“Mijn leven is leeg bui­ten voet­bal en mijn doch­ter”

Coach Stijn Vre­ven trekt van­avond met Beer­schot Wil­rijk naar AA Gent voor acht­ste fi­na­le Be­ker van Bel­gië

Gazet van Antwerpen Wass & Dender - - Sport - MICHAËL VAN DAM­ME

Twin­tig jaar ge­le­den was ka­rak­ter­spe­ler Stijn Vre­ven (45) aan­voer­der van AA Gent. Van­avond staat hij als coach van Beer­schot Wil­rijk in de acht­ste fi­na­les van de be­ker te­gen­over zijn ex-club. De pas­sie spat nog al­tijd van hem af, maar dat heeft ook zijn keer­zij­de. “Ik weet dat ik in het hok­je word ge­duwd van men­ta­li­teits­coach, ter­wijl voor­al tac­tiek mijn da­da is.”

Voor AA Gent is de­ze be­ker­match le­vens­be­lang­rijk en jul­lie zijn vol­op in de run­ning voor de twee­de pe­ri­o­de­ti­tel in 1B. Hoe zit dat bij jul­lie met de be­ker?

“We moe­ten er niet flauw over doen: wij heb­ben an­de­re pri­o­ri­tei­ten. De­ze match komt ei­gen­lijk on­ge­le­gen. De wed­strijd van za­ter­dag te­gen Tu­be­ke is veel be­lang­rij­ker. Maar dat wil niet zeg­gen dat ik een B-elf­tal ga op­stel­len. Al­leen gaan we geen ri­si­co’s ne­men met twij­fel­ge­val­len of ver­moei­de spe­lers. We wil­len een goe­de par­tij af­le­ve­ren en in de flow blij­ven (Beer­schot Wil­rijk won vier van zijn voor­bije vijf wed­strij­den en speel­de ge­lijk in Me­che­len, red.). Zo heb ik het ook ge­bracht aan mijn spe­lers: in de be­ker kan al­les.” Je voet­bal­de twee jaar bij AA Gent en was er aan­voer­der. Maakt jouw ex-club nog iets los?

“Ik ben be­zig aan mijn tien­de sei­zoen als hoofd­coach en als ik te­rug­kijk op wie mij het meest be­ïn­vloed heeft, dan moet ik te­rug­gaan naar mijn pe­ri­o­de bij AA Gent. Johan Bos­kamp heeft me be­ïn­vloed op het vlak van het men­ta­le: el­ke dag hard wer­ken, geen schrik heb­ben en uit­gaan van je ei­gen sterk­te. En Trond Sol­lied deed dat op tac­tisch vlak: het be­lang van loop­pa­tro­nen en au­to­ma­tis­men.”

“AA Gent heeft me de kans ge­ge­ven een in­ter­na­ti­o­na­le car­ri­è­re uit te bou­wen met mijn trans­fer naar FC Utrecht. Gent zat toen diep in de schul­den en ver­kocht al­les wat voet­bal­schoe­nen droeg.

(lacht) In die zin heb ik een steen­tje bij­ge­dra­gen tot het AA Gent van van­daag.”

Op een be­paald mo­ment za­ten er scouts van Ar­sen­al voor jou in de tri­bu­ne.

“Ik heb een con­tract voor mijn neus ge­had van Der­by Coun­ty, dat uit­kwam in de Pre­mier League. Mijn ma­ke­laar zei dat er nog gro­te­re En­gel­se clubs zou­den ko­men, maar uit­ein­de­lijk ge­beur­de dat niet. Lee Dixon stop­te bij Ar­sen­al en dus zoch­ten ze een ver­van­ger. Op ba­sis van mijn men­ta­li­teit za­gen ze blijk­baar iets in mij, maar dat was ri­di­cuul. Ik had niet de kwa­li­tei­ten om bij Ar­sen­al te spe­len.”

Bij NAC Bre­da werd je als een ty­pe­tje neer­ge­zet. Een Ne­der­land­se krant schreef: “Met zijn pas­sie en volk­se voor­ko­men zag hij er uit als de bouw­vak­kers op de staan­tri­bu­ne.”

“Er be­staat een be­paal­de per­cep­tie van mij. Als je ac­tief staat te coa­chen, word je al snel een men­ta­li­teits­trai­ner ge­noemd. Zit je een he­le match op de bank met een no­ti­tie­boek­je, dan ben je een tac­ti­cus. Ik heb er geen pro­bleem mee dat men­sen mij in een hok­je stop­pen, maar wel dat ze daar­uit con­clu­de­ren dat ik niet met tac­tiek be­zig zou zijn. Tac­tiek is juist mijn da­da. Mijn fi­lo­so­fie is dui­de­lijk: je moet van­uit je ei­gen sterk­te voet­bal­len, in de zo­ne waar­in je ren­de­ment het hoogst is.”

“Een veld­be­zet­ting hangt af van de kwa­li­tei­ten van de spe­lers. Bal­be­zit is de bes­te ma­nier om scherp te blij­ven, maar ik ver­wacht ver­ti­ca­li­teit in de pas­sing én loop­lij­nen. Wat Ajax doet, vind ik ge­wel­dig. Al­leen heb je de juis­te men­ta­li­teit no­dig om tac­tiek om te zet­ten. Mijn ac­tie­ve ma­nier van coa­chen is ook een ma­nier om zelf in de match te zit­ten.”

Vo­rig sei­zoen werd je drie keer naar de tri­bu­ne ge­stuurd. Als coach van Beer­schot Wil­rijk ge­beur­de dat nog niet. Let je er­op?

