“Doe niet zo hys­te­risch”

Hoe er in de 19e eeuw ge­dacht werd over de ‘vrou­wen­kwaal’.

Alles over Geschiedenis - - Helden & Schurken -

‘Hys­te­rie’ was in de ne­gen­tien­de eeuw een veel­voor­ko­men­de dia­gno­se waar vol­gens art­sen een kwart van al­le vrou­wen aan leed. De symp­to­men wa­ren tal­rijk. Flauw­val­len, ang­sten, ge­ïr­ri­teerd­heid, toe­ge­no­men of juist af­ge­no­men seks­drift, meer eet­lust, min­der eet­lust, kram­pen en – vol­gens his­to­ri­cus Ra­chel Mai­nes – ‘een nei­ging tot het ver­oor­za­ken van over­last’.

De Ou­de Grie­ken dach­ten dat een ‘do­len­de baar­moe­der’ de oor­zaak was voor de aan­doe­ning. Ze dach­ten ook dat in het li­chaam ach­ter­ge­ble­ven gif­ti­ge vrou­we­lij­ke zaad­cel­len door te wei­nig ge­meen­schap de kwa­len ver­oor­zaak­ten. In de ne­gen­tien­de eeuw hield men het ge­woon op een ‘vrou­wen­kwaal’. De re­me­die was vaak een kou­de dou­che of, in ex­tre­me ge­val­len, op­na­me in een ge­sticht. Daar werd dan een hys­te­rec­to­mie op ze uit­ge­voerd, of­te­wel ver­wij­de­ring van de baar­moe­der. De term hys­te­ria is na­me­lijk het Griek­se woord voor baar­moe­der.

Een meer gang­ba­re be­han­de­ling was de heup­mas­sa­ge, waar­bij de art­sen de vrouw een ‘hys­te­risch pa­roxis­me’ be­zorg­den, be­ter ge­zegd een or­gas­me. De­ze be­han­de­ling le­ver­de de me­di­sche ge­meen­schap in die tijd be­hoor­lijk wat geld op.

Met zo veel, en zo veel te­gen­strij­di­ge, symp­to­men, was hys­te­rie een veel­ge­maak­te dia­gno­se. Te­gen­woor­dig we­ten we dat het ver­oor­zaakt kan wor­den door uit­een­lo­pen­de oor­za­ken zo­als men­stru­a­tie­kram­pen en angst tot epi­lep­sie en ern­sti­ge­re aan­doe­nin­gen zo­als schi­zo­fre­nie. De term mag nu dan ou­der­wets of ri­di­cuul klin­ken, hys­te­rie werd pas in de ja­ren 50 ge­schrapt door de ver­e­ni­ging van psy­chi­a­ters in Ame­ri­ka. pri­vé­prak­tijk waar hij zich be­zig­hield met ‘aan­doe­nin­gen van de ze­nu­wen’. Het bleek een gou­den greep, want in die pe­ri­o­de werd zo’n beet­je el­ke on­ver­klaar­ba­re ziek­te af­ge­daan als ze­nuw­ziek­te. Niet vreemd als je be­denkt dat vrou­wen in de­ze pe­ri­o­de naar een ge­sticht ge­stuurd wer­ken, om­dat hun ‘hys­te­ri­sche’ ge­drag nog niet werd her­kend als men­stru­a­tie­kram­pen of ge­woon angst.

Eén van zijn pa­ti­ën­ten, on­der het pseu­do­niem ‘An­na O.’, zou be­pa­lend zijn voor zijn ver­de­re loop­baan en de mo­der­ne psy­cho­lo­gie als ge­heel. Zij meld­de zich in zijn prak­tijk met zwa­re hoest­aan­val­len, ver­lam­mings­ver­schijn­se­len, waan­beel­den en een spraak­stoor­nis. On­der hyp­no­se deed ze haar ver­haal. Tij­dens dit ‘ge­ne­zings­ge­sprek’, een term die door An­na O. zelf was be­dacht, na­men de symp­to­men af. Freud con­clu­deer­de daar­op dat ziek­ten een­vou­dig kun­nen wor­den be­han­deld door ‘vrije as­so­ci­a­tie’, of­te­wel het vrij­uit spre­ken over wil­le­keu­ri­ge ge­dach­ten en her­in­ne­rin­gen die bij de pa­ti­ënt op­ko­men en daar­mee on­der­druk­te ge­dach­ten en on­ver­vul­de be­hoef­ten bloot te leg­gen. Freud ont­wik­kel­de dit idee ver­der en be­weer­de dat dro­men ook bij het on­der­be­wus­te ho­ren. Van­af 1896 ge­bruik­te Freud geen hyp­no­se meer en be­dacht hij de term ‘psy­cho­ana­ly­se’ voor zijn be­han­del­me­tho­den.

