoord, na de huis­zoe­kin­gen en ge­rech­te­lij­ke on­der­zoe­ken naar wel-of-niet-ver­ha­len rond De Ro­ma, De Lijn en Land In­vest. Het had heel an­ders kun­nen af­lo­pen. Jin­nih, jij be­gon de co­a­li­tie­ge­sprek­ken in een T-shirt met op­schrift ‘Bet­ter cho­co­la­te than the­ra­py’. Kan je la­chen met po­li­tie­ke sa­ti­re?

Jin­nih Beels: Ze­ker en vast. Ik denk heel erg na over wat ik aan­trek. Dat doet iets met de sfeer aan de on­der­han­de­lings­ta­fel. Waar­om zit ie­der­een daar net in het pak? Dat stoort mij aan po­li­tiek. Die staat vaak veel te ver van de re­a­li­teit, van waar de man in de straat van wak­ker ligt. In de ze­ven­tien jaar dat ik po­li­tie­amb­te­naar ben ge­weest, heeft po­li­tiek mij zel­den in ac­tie­ve zin ge­ïn­te­res­seerd. Ik werd er wel con­stant mee ge­con­fron­teerd, maar moest neu­traal zijn. Daar ben ik blijkAl­le­bei baar goed in ge­slaagd, want men­sen wa­ren ver­baasd toen ik in de po­li­tiek stap­te en koos voor het so­ci­a­lis­me. Ter­wijl ik het zeer be­lang­rijk vind dat ie­der­een op de­zelf­de ma­nier wordt be­je­gend.

Ik had bij de po­li­tie frus­tra­ties en be­den­kin­gen. Een paar jaar ge­le­den ben ik gaan lo­pen van het be­leid in Ant­wer­pen, om­dat ik mijn vi­sie niet meer kon vol­gen. Als ik niet loy­aal kan zijn aan het ho­ger doel, hoeft het voor mij niet meer. Meuris: Wat was het breek­punt?

Beels: Dat er op een heel an­de­re ma­nier wordt om­ge­gaan met de ide­o­lo­gie en vi­sie die voor mij be­lang­rijk zijn. Het fun­da­ment van on­ze de­mo­cra­tie is sim­pel: in een stad als Ant­wer­pen moet je je­zelf kun­nen zijn. Het be­lang­rij­ke even­wicht tus­sen rech­ten en plich­ten, dat we met veel moei­te had­den kun­nen re­a­li­se­ren, was er op­eens niet meer. Waar ik voor wil staan, kon ik niet meer ver­de­di­gen naar de men­sen op straat. Daar­om heb ik een stap ach­ter­uit­ge­zet. Bij de Me­chel­se po­li­tie was je vorig jaar het doel­wit van een ra­cis­ti­sche fo­to­mon­ta­ge. Is dat ook een drup­pel ge­weest?

Beels: He­le­maal niet. Der­ge­lij­ke za­ken heb ik ge­re­geld mee­ge­maakt. Voor het ima­go van de po­li­tie in Mechelen was dat wel heel

erg. In die stad lijkt aan de op­per­vlak­te al­les mooi – er ge­beu­ren ook veel din­gen ten goe­de – maar daar­on­der blijkt dat we er, net als in Ant­wer­pen, nog lang niet zijn. Die hy­po­cri­sie stoor­de mij.

Meuris: Win­dowdres­sing, hé. Die voort­du­ren­de goed­nieuws­show in dit land stoort mij ook. Ik heb er bij­na me­de­lij­den mee. Je zult maar pre­mier of mi­nis­ter van Bin­nen­land­se Za­ken zijn en moe­ten zeg­gen dat het goed gaat. Het gaat god­ver­dom­me he­le­maal niet goed! Ik ben 53 jaar en zit nu in de fa­se dat ik zelfs de cij­fers niet meer ge­loof. Ik zeg niet dat ik veel kwa­li­tei­ten heb, maar een­tje wel: ik ben pro­ac­tief in­tu­ï­tief, ik voel wat er gaat ge­beu­ren. Men­sen

