De Ver­kie­zing

Het Belang van Limburg - - Nieuws -

Voor mijn da­ge­lijk­se wan­de­ling in het bos ging ik te laat thuis zijn. On­der­weg be­sloot ik daar­om om een eind­je te stap­pen in het na­tuur­ge­bied dat ik pas­seer­de. Het was een zon­ni­ge herfst­dag, maar te warm voor het sei­zoen. Een wan­del­pad tus­sen ou­de ei­ken­bo­men liep over een stei­le hel­ling om­hoog. He­le­maal an­ders dan in ‘mijn’ bos, waar hoog­te­ver­schil­len niet be­staan.

On­der­weg zag ik ner­gens wa­ter – geen beek, stroom­pje of vij­ver. Een droog bos. Als ik mag kie­zen, dan is een bos met wat wa­ter mij toch lie­ver.

* * *

Het be­gon met de Wa­ter­ga­te-af­fai­re in de VS, be­gin ja­ren ‘70, die he­le ge­schie­de­nis rond Ri­chard Nixon, de co­verup, ‘Deep Thro­at’, de hea­rings en im­pe­ach­ment. Als tie­ner lag ik ’s nachts met mijn tran­sis­tor­ra­di­ootje on­der de la­kens in bed, om de ver­ho­ren li­ve op de BBC World Ser­vi­ce te vol­gen. Een ver­sla­ven­de soap. Daar­na is mijn be­lang­stel­ling voor de Ame­ri­kaan­se po­li­tiek nooit ver­min­derd, in­te­gen­deel. Zo blijf ik bij el­ke ver­kie­zing de uit­sla­gen en com­men­ta­ren tot een stuk in de nacht vol­gen.

* * *

Ik ga nooit met m’n smartpho­ne en oor­tjes wan­de­len, ik hoor lie­ver vo­gels in het bos dan in­ge­blik­te klan­ken. Maar voor van­daag maak­te ik een uit­zon­de­ring. De ver­kie­zings­uit­slag in Ame­ri­ka kon gro­te ge­vol­gen heb­ben. Ter­wijl ik m’n oor­tjes in­deed, zag ik hoe het zon­licht op de zij­gen­de herfst­bla­de­ren viel. ‘Zij­gen’ be­te­kent ‘zacht­jes neer­val­len’ – een bij­na ver­ge­ten woord dat bij het sei­zoen past. Ik heb de be­te­ke­nis er­van nog in de klas van mees­ter Lin­de­l­auf ge­leerd, een dier­ba­re le­raar in de la­ge­re school.

Die plot­se her­in­ne­ring hielp me om mijn ver­gis­sing in te zien. Nieuws over de ver­kie­zin­gen was de fou­te ge­luids­band voor de na­tuur­do­cu­men­tai­re waar­naar ik te­ge­lijk keek en in mee­speel­de.

Op de play­list van m’n smartpho­ne koos ik voor iets an­ders, voor een so­na­te van Mo­zart. Al van­af de eer­ste pi­a­no­klan­ken wist ik dat dit wel de goe­de ge­luids­band was om syn­chroon te la­ten mee­lo­pen. De om­ge­ving liet zich als een par­ti­tuur van de com­po­si­tie le­zen. De maat volg­de het rit­me van m’n stap­pen. Het the­ma sprak uit de volg­or­de van boom­stam­men en bos­plan­ten. De bon­te herfst­bla­de­ren hin­gen als mu­ziek­no­ten in de tak­ken, ka­le twij­gen dien­den als rust­pun­ten. Voor de dy­na­mi­sche aan­dui­din­gen zorg­den de vo­gels – ‘for­te’ voor een op­vlie­gen­de bui­zerd, ‘in­ti­mo’ voor het win­ter­ko­nin­kje dat een struik in­dook. Een blo­zen­de vlie­gen­zwam, het or­gel­punt.

Mo­zart, de juis­te stem­keu­ze op de­ze ver­kie­zings­dag.

* * *

En­ke­le da­gen la­ter wan­del­de ik weer in ‘mijn’ bos – een nat bos, met beek­jes en met vij­vers. Het soort bos waar­van ik ge­loof­de dat het me het dier­baarst is. Maar van­daag dacht ik met heim­wee te­rug aan het dro­ge bos met de zij­gen­de bla­de­ren – een bos dat zo groot is dat je er­in ver­lo­ren kan lo­pen, of tien ki­lo­me­ter wan­de­len zon­der een mens te­gen te ko­men. Ik mis­te zelfs de stei­le hel­ling, want op de te­rug­weg is berg­af best aan­ge­naam voor een wan­de­laar.

* * *

Van de mu­ziek van Mo­zart wordt wel eens ge­zegd dat de com­po­si­ties per­fect zijn, he­mels van oor­sprong. Dit in te­gen­stel­ling tot bij­voor­beeld de door­wroch­te wer­ken van Beet­ho­ven – aards, niet he­mels, om­dat Beet­ho­ven daar­in de mens be­schrijft in zijn lij­den en zoek­tocht naar ver­los­sing.

Naar Beet­ho­ven kan ik uren luis­te­ren, maar de mu­ziek van Mo­zart wordt me soms te veel. Zelfs in het bos werd het meer ‘he­mel’ dan ik aan­kon. Ik borg daar­om m’n oor­tjes op.

Van al­le ge­lui­den is de stil­te me ei­gen­lijk nog het dier­baarst. Het on­be­schre­ven mu­ziek­blad blijft aan al­les plaats bie­den.

* * *

Toen ik de­ze no­vem­be­roch­tend het raam open­de met de eer­ste smaak van woor­den op mijn tong was al­les daar­bui­ten er al

Carl-Erik af Geij­er­stam (1914-2007); uit: ‘Bin­de­me­del’ (Bind­mid­del) (1950); vert. Bern­lef

* * *

Ik zat wat op m’n bed naar bui­ten te kij­ken. De wol­ken be­loof­den bui­en – het is te lang droog ge­weest, de na­tuur lijdt nog al­tijd dorst.

Te­gen die don­ke­re he­mel zag ik kra­ni­ge ei­ken staan, met ho­ge krui­nen die in een gou­den zon­ne­licht baad­den. Va­nop m’n bed kon ik twee we­rel­den zien – de we­reld van de zon en die van de re­gen. Bei­de wa­ren me even dier­baar. Ver­e­nigd zo­lang ik geen keu­ze uit­sprak. En­kel de stem die zwijgt be­zit al­les.

Good luck en tot ziens.

Uw trou­we die­naar, FB

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.