“Ik wil men­sen écht le­ren ken­nen”

Jan Van Looveren gaat op pad met zes be­ken­de vrou­wen langs ge­vaar­lij­ke we­gen

Gazet van Antwerpen Wass & Dender - - Voorzijde Pagina -

A ls we van Op Weg met Jan geen twee­de sei­zoen mo­gen ma­ken, zal ik toch iet­wat te­leur­ge­steld zijn.” Zo sprak Jan Van Looveren (50) bij de start van het pro­gram­ma in april 2017. An­der­half jaar la­ter is die twee­de reeks een feit. “De VRT vroeg me om meer uit de au­to te ko­men. Daar­door lijkt het pro­gram­ma weer iets meer op Rei­zen

Waes, maar ik vind dat niet ver­ve­lend.” El­ke af­le­ve­ring is het ver­slag van een avon­tuur­lij­ke vijf­daag­se road­trip, waar­in Jan zijn gast be­ter leert ken­nen. Pas­se­ren de re­vue in het twee­de sei­zoen: ac­tri­ces No­ra Gha­rib (Al­ba­nië), Ti­na Mae­re­voet (Sri Lan­ka) en Lien Van de Kel­der (El Sal­va­dor), ex-zeil­ster Evi Van Ac­ker (Viet­nam), ra­dio­pre­sen­ta­tri­ce Karo­lien De­bec­ker (Ma­rok­ko en de Sa­ha­ra), en kok­kin Dag­ný Rós Ás­munds­dót­tir (IJs­land). “Ik ben nooit een ont­dek­kings­rei­zi­ger ge­weest die met een rug­zak de we­reld ging ver­ken­nen. Dank­zij Op Weg Met Jan kom ik voor het eerst over de ver­re lands­gren­zen.”

Je gaat uit­slui­tend met vrou­wen op pad. Had #MeToo een in­vloed op die be­slis­sing?

Mis­schien on­recht­streeks wel. Het was al­les­zins een ken­te­ring in on­ze maat­schap­pij. We zijn meer be­zig met vrou­wen­rech­ten, de ge­lijk­heid tus­sen man­nen en vrou­wen qua lo­nen,… Het was vo­rig sei­zoen po­li­ti­ca As­si­ta Kan­ko die hier­over al uit­ge­breid ver­tel­de in de uit­zen­ding. Ik heb toen ge­zegd dat ik bij een ver­volg al­leen nog vrou­wen zou mee­ne­men. Ge­woon om mijn steen­tje bij te dra­gen.

Wat je toen wel­licht niet 100% se­ri­eus be­doel­de?

Nee, maar ik had wel in de smie­zen – en dat had ik ook te­gen de re­dac­tie ge­zegd – dat ik me in die eer­ste reeks an­ders ge­droeg als ik met een vrouw op pad was. Het blijft toch de an­de­re soort. Je kan niet de­zelf­de mop­pen ma­ken. Of al­leen na­dat je gron­dig hebt af­ge­tast of ze niet on­ge­past zou­den zijn. Ik voel­de me ook al­tijd wat on­ge­mak­ke­lij­ker. Het was voor­al bij As­si­ta dat ik die on­ge­mak­ke­lijk­heid het hardst voel­de. Ze is po­li­ti­ca, fe­mi­nis­te... Ik wou dus niet on­no­zel doen. Bij Sa­rah Bet­tens was er ook die ze­nuw­ach­tig­heid. Maar dat was dan eer­der om­dat het een jeugd­idool was.

Je re­dac­tie vond het een top­idee om je met vrou­wen op pad te stu­ren. Maar hoe re­a­geer­de je vrouw?

(lacht) Els­ke (ac­tri­ce Els Bé­at­se, red.) lag daar niet wak­ker van. Ze vond dat zelf ook een goed idee, om­dat vrou­wen in pro­gram­ma’s of in het the­a­ter vaak in de min­der­heid zijn. Ze wees me daar al dik­wijls op. On­langs zelfs nog tij­dens een the­a­ter­voor­stel­ling. Ze­ven man­nen, twee vrou­wen. Of in een film: voor ie­de­re vrouw zijn er drie of vier man­ne­lij­ke rol­len. El­ke keer be­noemt ze dat en ze heeft ook ge­lijk. Dus er was geen re­den om nu dwars te lig­gen.