Stijn Meuris Ar­tiest “We wil­len bij­na niet dat er iets ver­an­dert, dat is de de­fi­ni­tie van con­ser­va­tis­me. Kijk naar het voet­bal­schan­daal. Na zes we­ken luidt de con­clu­sie: we gaan dat een beet­je zo la­ten.”

gaan stil­aan twij­fe­len aan de waar­heid. Als in dit land ‘jobs, jobs, jobs’ wor­den ge­cre­ëerd ter­wijl er meer dan 900.000 Bel­gen on­der de ar­moe­de­grens zit­ten, dan klopt er iets niet met die uit­spraak. Be­hal­ve dan dat je te­gen­woor­dig drie jobs no­dig hebt om te over­le­ven. Be­gro­ting? Idem di­to. Ik wil geen de­fen­sie­mi­nis­ter die nieu­we ge­vechts­vlieg­tui­gen wil ko­pen voor 3,5 mil­jard eu­ro, ter­wijl ze uit­ein­de­lijk bij­na 15 mil­jard kos­ten. Dat zal in­clu­sief de hel­men zijn, ver­moed ik. (lacht) Dat on­ze be­gro­ting nooit klopt, zijn we ge­woon, maar dat er wordt voor­ge­steld om het neu­tra­le mo­ni­to­ring­co­mi­té af te schaf­fen, is toch hal­lu­ci­nant. Dan zit­ten we wer­ke­lijk in Turks-Rus­si­sche toe­stan­den. Ik be­gin stil­aan te voe­len hoe Vla­min­gen mee­gaan in dat dis­cours. Maar een aan­tal din­gen klopt niet meer: de af­ne­men­de kwa­li­teit van ons on­der­wijs, het niet-aan­pak­ken van mo­bi­li­teit, het ener­gie­pro­bleem,… Kun­nen we daar­in al­le­maal niet eens in­ves­te­ren met ge­zond ver­stand, los van kleu­ren en ide­o­lo­gie­ën? Sor­ry dat ik zo fel ben, hé. (te­gen Jin­nih) Welk sche­pen­ambt wil jij ei­gen­lijk?

Beels: Kijk, dat is net wat mij aan po­li­tiek stoort, dat ve­len te veel daar­mee be­zig zijn in plaats van met de es­sen­tie. Mijn voor­naams­te in­te­res­se­veld ken je; da’s vei­lig­heid. Dat ambt ga ik niet heb­ben, want we heb­ben de ver­kie­zin­gen ver­lo­ren. Ik ben het vol­le­dig met jou eens dat we niet in hok­jes mo­gen den­ken. Waar­om moe­ten we the­ma’s als vei­lig­heid bij rechts zet­ten en so­ci­aal be­leid bij links? Vei­lig­heid is een zaak waar­van we al­le­maal wak­ker moe­ten lig­gen.

voor het vak van po­li­ti­cus. Een be­vol­king mo­gen ver­te­gen­woor­di­gen, zou de edel­ste job ter we­reld moe­ten zijn. Daar­om vind ik het zo jam­mer dat een aan­tal men­sen er met de pet naar gooit. Jin­nihs gsm heeft hier al twin­tig keer ge­rin­keld. Een hel! En dan zit ze nog niet eens in het sche­pen­col­le­ge. (ge­lach)

Beels: Als je voor dit be­roep kiest, moet je echt wel een oli­fan­ten­huid heb­ben. Die had ik bij de po­li­tie ook al no­dig, maar in de po­li­tiek moet die zelfs nog wat dik­ker zijn. Nu word ik con­stant ge­con­fron­teerd met cli­chés zo­als mijn ge­brek aan er­va­ring, dat ik als vrou­we­lijk hoofd van een de­le­ga­tie met een stra­teeg als De We­ver moet on­der­han­de­len… Het is al­tijd iets.

