“Moet ik die Mi­chel er­gens van ken­nen?”

On­der­tus­sen in Mar­rak­ech, het res­tau­rant in de Ant­werp­se Sta­tie­straat

Gazet van Antwerpen Wass & Dender - - Voorzijde Pagina -

Uit­ba­ter S. Li­ba­nees-Sy­risch res­tau­rant Mar­rak­ech ‘‘Ik ben eens voor­bij Mar­ra­kesh ge­re­den, op weg naar Aga­dir. Telt dat ook?’’

Geen naam rolt de­ze week zo vaak over de lip­pen als die van Mar­ra­kesh, de Ma­rok­kaan­se stad waar op 10 de­cem­ber de lid­sta­ten van de VN het mi­gra­tie­p­act zul­len be­krach­ti­gen. Als pre­mier Char­les Mi­chel de N-VA als­nog te vriend wil hou­den, kan hij be­ter een be­zoek

bren­gen aan res­tau­rant Mar­rak­ech in de Ant­werp­se Sta­tie­straat.

Vraag aan een wil­le­keu­ri­ge Ant­wer­pe­naar waar Mar­ra­kesh ligt en hij zal zeg­gen: “Vlak naast Ku­a­la Lum­pur en recht te­gen­over Mil­aan.” Drie mil­joe­nen­ste­den, drie con­ti­nen­ten op een kluit­je. In de Ant­werp­se Sta­tie­straat toch.

“Wie zegt u? Char­les Mi­chel? Moet ik die ken­nen?” Res­tau­rant­uit­ba­ter S. (zijn vol­le­di­ge naam en fo­to wil hij niet ge­pu­bli­ceerd zien) volgt de po­li­tiek niet zo. Hij is een ste­vig ge­bouw­de man met een op zijn 61ste nog ste­vi­ge kop zwart haar. Hij is van Li­ba­ne­se af­komst en zijn Ne­der­lands spreekt hij met een Hol­lands ac­cent. Hij be­land­de in 1984 in Rot­ter­dam, bouw­de er een druk­ke­rij uit en een im­pe­ri­um van vijf res­tau­rants. Tot hij in 2014 een hart­aan­val over­leef­de, al­les ver­kocht en het wat kal­mer aan ging doen.

Sinds 2005 woont S. in Ant­wer­pen, nu bo­ven het res­tau­rant in de Sta­tie­straat. “Ik weet dat As­sad de baas van Sy­rië is”, zegt hij. “En Wil­lem-Alexan­der die van Ne­der­land. Maar ik ken zelfs de naam van jul­lie ko­ning niet, laat staan die van de eer­ste mi­nis­ter. Wie weet is hij al in Mar­rak­ech ge­weest en heb ik hem be­diend.”

Veel toe­ris­ten

Al durft S. dat ook te be­twij­fe­len. 80 pro­cent van zijn klan­ten zijn toe­ris­ten. Er is een ta­fel met twee Azi­a­ti­sche man­nen en een met twee zwar­te Afri­ka­nen. Ze zit­ten in het somp­tu­eu­ze Ara­bi­sche de­cor, rij­ke­lijk ver­sierd met spie­gels met ver­gul­de lijs­ten, an­tie­ke wa­pens, snaar­in­stru­men­ten met dik­ke bui­ken en voor­al veel schil­de­rij­en van Ara­bi­sche ta­fe­re­len.

“Nee, het zijn geen ta­fe­re­len uit Mar­ra­kesh, maar uit Sy­rië”, zegt S. Hij twij­felt even: “Speelt geen rol. Al­le Ara­bi­sche ste­den zien er min of meer het­zelf­de uit. De smal­le straat­jes, de soeks, de kleu­ren, je vindt ze over­al, of het nu in Sy­rië of Ma­rok­ko is.”

Zelf is hij nog nooit in Mar­ra­kesh ge­weest. “Ik ben er wel voor­bij­ge­re­den, on­der­weg van Ca­sa­blan­ca naar Aga­dir, telt dat ook?” Dat het res­tau­rant Mar­rak­ech heet, op zijn Frans met een ‘c’, is niet zijn keu­ze. “Dat is al ne­gen jaar zo. Pas vo­rig jaar heeft een goe­de vriend het ge­kocht. Hij heeft de naam ge­la­ten zo­als die was. Hij woont in Rot­ter­dam, mijn vrouw en ik ba­ten het res­tau­rant uit.”

Ge­zins­uit­brei­ding

Me­vrouw S. is een mooie, veel jon­ge­re Sy­ri­sche vrouw, die nog maar een paar jaar in het land is en nog geen Ne­der­lands spreekt. De re­den daar­voor is het tien maan­den ou­de jon­ge­tje in haar ar­men. “Ze was be­gon­nen aan de Ne­der­land­se les, maar toen kre­gen we on­ver­wacht ge­zins­uit­brei­ding”, lacht S.