Als je je min­der op je ge­mak voelt bij vrou­wen, doe je ei­gen­lijk zes af­le­ve­rin­gen aan ma­so­chis­me?

Ja, maar niet ex­treem (lacht). Ik trek men­sen uit hun com­fort­zo­ne en dan is het maar nor­maal dat ik in de­zelf­de si­tu­a­tie zit. Ik heb het hen ook ge­zegd dat ik me ze­ker in het be­gin wat on­ge­mak­ke­lijk voel­de. Ver­ge­lijk het met een ge­or­ga­ni­seer­de bus­reis. Men ver­wacht dat je op de­zelf­de plaats gaat zit­ten naast een per­soon die je niet kent. Met man­nen zou ik snel­ler aan de praat ra­ken dan met vrou­wen. In Op Weg

Met Jan was dat net het­zelf­de. Ze­ker als ik de man al ken­de – zo­als Car­ry Goos­sens vo­rig jaar – werd het al gauw een ge­zel­lig man­nen-on­der­ons­je. Maar het hoeft niet al­tijd zo vlot­jes te gaan. Voor het pro­gram­ma is die strug­gle zelfs in­te­res­san­ter.

Het ren­dez-vous met Thuis-ac­tri­ce Ti­na Mae­re­voet ver­liep niet vlek­ke­loos. Blijk­baar had je een aan­va­ring met haar ge­had?

In de be­gin­da­gen van mijn car­ri­è­re speel­de ik the­a­ter en Ti­na deed toen sta­ge. Ik was een deug­niet, en heb haar iets min­der res­pect­vol be­han­deld. Sa­men met en­ke­le col­le­ga’s maak­te ik het haar las­tig. Als ze haar mui­zen­kos­tuum aan­had met een staart van en­ke­le me­ters, ging ik op die staart staan of hield ik haar er­aan vast. Dat soort klei­ne

pes­te­rij­en.

Be­sef­te je toen dat je te ver ging?

Nee, want ik vond niet dat er iets aan de hand was. Dat wa­ren ook an­de­re tij­den. Wij von­den dat zij maar met on­ze ca­pri­o­len moest kun­nen om­gaan. Wij za­gen on­vol­doen­de dat zij on­ze­ker was, en ons ge­drag niet kon prui­men. Toen haar naam op de short­list be­land­de voor Op Weg Met Jan, zag ik de bui al han­gen. Maar we heb­ben het bij­ge­legd, hoor.

Eens on­der­weg, werd het emo­ti­o­neel. Ti­na heeft het las­tig om de dood van haar va­der te ver­wer­ken.

Wat ik be­grijp. Ik ver­loor ook vroeg mijn va­der. On­ge­veer een jaar ge­le­den stierf mijn zus Mar­leen, am­per 50 jaar, aan kan­ker. Die pe­ri­o­de heeft er ook in­ge­hakt. Maar Ti­na durft echt te wei­nig haar emo­ties los te la­ten. Ze zegt dat ook in de uit­zen­ding. Door de dood van haar va­der werd ze nog on­ze­ker­der.

Rond­uit grap­pig is de va­der-doch­ter­dis­cus­sie met No­ra Gha­rib, als zij voor de zo­veel­ste keer fo­to’s wilt ma­ken.

Tja, ik ben 50 jaar en be­grijp dat so­ci­a­le me­dia-ge­doe niet. Fa­ce­book, In­st­agram,… mijn doch­ter van 22 zegt dat ik er mee moet be­gin­nen, maar ik zie de nood­zaak niet. En­fin, ik vroeg aan No­ra na een tijd­je of zij met haar ogen of met haar smartpho­ne kijkt. Ik ge­niet van een uit­zicht en zal mis­schien op een he­le reis vijf fo­to’s ma­ken. No­ra komt thuis met twee­dui­zend beel­den. Nog voor ze er­gens was uit­ge­stapt, nam die al fo­to’s. We heb­ben er ver­der niet over ge­dis­cus­si­eerd, maar het gaf de ge­ne­ra­tie­kloof goed weer.

Wie had de mees­te ba­ga­ge mee?

Al­le­maal! Ton­nen! (lacht) Die da­mes sleur­den wat mee. Ze zei­den me ook vaak dat ze hun he­le kleer­kast had­den mee­ge­bracht, om­dat ‘ze niet kon­den kie­zen’. Leu­ke anek­do­te: op de lucht­ha­ven van El Sal­va­dor bleek de kof­fer van Lien Van de Kel­der niet van de band te rol­len. Daar sta je dan… ‘Als ze die kof­fer niet meer vin­den, heb ik thuis niks meer om aan te doen’, zei ze. Ge­luk­kig was de ba­ga­ge er de vol­gen­de dag wel.