Meuris: Ach, ik moet mij ook voort­du­rend wa­pe­nen. Na dat gsm-in­ci­dent werd ik af­ge­schil­derd als een link­se sub­si­dieslur­per. Ter­wijl ik mijn po­li­tie­ke kleur kwijt ben en nog nooit een hal­ve eu­ro sub­si­die heb aan­ge­vraagd. Maar bui­ten de roe­pers op so­ci­a­le me­dia zeg­gen de mees­te men­sen me: ‘top!’. Zelfs leer­krach­ten, ook al heb­ben zij niets on­der­no­men. ‘Ja maar, wij zijn vast­be­noemd’. Tja, zo ver­an­dert er na­tuur­lijk nooit iets. Een school heeft dus een ex­ter­ne, zo­ge­zegd link­se ar­tiest no­dig om een pro­bleem aan te kaarten. Wat krij­gen we nu? Zo gaat het ook in de po­li­tiek, vrees ik. (te­gen Jin­nih) Ik kan nu al voor­spel­len dat jij over een jaar een link­se har­de tan­te wordt ge­noemd, één stap ver­wij­derd van een feeks. Een paar in­ter­ven­ties op be­leids­ni­veau en je bent zo­ver: ‘wat meent die wel niet?’. Dat vind ik an­no 2018 zo ver­schrik­ke­lijk voor wie boven het maai­veld uit­komt. Wat dat be­treft, heb jij je leng­te nog mee.

Jin­nih, ben jij be­zig met hoe je er­gens uit­komt?

Beels: Nee, ik ben ge­woon me­zelf. Men­sen staan heel snel klaar met een oor­deel over van al­les en nog wat. Dat el­ke keer op so­ci­a­le me­dia recht­zet­ten of te­gen­spre­ken, is on­mo­ge­lijk. Soms kwets ik daar­mee men­sen in mijn om­ge­ving. Want ik heb mis­schien wel een dik­ke huid, maar mijn zoon, echt­ge­noot, fa­mi­lie en vrien­den niet. Zij wor­den af­ge­straft door mijn keu­ze.

Meuris: Mag ik, als Lim­bur­ger, eens een vraag stel­len? Waar­om ver­lo­pen in Ant­wer­pen po­li­tie­ke cam­pag­nes zo bru­taal en op het scherp van de snee, waar­na ie­der­een toch toe­na­de­ring tot el­kaar zoekt? Die bocht is voor veel men­sen moei­lijk te be­grij­pen.

Beels: Dat is de schi­zo­fre­nie van de po­li­tiek, ook voor mij. Al­les wat voor 14 ok­to­ber is ge­beurd, wordt nu op­eens heel an­ders be­ke­ken. Na­tuur­lijk moet je be­leefd kun­nen zijn te­gen el­kaar, maar na de ver­kie­zin­gen is het heel moei­lijk om die switch te ma­ken. Ik zie het nut niet van de­bat­ten met col­le­ga-lijst­trek­kers die in de cou­lis­sen sa­men zit­ten te la­chen. Een hy­po­crie­te boel vind ik dat. Laat mij dan lie­ver gaan pra­ten met de men­sen op straat.

Ik ben zeer recht­lij­nig en prin­ci­pi­eel en krijg vaak het ver­wijt dat ik meer moet lul­len in plaats van kort en krach­tig mijn punt te ma­ken. Maar waar­om moet ik rond de pot draai­en tot ie­der­een de draad kwijt is? Nie­mand durft zeg­gen dat er geen sim­pe­le op­los­sin­gen zijn voor een com­plex pro­bleem als mi­gra­tie.

Stijn, hoe kijk jij naar de on­der­han­de­lin­gen van de Bour­gon­di­sche co­a­li­tie in Ant­wer­pen?

Meuris: Ik moest bij die term met­een aan ’t For­nuis den­ken. Een heel fou­te ver­ge­lij­king, waar­mee De We­ver wel twee sig­na­len uit­zendt, iets waar­in hij heel straf is. Her­in­ner ook zijn uit­spraak ‘Dit zijn mijn schild en mijn vrien­den’ op de avond van 14 ok­to­ber. Het dog whist­le-syn­droom heet die knip­oog naar zijn ach­ter­ban. Geen kwa­li­teit om fier op te zijn, vind ik, maar het is wel een be­paal­de vorm van in­tel­li­gen­tie die hij voort­du­rend ge­bruikt, en mis­bruikt.