“Ab­so­luut. Met NAC Bre­da pro­mo­veer­de ik naar de Ere­di­vi­sie en het sei­zoen er­op ver­ze­ker­den we recht­streeks het be­houd. Maar het eerste wat ze zei­den, was dat de Raad van Com­mis­sa­ris­sen niet blij was met mijn schor­sin­gen. Ik

“Het beeld

blijft over van een coach

die al­les op men­ta­li­teit doet, maar tac­tiek

is juist mijn da­da.”

Stijn Vre­ven

Coach Beer­schot Wil­rijk

ga me­zelf niet ver­loo­che­nen, maar ik wil niet meer ge­schorst wor­den. Ach­ter­af zie je wel de zin­loos­heid er­van in. Je helpt je­zelf, de club en de spe­lers er niet mee. Op dat mo­ment neemt de win­naar en de over­le­ver de bo­ven­hand.”

“Maar op den duur maak­ten refs er een hob­by van om mij naar de tri­bu­ne te stu­ren. Bas Nij­huis zei dat hij me nooit met­een weg zou stu­ren, dat hij het be­lang­rijk vond om in dia­loog te gaan. Twee we­ken la­ter stuur­de hij me te­gen Fey­en­oord na drie mi­nu­ten en 25 se­con­den weg. In Ne­der­land zit­ten refs in praat­pro­gram­ma’s en re­cla­me­spots. Door Stijn Vre­ven naar de tri­bu­ne te stu­ren, kwa­men ze ex­tra in de aan­dacht. Het show­ge­hal­te bij de Ne­der­land­se scheids­rech­ters is hoog, ter­wijl ik vind dat een ref voor­al moet pro­be­ren ano­niem te blij­ven. ”

Van wie heb je die fel­heid ge­ërfd?

“Ik ben echt een ge­sple­ten per­soon­lijk­heid. In het voet­bal ben ik ie­mand anders dan daar­bui­ten. Van mijn va­der heb ik mijn rus­ti­ge ka­rak­ter in het da­ge­lijk­se leven. Die fel­heid komt van mijn moe­der. Ze is ze­ven­tig plus, maar loopt nog el­ke dag vijf­tien tot twin­tig ki­lo­me­ter.”

Bij wij­ze van spre­ken?

“Neen, let­ter­lijk. Ze is loop­ver­slaafd. In­tus­sen is ge­ble­ken dat ze een sport­hart heeft. Het zou ge­vaar­lijk zijn mocht ze plots niets meer doen. Ze is pas als der­ti­ger be­gin­nen te lo­pen, maar heeft bij de ve­te­ra­nen vijf­tien Bel­gi­sche ti­tels, een we­reld­uur­re­cord en een Eu­ro­pe­se ti­tel ge­haald.”

Toen we bel­den voor een af­spraak, zei jij: Kom maar af, ik ben el­ke dag van 7.00 tot 19.00u op de club te vin­den.

“Ik pen­del tus­sen Has­selt en Antwerpen en sta el­ke dag op om 5.15u. Ik ben er­van over­tuigd dat we niet tot de­zelf­de re­sul­ta­ten zou­den ko­men mocht ik min­der tijd in mijn job ste­ken. Ook mijn staf werkt kei­hard. Ik heb maar twee pas­sies: voet­bal en mijn 18ja­ri­ge doch­ter. Voor de rest is mijn leven leeg. (lacht) En straks ver­trekt mijn doch­ter voor een half jaar naar Ame­ri­ka. Dan heb ik he­le­maal geen re­den meer om naar huis te gaan.”

Voet­bal re­la­ti­ve­ren is niet aan jou be­steed?

“Neen. Na een ne­der­laag lijd ik let­ter­lijk fy­siek. Ik heb het moei­lijk om leu­ke din­gen te doen als we in het week­end ver­lo­ren heb­ben. Feest­jes of ver­jaar­da­gen laat ik dan lie­ver pas­se­ren. Soms bel ik za­ken af. Ik mis mis­schien veel din­gen, maar het is net om­dat ik zo hard af­zie van ver­lie­zen, dat ik er al­les aan doe om te win­nen. Lukt dat niet, dan kan er een vals kant­je in mij bo­ven­ko­men. (lacht) Ik ben heel blij dat ik de VAR niet heb mee­ge­maakt als spe­ler. Ik heb veel din­gen ge­daan die niet door de beu­gel kon­den.”

Je bent tien jaar be­zig als coach. Komt er ooit een top­club?

“Mijn re­sul­ta­ten bij NAC moch­ten ge­zien wor­den. Daar­om zei ik te­gen mijn ma­ke­laar: Nu wil ik wach­ten tot de juis­te trein pas­seert. Maar als een naam als Beer­schot Wil­rijk komt, dan gaat bij mij weer dat NAC-ge­voel spe­len. Mis­schien is Beer­schot Wil­rijk zelfs een tik­je té am­bi­ti­eus. Maar de lat nét iets te hoog leg­gen, dat past bij mij.”

“Dat er tot dus­ver nog geen top­club is ge­ko­men, heeft mis­schien met de per­cep­tie rond mij te ma­ken. Be­stuurs­le­den heb­ben al­licht een beeld van mij op ba­sis van in­ter­views na een wed­strijd, maar niet op ba­sis van de fi­lo­so­fie die ik uit­draag. Als je die niet kent, blijft in­der­daad het beeld over van een coach die al­les op men­ta­li­teit doet.”

FOTO WIM KEMPENAERS

FOTO WIM KEMPENAERS

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.