‘Wie­le­rou­ders’ Rik en Yvet­te Van Lin­den zorg­den tien jaar voor Kri­s­tof God­daert

Het Nieuwsblad - - SPORT WERELD - BERT HEY­VAERT

Nor­maal zou­den ze de­ze week nog eens met de brom­mer trai­nen, en de da­gen af­tel­len naar de Om­loop Het Nieuws­blad. Nu is de koers voor Rik en Yvet­te, ‘wie­le­rou­ders’ van Kri­s­tof God­daert, ver weg. ‘De koers, die be­stond voor ons uit één cou­reur. Ik weet niet of we nu nog zul­len kij­ken.’ der­ny te trai­nen. Nu, in aan­loop naar de Om­loop, was dat ide­aal ge­weest. (zucht) Maar ja... Het heeft niet mo­gen zijn, hé. We Hij had het goed ge­re­geld, Rik. Hij had eens ge­ïn­for­meerd bij de wie­ler­pi­s­te van Wil­rijk, of ze die bui­ten de ope­nings­uren niet kon­den af­hu­ren. ‘Zo­dat Kri­s­tof wat snel­heid kon op­doen, of om eens ach­ter de zijn er nooit ge­raakt.’ Rik Van Lin­den, ex-spurt­bom en win­naar van de groe­ne trui in 1975, houdt zich sterk. Hij ver­telt en ver­telt en ver­telt maar over Kri­s­tof, als­of hij hem zo in le­ven wil hou­den. ‘Jon­gens, hoe vaak ik hem niet heb ge­voerd naar Je­zus­Eik. Ik zet­te hem af, ik haal­de zijn fiets uit en hij be­gon te trai­nen. Vijf uur in de Ar­den­nen. Ik er­ach­ter, in den ot­to. U-ren heb ik zo ach­ter hem ge­re­den. Een drink­bus ge­ven, een koeks­ke in zijn han­den ste­ken, zeg­gen dat hij klei­ner moest trap­pen... Dat was mijn be­zig­heid, hé. Een an­de­re cou­reur zou rap zeg­gen: Seg, die­je Van Lin­den, die kan nog­al za­gen. Kri­s­tof niet. Die zei el­ke keer mer­ci, om­dat hij be­sef­te wat we voor hem be­te­ken­den.’

Al­tijd slaap­wel

Tien jaar al woon­de Kri­s­tof bij Rik en Yvet­te. Dat liep eer­der toe­val­lig. Eerst gaf Rik hem raad bij de ju­ni­o­res, daar­na be­ge­leid­de hij de trai­nin­gen, hij voer­de hem naar school, en uit­ein­de­lijk be­slis­te Kri­s­tof zelf: mis­schien moet ik er maar gaan wo­nen. Dat was ge­woon ge­mak­ke- lij­ker.

‘Ik was zijn bes­te maat’, zegt Yvet­te. ‘Niet zijn ma­ma; daar had hij nog al­tijd een heel goe- de band mee. Maar zo­als over­al, ver­telt een zoon niet al­les aan zijn moe­der. Bij mij kon hij dat kwijt. Hij kwam pra­ten over Fre­de­riek Nolf (zijn ka­mer­ge­noot, die in Qa­tar naast hem in zijn slaap over­leed, nvdr.), hij zocht steun na een slech­te koers. En al­tijd, ál­tijd, was hij zo dank­baar. Die jon­gen ging nooit sla­pen zon­der ons slaap­wel te zeg­gen, en stond nooit op zon­der een goei­e­m­or­gen. Waar ter we­reld hij ook was: Slaap lek­ker, droom zacht... Vo­ri­ge week nog was het mijn ver­jaar­dag. Hij bel­de me van­uit Qa­tar, door het uur­ver­schil mid­den in de nacht, en fluis­ter­de heel stil­le­tjes op mijn voi­ce­mail: Ge­luk­ki­ge ver­jaar­dag! Ik hoop dat ik de eer­ste ben.’

Yvet­te scrolt over haar gsm, zoe­kend naar een an­der be­richt­je dat ze kreeg. Het da­teert van toen Kri­s­tof te­rug­kwam uit Qa­tar, na een vlucht vol he­vi­ge tur­bu­len­tie. ‘Hier:

Fo­to: pol de wil­de

Een fie­re Rik Van Lin­den in de Ron­de van Wal­lo­nië 2010 met Fre­de­rik God­daert in de trui van Bes­te Jon­ge­re. RIK VAN LIN­DEN

Fo­to: was

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.