Beels: Ik heb voor de ver­kie­zin­gen al­tijd ge­zegd dat een bur­ge­mees­ter moet be­sef­fen dat hij of zij dat niet al­leen voor de ei­gen kie­zers maar voor al­le 520.000 in­wo­ners van de­ze stad moet zijn. Lij­men moet er so­wie­so ge­beu­ren, dus zo gek is die even­tu­e­le mo­ge­lij­ke co­a­li­tie niet.

Meuris: Waar­om moet het spel dan op voor­hand zo hard wor­den ge­speeld?

Beels: Voor mij is dit ook de eer­ste keer. Ik heb mij al vaak af­ge­vraagd: waar zijn we mee be­zig?

Meuris: De bru­taal­ste uit­spraak vond ik nog die van Kris Pee­ters: ‘Puur nu­me­riek ge­spro­ken kan ik met 5% ook bur­ge­mees­ter wor­den’, zei hij in Gert La­te Night. Wat meen­de die wel?! En dat Bart De We­ver zich na de ver­kie­zin­gen naar ei­gen zeg­gen als in­for­ma­teur op­stel­de, vond ik een op­mer­ke­lij­ke woord­keu­ze. Daar­door po­si­ti­o­neer­de hij zich zo top-down dat uit­ein­de­lijk nie­mand nog durf­de. Met al­le res­pect, maar an­de­ren moesten op au­di­ën­tie ko­men bij de bur­ge­mees­ter!

Ik let vaak op vi­su­e­le de­tails en li­chaams­taal. Wel, ik heb De We­ver dit jaar voor­al met de hand voor zijn mond naar me­de­wer­kers zien fluis­te­ren. Meest­al haat ik dat soort men­sen. Die doen mij den­ken aan ma­ke­laars in voet­bal­tri­bu­nes. Wees toch ge­woon eer­lijk! Ik voel dat ik daar­mee wor­stel.

Het le­vert je wel dank­baar ma­te­ri­aal voor een po­di­um­show op.

Meuris: Gek ge­noeg hoef ik zelfs geen grap­pen te ma­ken. Als je iets goed en met veel de­tails ver­telt, lijkt het ge­woon een mop. Zo heb­ben we wel een plan voor de twee wol­ven in ons land, maar niet voor de 20.000 trans­mi­gran­ten. Hoe raar is dat?

Jin­nih, krij­gen ze jou voor zo­iets naar een the­a­ter­zaal?

Beels: Ja, daar hou ik wel van. Po­li­tiek moet je kun­nen re­la­ti­ve­ren. Wie zich­zelf te se­ri­eus neemt, moet even neer­da­len en op­nieuw on­der de men­sen ko­men. Mi­chael Van Peel, die na tien jaar met zijn ein­de­jaars­con­fe­ren­ces stopt, merkt op: “El­ke po­li­ti­cus die met ide­a­len in de po­li­tiek stapt, wordt fijn­ge­ma­len in het sys­teem.” Stijn, na je gsm-in­ci­dent re­a­geer­de ie­mand op so­ci­a­le me­dia: “Mis­schien kan hij zich nu de stress in­beel­den die po­li­ti­ci el­ke dag on­der­gaan.” En? Meuris: Blij dat je dit vraagt, want ik heb het vol­ste res­pect

FO­TO JEROEN HANSELAER Jin­nih Beels en Stijn Meuris wis­se­len van ge­dach­ten. “Zou jij niet be­ter par­tij­voor­zit­ter wor­den, Jin­nih?”

FO­TO JEROEN HANSELAER Stijn Meuris ver­sus Jin­nih Beels: “Een be­vol­king mo­gen ver­te­gen­woor­di­gen, zou de edel­ste job ter we­reld moe­ten zijn. Daar­om vind ik het zo jam­mer dat een aan­tal men­sen er met de pet naar gooit.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.