Me­vrouw S. ver­dwijnt met de ba­by naar de keu­ken, maar in de zaal kun je niet naast de te­ke­nen van het pril­le le­ven kij­ken. Een van de ta­fels is in­ge­no­men door speel­goed. Er staat een loop­stoel op wiel­tjes naast ge­par­keerd. “We had­den hier tot voor kort veel de­co­ra­tie op de grond”, ver­telt S. “Die heb ik moe­ten ver­wij­de­ren om­dat de klei­ne ze ka­pot reed.”

Hij neemt me mee ach­ter­in de zaak. Daar staat een groe­ne mar­me­ren fon­tein. Er ligt een ver­pie­ter­de bal­lon in. “Weet je wat dit is?” Hij wijst naar een fraaie hou­ten mos­kee ter groot­te van een ste­vi­ge hout­ka­chel. “Het is een Sy­ri­sche kijk­doos, meer dan hon­derd jaar oud. Man­nen trok­ken er de mark­ten mee rond en voor één cent kon­den kin­de­ren door de kijk­ga­ten kij­ken. De beel­den be­wo­gen door aan de mi­na­ret­ten aan de zij­kan­ten te draai­en.”

Lams­ko­te­le­tjes

De lams­ko­te­le­tjes sma­ken. Op de ta­fel­la­kens lig­gen pa­pie­ren pla­ce­mats van Brus­sels Air­li­nes. Om je mond af te ve­gen staat er een kar­ton­nen doos weg­werp­zak­doek­jes. S. legt het ver­schil uit tus­sen de Ma­rok­kaan­se en de Li­ba­nees­Sy­ri­sche keu­ken. Kort sa­men­ge­vat: an­de­re krui­den en an­de­re groen­te­be­rei­din­gen.

Zelf eet hij nooit iets van de kaart. Niet om­dat hij zijn ei­gen eten niet ver­trouwt. “Ik ben 61 en in heel mijn le­ven heb ik nog nooit vlees, groen­ten of zelfs warm ge­ge­ten”, zeg hij. Hij zwijgt om dit hoogst on­ge­brui­ke­lij­ke eet­pa­troon goed te la­ten door­drin­gen. “Ik eet voor­al brood met cho­co­pas­ta of smeer­kaas, koe­ken en af en toe wat fruit. Ba­naan bij­voor­beeld, met brui­ne sui­ker. Of bo­ter­ham­men met chips.”

Wél al­co­hol

De 20 pro­cent Ant­wer­pe­naars die in Mar­rak­ech ko­men eten – “Ik heb veel vas­te klan­ten” – zijn bij­na zon­der uit­zon­de­ring au­toch­to­nen. “Ik zie bij­na nooit ie­mand uit de Ma­rok­kaan­se ge­meen­schap”, zegt hij. Mis­schien heeft het te ma­ken met het feit dat S. in te­gen­stel­ling tot Ma­rok­kaan­se res­tau­rant­hou­ders in Bor­ger­hout wél al­co­hol ser­veert.

“Ik ben een mos­lim, maar mijn ge­loof zit hier.” Hij legt zijn hand op zijn hart, dat het vier jaar ge­le­den bij­na be­gaf. “Ik ge­loof in goed doen voor an­de­re men­sen. Bid­den doe ik niet. Aan de ra­ma­dan doe ik niet mee. Ik drink niet veel, maar als ik uit­ga, be­stel ik graag een glas Jack Da­niels.”

Op de ach­ter­grond klinkt mo­der­ne Sy­ri­sche mu­ziek. Van schla­gers tot hip­hop­ach­ti­ge deu­nen. “Ik ben af­kom­stig uit Bei­roet en Li­ba­ne­zen zijn heel erg op Sy­rië ge­richt. Vroe­ger wa­ren we één land. Ik heb er veel fa­mi­lie.” Hij kijkt rond, naar al die schil­de­rij­en met prach­ti­ge Sy­ri­sche ge­bou­wen en zucht: “Al­le­maal ka­pot nu.”

Bij het ver­trek, stapt hij mee naar bui­ten. Op het ver­re­gen­de ter­ras steekt hij snel een si­ga­ret op. Hij zwaait ge­dag en zegt: “Ver­tel maar aan jul­lie eer­ste mi­nis­ter dat hij al­tijd wel­kom is. Hier in Mar­rak­ech!”

PATRICK VIN­CENT

FO­TO JAN VAN DER PERRE

Twee Azi­a­ti­sche klan­ten in res­tau­rant Mar­rak­ech, rijk ge­de­co­reerd met Sy­ri­sche spul­len.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.