Hoe las­tig is het om vijf da­gen op je taal te let­ten? Ik stel de vraag om­dat je ooit ver­tel­de dat je daar­over op­mer­kin­gen kreeg bij het Eén-pro­gram­ma Voor Het­zelf­de Geld.

Ik kan nog steeds geen al­ge­meen Ne­der­lands. Dat hoeft ook niet, want dan ben ik me­zelf niet meer. Er is ook een ver­schil tus­sen plat Ant­waarps en het ge­kuis­te dia­lect dat ik op te­le­vi­sie spreek. Het was wel grap­pig dat Karo­lien De­bec­ker, die het ge­woon is om keu­rig Ne­der­lands te pra­ten op de ra­dio, op den duur werd aan­ge­sto­ken door mijn Ant­werp­se tong­val. Na een tijd­je riep ze: ‘hey gast, deur a be­gin kik Ant­waarps te klap­pe’.

Je bent geen er­va­ren in­ter­vie­wer. Speelt dat soms in je na­deel?

Tuur­lijk. Maar ik moet niet per se de jour­na­list spe­len die zijn op voor­hand be­dach­te vraag­jes één voor één stelt. Ik ben Jan die op­recht men­sen wil le­ren ken­nen. Als ik een rol­le­tje speel, schiet het pro­gram­ma zijn doel voor­bij. De VRT vroeg trou­wens om nu meer uit de au­to te ko­men en meer met de lo­ka­le be­vol­king te pra­ten. Waar­door het on­ver­mij­de­lijk weer een tik­kel­tje meer op­schuift rich­ting Rei­zen Waes. Maar ik ben niet boos om die ver­ge­lij­king. Ik heb al­tijd ge­zegd dat Op Weg Met Jan een mix is van Rei­zen Waes en Die Huis.

De ge­sprek­ken wor­den soms de­li­caat. Durf je dan door­vra­gen?

Als Ti­na zegt dat ze de dood van haar va­der niet heeft ver­werkt, waar­op ik vraag wat ze dan voelt en zij be­gint te we­nen… dan zegt dat toch vol­doen­de? Even zwij­gen zegt soms meer dan twee ex­tra vra­gen. Het is ook mooi om de stil­te te la­ten wer­ken.

Waar­om moe­ten al die BV’s een reis­pro­gram­ma ma­ken, is soms te ho­ren.

Klopt. Maar dank­zij de beel­den uit de pro­gram­ma’s als Rei­zen Waes, Goed Volk of

Last Days zien som­mi­ge men­sen in hun huis­ka­mer een stuk van de we­reld waar ze zelf nooit zou­den ko­men. Ik weet dat mijn ma­ma nooit naar Al­ba­nië zal rei­zen, maar ze weet nu wel hoe het er daar uit­ziet. Het heeft dus zijn doel. Hoe­wel… Mijn moe­der zag al beel­den van die ra­vij­nen en stuur­de een sms’je: ‘voor mij hoeft er geen der­de sei­zoen meer te ko­men’.

Wel­ke ge­vaar­lij­ke we­gen vorm­den de las­tig­ste uit­da­ging?

Zon­der twij­fel Sri Lan­ka. Je moet daar aan de an­de­re kant van de weg rij­den. Links rij­den, rechts aan het stuur zit­ten. Daar­door ben je je ori­ën­ta­tie wat kwijt. In ei­gen land kan je na ja­ren au­to­rij­den per­fect de breed­te van je au­to in­schat­ten. Maar daar is dat an­ders. Ik had con­stant de nei­ging om te veel naar links te rij­den. Ook de be­vol­king kent er wat van. Van twee rij­stro­ken ma­ken die er zelf drie. Ge­luk­kig ble­ven we ge­spaard van on­ge­val­len. We zijn wel ver­rast door een plat­te band in Ma­rok­ko. Net op dat mo­ment brak er een zand­storm los. We heb­ben dat niet ge­filmd, want de ca­me­ra zou het niet over­leefd heb­ben.

Zou je je ei­gen vrouw dur­ven mee­ne­men?