On­danks de ‘ge­ne­zings­ge­sprek­ken’ knap­te An­na O. niet op, maar wer­den de symp­to­men er­ger. Ui­t­ein­de­lijk wist Freud te con­clu­de­ren dat haar ziek­te het ge­volg was van on­der­druk­te woe­de over de dood van haar va­der. Net als veel an­de­re vrou­wen die aan ‘hys­te­rie’ le­den, werd ook An­na O. op­ge­no­men in een kli­niek. Te­gen­woor­dig wordt aan­ge­no­men dat haar symp­to­men waar­schijn­lijk het ge­volg wa­ren van epi­lep­sie.

In de­zelf­de pe­ri­o­de was Freud zelf van zijn co­ca­ï­ne­ver­sla­ving af, die twaalf jaar had aan­ge­hou­den. De ge­neug­ten van de­ze drug had hij be­schre­ven in een ar­ti­kel ge­naamd ‘Über Co­ca’ in 1884. Dit was te­vens het jaar waar­in Freuds va­der stierf. Der­tig jaar la­ter on­der­ging hij zelf een be­han­de­ling te­gen di­ver­se psy­cho­so­ma­ti­sche aan­doe­nin­gen en ont­dek­te daar­bij dat hij een ster­ke an­ti­pa­thie had voor zijn va­der.

La­ter zou Freud schrij­ven dat ‘het on­der­zoek naar co­ca een al­lo­tri­os was’, wat zo­veel wil zeg­gen als een te­ver­geef­se zoek­tocht die af­leidt van be­lang­rij­ke­re za­ken.

Tij­dens de­ze zelf­ana­ly­se kwam hij er­ach­ter dat hij als kind sek­su­e­le ge­voe­lens voor zijn moe­der had ge­had. Dit leid­de tot zijn con­tro­ver­si­ë­le oe­di­pus­the­o­rie, waar hij in 1897 aan was be­gon­nen. In eer­ste in­stan­tie was hij ge­ob­se­deerd door het idee dat de mees­te pa­ti­ën­ten een vorm van sek­su­eel trau­ma had­den op­ge­lo­pen. De­ge­nen die wei­ger­den te pra­ten over het ver­meen­de mis­bruik ver­toon­den te­ke­nen van ‘weer­stand’. Hij ver­an­der­de la­ter van ge­dach­ten, het­geen hij wel va­ker deed, en kwam tot de con­clu­sie dat dit slechts fan­ta­sie­ën wa­ren. Hij om­schreef der­ge­lij­ke ‘jeug­di­ge ver­lan­gens’ in zijn be­faam­de oe­di­pus­the­o­rie. Die komt er in het kort op neer dat jon­gens ge­voe­lens voor hun moe­der ont­wik­ke­len en hun va­der zien als ri­vaal; meis­jes heb­ben ge­voe­lens voor hun va­der en zijn ja­loers op hun moe­der. Bij jon­gens leidt dit tot cas­tra­tie­angst, bij meis­jes tot pe­nis­nijd.

Het is op­val­lend dat de­ze the­o­rie niet tot mas­sa­le weer­stand leid­de, maar dat Freud hier­door juist een graag ge­zie­ne gast werd in de ho­ge­re krin­gen. Dit zorg­de er­voor dat hij ook ge­ac­cep­teerd werd door het ge­wo­ne volk. Ma­rie Bon­a­par­te, de ver­re ach­ter­nicht van Na­po­le­on, maak­te de the­o­rie­ën van Freud po­pu­lair in Frank­rijk. Het schijnt dat zij ooit de ster­ke nei­ging had ge­had om het bed te de­len met haar zoon

Freud be­han­del­de de be­roem­de com­po­nist Gustav Mah­ler voor im­po­ten­tie.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.