Do­cu over le­ven aan de Lim­burg­se grens tij­dens WOI

Het Belang van Limburg - - Hbvlplus - Door Jan Bex

Elf no­vem­ber. Exact hon­derd jaar ge­le­den komt er een eind aan de

Eer­ste We­reld­oor­log. Een oor­log waar­in Eu­ro­pa zich­zelf in gru­ze­le­men­ten heeft ge­scho­ten. Pe­ter Crins ver­telt in de do­cu­men­tai­re ‘Grens­ge­val’ over de da­ge­lijk­se con­se­quen­ties van de Groote Oor­log voor klei­ne men­sen in het grens­ge­bied van de twee Lim­bur­gen. Tus­sen Weert en Ha­mont, Stramp­roy en Mo­len­beer­sel, Neerit­ter en Kes­se­nich. Crins put

daar­bij uit een rijk ar­chief en laat de men­sen zelf hun oor­log ver­tel­len. “Ik ver­tel wat

mij is ver­teld.” te wor­den. Ik moest ze wel vast­leg­gen. Dat is uit­ein­de­lijk ook de kracht van de­ze film: dat ik de men­sen het ver­haal zelf laat ver­tel­len. Maar waar ik kan, toon ik ook do­cu­men­ten waar­uit blijkt dat ze niet zo­maar wat ver­tel­len.”

Fact­chec­king dus. En zo is Crins, nog voor die term ook bij ons echt school zal ma­ken, een adept van Oral His­to­ry, de mon­de­lin­ge ge­schie­de­nis ver­teld door ons al­ler ou­ders en groot­ou­ders. Of an­de­re oog­ge­tui­gen.

Zijn car­ri­è­re als film­ma­ker be­gint wan­neer hij als uit­ba­ter van een zaal le­zin­gen or­ga­ni­seert in zijn dorp. “Het is 1994. De Twee­de We­reld­oor­log, dan 50 jaar eer­der, wordt over­al vol­op her­dacht. Ik wil­de ou­de men­sen uit mijn dorp op dat po­di­um la­ten ver­tel­len hoe zij die oor­log be­leefd heb­ben. Maar een ou­de man of vrouw op een po­di­um zet­ten, dat werkt niet. Zo ben ik op het idee ge­ko­men hen met een ca­me­ra te in­ter­vie­wen en dat dan te ver­to­nen op een scherm.”

“Dan kwam al snel het idee: nu kan ik net zo goed een do­cu­men­tai­re ma­ken.” Crins heeft de smaak te pak­ken: “Le­ve­r­oy is uit­ein­de­lijk een klein dorp. Hier was ik uit­ge­boerd na mijn eer­ste film. Maar ou­de ver­ha­len vast­leg­gen, van Weert tot Roer­mond, en tot over de grens met Bel­gië, wil­de ik wel blij­ven doen. Liefst met zo oud mo­ge­lij­ke men­sen. Hon­derd­ja­ri­gen, maak­te niet uit. Zo­lang de her­in­ne­rin­gen er nog wa­ren. Ja­ren heb ik dat ge­daan. Zo heb ik meer dan hon­derd in­ter­views op film. Som­mi­ge uren- en uren­lang. Daar za­ten ras­ver­tel­lers bij. Meest­al be­gon ik met de vraag wat ze nog wis­ten van hun groot­ou­ders. Tot bij Na­po­le­on ben ik zo ge­raakt.”

Dat is niet al­les qua bron­nen­ma­te­ri­aal: de on­ver­moei­ba­re Crins heeft ook de hand kun­nen leg­gen op een col­lec­tie in­ter­views op band, in­ter­views die al in de ja­ren ze­ven­tig wa­ren op­ge­no­men. Ook die ge­tui­ge­nis­sen ge­bruikt hij gre­tig.

Ver­ha­len­ver­tel­ler

‘Grens­ge­val’ is in­tus­sen zijn vier­de film. Pe­ter Crins’ vo­ri­ge do­cu ‘De Meys­bergh’ werd in 2012 be­kroond. Werd zelfs een bios­coop­suc­ces­je. “Dat is een do­cu­men­tai­re over de boer­de­rij van mijn opa. Die heb­ben we ook ver­toond in be­jaar­den­te­hui­zen. Op­val­lend was dat de be­wo­ners, die an­ders door­gaans in slaap vie­len tij­dens een of an­de­re na­mid­dag­ac­ti­vi­teit, wél ble­ven kij­ken. Ik vond dat een ge­wel­dig schoon com­pli­ment.”

Met de her­den­kin­gen van de Eer­ste We­reld­oor­log van­af 2014 dacht Pe­ter Crins: “Met al die ge­tui­ge­nis­sen moet vast ook een do­cu­men­tai­re over de Eer­ste We­reld­oor­log te ma­ken zijn. In de zin van: hoe heb­ben de men­sen hier dat be­leefd? En ja, ik had ge­noeg ma­te­ri­aal. Vier jaar heb ik er­aan ge­werkt. Net zo lang als die Eer­ste We­reld­oor­log. Ik ben een ver­ha­len­ver­tel­ler, geen tech­nisch ge­vorm­de ci­ne­ast. Maar als het moet, moet het.”

Den dood­en­draad

Al was er op het eer­ste ge­zicht toch een groot ver­schil tus­sen Ne­der­land en Bel­gië. Ne­der­land was neu­traal, een ei­land in een we­reld in oor­log. Ne­der­land was wel ge­mo­bi­li­seerd. Ve­le jon­ge man­nen za­ten in ka­zer­nes ver van huis. Bel­gië was dan weer on­der de voet ge­lo­pen, mis­mees­terd en be­zet door de Pruus­se, zo­als de Duit­sers in de film vaak ge­noemd wor­den.

“De oor­log stop­te he­le­maal niet aan de grens”, zegt Crins. “Er was nog een gro­te ver­bon­den­heid tus­sen Bel­gisch- en Ne­der­lands-Lim­burg. Zo ge­tuigt ie­mand dat in die ja­ren het Bel­gi­sche geld, de frank, veel meer ge­bruikt werd in de Ne­der­land­se grens­streek dan de gul­den. Die raak­te niet tot hier. Voor die Eer­ste We­reld­oor­log gin­gen de Bel­gen uit Mo­len­beer­sel bij­voor­beeld in Neerit­ter ker­mis vie­ren. Net over de grens. Om­dat het al­tijd zo ge­weest was. Wei vrug­ger, zegt zus­ter Lam­be­rigts, een non uit Kes­se­nich. Tot de Duit­sers in 1915 plots die dood­en­draad op­richt­ten langs de he­le Hollandse-Bel­se grens. Dus ook hier. Fa­mi­lies wer­den plots ge­schei­den. Dat zijn hier dra­ma’s ge­weest.”

Maar als het kon, koch­ten de Bel­gen de Duit­sers om. Want: “Die had­den ooch niks. Die ver­rek­ten ooch van den eir­moei”, zegt zus­ter Lam­be­rigts. Crins: “In Mo­len­beer­sel kwa­men Duit­sers de men­sen ver­wit­ti­gen dat er de vol­gen­de dag van­af 8 uur stroom op de draad zou staan. Dan gaan we nog even den draad over, zegt een smok­ke­laar op een band­op­na­me. Hij komt met zijn vin­ger aan den draad en hij weer­licht he­le­maal. Was hij op de draad ge­val­len, was hij

Ha­mont haalt het we­reld­nieuws: aan het sta­ti­on ont­plof­fen op 18 no­vem­ber 1918 twee mu­ni­tie­wa­gons. De ra­va­ge is enorm. Er val­len ruim hon­derd do­den.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.