Ja, maar het con­cept is dat ik de vrouw be­ter leer ken­nen. Els ken ik van­bin­nen en van­bui­ten. Vijf da­gen met haar in de au­to? Dat zou voor­al la­chen wor­den. Al­hoe­wel… als we al eens woor­den heb­ben, is het voor­al tij­dens au­to­rit­ten. Ik ben een mid­den­vakrij­der en Els er­gert zich daar aan. Ik weet ook wel dat je rechts moet rij­den. Maar de chauf­feurs ach­ter mij kun­nen langs links voor­bij en ik wil in het mid­den rij­den om de au­to’s aan de rech­ter­zij­de voor­bij te ste­ken.

Hoe held­haf­tig ben je als je ra­ke­lings een af­grond pas­seert?

Als ik de pas­sa­gier ben, merk ik dat ik mee aan het rem­men ben met mijn voet. Nee, lie­ver be­stuur ik zelf de au­to. Al moet ik op­pas­sen. Als je veel zelf ach­ter het stuur zit, cre­ëer je ge­wen­ning en dat is ge­vaar­lijk. Het is zo ver­lei­de­lijk om even wat gas bij te ge­ven. Ik her­in­ner me hoe de re­gis­seur en ik ’s nachts door het Al­ti­pla­n­oge­berg­te re­den in Pe­ru met As­si­ta Kan­ko. Ze drong meer­maals aan om tra­ger te rij­den, om­dat ons rij­ge­drag re­de­lijk ri­si­co­vol werd. Ook gid­sen heb­ben ons er vaak op at­tent ge­maakt dat het echt rus­ti­ger moest. Soms na­men de da­mes mijn rij­ge­drag niet in dank af. Zo­als bij Lien Van de Kel­der. ‘Je moet je ma­cho­ge­drag niet ven­ti­le­ren’, zei ze. Ook leuk hoor, een blauw­tje lo­pen (lacht).

Wa­ren de vrou­wen goe­de chauf­feurs?

Ik was aan­ge­naam ver­rast. Zelfs No­ra, die am­per ze­ven maan­den haar rij­be­wijs had, kon aar­dig over­weg met de jeep. Al ver­gis­te ze zich van gas en rem op een ge­vaar­lijk mo­ment. Ti­na stond er niet echt voor te sprin­gen. Zij moest echt haar angst over­win­nen. De per­soon waar­van ik het meest op­keek was Karo­lien. Die ging haast flui- tend over de we­gen. Ze was ook de eni­ge aan wie ik heb moe­ten vra­gen of ze géén schrik had.

Iets an­ders: loop je nog ma­ra­thons?

Ik heb die van Ber­lijn en New York ach­ter de kie­zen. Noem het geen ver­sla­ving. Want dat zou in­hou­den dat ik ex­treem zou ver­ma­ge­ren en echt ga fo­cus­sen op de tijd. Dat is niet het ge­val. In Ber­lijn liep ik bo­ven de vijf uur, in New York zat ik er on­der. Ik loop om­dat ik me er goed bij voel. Drie keer per week loop ik 10 à 12 ki­lo­me­ter. Lo­pen is voor mij ook een soort van the­ra­pie. Soms ma­len er din­gen in je hoofd en tij­dens het lo­pen kom je tot rust. Hoe mijn li­chaam re­a­geert op die kracht­in­span­nin­gen? Ik heb mo­men­teel wat last aan de voet, maar een os­te­o­paat lost dat wel op.

Had je die ma­ra­thons niet twin­tig jaar ge­le­den moe­ten doen?

Nee, om­dat ik toen niet het ge­voel had dat mijn li­chaam die uit­da­ging no­dig had. Ik hield me toen met bok­sen en ge­vechts­sport be­zig. Ik denk dat ik juist nu die in­ves­te­rin­gen in mijn li­chaam moet doen om kwaal­tjes te­gen te gaan. Het vol­gen­de doel? De ma­ra­thon van Lon­den en op­nieuw fi­nis­hen bin­nen vijf uur. Met door­ge­dre­ven trai­ning moet dat luk­ken. Maar een top­tijd zal er nooit in­zit­ten. TOM VETS

“Ik moet niet per se de jour­na­list spe­len die zijn op voor­hand be­dach­te vraag­jes één voor één stelt. Ik wil men­sen op­recht le­ren ken­nen. Als ik een rol­le­tje speel, schiet het pro­gram­ma zijn doel voor­bij.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.